Donderdag 20/06/2019

horror

De horrorhausse: waarom griezelfilms steeds slimmer worden

Still uit 'Hereditary'. Beeld hereditary stills

Horror is hip. Dankzij intelligente, complexe films als The Witch, It Comes at Night, Get Out en nu ook het fel gehypete Hereditary zijn griezelfilms de laatste jaren uit het verdomhoekje gekomen. Wat is er aan de hand?

Horror is hét genre van het moment. Niet dat het ooit uit de mode is geweest: al vanaf het prilste begin van de filmgeschiedenis wordt er gegriezeld. Maar de laatste jaren lijkt onze horrorhonger echt niet meer te stillen. Met enorme kassuccessen als It, Get Out en Split was 2017 het meest rendabele jaar ooit voor het genre.

En die golf lijkt niet meteen te zullen gaan liggen. Dit voorjaar brak de inventieve monsterfilm A Quiet Place al potten aan de kassa, deze zomer krijgt het creepy internetfenomeen Slender Man een eigen film en voor het najaar staat er een remake van John Carpenters slasherklassieker Halloween klaar.

Vijfsterrenrecensies

Maar het horrorgenre verkeert niet alleen financieel in blakende gezondheid, ook de kwaliteit lijkt in de lift te zitten. Steeds vaker worden griezelfilms overladen met vier- of vijfsterrenrecensies. Zelfs de meest vermetele arthouse-snobs, die normaal gezien hun neus ophalen voor horror, gaan nu voor de bijl.

Een beginpunt aanduiden is moeilijk, maar de sfeervolle soa-horror van
It Follows veroorzaakte in 2014 alleszins al heel wat deining. Later volgden onder meer het uitgebeende The Witch (2016) – folkhorror met een pratende geit in een duivelse bijrol –, het beklemmende zombiedrama It Comes at Night (2017), Oscar-winnaar Get Out (2017) en ook de Frans-Belgische kannibalenfilm Grave (2017). De meest recente toevoeging aan het lijstje heet Hereditary, een stikdonkere prent over een moeder die haar gezin ziet uiteenvallen door een al dan niet bovennatuurlijke dreiging.

Sinds het regiedebuut van Ari Aster begin dit jaar in première ging op het Sundance Film Festival, is de hype niet meer gaan liggen en vallen recensenten over elkaar heen om de film met superlatieven te overladen. TimeOut noemt Hereditary zelfs “The Exorcist voor een nieuwe generatie” – niet de meest accurate vergelijking, als u het ons vraagt, maar ze illustreert perfect het nieuwe enthousiasme voor horrorfilms.

Boutique horror

Uiteraard werden er intussen een handvol namen bedacht voor films als Hereditary: 'elevated horror', 'post-horror', 'arthouse horror', of zelfs 'boutique horror'. Horrorkenner Jonas Govaerts, regisseur van Welp en Tabula Rasa, schudt het hoofd bij het horen van die termen. “Ik erger me eraan, want als je die terminologie gebruikt, distantieer je je van het genre. Daarmee zeg je eigenlijk dat de meeste horrorfilms niet de moeite zijn.” 

Govaerts staat ook sceptisch tegenover het idee dat horror dezer dagen een renaissance beleeft. “Ja, er waait een frisse wind. Maar volgens mij heeft het ook veel met perceptie te maken. Het contrast met de vorige fase van het genre is namelijk heel groot. Toen de wantoestanden in Guantánamo Bay in het nieuws kwamen, is er een 'torture porn'-subgenre ontstaan: heel gewelddadige films met veel bloed, zoals Saw. Veel mensen zagen dat gewoon niet graag. Maar het waren wel interessante films, die te maken hadden met wat er op dat moment gebeurde in onze maatschappij.”

Ari Aster, regisseur van Hereditary, vindt het dan weer niet zo vergezocht om van een nieuwe golf te spreken: “Er worden uitzonderlijk veel inventieve genrefilms gemaakt dezer dagen”, zegt hij ons aan de vooravond van zijn première. “Daardoor lijkt het stigma dat altijd op horror heeft gerust, stilaan te verdwijnen – of toch voor even.”

