Dinsdag 31/03/2020
Brihang in een uitverkochte AB.

Muziek

De Dekselse Doorbraken van het Jaar: ‘Allemaal goed en wel, maar wat nu?’

Brihang in een uitverkochte AB. Beeld Illias Teirlinck

Een flamencozangeres met een voorliefde voor reggaeton, een Ed Sheeran-lookalike die graag vettige grappen vertelt en een rapper die zich noch door zijn West-Vlaamse accent, noch door het steentje in zijn schoen laat afremmen richting succes: onze doorbraken van het jaar! ‘Noel Gallagher heeft mij beledigd: wat een eer!’

Rosalía: ‘Geen cadeaus gekregen’

'In Spanje krijg ik veel kritiek. Ze zijn het niet gewend dat iemand plots wereldberoemd kan zijn.’

Niemand doet het wonderjaar van Billie Eilish na, maar als één Europese ster zich de winnaar van 2019 mag noemen, dan toch Rosalía Vila Tobella (26), de flamencopopster uit Barcelona. In 2018 was ze al een sensatie met haar baanbrekende plaat ‘El mal querer’, maar dit jaar veroverde ze de hele wereld met ‘Con altura’, de zomerhit van 2019. Het ijzige reggaetonnummer werd een miljard keer bekeken op YouTube. Rosalía trad op tijdens de Grammy Awards, speelde op Amerikaanse en Europese festivals en was de headliner van het popfestival Primavera Sound in haar thuisstad Barcelona, voor vijftigduizend hysterische fans.

Rosalía: “Ik weet dat het bijzonder is wat ik nu meemaak: ik word iedere dag wakker op een andere plek in de wereld. Maar het kost me moeite om daar ook echt aanwezig te zijn. Ik wil alles opslaan, maar... Ik voel me als een omgekeerde plant, zonder wortels in de aarde. Ik ben ontworteld, en ik wil me juist bewust zijn van wat ik meemaak. Echt contact hebben met de mensen die ik ontmoet. Ik wil niet overal op een oppervlakkige manier voorbijvliegen.»

In 2017 zagen we je spelen op de Flamenco Biënnale in Amsterdam. Je zat daar toen nog als een schuchtere flamencozangeres, geheel volgens de traditie op een stoel naast een gitarist en een percussionist.

Rosalía: “Was je daarbij? Dat méén je niet! Ik ben in mijn nieuwe leven nog nooit iemand tegengekomen die me kent uit mijn flamencotijd. Het lijkt nu alsof ik ineens naar mezelf kijk vanaf een andere planeet. Heel onwerkelijk. Ik speelde toen ook haast nooit buiten Barcelona!”

De twee Rosalía’s, die van de flamencotraditie en die van de wervelende popshows, zijn ook lichtjaren van elkaar verwijderd. Je krijgt nu veel kritiek van traditionele flamencoliefhebbers.

Rosalía: “Ik wist dat die zou komen, want die cultuur is in Spanje heilig. Ik respecteer de flamenco ook. Daarom heb ik die traditie bestudeerd, aan de universiteit in Barcelona. Ik ben daarna zelf beginnen te zingen en componeren volgens de regels van de kunst. Maar ik ontdekte andere klankkleuren in mijn stem, die niet bij de flamenco pasten. Op een gegeven moment kon ik niet anders dan daar iets mee doen. Ik ben ook niet alleen met flamenco opgegroeid: ik hou van hiphop en van reggaeton, muziek van de straat. Het zou toch raar zijn als die in mijn muziek geen enkele rol zou spelen? Je kunt toch niet in een traditie gaan staan en je afsluiten voor de cultuur om je heen?

“We leven in een periode waarin iedereen zich wil terugtrekken in zijn eigen, vertrouwde omgeving, terwijl in steden als Barcelona juist zoveel nieuwe cultuur om je heen te vinden is. Je moet al die invloeden toch zien als een kracht, als een luxe? Je wilt hiphop en reggaeton toch net omarmen, een stem geven in je eigen kunst?»

Voor ‘Con altura’ dook je samen met reggaetonster J Balvin in de Colombiaanse straatpop. Dat vonden liefhebbers van je hiphopkant dan weer bedenkelijk.

Rosalía: “Reggaeton heeft een negatief imago door de platte teksten en de vrouwonvriendelijke toespelingen, maar dat is onterecht, vind ik. Reggaeton is veel meer dan dat. Luister eens naar de geweldige oldskoolplaten van bijvoorbeeld het duo Jowell y Randy uit Puerto Rico. Het is muziek van de straat, dus is het logisch dat er ook teksten van de straat voorbijkomen. Je kunt het de muziek niet kwalijk nemen dat die soms machistisch is, als de maatschappij dat óók is. Pak dan de omgangsvormen aan, niet de muziek. Reggaeton kan juist heel sensueel en stijlvol zijn.»

