Zaterdag 24/08/2019

Weg met ons ma

“De dag dat mijn man een pistool op me richtte, gaf ik het op”: Rob Vanoudenhoven en mama Dora over de verslaving van papa

Beeld johan jacobs

Robert, zo noemt Dora Deceuninck (70) haar zoon. ‘Ben je weer niet uit je bed geraakt, Robert?’ zegt ze als ze hem ziet geeuwen zodra we in haar zonnige appartement aan tafel schuiven, waarna ze hem snel liefdevol koffie serveert.

Ze zijn samen in Weg met ons ma te zien, en ze probeert hem duidelijk nog altijd op het rechte pad te krijgen. Zo is ze: het geluk van anderen staat voorop. Haar eerste man, de vader van Rob Vanoudenhoven, had ze zo graag van zijn alcoholverslaving genezen. Het is haar niet gelukt. “De avond dat hij een pistool op mij richtte, gaf ik het op.”

Al snel blijkt dat Dora haar zoon ondanks zijn verwerpelijke slaapgedrag mateloos bewondert. “Elke keer als ik Rob in De XII werken bezig zag, dacht ik: dát zou ik ook willen doen.”

Rob Vanoudenhoven : “Ik wist dat helemaal niet. Mijn moeder is bang van alles.”

Was u niet doodsbang toen u in Weg met ons ma met een parachute uit het vliegtuig moest springen?

Dora Deceuninck: “Helemaal niet. Het was zálig! Als ze me morgen zouden vragen of ik nog eens wil springen, doe ik het direct! Ik ben toen ook mooi geland. Jij niet, hè, Robert. Jij was banger dan ik.”

Vanoudenhoven: “Toen ik mijn moeder uit het vliegtuig zag hangen terwijl haar wangen wapperden, dacht ik alleen maar: waar ben ik mee bezig? Ik begreep niets van mijn ma. Zij heeft nota bene hoogtevrees.”

Jij bent in De XII werken gaan apneuduiken, terwijl je normaal al uit de zee rent zodra je ook maar iets aan je benen voelt.

Vanoudenhoven: “Ik ben bang van alles en toch zoek ik het gevaar op. Dat heb jij ook een beetje, ma. Vroeger op de kermis wilde je ook altijd op de achtbaan kruipen.”

Deceuninck: “Ja, ik wil al die enge dingen toch proberen. Dat is raar, hè.”

Het enige moment in Weg met ons ma dat ik u geen seconde heb zien huiveren, was toen u in een horrorfilm moest meespelen.

Vanoudenhoven: “Je ziet haar dan helemaal opbloeien, hè.

“Iedereen was onder de indruk van mijn moeder. Herinner je je nog die scène waarin je een bijl in je hoofd kreeg? De cameraman zei daarna: ‘Ze knipperde niet eens met haar ogen toen het bloed over haar hoofd stroomde!’ Ik was ik weet niet hoe trots. Die scène moest er ook absoluut in van de regisseur. Mijn moeder staat nu zelfs op IMDb (Amerikaanse filmwebsite, red.) als actrice.”

Deceuninck: “Ik voelde me daar zo goed, hè. Weet je nog het eerste grote theaterstuk waar jij in meespeelde, Robert? Het was een stuk om te lachen. Jij was verkleed, je had van die lange gekleurde kousen aan.”

Vanoudenhoven: “Het zegt me niks. Ik denk dat ik het verdrongen heb.”

Deceuninck: “Maar dat was crimineel! Toen dacht ik al: kon ik maar meedoen. Robert maakt thuis ook altijd grappen. Zot doen, dat zit echt in hem. Bij het schooltoneel was hij altijd haantje-de-voorste.”

Wat vindt u van zijn theatershow Het XIIIde werk?

Deceuninck: “Mja, wel goed. Maar ik ben maar één keer geweest en toen klopte er iets niet, geloof ik.”

Vanoudenhoven: “Ik was een stukje vergeten, maar dat was niet essentieel.”

Deceuninck: “Allez, gewoon een stuk vergeten. Vooruit!

“Hij kan wel goed vertellen, hè. Als kind al. Hij vertelde me altijd alles over wat hij had uitgehaald. Ik heb veel gelachen om zijn avonturen. Hij zou moeten voortdoen met dat theater. Maar hij kan beter. Hij zou iets moeten maken dat meer om te lachen is. Hij moet zotter doen. (Tegen Rob) In het begin van je tv-carrière was je zotter. Dat is nu wat minder.”

Vanoudenhoven: “Ik ben ouder, hè, ma.”

Deceuninck: “Ja, dat is waar. En je hebt kinderen. En Emma. We zien haar allemaal zo graag, maar dat is natuurlijk wel een zorg (door een zuurstoftekort is Emma geboren met een beperking, red.).”