Een van de dingen die deze nieuwe generatie horrorfilms bindt, vindt Aster, is het geduldige tempo en de focus op sfeer. De kijker hoeft niet meer zo nodig iedere halve minuut overvallen te worden door een 'jump scare' – een plots schrikeffect, meestal voorafgegaan door een onheilspellende stilte. “Ik hou helemaal niet van jump scares”, zegt Aster. “In Hereditary zitten er een paar, maar alleen op momenten waar ik ze echt niet kon vermijden. Ik wou de kijker vooral in een bepaalde sfeer brengen, en hem zo steeds meer in de tang nemen. Een beetje zoals in The Shining, een film die ik eindeloos kan blijven herbekijken.”

Intieme trauma’s

Nog een rode draad doorheen deze golf van hippe horrorfilms is dat ze vaak meer ambiëren dan het publiek gewoon wat de stuipen op het lijf jagen. Het zijn stuk voor stuk persoonlijke films, die vaak de meest intieme trauma’s van hun makers weerspiegelen. Zo verwerkt Jordan Peele in Get Out zijn ervaringen met racisme als zwarte man in Amerika. Trey Edward Shults schreef met It Comes at Night de dood van zijn vader van zich af. En ook Ari Aster maakte Hereditary als een vorm van therapie. Veel wil hij er niet over kwijt, maar wel dit: “Ik heb zelf een behoorlijk zware periode doorgemaakt. Op een bepaald moment had de wereld voor mij al zijn kleur verloren. Die gevoelens zaten nog heel vers en onverwerkt in mijn geheugen toen ik Hereditary schreef.”

De focus op persoonlijke verhalen levert complexe films op, die niet altijd voor één interpretatie vatbaar zijn en verontrustende, zelfs verwarrende eindes serveren. Gevolg: het grote publiek – dat wellicht gehoopt had op een avondje hersenloos griezelen – reageert vaak erg afwijzend. Zo kregen
The Witch, It Comes at Night en ook Hereditary bar slechte scores van de mensen die de film in de bioscoop gingen bekijken.

Gek genoeg deert dat nauwelijks. Horror is traditioneel een goedkoop genre, dat niet veel meer nodig heeft dan een degelijke poster of een intrigerende trailer om drommen mensen naar de zalen te lokken. Slechte score of niet: twee weken na de Amerikaanse release heeft Hereditary zijn budget van 10 miljoen dollar al in vijfvoud terugverdiend.

Creatieve speeltuin

Precies dat mechanisme zorgt ervoor dat horror nu hét genre is waar ambitieuze filmmakers zich toe aangetrokken voelen. Sinds de economische crisis is Hollywood extreem gierig geworden. Filmstudio’s pompen hun centen liever in groots opgezette spektakelfilms, die enorm veel kosten maar ook enorm veel opbrengen. Beginnende cineasten die een uitdagend verhaal willen vertellen, hoeven dezer dagen dan ook niet op geld te hopen. Behalve als ze bereid zijn om het als een horrorfilm te verpakken, want dan is winst zowat gegarandeerd. Zo is het horrorgenre kunnen uitgroeien tot een creatieve speeltuin, een vrijplaats waar nog echt gewaagde cinema kan gemaakt worden.

Vooral het jonge distributie- en productiehuis A24 heeft een belangrijke rol gespeeld in die evolutie. Zij zaten achter The Witch, It Comes at Night en ook Hereditary. Ari Aster is oprecht dolenthousiast over hen: “Weet je, tot een paar jaar geleden klaagden mijn vrienden en ik altijd dat we liever in de jaren 50 geboren waren, zodat we in het Amerika van de jaren 70 – New Hollywood – films zouden kunnen maken. Maar dankzij A24 voelt het alsof die jaren 70 met een teletijdmachine naar het Amerika van nu zijn gebracht.”

Wedden dat Martin Scorsese, Francis Ford Coppola en co. vandaag ook met een horrorfilm aan hun carrière zouden beginnen?

Hereditary is nu uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden