Zondag 20/10/2019
Marc Coenen (°1958), adviseur en opleidingshoofd van de Hasseltse hogeschool PXL, gaat op wandel met de week. Beeld dm

Column

De enige fan van Ned’s Atomic Dustbin was wellicht de boel aan het belazeren

Al mijn Boeddha-gelijke vrienden – het zijn er twee, de andere is Frank Vander linden – delen een verleden in de vruchtbare potgrond van het onafhankelijke weekblad Humo, alwaar ze in de jaren 90 de teenagers besmetten met het koudvuur dat popmuziek heet. Wij kwamen elkaar wel eens tegen in de wandelgangen der eindeloze interview­sessies, waar wij elkaar hoofs begroetten. Iedereen had nog al zijn haar.

Marnix was de enige fan ter wereld van Ned’s Atomic Dustbin, het enige groepje ter wereld met twee bassisten. Verder onbeluisterbaar. Zijn enthousiasme was zo groot dat iedereen dacht dat hij de boel aan het belazeren was. Wat ongetwijfeld ook zo was.

De guit. De rekel.

Chantage

De reden waarom ik hier vandaag over de nieuwe pracht­roman van Peeters schrijf, is dan ook: chantage.

Ooit was ik met Marnix in Toronto, om de mannen van Tragically Hip te interviewen.

Duur hotel, porselein en marmer zo ver het oog reikte, zanger Gordon Downie de vreemdste eend in de bijt. Wij konden onze lol niet op.

Omdat Marnix mij onlangs langs zijn neus weg verzekerde dat daar foto’s zijn gemaakt die een gewoon mens in een democratisch land op twee jaar dwangarbeid komen te staan – vooral dat voorval met die rosse moet naar het schijnt bijzonder plastisch geweest zijn – ging ik deze week naar zijn boekvoorstelling in de belegerde stad Antwerpen. Geen para gezien. De vogeltjes twinkelden, de maan scheen. De zaal zat vol.

De sfeer was top. Hilariteit gekoppeld aan goede bieren. Fijne kout met fijne mensen, van wie de helft al eens op de showbizzpagina’s van een krant heeft gestaan. Van de andere helft heeft Marnix compromitterende foto’s.

Tijdens de speech van Luc Haekens was het moeilijk om aandachtig te blijven: voor mij stond een koppel prachtige pauwgelijke literatuurliefhebbers, die waarlijk niet van elkaar af konden blijven. Ze vonkten van verliefdheid. Ze waren elkaar zo hard aan het opwarmen dat ze door de grote wrijving steeds meer aan elkaar vastplakten: een soort Maagdenburgse bol was het resultaat, met twee verliefden die op het einde van de avond geen maagd meer zouden zijn.

De wonderlijke Lies Lefever had voor de gelegenheid speciaal een liedje geschreven, waarvan het refrein – “Je ne sais pas” –, door het voltallige aanwezige vedettariaat werd meegezongen. Wordt het een bestseller? “Je ne sais pas.”

De guit. De rekel.

Drankbonnenstand

“Ik weet dat vele mensen er een probleem van maken dat Marnix mensen met zwarte huidskleur negers noemt”, sprak de chanteuse. “Als je bij andere gelegenheden uitgemaakt wordt voor uierteef en dikke vaars, dan vind ik neger wel meevallen. Ik vind het zelfs mooi.”

Die kon Saskia de Coster in haar zak steken.

Haar korte voorstelling werd afgesloten met een muzikale impressie die speciaal voor de auteur geschreven was en waarvan de sleutelzin ‘Leer nu eens beffen, mijnheer’ was. De auteur trok bleek weg. Zijn vrouw rolde begrijpend met haar ogen. Een nieuw vat werd gestoken. Toen ik mijn boek wilde laten signeren, stond er een rij die langer was dan die aan de drankbonnenstand van een gemiddeld festival.

Voor elke fan had Marnix een goed woord en een schouderklopje. Fotootje dabei. Wankelend ging ik huiswaarts.

Thuisgekomen nam ik In elke vrouw schuilt haar moeder ter hand, verdwaalde na de eerste zin en las het in één ruk uit.

Marnix schrijft als een tgv, het boek staat vol onvergetelijke zinnen die golven en knallen en vlammen. Men lacht zich een oor af, zijn verbeelding is ongeëvenaard. Het verhaal ook. De ochtend gloorde toen ik ging slapen.

De guit. De rekel.

Wordt het een bestseller? Je le sais bien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234