Maandag 14/10/2019

Skunk Anansie

“De grootste oplichterij uit de geschiedenis: meer muziek dan ooit maar muzikanten zien geen geld meer”

Beeld Rob O’Connor

Van britpop tot brexit: het minste wat je van Skunk Anansie kunt zeggen, is dat ze één en ander hebben overleefd. Ook die noodlottige Pukkelpop 2011, waar de groep op de Main Stage stond toen de stormwind z'n moordende raid inzette. De groep rond frontvrouw Skin viert dit jaar z'n 25ste verjaardag, met de livecompilatie 25Live@25. “Vroeger moest je gaan touren om een publiek voor je te winnen. Nu doet YouTube dat voor jou.”

Een pannenkoekenhuis in de buurt van Oxford Circus, Londen. Een ietwat vreemde plek om met Skin (echte naam Deborah Dyer, ze kreeg al jong haar bijnaam omdat ze zo mager, skinny was) en Ace (echte naam Martin Kent, sinds mensenheugenis de gitarist van Skunk Anansie) af te spreken. Maar boven blijkt er een afgehuurde lounge te zijn, en het is daar dat de twee me opwachten. Zonder pannenkoeken.

Jullie vieren jullie 25ste verjaardag in 2019. Ook een kwarteeuw geleden: de zelfmoord van Kurt Cobain, die op 8 april 1994 dood werd aangetroffen in zijn huis in Seattle. Waar waren jullie toen jullie dat nieuws hoorden?

Ace: “Dat is een makkelijke: dat was de dag dat we ons platencontract binnenhaalden.

“Ik runde in die dagen een club in Londen. We speelden daar ons tweede of derde optreden met Skunk Anansie, toen Lee, onze manager, plots binnenstormde. ‘Kurt Cobain heeft zelfmoord gepleegd!’ We waren allemaal compleet van streek door het nieuws. Die avond droeg Skin een nummer aan hem op, maar haast niemand in de zaal wist wat er aan de hand was, want nieuws ging toen nog niet zo snel de wereld rond als tegenwoordig met smartphones.”

Skin: “Eén iemand in de zaal wist héél goed waarover ik het had: een talentscout van het platenlabel One Little Indian. Hij was de grootste Kurt Cobain-fan in heel Londen, en door het droeve nieuws had hij aanvankelijk geen zin om die avond buiten te komen. Maar een vriend overhaalde hem om toch naar onze show te komen. Daar hebben we hem zo van z’n sokken geblazen dat hij ter plekke besliste om ons een contract aan te bieden. Dus: dankjewel, Kurt Cobain.”

Nog diezelfde maand betekende het einde van de grunge ook het begin van de britpop. Weten jullie welke groep op 25 april 1994 een iconische britpopsingle uitbracht?

Ace: “Oasis met ‘Live Forever’?”

Nee, Blur met ‘Parklife’, ofwel een toonbeeld van Britse, blanke, mannelijke middenklassemuziek. Skunk Anansie paste totaal níét in die britpoptrend.

Skin: “Vandaag zouden ze ons ‘een toonbeeld van diversiteit’ noemen, maar toen pasten we inderdaad niet in het plaatje.

“Onze invloeden gingen veel verder dan de Beatles en de Stones. Dankzij mijn grootvader leerde ik reggae en ska kennen. Hij runde in Brixton een ‘shebeen’, een illegale bar voor Jamaicaanse mannen. Als die in Londen wilden uitgaan, moesten ze wel daarheen, want ze waren nergens anders welkom. Als kind ging ik dan met mijn neefjes en nichtjes op de trappen van die shebeen zitten om te kijken naar de dansende menigte, tot we om twaalf uur naar bed moesten.

“Toen begin jaren 80 de ska een revival kende, dankzij The Specials en The Beat, herkende ik de muziek van mijn jeugd. En die white boys playing reggae hebben me naar de rock geleid: eerst The Police, dan Led Zeppelin, en uiteindelijk ook The Cure.”

Ace: “Jouw huis was trouwens net zo beroemd om z’n feestjes als dat van je grootvader. Ik kwam laatst een gast tegen die vroeger in Brixton woonde, en hij vertelde me dat hij in de nineties altijd op feestjes bij jou belandde. Hij bekleedt nu ergens een hoge functie. Hij heeft duidelijk altijd de juiste keuzes gemaakt (lacht).”