Wat is volgens u zijn grootste talent?

Deceuninck: “Heb je een talent, jongen?”

Vanoudenhoven: “Ik ben een manusje-van-alles. Ik pakte vroeger elke job aan, als ik er maar geld mee kon verdienen.”

Deceuninck: “Eigenlijk had jij vroeger toneel moeten spelen. Maar ja, ik had na de scheiding van papa geen zekerheid, hè. Financieel, bedoel ik.”

Vanoudenhoven: “Daarom kwam het niet in mij op om een leven als kunstenaar als een mogelijkheid te zien.”

Deceuninck: “Ik had ook geen mensen die me hielpen.”

Vanoudenhoven: “Wij zijn overlevers, hè, ma.”

Deceuninck: “Ik weet nog dat je taxichauffeur was van BV’s, zonder rijbewijs. Zo is je tv-carrière begonnen.”

Beeld VTM

Vanoudenhoven: “Maar ma! Wat zeg je nu?”

Deceuninck: “Jawel, jawel! Zo heb je veel mensen van de televisie leren kennen. Door hen in je taxi rond te rijden in Leuven. Bart Peeters, bijvoorbeeld. Je hebt me op Marktrock nog voorgesteld aan hem en zijn vrouwtje An. Ik was toen ongelooflijk trots.”

Vanoudenhoven: “Ah, bedoel je dat? Toen ik Dirk Pinte leerde kennen, heeft hij me werk bezorgd op Marktrock. Ik deed toen van alles, ik heb waarschijnlijk ook artiesten rondgereden, ik deed dat zonder rijbewijs.”

Bent u nooit bang geweest dat het niet goed zou aflopen met Rob?

Deceuninck: “Nee. Ik dacht altijd: hij zal er wel komen. Dat is ook altijd gebeurd. (Tegen Rob) Jij bent altijd iemand geweest die, als hij de kans kreeg iets te doen, het meteen deed en er dan ook in slaagde. Je hebt heel veel baantjes gehad: fruit plukken, kippen uitbenen...”

Om u na de scheiding van zijn vader financieel te steunen.

Deceuninck: “Hoezo? Je mocht je pree altijd houden.”

Vanoudenhoven: “Maar ik gaf je wel af en toe iets en ik kocht zelf mijn kleren.”

Deceuninck: “Kleren heb ik nooit moeten betalen, dat is waar. Ik werkte in die tijd als sorteerder bij de post en in het weekend kluste ik bij in het zwart. Ik durf het bijna niet zeggen, maar ik heb véél in het zwart gewerkt. Ik kon echt niet anders, met drie schoolgaande kinderen.”

Vanoudenhoven: “En alle schulden van papa die je moest afbetalen.”

Deceuninck: “Jaja. En toch maakte ik elke middag warm eten voor jullie. Ik weet nog dat ik, als ik heel krap zat, puree met haring maakte.”

Vanoudenhoven: “En pitjessaus.”

Deceuninck: “Ja, gebruinde uien met water, maizena en kruiden. Ik heb altijd mijn plan getrokken, maar ik ben die tijd goed doorgekomen. Ik heb nooit de moed laten zakken, ik had daar ook geen tijd voor.”

Beeld Weg Met Ons Ma

Doodgedronken

Rob zegt zelf altijd dat hij veel op zijn vader lijkt.

Deceuninck: “Helemaal niet! Hij was wel ook een mooie man. Toch, Robert?”

Hij leek op James Dean, zei Rob net nog.

Deceuninck: “Meer op Alain Delon. Ik was meteen verliefd op hem. Zes maanden nadat ik hem had ontmoet, zijn we getrouwd.”

Vanoudenhoven: “En ik was toen al op komst.”

Deceuninck: “Ik was 20 jaar toen Robert geboren werd. Een zalige tijd. Ik heb al mijn kindjes zot gekust. Ik zag ze doodgraag.”

Vanoudenhoven: “Maar je was zo snel getrouwd omdat je absoluut bij je moeder weg wilde.”

Deceuninck: “Voor een deel, ja. Ik was de jongste van vijf zussen. Ik was nog als enige thuis en moest van mijn moeder op leercontract – ik moest voor naaister leren. Ik kon goed naaien, maar ik deed dat helemaal niet graag. En overdag moest ik haar studentenkoten in Leuven schoonmaken. Ik deed niets anders dan dromen van een ander leven.”

Wat voor leven?

Deceuninck: “Ik was graag danseres geworden, want ik kon goed dansen. Jiven en twisten, ik deed dat heel graag. Ik danste in cafés. Mijn moeder nam me daar mee naartoe omdat ze me niet alleen thuis wilde laten. Als ik danste, kwam iedereen kijken. Ze zeiden dan: ‘Jouw dochter kan goed dansen, zeg.’ En dan danste ik met nóg meer plezier verder.

