Donderdag 17/10/2019

Interview Martha Canga Antonio

‘De grootste studiobonzen uit Hollywood weten wie Martha uit Mechelen is’

Beeld Yaqine Hamzaoui

Sinds haar volprezen debuut als bendelid in de gangmovie Black timmert actrice en zangeres Martha Canga Antonio (23) aan de weg naar het sterrendom. In Hollywood deed ze auditie voor Black Panther en Star Wars. Binnenkort brengt ze een soloplaat uit als Martha Da’Ro. “Ik zie mezelf echt rich as fuck worden.”

Al scoort Martha Canga Antonio straks een wereldhit ­met ‘Summer Blues’, de eerste single die binnenkort op haar debuut-ep Cheap Wine & Paris verschijnt, dan nog zal ze in de eerste plaats bekendstaan als ‘dat ene meisje uit Black van Adil El Arbi en Bilall Fallah’. “Er zullen mensen zijn die beweren dat ik alles aan Adil en Bilall te danken heb. Laat ze maar denken. Ze hebben mij inderdaad een grote kans gegeven, maar ik heb me die rol van Mavela echt toegeëigend. Iedere goede recensie, iedere prijs, alles wat daaruit is voortgevloeid… I earned it.”

In 2016, ze was toen 19, werd Martha tijdens het Internationaal Filmfestival van Berlijn genoemd als een van de tien European Shooting Stars. Ze trok naar Los Angeles, waar ze gesprekken had met casting­directors en auditie deed voor Black Panther en Star Wars. Ze haalde het nét niet. Canga Antonio: “Zenuwslopende periode. Je krijgt een uitnodiging met een korte omschrijving van de rol en dan een epistel met alle mogelijke manieren waarop je ­aangeklaagd kan worden als je ook maar iets over de film durft te lekken. (lacht) Surreëel wel: de grootste studiobonzen uit Hollywood weten wie Martha uit Mechelen is. Ik ben er zeker van dat ik het nog ver ga schoppen.”

Klinkt een tikkeltje arrogant.

“Als ik echt iets wil, ga ik ervoor. Dan focus ik helemaal op dat ene project en moeten vrienden en familie even wijken. Dat is, volgens mij, mijn beste eigenschap. Toen ik hoorde dat er audities waren voor Black, had ik het gelijknamige boek van Dirk Bracke nog maar net gelezen. Een halfjaar later stond ik al op de set. Ik heb geen ‘we zien wel’-attitude, ik werk hard. Vaak wordt dat verward met arrogantie, alsof dat altijd iets slechts zou zijn. Toen Adil en Bilall bleven herhalen dat ze ooit naar Amerika gingen om daar films te maken, rolde iedereen met de ogen. Maar ze zijn nu wel in Miami voor de opnames van Bad Boys 3. Dat inspireert, het is ook mijn motto geworden: blijf volharden, blijf koppig.

“Je moet trouwens een flinke dosis arrogantie hebben om in dit vak ergens te geraken. Aan een productie werken zoveel mensen mee. Als je niet weet wat je wil of daar niet duidelijk over durft te zijn, ben je al snel een spons die de meningen van anderen opneemt. Zo geraakt de klus misschien wel geklaard, maar het is niet hoe je goede muziek maakt. Alle authenticiteit is dan verdwenen.”

BIO

Geboren in 1995 in Bergen, opgegroeid in Mechelen
Selfmade slam poetry performer en actrice
Brak door in 2015 door met haar vertolking van Mavela in de film Black
Debuteerde als zangeres in de hip­hopgroep Soul’Art
Gaat nu solo als Martha Da’Ro, debuutplaat Cheap Wine & Paris is in de maak
Lanceerde samen met fotografe Yaqine Hamzaoui het collectief Visual Poetry
W
oont in Brussel
S
preekt Nederlands, Frans, Engels en Portugees

Ben je altijd zo zelfzeker geweest?

“Nee, absoluut niet. In 2013 ben ik met muziek begonnen. Vier vrienden waren in ROJM, het jeugdhuis van Mechelen, aan het opnemen voor hun hiphopband Soul’Art. Ze zochten nog iemand om het refrein in te zingen en vroegen mij om het te proberen. Niet veel later hadden ze een optreden op Vishop (de hiphopvariant van het Mechelse stadsfestival Vispop, red.) en mocht ik mee.