Net toen iedereen dacht dat je in de reggaeton zou blijven hangen, kwam je met de luchtige latinpopsingle ‘Milionària’, die samen met de B-kant ‘Dios nos libre del dinero’ een dubbelzinnig tweeluik over geld vormt.

Rosalía: “Het enige wat nooit zal veranderen, is dat ik altijd zal blijven veranderen (lacht). Ik zat op het vliegveld van Sevilla op een vlucht te wachten en ik had een ouderwetse rumba catalana in mijn hoofd – je weet wel, van die Catalaanse feestmuziek met handgeklap en gitaren. Ik kreeg een melodie in mijn hoofd en ik heb er toen een tekst bij geschreven over het belang van geld en de vreemde manier waarop we ermee omgaan.»

In de clip sta je eerst in een wervelwind van bankbiljetten, daarna smeek je God om de mensheid te verlossen van geld.

Rosalía: “Toen ik succes begon te krijgen, merkte ik dat het onderwerp steeds vaker op tafel kwam. Alsof de kunst moest opbrengen en de kunstenaar ineens een product werd. Bijna iedereen wil dolgraag geld en is er tegelijk afkerig van. Ik wilde dat dubbele gevoel proberen uit te leggen.»

Het afgelopen jaar heb je de hele wereld veroverd, maar ik heb de indruk dat je in je thuisland meer met kritiek af te rekenen krijgt.

Rosalía: “Is dat je ook opgevallen? Ja, ik zou commercieel zijn, een marketingproduct, noem maar op. Dat raakt me. Spanje heeft er moeite mee dat iemand plots wereldwijd bekend is, dat gebeurt bijna nooit. En dan vinden ze mijn muziek ook nog raadselachtig, veel Spanjaarden hebben daar moeite mee.

“Alleen mijn vrienden van vroeger weten dat ik alles zelf heb moeten doen, ik had geen enkel contact in de muziekindustrie. Ik heb gewoon hard gewerkt en geprobeerd iets moois te maken, en daar heb ik uiteindelijk succes mee geoogst. Maar ik heb nooit, nóóit iets cadeau gekregen.» (rg)

Lewis Capaldi: ‘Profetische woorden’

'Vergelijk me niet met Paolo Nutini: ik ben het lelijke eendje van de familie.'

Lewis Capaldi zorgde in 2019 voor een zeldzame combinatie: een tranentrekker van een wereldhit, ‘Someone You Loved’, én pure slapstick. De jonge Schot trekt met z’n gekke video’s online een massa volgers – de teller staat nu op vier miljoen stuks – en ontpopte zich afgelopen zomer ook live tot een geboren komiek. Zo begon hij z’n concert op Werchter met: ‘Do you like fucking rock ‘n’ roll? Well, then you’ve come to the wrong place, my friends!’ Benieuwd hoe hij zijn concert op 11 februari in Vorst Nationaal zal openen.

Net zoals Paolo Nutini kom je uit het Schotse Glasgow én heb je een Italiaanse vader.

Lewis Capaldi: “Bovendien runt de vader van Paolo in Glasgow een fish and chips shop, terwijl de mijne er een viswinkel heeft. Maar daar houden de gelijkenissen op, want Paolo heeft knappe Italiaanse looks en ik niet. Ook al heeft mijn vader een donkere huid én is mijn moeder een prachtige vrouw, ik ben zo bleek als maar zijn kan. Ik ben het lelijke eendje van het nest.»

Noel Gallagher vergeleek je al met Chewbacca uit ‘Star Wars’ én noemde je ‘an idiot’. Je zag er wel de humor van in.

Capaldi: “Ik ben altijd een enorme Oasis-fan geweest, dus toen Noel Gallagher me in de zeik zette, vond ik dat een ongelooflijke eer. Ik heb erop gereageerd door op Glastonbury in een parka op het podium te staan, met zo’n vissershoedje op mijn hoofd, terwijl ik het wijdbeense loopje van zijn broer Liam imiteerde. Op mijn T-shirt stond Noels gezicht in een groot, rood hart (lacht). Toen Jay-Z een paar jaar geleden op Glastonbury speelde – wat Noel ook maar niks vond, omdat hiphop zogezegd niet paste op een rockfestival – speelde die een stukje ‘Wonderwall’ als repliek (lacht).