“Rob zijn vader heb ik ontmoet in een dancing aan de Leuvensesteenweg, op paasmaandag 1967. Ik was daar met mijn zussen en hij kwam me steeds halen om te dansen. ‘Lach een keer,’ zeiden mijn zussen steeds, want ik was heel verlegen. Ik lachte eens en het was prijs! Hij vroeg mijn adres en zo zijn we een stel geworden.”

De laatste jaren van zijn leven had niemand nog contact met hem. Pas vlak voor zijn dood heeft Rob zijn vader teruggezien.

Deceuninck: “Hoe is dat ook alweer gegaan? Hoe zijn we te weten gekomen dat hij op een zolderkamertje aan het Noordstation lag te verkommeren?”

Vanoudenhoven: “Van mij, tiens.”

Hebt u hem nog gezien?

Deceuninck: “Nee, maar hij heeft me na de scheiding wel nog gebeld. Hij had gehoord dat ik in verwachting was van Omer, mijn huidige man. Hij had het daar heel moeilijk mee.”

Beeld VTM

Hij is u altijd graag blijven zien.

Deceuninck: “Hij zag mij doodgraag. Hij had veel spijt dat ik bij hem ben weggegaan. Hij heeft zich daarom doodgedronken.”

U was de liefde van zijn leven?

Deceuninck: “Ja. Ik heb ook alles gedaan om hem van de drank af te helpen. Hoe vaak ben ik niet naar de dokter geweest om te vragen wat ik kon doen! Ik wilde van die pillen die je ziek maken als je drinkt, maar die waren toen net verboden omdat er doden door waren gevallen. Ik deed dan maar water in zijn bier, maar dat proefde hij natuurlijk. Ik heb gedreigd: ‘Het is ofwel de drank, of ik.’ Maar ook dat hielp niet. Naar de AA wilde hij niet gaan. Het was hopeloos. Op den duur verzorgde hij zichzelf niet meer en ik moest ook altijd achter hem aan zitten om te werken. We runden het bedrijf in motoronderdelen dat hij van zijn vader had gekregen.”

Vanoudenhoven: “Hij zat elke dag op café en leende daar duizenden franken aan zijn drinkebroers.”

Deceuninck: “In plaats van zijn schulden te betalen. Papa heeft echt zotte dingen gedaan, hè, Robert. Hij kocht auto’s die we niet konden betalen. En we zijn een keer zomaar opeens naar de Bahama’s gegaan.”

Vanoudenhoven: “Weet je nog dat hij eens een Ford Taunus had gekocht en die opeens kwijt was? Hij was ermee naar de cinema gegaan, maar kwam daarna met de taxi naar huis. Ze hadden hem gepikt, zei hij, en de volgende dag kocht hij een Ford Granada. Een maand later belde de politie aan: ‘Er staat een Ford Taunus op de parking van de cinema. Naar het schijnt, is die van jullie.’ Hij was gewoon vergeten waar hij hem had geparkeerd!”

Deceuninck: “Zulke stoten haalde hij uit, hè. Terwijl hij de metalen platen waar we motoronderdelen uit maakten gewoon niet betaalde.”

Hoofd door de tafel

Vanoudenhoven: “Mijn vader was patrijzenmaker. De ijzeren platen sneed hij in repen, dat is zwaar werk. Uit de kleine stukken plooiden en freesden we onderdelen.”

Deceuninck: “Dat deed ik. Duizenden onderdelen heb ik gemaakt. Niet simpel, hoor: de gaatjes die ik freesde, moesten tot op de millimeter juist zitten.”

Vanoudenhoven: “Ik heb ook vaak meegeholpen. Zo heb ik mijn duim eens in tweeën gesneden. Mijn moeder had net geroepen: ‘Kom, Robert, concentreer u en doe niet zo onnozel.’ En flatsj! Samen met de reep ijzer zaagde ik mijn duim doormidden.”

Deceuninck: “Hij was altijd onnozel aan het doen. Hij kon het niet helpen. Altijd aan het fantaseren! Dan vergat hij uit de bus te stappen, bijvoorbeeld. Ik zie hem nog langsrijden, voor zich uitstarend, zich van geen kwaad bewust.

Beeld johan jacobs

“Thuis zat je altijd met het ronde salontafeltje tussen je benen te spelen alsof je in een vliegmachine of op een tractor zat. Of je klom in de appelboom, om er met een parachute uit te springen. Je sprong gewoon naar beneden: elke dag was ik bang dat je je been zou breken. En urenlang gleed je van de trapleuning af: trap op, leuning af, trap op, leuning af. Levensgevaarlijk, en ik werd er gek van. ‘Stop ermee,’ zei ik dan. Maar je luisterde niet, hè. Je kon niet blijven stilzitten.