Skin: “Zonder Rage Against the Machine hadden we nooit bestaan, en ook Parliament en Mother's Finest waren belangrijk. Maar gek genoeg was die sexy, groovy, bluesy rock totaal afwezig in het Engeland van de jaren 90. Het was al Oasis en Blur wat de klok sloeg. Jarenlang dachten mensen dat ook wij een Amerikaanse groep waren.”

Ace: “Het waren wél gouden tijden om groepen te boeken: er was opeens een explosie van bands, en ik kon ze allemaal naar mijn club halen. Ik boekte Ocean Colour Scene, Sleeper, Echobelly, Suede, Oasis... Want ik heb altijd van Oasis gehouden. De eerste keer dat ik ze zag, was ik verbaasd hoe zwaar ze klonken – ze hadden een wall of sound die overeind bleef naast die van Neil Young.

“Met Skunk Anansie speelden we in dezelfde Londense clubs als al die britpopgroepen, maar we voelden ons meer verwant met Therapy?, omdat zij net als ons veel harder waren.”

Skin: “Alleen vond NME, toen het grootste muziektabloid, ons niet zo cool. In het begin vonden ze ons nog wel goed, maar toen we populair werden, vonden ze ons plots shit. Wij kwamen van King's Cross, maar NME richtte zich liever op het trendy Camden: daar zaten groepjes als Suede en Menswear, bands die graag rondhingen met journalisten en hopen drugs namen. Die scene was zogezegd underground, maar dat waren ze net níét, want ze stonden iedere week in NME.

“Onze buurt was really fucking rough. Prostituees, overvallers, drugs. En dan bedoel ik niet coole drugs als cocaïne, maar heroïne en crack.”

En welke drugs namen jullie?

Skin: “Geen. Wij dronken alleen.”

In 1997 won Labour de verkiezingen. Volgens Jarvis Cocker van Pulp mede dankzij de britpop. ‘Begin jaren 90 was het idee dat indiebands de hitparade konden aanvoeren nog even ridicuul als het idee dat Labour aan de macht kon komen. Maar toen kwam britpop en dat deed veel mensen onbewust redeneren: als dat kan, dan kan Labour ook regeren.’

Skin: “Maar die britpopbands waren net apolitiek! Anders hadden ze niet al die airplay gekregen op BBC Radio 1. Ze werden gewoon gebruikt door politici van New Labour.”

Je hebt het nu over het beroemde theekransje in Downing Street uit die dagen, waar Noel Gallagher lachend op de foto ging met premier Tony Blair.

Skin: “Maar dat is toch wat politici doen? Opportunistisch misbruik maken van de populariteit van muzikanten?”

Op Rock Werchter 2010: 'We hebben alles te danken aan festivals als Werchter. Het is daar dat we onze reputatie hebben opgebouwd.'

Jarvis Cocker had het nog het meest over dat gevoel van ‘alles is mogelijk’ dat midden de jaren 90 regeerde. Ervoeren jullie die tijdgeest ook zo?

Skin: (beslist) “Dat wél. Het was ook een goeie tijd om frontvrouw te zijn: je had PJ Harvey en Björk en groepen als Elastica, Garbage en Catatonia. We waren met velen, ik voelde me echt omringd als vrouw in de rock.”

Ace: “Weet je wat het allerbeste was aan die tijd? Dat je uit je huis moest komen, want internet en mobiele telefoons bestonden nog niet. Bands, managers, platenbonzen: iedereen ging uit en iedereen kwam elkaar tegen – het rolde daardoor allemaal op wieltjes.”

Rammstein-syndroom

Fast forward naar vandaag: ninetiesrockgroepen zijn de laatste jaren, en tot vervelens toe, headliners op onze festivals.

Ace: (lacht) “Je hebt het over het Rammstein-syndroom?”

Ook Skunk Anansie is een groep die kan blijven touren, puur op de reputatie die jullie hebben opgebouwd in die fantastische jaren 90, voor het internet de muziekindustrie verwoestte. Barricaderen jullie de weg niet voor jonge groepen?

Ace: “Die moeten gewoon wachten (lacht).

Skin: “Ach zwijg, we hebben het daar vaak over. Wij zijn nog van de generatie dat je een heel leven kon meegaan. Maar jonge groepen van nu krijgen de kans niet om fouten te maken en groter te worden. Na drie jaar worden ze vervangen door alweer nieuwere, jongere groepen. Dat is zonde.

“Maar het is nu eenmaal zo dat je in de festivalbusiness tickets moet verkopen, en dat doe je met grote headliners. Wat ook een probleem is met veel bands van nu: ze zijn wel goed in songs releasen, maar een hele plaat maken waarmee ze op tournee kunnen, dat is een ander paar mouwen. Je moet een échte groep zijn, met echte leden. En je moet een goeie plaat hebben, wil je een hele set vullen.