“Op grote festivals moet je ook grote momenten creëren, vind ik. Op het Big Weekend-festival van BBC Radio 1 kwam ik op in een luipaardjas en luipaardhoed, terwijl er achter me valse bankbiljetten werden afgevuurd. Mijn plaat stond toen op nummer één.»

Je songs zitten vol pathos, maar je brengt kolder tussen je nummers door. We zien het Chris Martin niet doen.

Capaldi: “Stel je voor, Chris Martin die tegen z’n publiek tekeergaat als het te vroeg klapt: ‘Shut the fuck up, I haven’t fucking finished!’ Dat zou nog eens wat zijn.

“Het heeft allemaal met mijn Scottishness te maken. Ik ben niet per se trots op mijn Schotse nationaliteit, maar wél op mijn Schotse inborst: die staat voor zelfspot en kurkdroge humor. Je zou eens moeten zien hoe er bij ons wordt getwitterd: alleen wie echt Schots is, begrijpt die keiharde humor.»

In je thuisstad Glasgow staat de legendarische muziekclub King Tut’s Wah Wah Hut, waar Oasis ooit een platencontract kreeg van Alan McGee van Creation Records. Er is een film in de maak over Creation, geproducet door Danny Boyle volgens een script van Irvine Welsh.

Capaldi: “Ik kan niet wachten om die te zien. Toen ik begon muziek te spelen, was één optreden in King Tut’s mijn enige doel. Ik dacht: als ik op dat podium raak, heb ik het gemaakt. Intussen staat mijn naam er op hun muur: je kunt je niet voorstellen hoe cool ik dat vind. Al de rest is een bonus, daarmee vergeleken.»

Je was 4 jaar oud toen je je allereerste optreden gaf, in Frankrijk. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

Capaldi: “Het was tijdens een karaokeavond op een camping, waar een soort cabaretband vrijwilligers begeleidde. Toen ze vroegen wie er zin had om te zingen, riep ik: ‘Ik! Ik! Ik!’ Ik heb toen ‘We Will Rock You’ en ‘We Are the Champions’ van Queen gezongen, nummers die ik kende van een cd die ik had.»

‘Economy’s down the drain / Robbie William’s going insane’ staat er in je allereerste songtekst. Hoe oud was je toen de muze je die woorden influisterde?

Capaldi: “Dat was tijdens de bankencrisis van 2008, ik was toen 12. Ik wist niet wat een credit crunch was, maar in het nieuws spraken ze over niets anders, dus het moest wel belangrijk zijn. De tabloids stonden toen ook vol over Robbie Williams die ineens overal ufo’s zag, dus kon ik niet anders dan daarover schrijven.

“Het zijn toch profetische woorden gebleken: onze economie ligt intussen helemaal op apegapen én Robbie Williams ziet ze nog steeds vliegen.» (kv)

Brihang: ‘Alle dromen uitgekomen’

Brihang persbeeldBeeld Alexander Popelier

Er zit een steentje in z’n schoen, maar dat weerhield Brihang er niet van om dit jaar naar de top van het Vlaamse muzieklandschap te klimmen. Hij verkocht de AB uit en stak zes MIA-nominaties op zak, en zijn tweede plaat ‘Casco’ kreeg vier sterren in Humo: vast hét hoogtepunt van 2019.

Boudy Verleye: “Ik vond die uitverkochte AB toch straffer, sorry (lacht). Daar is alles begonnen. Eigenlijk wilde ik het concert zes maanden vooraf aankondigen, zodat we misschíén de AB Box vol zouden krijgen. Maar in één dag waren alle achthonderd tickets weg, waarop we naar de grote zaal moesten verkassen. Daar kan tweeduizend man in, maar die was in één week uitverkocht. Ten tijde van mijn eerste plaat, drie jaar geleden, was driehonderd tickets al véél, hoor.

“Weet je wat ik nog een hoogtepunt vond? Na mijn show op Pukkelpop kreeg ik een complimenteuze sms van iemand die zich Wim Helsen noemde. Ik geloofde er niks van, maar achteraf zaten we op hotel en hij kwam op me afgestapt: ‘Ik vond het super, en ook heel grappig!’ Dat mijn held Wim Helsen míj grappig vond, zal me altijd bijblijven.»

Je was altijd een grote belofte, nu speel je mee met de grote jongens.

Verleye (denkt na): “Eigenlijk is alles waar ik ooit van heb gedroomd, nu uitgekomen. En dus zit ik met een probleem: ik heb niks meer om naar uit te kijken. Een mooie hit, de AB uitverkocht, op Pukkelpop gestaan: allemaal goed en wel, maar wat nu? (lacht) Maar ik vind het wel goed zo. Groter worden hoeft niet meer. Er komt veel bij kijken, hè. Het succes, om het zo te noemen, houdt me soms wakker. Hoe reageer je bijvoorbeeld als je op straat wordt aangesproken, ook op de momenten dat je ongewassen en in joggingbroek, bij de bakker staat? Dat moet je erbij nemen.»