“Toen ik die eerste keren op een podium stond, gierden de zenuwen door mijn lijf. Ik stond daar met een zweetvlek tot mijn navel! Stel je voor: vier energieke gasten en ik, een verlegen meisje dat in een hoek zo snel mogelijk haar lyrics aframmelde. Na elk optreden was ik emotioneel uitgeput. Altijd probeerde ik mezelf moed in te spreken: volgende keer doe je beter, volgende keer verkramp je niet. Om dan toch 10 minuten voor de volgende show weer te panikeren.

“Heel lang dacht ik: je hebt misschien wel een mooie stem, maar dat maakt van jou nog geen goede zangeres. Er zijn er zo veel die beter zijn dan jij. Onlangs las ik ergens: ‘Martha Da’Ro is Belgium’s next big thing.’ En ik dacht: serieus? Wie was dan de vorige next big thing? Wie moet ik opvolgen?” (lacht)

Toen we elkaar in 2016 spraken, hadden we het over jouw idool Lauryn Hill. Deze zomer deel je een festivalaffiche met haar op Couleur Café.

“Zot hè! I’m living the dream. The Miseducation of Lauryn Hill was zo’n belangrijke plaat voor mij. Haar présence, de rol die zij als jonge zwarte vrouw met dreads in de hiphop­wereld innam… Je hebt zo’n referentie nodig. Zo’n rolmodel voedt je zelfvertrouwen.”

Lauryn Hill was een referentie voor je solodebuut?

“Ik heb altijd gezegd: Cheap Wine & Paris wordt de plaat waarop ik net als zij fearless zal zijn. Ze heeft het openlijk over seksisme, racisme en ongelijkheid. Thema’s waarover ik ook wil zingen, alleen durf ik dat nog niet zo goed. Ik zie het een beetje als een selffulfilling prophecy: als ik nu zeg dat ik op die plaat onbevreesd zal zijn, wordt dat ook de waarheid.”

OVER DE FOTOGRAFE

Yaqine Hamzaoui (°1996, Brussel) schopte het op haar 16de tot huis­fotografe van jeugdtheater BRONKS. Een paar jaar later werd ze huisfotografe van de Ancienne Belgique. Daarnaast is ze ook videografe, en Martha beschouwt ze als haar muze: “In 2015 stond ze voor het eerst voor mijn lens en toen was er meteen die klik. Ik geloof dat de interessantste beelden ontstaan wanneer je samen zot kan doen en geen druk voelt.”

Is dat vandaag dan nog niet het geval?

“Ik krijg het doodsbenauwd van muizen. Als ik een muis zie, kan ik flauwvallen en kotsen tegelijk.” (lacht)

Het is niet de eerste keer dat Martha een ernstige vraag al dan niet lachend wegwimpelt. Over haar gevoelens praat ze niet zo gemakkelijk. Het hele interview lang wikt en weegt ze haar woorden. “Mijn mama gaat dit lezen”, mompelt ze meerdere keren. Of: “Moet je dat echt allemaal weten?” Een keer draait ze gewiekst de rollen om: “Wat zou jij antwoorden?” Op het einde van ons gesprek zal ze opgelucht blazen: “Dit was precies therapie.”

Beeld Yaqine Hamzaoui

Waar worstel jij zo hard mee?

(denkt lang na) “Een tijdje geleden werd ik verliefd op mijn beste vriendin en ontdekte ik dus dat ik biseksueel ben. Voor mij is dat niet verwarrend, maar mijn mama heeft daar niet zo goed op gereageerd.

“Voor je denkt dat dit een dramatisch verhaal is: ik heb een heel goede band met haar. Zij zal voor eeuwig jong van geest zijn en is een echte levensgenieter. Ze had een heel strenge opvoeding, zat op een internaat en is opgegroeid zonder ouders. Ze is heel trots op me, haar steun doet deugd. Maar haar cultuur, haar mentaliteit… Dat is letterlijk en figuurlijk een wereld van verschil. Ze gelooft dat mijn biseksualiteit een fase is. Ik denk dat het gemakkelijker voor haar zou zijn als ik 100 percent hetero of 100 percent lesbisch was, niet zoals nu, ergens tussenin.