“De radio en de muziekindustrie steunen geen bands meer. Hoeveel echte bands hoor je nog op de radio? Ze spelen wel iedere fucking Rita Ora-song, maar geen rockmuziek.”

Ace: “Toch nog even over Rammstein: zulke showgroepen doen dan wel de tickets verkopen, maar met datzelfde ticket kun je op een festival ook naar een jongere band gaan kijken. Win-win, denk ik dan.”

Skin: “Wij hebben alles te danken aan festivals. Het is daar dat we onze reputatie hebben opgebouwd, veel meer dan in die smerige kleine clubs die we eerst moesten afdweilen om daar te raken.”

Ace: “En waar we – in de beste Anvil-traditie – speelden voor één man, zijn hond en het barpersoneel. En die hond hadden ze dan nog gratis binnengelaten ook (lacht).”

Op 5 en 6 juli 1996 opende Skunk Anansie Torhout/Werchter. Wie was toen headliner?

Skin: (beslist) “Foo Fighters.”

Rekenen we goed. Maar na Foo Fighters speelden ook Therapy? en David Bowie nog.

Skin: “Ik herinner me onze eerste Werchter nog heel goed, het was één van die optredens waarvan we voelden dat het aan het kantelen was voor ons. De eerste keer dat we op Reading & Leeds Festival speelden was ook memorabel: we stapten om één uur in de namiddag op het podium, en de groep voor ons had voor een lege weide gespeeld. Tegen dat het aan ons was, stond het terrein vol. En voor de groep na ons, stond er wéér niemand (lacht). Dan weet je: it's happening.

“Maar je kunt net zo goed bekogeld worden met flessen. Hebben we ook meegemaakt: in Duitsland, waar we ooit een technofestival moesten headlinen.”

Ace: “Oh my god, dat was ik bijna vergeten! Daarna hebben we onze manager backstage in het zwembad gegooid (lacht).

Skin: “Dat was het belabberdste optreden van onze hele carrière. Voor ons speelde Front 242. Tegen dat wij opkwamen, was onze crew tijdens de soundcheck al bekogeld met flessen en modder. We begonnen te spelen, maar ze gingen gewoon door met gooien, en tegen de tweede song had ik er genoeg van. Ik heb toen in volle colère enkele mensen in het publiek uitgescholden – dat had ik afgekeken van Marilyn Manson (lacht). Met wat ik me nog herinnerde van zijn tirade, kreeg ik het publiek uiteindelijk op mijn hand. En tegen het einde van het optreden gingen ze helemaal loos. Uiteindelijk speelden we nog twee bisnummers!”

Ace: “De ergste flessenregen heb ik meegemaakt tijdens een optreden van Kelly Osbourne. Dat was toen ik in The Millennium Dome een festival aan elkaar moest praten, met allemaal indiegroepen én de onfortuinlijke Kelly Osbourne, die toen een hitje had te pakken met haar punkcover van 'Papa Don't Preach' van Madonna. Ze stond er totaal fout geprogrammeerd tussen die coole bands, en kwam op in een regen van – gelukkig plastic – flessen. Ze heeft haar liedje zelfs niet kunnen inzetten, ze moest meteen weer af. Aardige meid verder.”

Skunk Anansie met links Ace. Beeld Label

De eeuwwisseling werd gekenmerkt door de – ongegronde – vrees voor de millennium bug. En er was ook de hopeloze rechtszaak van Metallica tegen Napster. In welke stemming brachten jullie de overgang naar de 21ste eeuw door?

Skin: “Ik herinner me het einde van de jaren 90 als een non-stopbestaan. Het was hard werken, we beseften niet hoe succesvol we waren. We deden maar voort, de tours werden alsmaar groter... It was loads of fun, maar het was gekkenwerk.

“We waren ook allemaal supermager. Ik was toen goed bevriend met Alexander McQueen (de Britse modeontwerper die in 2010 zelfmoord pleegde, red.), ik droeg veel ontwerpen van hem op het podium. Ik heb al die kostuums bewaard, maar ik kan er niet meer in – mijn kont is te dik geworden (lacht).

“Uiteindelijk hebben we de band in 2001 voor onbepaalde tijd on hold gezet.”

Pas acht jaar later, in 2009, keerden jullie terug. Wat was de grootste verandering in het muzieklandschap?

