Woensdag 14/04/2021

ReportageExpo 'Atlas Maior'

De Google Maps van de zeventiende eeuw. ‘Gewoon onmogelijk om dit nog te overtreffen’

Curator Jolien Van den Bossche  toont een kaart van Afrika uit de ‘Atlas Maior’. Het is een van de 594 handgekleurde kaarten in het duurste meerdelige boek dat in de zeventiende eeuw over de toonbank ging.  Beeld JVS
Curator Jolien Van den Bossche toont een kaart van Afrika uit de ‘Atlas Maior’. Het is een van de 594 handgekleurde kaarten in het duurste meerdelige boek dat in de zeventiende eeuw over de toonbank ging.Beeld JVS

Sinds deze zondag kun je in het Mercatormuseum in Sint-Niklaas gaan kijken naar de mooiste, duurste en grootste atlas van de zeventiende eeuw: de ‘Atlas Maior’ van Blaeu. Wij gingen –weliswaar met behulp van de gps – op ontdekkingstocht.

De ‘Atlas Maior’ van Blaeu zag het licht in 1662 en heet voluit de Grote atlas of Blaeu’s kosmografie, waarin het land, de zee en de hemel zeer nauwkeurig beschreven zijn. De delen over de zee en de hemel zijn er uiteindelijk nooit gekomen, maar zelfs dan nog telt de atlas een kloeke elf delen, die nu voor het eerst samen worden getoond.

Curator Jolien Van den Bossche: “Zo’n atlas was helemaal niet bedoeld opdat zeelui ermee zouden navigeren. Wij zijn gewend om een kaart te lezen om de weg te zoeken, maar in die tijd was dat niet het geval. Het was veel meer een prestigeobject voor de gegoede burgerij van de toenmalige Nederlanden. De Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West-Indische Compagnie floreerden en zo’n atlas was in de eerste plaats een manier om aandeelhouders te sprokkelen. Met zo’n atlas konden ze tonen: dit zijn wij aan het doen, deze gebieden zijn wij aan het veroveren en dit zijn de mogelijke opbrengsten als je in ons investeert.”

Dat het een prestigeobject was, is een understatement. De ‘Atlas Maior’ was het duurste meerdelige boek dat in de zeventiende eeuw over de toonbank ging. Hij omvat 594 handgekleurde kaarten en 3.368 bladzijden begeleidende tekst, is in wit leder gebonden, met gouden bestempelingen op de boekbanden. Voor een ingekleurde versie moest je 450 gulden neertellen, zowat het bedrag waarvoor je in die tijd een jaar lang een boerderij huurde.

Van den Bossche: “Blaeu wilde met zijn atlas alle andere doen verbleken. Daarbij wilde hij in de eerste plaats zoveel mogelijk kaarten verzamelen, het maakte niet uit of ze gedateerd waren. Blaeu had daarbij het voordeel dat hij de officiële cartograaf was van de VOC en WIC. Hij werd betaald om de schepen van de Compagnie te voorzien van accurate kaarten voor op reis. In ruil daarvoor kreeg hij toegang tot de kennis die de stuurlui opdeden. In principe hoorde hij dat geheim te houden – de Spanjaarden en Portugezen lazen mee –, maar dat wist hij te omzeilen door enkel wat de stuurlui hem vertelden en niets van wat ze op papier zetten te gebruiken.”

Concurrentiestrijd

Grappig genoeg zou deze wereldvermaarde atlas, de ‘Google Maps van de zeventiende eeuw’, nooit zijn uiteindelijke vorm gekend hebben zonder een banale rivaliteit tussen twee buren.

Jolien Van den Bossche: “Blaeu was verwikkeld in een concurrentiestrijd met zijn buurman, Johannes Janssonius, ook een kaartenmaker. Ze probeerden elkaar zoveel mogelijk te overtreffen. Je moet het je zo voorstellen dat de één letterlijk in de etalage van de ander ging kijken, om dan vast te stellen: ‘hela, die kaart heb ik niet’, waarop hij die gewoon ging namaken. Janssonius bracht als eerste een atlas met 200 kaarten uit, waarop Blaeu er een met 300 kaarten uitbracht en zo liep dat uit de hand. Het grote probleem met heel die atlassenwedloop was dat de Nederlandse cartografie na de Atlas Maior in elkaar is gezakt. Het was gewoon onmogelijk om dit nog te overtreffen.”

Ook op esthetisch vlak gooit de atlas hoge ogen. Bijzonder zijn de zee-uilen, zeevarkens of zeevogels die op sommige pagina’s de zeeën bevolken, naar een oude theorie van Plinius de Oude, die stelt dat er van elk landdier een equivalent bestaat in zee. Ook pakweg de illustraties die kunstenaar Frans Post heeft gemaakt van de Nederlandse kolonie in Pernambuco, Brazilië zijn heel bijzonder. Van den Bossche: “De Nederlanders wilden alles mooi in kaart brengen en dus namen ze kunstenaars mee op hun schepen. Die moesten alles tekenen wat er ter plaatse te zien was van fauna, flora en inwoners. Die kennis namen ze dan mee terug naar de Nederlanden.”

U weet waarheen.

De Atlas Maior van Blaeu, van 7 februari tot 25 april, in het Mercatormuseum, Sint-Niklaas.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234