Woensdag 21/10/2020

BoekrecensiesBoeken

De herfst leest lekker weg: 4 veelbelovende debutanten uit de Lage Landen

Dieuwertje Heuvelings, Hans Depelchin, Lisa Huissoon en Amarylis De Gryse.Beeld Erik Smits/rv/Leroy Verbeet

Er wordt gedebuteerd bij de vleet in Vlaanderen en Nederland. Wij selecteerden vier talenten en geven uitleg bij hun eersteling.

De putjesgeur van de muziekindustrie

Dieuwertje Heuvelings (°1989) leek met haar gat in de boter gevallen: de muziekmanager ging in 2015 aan de slag bij de Zweedse streaminggigant Spotify, waar ze het tot de Nederlandse samenstelster van playlists schopte. Net op dat moment explodeerde Spotify. Zo had Heuvelings de sleutel in handen om tracks te lanceren of te negeren. Bovendien stond ze midden in de hiphophausse in Nederland, die ze zélf flink mee aanvuurde. Maar ‘streamingkoningin’ Heuvelings – die op een bepaald moment 103 playlists beheerde – kreeg het algauw flink voor de kiezen. Rappers bedreigden haar en fans legden haar het vuur aan de schenen wanneer ze hun favoriete band oversloeg, terwijl haar privémailadres werd verpatst. Heuvelings gaf er in 2018 uitgeput de brui aan. Nu schreef ze met Auxiety een sleutelroman over deze merkwaardige biotoop.

Auxiety: het woord staat voor ‘een gevoel van ongemakkelijkheid, nervositeit, schaamte over je muzieksmaak’ en de druk om te scoren met een volgende track. In een fors tempo sleept Heuvelings ons mee in de levens van haar alter ego Wytske Bergen (!) bij streamingdienst Lyssna, dat van ‘independent rapper’ Amir en dat van Isaiah, artist-and-repertoiremanager van toonaangevend platenlabel Cosmos. Ze schrijft onderhoudend, soepel en tegelijk pulserend en biedt vooral een onverbloemde inkijk achter de muziekcoulissen. Heuvelings heeft haar ogen en oren wagenwijd opengehouden op feestjes, tijdens jurybijeenkomsten en bij meetings met platenlabels.

Fascinerend is ook hoe ze de vinger legt op een gevaarlijk fenomeen: hoe data en kliks de wereld beginnen te regeren én alle spontaneïteit in de kiem dreigt gesmoord. Is Auxiety een soort Gimmick van Joost Zwagerman voor de 21ste eeuw? Nee, het bevat nogal overvloedig veel slang en inside jokes, maar biedt een blitse filmregisseur ongetwijfeld munitie. En mét playlist, of wat had u gedacht?

Dieuwertje Heuvelings, Auxiety, Das Mag, 264 p., 24,99 euro.Beeld rv

Een broeierige straat

Dendert Dieuwertje Heuvelings enigszins uit het niets de boekenwereld binnen, dan doorliep Hans Depelchin (°1991) eerder het klassieke parcours van literair jong veulen. De tegenwoordig in Sint-Gillis wonende Oostendenaar heeft een master vergelijkende letterkunde op zak, studeerde woordkunst aan het Antwerpse Conservatorium, animeerde popbandjes en publiceerde al flink wat verhalen en poëzie, onder meer in Het Liegend Konijn en vooral in DW B. En het zoemde rond: die Depelchin moest je in de gaten houden. Uitgevers dongen openlijk naar zijn hand

In zijn broeierige debuutroman Weekdier, die begin november verschijnt bij De Geus, duikelen we binnen in het leven van vijf personages, allemaal bijna dertigers. Ze zijn behept met ambitie maar worden ook geplaagd door enige landerigheid. Ze bedrijven allemaal iets kunsterigs, maar lijken al van menige illusie beroofd. Hun gedrag mag soms edgy, gevaarlijk of zelfs destructief heten. Ze torsen soms wat sullige namen als Franky De Pillecyn, Johannes Vanneste, Colline Hoogstoel, Mathilde Beckers of Briekje Van Dam. Ze zijn pianist, fotograaf, schrijver/recensent of actrice en wonen in de Bevrijdingslaan, een straat die onder druk komt te staan én waarvan café Zanzibar met Dikke Kelly de draaischijf lijkt.

Depelchin laat de gebeurtenissen langzaamaan in elkaar grijpen. Weekdier is thematisch rijk met veel eigentijdse thema’s maar nog wat stuurloos en bevat te veel personages die elkaar soms voor de voeten lopen. Maar Depelchin is een stilist, dat proef je meteen, bij momenten haast een discipel van Yves Petry. Hij injecteert zijn proza met ideeën en terugkerende motiefjes, en met seks en perversie, naar zijn grote voorbeeld Georges Bataille (let op de kinky openingsscène), al is Weekdier een stuk ingetogener dan zijn korte verhalen. Er schuilt geregeld een grote stuwkracht in deze roman, maar zoals vrijwel elke debutant propt en stouwt Depelchin zijn boek vol, terwijl zijn (magere) plot wat gezocht lijkt. Ambitie is er alleszins op overschot: “Pfeijffer slaagt er toch ook in om duizenden boeken te verkopen zonder evidente literatuur af te leveren? Laten we zeggen dat ik me dus eerder verwant voel aan Pfeijffer dan aan pakweg Lize Spit. Of klinkt dat arrogant?”, vertelde Depelchin deze zomer in Knack.