Skin: “Dat mensen geen platen meer kochten. Ik weet nog dat we toen naar Ljubljana gingen. We hadden er nog nooit gespeeld, maar toch verkochten we de zaal uit en zong iedereen alle songs mee. Terwijl we daar zo goed als geen platen hadden verkocht. Toen drong het voor het eerst tot me door dat ze onze songs kenden van het internet.

“Dat is dé grote verandering: vroeger moest je ergens gaan touren om een publiek voor je te winnen, nu doet YouTube dat wel voor je.”

Ace: “Je merkt het als je in Londen door Waterloo Station wandelt: alle digitale displays staan er afgestemd op YouTube. Muziek is groter dan ooit, alleen worden de muzikanten niet meer betaald. Dat is de grootste oplichterij ooit in de muziekgeschiedenis. De platenfirma's worden goed betaald door de streamingdiensten, honderden miljoenen ponden, maar ze geven niks aan de artiest.”

Skin: “Maar wat betalen Sony en consorten er dan wel mee?”

Ace: (droog) “Lunch.”

Bijna dood

18 augustus 2011, Pukkelpop. Jullie stonden op het hoofdpodium toen de storm losbrak. Hoe herinneren jullie je dat moment?

Skin: “We waren op het podium gestapt onder een stralende, blauwe hemel, en we zijn van het podium geblazen tijdens de zesde song van onze set: zo snel is alles toen gegaan. Ik weet nog dat we vooraf interviews hadden gegeven in het persdorp, en dat iemand me zei: ‘Er is een storm voorspeld.’ Ik keek naar die heldere lucht en dacht: really? Ik had wél veel last van de drukkende hitte, met mijn kale kop moet ik ook altijd opletten voor een zonnesteek, en ik ben toen wat slapjes aan de set begonnen.

“Maar ik maakte me geen zorgen. We hebben in onze carrière al véél optredens gegeven in slecht weer, in de gietende regen, in stormweer, zelfs in de sneeuw. In de regen kun je zelfs de allerbeste shows geven: het publiek staat er dan kletsnat bij en heeft een dosis energie nodig.”

Ace: “Maar deze keer werd de lucht ineens pikzwart, en – baf – vlogen er takken op het podium.”

Skin: “Plots viel de stroom uit, waarop we doorhadden: we moeten van het podium. Maar daar hebben we zelfs de tijd niet voor gekregen, want toen kwam die enorme rukwind opzetten die ons letterlijk van het podium blies. I was blown off my feet. Een crewlid heeft me opgeraapt en over z'n schouder gedrapeerd, de trap afgedragen en me backstage in onze loge weer neergelegd.”

Ace: “Ik herinner me dat de hagelstenen zo groot waren dat het leek alsof we werden bekogeld met golfballen.”

Skin: “Backstage vroeg Jared Leto van Thirty Seconds to Mars aan iedereen of alles oké was. De hele backstage zocht z'n gerief bijeen en reed weg van het festivalterrein, wij ook. Wij wisten op dat moment niet dat er doden waren gevallen, dat hebben we pas de dag erna vernomen.”

Ace: “Onze volgende show was in Zwitserland, op een prachtige, zonnige dag. Toen we daar toekwamen, hebben crewleden van andere groepen ons geholpen om al ons doordrenkt en beschadigd materiaal uit te pakken en te drogen te leggen in de zon. Dat is me altijd bijgebleven: iedereen hielp elkaar.”

Skin: “En het wonderbaarlijke was: alles werkte, we hebben toen onze show kunnen spelen.”

The show must go on?

Skin: “Er was geen enkele manier waarop we die show gewettigd hadden kunnen annuleren. En ik had dat ook niet gewild: de mensen hadden nu eenmaal betaald om ons te zien spelen.”

Ace: “Een tijdje voor Pukkelpop hadden we al iets akeligs meegemaakt, op een festival waar Cypress Hill voor ons had gespeeld, in de stromende regen. Toen hun optreden was afgelopen, moesten onze roadies het water met trekkers van het podium dweilen. Cypress Hill daagde ons uit: 'Eens zien of jullie nog durven te spelen.' Ons materiaal werd opgezet, en net voor we wilden opgaan, sloeg de bliksem in. Als we één minuut vroeger het podium waren opgewandeld, waren we geëlektrocuteerd.”

Skin: “Dit is nu eenmaal geen normale job, je wéét wat de risico's van het vak zijn. En je wint niks in dit leven door bang te zijn.”

25Live@25, uit op 25 januari bij V2.

©Humo

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234