‘Ik ben een zekere vrijheid in mijn hoofd kwijtgeraakt sinds mijn eerste plaat,’ liet je optekenen.

Verleye (schouderophalend): “Het valt wel mee: alles went. Maar ik moet ervoor oppassen dat ik geen voeling meer heb met de mooie dingen die mij overkomen. Ik heb net De Roma in Antwerpen uitverkocht: een zotte prestatie voor een West-Vlaming, maar ik zou het al bijna als normaal beschouwen.»

Je hebt zes MIA-nominaties gekregen. Gaat jouw hart daar sneller van slaan?

Verleye: “Euh, dat niet. Maar dat ligt vooral aan het feit dat ik niet kan geloven dat ik er ooit één kan winnen (lacht). In mijn categorieën dingt ook ene Zwangere Guy mee. Maar ik doe wél mijn best: ik heb net een filmpje in het Frans gemaakt, om de Brusselaars aan te porren op mij te stemmen. We zullen zien.»

Heb jij, toen ‘Casco’ enkele maanden geleden uitkwam, zo snel mogelijk de recensies bij elkaar gezocht, of heb je je smartphone afgezet?

Verleye: “Als ik iets bij mezelf verfoei, dan wel mijn gsm-verslaving. Ik doe mijn best: af en toe grijp ik naar mijn oude Nokia. Maar je wilt natuurlijk wel weten hoe jouw kindje het stelt nadat je het de wijde wereld hebt ingestuurd.»

Ik zou zeggen: het blaakt van gezondheid.

Verleye (glimlacht): “De respons was heel positief. Oké, zodra je op de radio komt, zijn er ook mensen die je níét graag horen. En op sociale media heeft iedereen een mening. Maar veel belangrijker zijn de persoonlijke mailtjes die ik krijg, waarin mensen zeggen dat ze tijdens een moeilijke periode troost putten uit mijn muziek. Dat is het mooiste compliment ever.»

Zorgt dat ervoor dat de onzekerheid die op tijd en stond doorschemert in jouw teksten, is geweken?

Verleye: “Nee, want ik ben te weinig bezig met het nu. Ik denk eerder al aan pakweg 2023. Als ik voor mijn huurhuis sta, kan ik tegen mijn vriendin zuchten: ‘Toch jammer dat we hier ooit weg zullen moeten, hè?’ (lachje) Zo ben ik. Net daarom ben ik ook nog altijd bang van de media. Zij hemelen mij nu op, maar bij mijn volgende plaat kan het tij keren. Het blijft iets... vreemds. Maar je kunt er natuurlijk ook mee spelen. Door bijvoorbeeld, zoals De Jeugd van Tegenwoordig, constant te liegen in interviews. Dat wil ik ook weleens proberen (lacht). Of door te doen wat ik voor ‘Oelala’ heb gedaan.»

Voor dat nummer belde je de redacties van kranten en weekbladen om te vragen wat een viersterrenrecensie moest kosten. Wat later kreeg je vier sterren in Humo. Diep in de buidel moeten tasten?

Verleye: “Nee, het is helaas nergens gelukt. Jammer, want het zou een leuke stunt geweest zijn.”

Welke platen van 2019 zijn jou bijgebleven?

Verleye: “Onlangs heb ik er twee gekocht: de Nederlandstalige soloplaat van Fulco Ottervanger en ‘Ghosteen’ van Nick Cave. En van de concerten herinner ik me vooral Aldous Harding in de AB.»

Het moet raar zijn voor jou om daar dan als toeschouwer rond te lopen.

Verleye: “Welja. Soms komt een concertganger me zeggen dat hij mijn bindteksten leuk vindt. Een nogal, euh, vreemde ervaring.»

Heb je nog wensen voor 2020?

Verleye: “Niet echt. Of ja, ik zou graag nog meer in Nederland optreden. We hebben daar nu twee keer gespeeld, en het smaakt naar meer. Tot mijn grote verbazing begrijpen ze me zelfs! Sommige woorden moet ik uitleggen, maar dat leidt dan weer tot prachtige bindteksten, waarover mensen me later aanspreken (lacht).»

Bedankt voor het gesprek. Heb je nu over iets gelogen?

Verleye: “Alleen over het feit dat Humo niet om te kopen valt, natuurlijk. Nog eens merci!»

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234