Hans Depelchin, 'Weekdier', De Geus, 288 p., 22,50 euro. Verschijnt begin november.Beeld rv

Inventaris van duizenden ontmoetingen

Een boek als een interactieve encyclopedie, als een telefoonboek, als een agenda, ja, als een opsomming? Gedurfd, het moet gezegd. De Nederlandse Lisa Huissoon (°1995) tekent ongetwijfeld voor het merkwaardigste debuut van het jaar. In Alle mensen die ik ken maakt ze de inventaris op van 2.131 ontmoetingen. Mensen die haar pad kruisten – kortstondig of langdurig –, familieleden, passanten, verre en nabije vrienden, buren of collega’s maar ook anonieme klanten van de Albert Heijn waar ze een poos werkte of medestudenten aan haar Artez Creative Writing-opleiding.

Een voor een krijgen ze een lemma, netjes alfabetisch, soms erg summier (bijvoorbeeld over Willemijn: ‘Ze plakt gebruikte lucifers op een strook dubbelzijdig plakband aan de muur’), dan weer in de vorm van een kernachtig maar accuraat, droogkomisch portret, zoals over haar opa Adri, die ‘jokers van kaartspelen’ verzamelt en wiens geur ze koestert: ‘Als ik langs ben geweest hangt de aftershave van mijn opa in mijn kleding. Het stelt me gerust dat er meer mannen zijn die zijn aftershave dragen; zo nu en dan vang ik een vleug van hem op in de supermarkt of op een toilet. Ik heb een allesreiniger waarvan ik vermoed dat sommige bestanddelen overeenkomen met de bestanddelen in zijn after­shave. Ik ruik mijn opa als ik de vensterbank afneem.’

Je kunt lacherig doen over deze wellicht bijzonder tijdrovende onderneming – die knipoogt naar ­Georges Perec en zijn ‘Je me souviens’-project – maar het werkt wél. Want gaandeweg begin je driftig heen en weer te bladeren tussen al die personages en die flarden van levens. ‘In dit boek staan beschrijvingen en verhalen over mensen die ik op basis van mijn herinneringen heb geschreven, ik leg niet vast hoe mensen werkelijk zijn’, noteert ze erbij. Huissoon zelf blijft grotendeels buiten schot in dit soms een tikje softe geheel. Of rijst ze juist zélf op uit dit prismatische brokkelpak?

Lisa Huissoon, Alle mensen die ik ken, De Arbeiderspers, 232 p., 22,50 euro.Beeld rv

Vlees in al zijn varianten

Amarylis De Gryse (°1989) weet hoe ze de lezer bij het nekvel moet grijpen. In de openingsscène van haar debuutroman Varkensribben toont ze meteen wat ze in haar mars heeft. ‘Zo gaat het leven: je wordt het huis uit gegooid net wanneer je de was zou moeten doen. Nooit wanneer alles fris en opgevouwen netjes in de kast ligt.’ Hoofdpersonage Marieke zieltoogt in haar auto, naakt langs de vaart, terwijl er een man op de ruit klopt. Ze is zopas aan de dijk gezet door haar amant Blok, traiteur bij een vleesbedrijf die ze tijdens een vakantiebaantje had leren kennen. En dat nog wel tijdens een bloedhete zomer én terwijl haar kleren klem zitten in de trommel van het wassalon. Dan blijkt er zomaar een vrouwenlijk in het water te drijven. Hoe is het zover kunnen komen, is de hamvraag van deze roman.

De ook al uit West-Vlaanderen afkomstige Amarylis De Gryse (°1989) schrijft in een klein houten huisje langs een Antwerpse snelweg en komt uit de kweekvijver van de schrijfresidenties van de Buren. Ze maakt van Varkensribben een tragikomisch, ietwat bitterzoet verhaal waarin jeugdherinneringen zich vermengen met een onpeilbare tristesse én eenzaamheid, terwijl voedsel (in het bijzonder vlees) een bijzondere rol speelt. Het is ook de reconstructie van een relatie, van ontrouw én het relaas van een drukkende zomer.

De Gryse is zonder meer een plastische-taferelenschrijfster – waarvan sommige té lang uitgesponnen zijn – met een alert oog voor la Flandre profonde en voor familiale verwikkelingen, zoals over haar bokkige moeder: ‘Ze kauwt het verzwegene verder plat tussen haar kiezen.’ Pakkend is de droomscène nadat Blok haar ‘te dik’ heeft genoemd én hij het overtollige vlees met een grote kaasrasp van haar afschraapt: ‘Gewoon wat bijschaven’. Meermaals laat De Gryse de werkelijkheid onbehaaglijk ontsporen.

Bijna logisch dat Marieke, als verpleegster werkzaam in een rusthuis voor bejaarden, haar liefdevolle aandacht die ze zelf ontbeert, aan de oudjes schenkt. Hoe zal ze in godsnaam weer overeind krabbelen? Maar bovenal is er het vlees, van gehaktballen tot varkenswangen: ‘Iets wat wordt gebakken in zijn eigen vet is niet te overtreffen.’ Nee, De Gryse heeft haar entree niet gemist.

Amarylis De Gryse, 'Varkensribbe', Prometheus, 224 p., 19,99 euro.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234