“Veel mensen zitten in dezelfde situatie. Ik heb een platform om daarover te ­praten, ik kan hen moed inspreken, hen empoweren. Maar ik moet nog steeds rekening houden met hoe mijn mama zich daarbij voelt.”

En jouw papa?

(lacht) “O nee, nee, nee. Dat is al helemaal geen optie en dat snap ik wel. Mijn vader heeft in het leger gezeten, is heel jong van huis vertrokken, heeft dingen in de burgeroorlog (in Angola, red.) gezien die ik me niet eens kan inbeelden... Ik snap dat wat ik doe totaal niets met zijn wereld te maken heeft, laat staan wie ik ben en op wie ik val. Dat ligt tien planeten verder van hem. Mijn oplossing is dus: er niets over zeggen.”

Jouw ouders zijn in de jaren 90 voor de burgeroorlog in Angola moeten vluchten en waren in één klap hun thuis kwijt. Is dat ook iets waar niet over gesproken werd?

(knikt) “Zeer zelden, en nooit met ons, nooit met de kinderen. Toch niet rechtstreeks. Wij weten dat onze ouders heel vreselijke shit hebben meegemaakt. Maar wát precies? Daar heeft een hele generatie het raden naar.”

Ben je nooit zelf informatie gaan opzoeken?

“Nee. Waarschijnlijk uit zelfbescherming. Als mijn ouders en hun vrienden onder elkaar praatten, ving ik af en toe wel een flard van een gesprek op. Ze spraken altijd in het Portugees, de voertaal in Angola, de taal die ze mij ook hebben aangeleerd. Vooral muziek riep bij hen herinneringen op. Tijdens buurtfeesten werden traditionele Angolese protestliederen gespeeld – semba, zo heet het genre. Dat zijn schijnbaar vrolijke nummers, maar met teksten die de Portugese kolonisators met de vinger wijzen. Als die nummers gedraaid werden, zag je al de volwassenen opveren en samen dansen en zingen. Als kind ontroerde me dat tot in het diepste van mijn ziel.

Beeld Yaqine Hamzaoui

“Waarschijnlijk is het dat wat mij zo heeft aangetrokken tot muziek, de reden waarom ik op zoek ga naar die dualiteit, ook in mijn eigen nummers: droeve teksten, vette beats. Ooit wil ik naar Angola gaan, het land echt goed leren kennen. Ik droom ervan om daar een muziek- of filmproject te doen.”

Wat voor een kind was jij?

“Op mijn rapporten van de lagere school stond iedere keer opnieuw: ‘Martha droomt vaak. Martha kijkt vaak uit het raam. Martha is niet altijd aanwezig.’ Ik ben altijd een slechte student geweest. Ik heb van alles geprobeerd: modemanagement, afrikanistiek, communicatiemanagement. Maar ik heb geen enkele studie afgemaakt. ”

Heb je daar spijt van?

“Nee, ik heb nooit het gevoel gehad dat ik op de schoolbanken op mijn plaats zat, niets kon mij motiveren. Ik sluit niet uit dat ik ooit nog ga studeren. Maar wat ik intussen geleerd heb: twijfelen is niet rampzalig, het maakt van jou geen enfant terrible. Weten wat je niet wil doen kan ook waardevol zijn. Ik wist dat ik zeker geen nine to five-job wou. Ik wou reizen, contact maken met mensen. Hen raken, het liefst in verschillende talen. Ik zie mezelf niets anders doen. I have no other skills. Het is een artiestenleven of niets.”

Niet de meest financieel stabiele keuze.

“Je hoort altijd: geld maakt niet gelukkig. Bullshit! Ik ben bijna 10 jaar met muziek en acteren bezig, maar zie mezelf nog steeds als een beginnende artiest. Het is niet gemakkelijk om rond te komen. Op mijn vijftiende ben ik in een magazijn beginnen werken. Ik heb mijn artistieke ambitie lange tijd met jobs gecombineerd, maar die hield ik nooit lang vol. Op een bepaald moment dacht ik: oké, Martha, dan ben je maar een broke artist. Geen geld hebben, was mijn motivatie om beter te worden in wat ik doe, om de beste te zijn. Soms is het vloeken omdat ik niet het budget heb om de videoclip van mijn dromen te maken. Maar dat komt goed. Ik zie mezelf echt rich as fuck worden. Dan koop ik een big ass mansion voor mijn mama.”

Je bent echt heel, heel erg begaan met je mama. Heb je iets goed te maken?

(lacht) “Ik was een vreselijk lastige puber. Als ik er nu op terugkijk, was mijn rebelsheid een manier om de scheiding van mijn ouders te verwerken. Ze hadden veel ruzie. Toen ik negen was, zijn ze uit elkaar gegaan. Ik begreep dat niet. Het enige wat ik toen over liefde wist, had ik op school geleerd: een man en een vrouw worden verliefd, hebben kinderen en zijn gelukkig voor de rest van hun leven. Waarom gingen mijn ouders dan bij elkaar weg? Opeens viel die zekerheid weg. Hoe moest ik nu naar liefde en relaties kijken? Dat vond ik verwarrend.”

Heeft de scheiding van je ouders jouw geloof in de liefde aangetast?

“Ik geloof nog altijd dat twee mensen meant to be kunnen zijn, zowel in de vriendschap als in de liefde. Misschien duurt het even voor je dat vindt, misschien overkomt het je nooit. Dat is ook oké. Liefde is fucking moeilijk.”

Ze is nog jong, maar het rommelde al ferm op liefdesvlak. Martha: “Mijn eerste kus had ik op mijn vijftiende. We spraken af aan de kluisjes, vonden altijd een excuus om daar samen te zijn. Vier jaar later stuurde hij mij een berichtje op Facebook. Dat hij het geweldig vond te zien hoe goed ik bezig was, zei hij. Dat hij mij het aller-, allerbeste ­toewenst. Enkele maanden daarna pleegde hij zelfmoord. Het enige waar ik aan kon denken was: die eerste kus, dat mooie moment.”

De single ‘Summer Blues’ gaat over de breuk met haar eerste serieus lief. “Het was de zomer van 2017, ik woonde nog in Gent. Ik ging kapot aan liefdesverdriet, lag op de sofa te janken terwijl het buiten dertig graden was. Mijn vrienden waren dat na een poos beu: ‘Get over it, Martha.’ Dus ik schreef het hartzeer van mij af. Eerst als een verhaal, maar al snel dacht ik: hier zit meer in, hier zit muziek in.”

Je hebt het over rebelsheid, hoe uitte die zich?

“Ik ging heel veel uit. Ik zei dat ik bij vrienden bleef slapen, maar zat in werkelijkheid ergens in een uithoek van het land te drinken. Ik was 15 en kon absoluut niet met alcohol omgaan. Een keer gingen we naar een dubstepfeestje in Sint-Niklaas. Ik was al dronken bij aankomst, mijn vrienden moesten mij half naar binnen dragen. In die club heb ik op de zetel liggen slapen, mond open en snurkend, terwijl iedereen rondom mij stond te dansen. Ik ben blij dat die periode achter mij ligt.”

Je bent al uitgefeest?

“Rond mijn zeventiende ben ik kalmer geworden. Ik sloot me een beetje op en stortte me op slam poetry. Ik was onder de indruk van wat ik op YouTube zag – een filmpje met Lauryn Hill, trouwens – en ik zocht een Belgische organisatie op. Zo belandde ik bij Mama’s Open Mic van Elisabeth Severino Fernandes, die tot op de dag van vandaag mijn mentor is. Helemaal alleen nam ik de trein naar Antwerpen om op haar event mijn gedichten voor te dragen, ik wou vooral niet dat er mensen bij waren die mij kenden.

“Die avond heeft alles veranderd. Het moment waarop de conversaties stopten en het publiek stil werd, het moment waarop ik voelde dat ze oprecht bereid waren om naar mij te luisteren, naar mij alleen, het moment waarop ik hen bijna kon horen in- en uitademen en daar dan een soort van ritme in vond… Dat was magisch. Toen wist ik heel zeker: een boodschap uitdragen, dat is wat ik wil doen.”

Welke boodschap moet dat dan zijn?

“Ik maak mij zorgen over waar we als samenleving naartoe evolueren. We zitten in een periode waarin mensen zichzelf vrij kunnen uitdrukken, waarin mensen mogen opkomen voor wie ze zijn. Dat is heel goed. Maar er is ook een keerzijde aan dat verhaal: de groeiende aanwezigheid van extreemrechts. Fascisten durven nu net zo goed op straat te komen.

“Onlangs was ik met vriendinnen iets aan het drinken op het Sint-Katelijneplein in Brussel, in Bar des Amis. We zitten op het terras en ineens staat een man aan onze tafel. Hij roept: ‘Ga terug naar jullie eigen land!’ (schudt het hoofd) Dat is teleurstellend. What the fuck, gast? Echt, what the fuck? Wij zijn beginnen roepen. Ik had anders kunnen reageren, maar was zo boos. Ik zat daar gewoon te chillen met vrienden. Waarom moest hij dat voor ons verzieken?”

Is er dan een betere reactie in zo’n situatie?

“Nee, er bestaat geen handleiding. Ik kom dat soort mensen elke dag tegen en het went nooit. Nog niet zo lang geleden was ik met Visual Poetry, mijn creatief collectief met fotografe Yaqine Hamzaoui, in Mechelen gaan filmen. Mijn broer en zijn maten zijn heel stoere gasten en wij wilden een ander beeld van hen neerzetten. Op weg naar huis ging het helemaal mis. Een van hen had nog geen ticket en wou dat op de trein zelf kopen. De conductrice weigerde hem toegang, ook toen ik haar verzekerde dat we het ticket konden betalen.

“Het escaleerde razendsnel. De security van de NMBS kwam ons van het perron jagen. Er vielen klappen. Geen van de omstaanders hielp ons, ze dachten waarschijnlijk dat we het zelf hadden uitgelokt. Enkel een man van Marokkaanse origine probeerde ons uit elkaar te halen.

“In het politiekantoor werden we ondervraagd, we zaten op een rijtje in een lokaal met een agent. Een collega kwam hem vragen: ‘Lukt dat hier alleen?’ Hij antwoordde: ‘Maak je geen zorgen, ik heb nog een kogel.’ En lachen dat ze deden.

“Toen een van de agenten de camerabeelden van op het perron opvroeg, was enkel te zien hoe wij op de trein gingen en van het perron begeleid werden. Alles daartussen, het fysiek geweld, was verdwenen. Toeval? Ik denk het niet. Die agent had toen wel doordat er iets niet klopte. Na twee uur werden we vrijgelaten. En toen reden er geen treinen meer.”

Weet je intussen wat er gebeurd is?

“Blijkbaar had de conductrice alarm geslagen: ‘Er zit een bende op de trein.’ Een bende! (snuift) Dat is racial profiling. Ook al is er die avond geen enkel racistisch woord gevallen, dan nog besef je: dit is mij overkomen omwille van mijn huidskleur. Maar ja, dat gebeurt vaker dan je denkt. En het gebeurt overal.”

Vorig jaar verhuisde je van Gent naar Brussel.

“Ik wou graag in een grootstad wonen en dan heb je in ons land niet veel keuze: Brussel of Antwerpen. Ik heb geen connectie met Antwerpen en de mensen daar, dat klikt gewoon niet.

“Ik voel mij goed hier. Ik hou ervan dat je altijd een van de miljoen inwoners bent, dat geeft je wat anonimiteit. Maar of ik hier de rest van mijn leven blijf? Nee. Ik ben niet zo honkvast. Recent deed ik het voorprogramma van Charlotte Adigéry in Londen en op die stad ben ik nu zwaar aan het crushen.”

Zou je ooit het platteland overwegen?

“Als ik oud word, zie ik me wel op een boerderij met vijf honden wonen. Als ik ooit oud word.”

Dat klinkt heel donker.

I don’t know. (lacht) Iedereen sterft. Je weet alleen niet wanneer. Dat is niet donker, het is realistisch. Misschien is dat besef nog het enige waarin ik echt helemaal fearless ben.”

Martha Da’Ro speelt op 1 mei op Les Nuits in de Brusselse Botanique en op vrijdag 12 juli op Dour.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234