“Je was ook een intelligent jongetje, maar op school ging het moeilijk.”

Vanoudenhoven: “Ik had altijd tachtig buizen.”

Deceuninck: “Het probleem was dat je heel laat ging slapen – nog altijd, trouwens. Je kon niet vroeg in bed kruipen. En dan kon je er ’s ochtends natuurlijk niet uit. Hoe vaak heb ik niet geroepen: ‘Ben je nog niet wakker, Robert? Opstaan!’ Ik moest je altijd uit je bed komen halen.

“Ik heb heel veel met hem gelachen, maar er was ook altijd iets aan de hand. De ene dag reed hij tegen een openstaand autoportier, de andere dag vloog hij met zijn hoofd door een glazen tafel. Tientallen keren heb ik met hem in het ziekenhuis gezeten.”

Vanoudenhoven: “Op den duur begon ik mijn wonden te verbergen. Mijn knie is eens zo erg beginnen te etteren dat ik gangreen heb gekregen.”

Deceuninck: “Toen moesten we een tijdlang elke dag naar de dokter. Je hebt ook eens met meer dan 40 graden koorts in het ziekenhuis liggen hallucineren over tijgers. Toen ben ik echt bang geweest. Die keer had hij planten langs de weg geproefd.

“Herinner je je nog die blauwe trui die ik voor je had gebreid? Toen hij af was, ben je ermee gaan fietsen.”

Vanoudenhoven: “We reden altijd bergaf langs de Molenweg in Boortmeerbeek en vlogen zo schuin mogelijk door de bocht. Die dag schatte ik mijn snelheid niet goed in: ik viel, schoof op mijn buik de helling af en toen ik weer rechtstond, was ik verbaasd dat mijn buik niet vol schaafwonden stond. Die trui had me gered.”

Beeld VTM

Deceuninck: “Maar er bleven alleen nog een paar draden van over. Een jáár was ik eraan bezig geweest.

“Je was wel dol op de racefiets die papa je had gegeven.”

Vanoudenhoven: “Ja, een echte Eddy Merckx. Ik ben er papa vaak mee uit het café bij de camping gaan halen.”

Deceuninck: “Ja, camping De Dageraad. Daar zat hij altijd te drinken in plaats van voort te werken.”

Vanoudenhoven: “En jij moest ’s nachts doorwerken om de bestellingen af te krijgen, terwijl hij op café zat.”

Deceuninck: “Weet je nog dat hij eens een gangster had aangenomen die hij daar had ontmoet? Plots belde de rijkswacht bij ons aan en die boef is toen langs achteren op de vlucht geslagen. We hebben hem nooit meer teruggezien. Rob en ik wisten niet dat het een gangster was, hè.”

Vanoudenhoven: “Papa was beter beroepsmilitair gebleven, denk je niet? Dat vond hij tof, elke dag met auto’s en wapens in de weer zijn.”

Deceuninck: “En op manoeuvre gaan… Maar toen heeft zijn vader het bedrijf aan hem overgelaten. Ik ben daar van het begin af tegen geweest. Ik wist dat het fout zou lopen door de drank.”

Vanoudenhoven: “Hij nam mij soms mee naar klanten in Brussel. Ik heb lang gedacht dat Brussel héél ver van Leuven lag, omdat we bij elk café stopten en dus urenlang onderweg waren. Daarom ben ik ook zo goed in biljarten. Wat moest ik anders in die cafés doen? En als we ’s avonds thuiskwamen, zei hij: ‘Wat een dag! En nu ga ik iets drinken.’”

Deceuninck: “Als we alle stoten zouden vertellen die hij heeft uitgehaald, zouden de mensen ons niet geloven. Hij is eens thuisgekomen met een varaan: 2.000 Belgische frank had die gekost. In die tijd was dat enorm veel geld.”

Vanoudenhoven: “Dat beest ontsnapte altijd uit het terrarium.”

Deceuninck: “En hij beet.”

Vanoudenhoven: “Ik moest dan op handen en voeten rondkruipen om hem te vangen.”

Deceuninck: “Ik heb uiteindelijk de zoo van Planckendael gebeld om die varaan te komen halen. ‘Goed dat u hebt gebeld,’ zeiden ze, ‘want dat dier is heel gevaarlijk voor kinderen.’

Beeld VTM

“Op het einde werd het gekker en gekker. Hij leefde alleen nog maar voor zijn bier.”

Vanoudenhoven: “En zijn daiquiri.”

Deceuninck: “Die had hij leren drinken op de Bahama’s. Op het einde at hij ook niet meer en werd hij steeds agressiever.”

Vanoudenhoven: “Omdat je steeds vaker zei dat je wilde scheiden. Toen begon hij met zelfmoord te dreigen, hij heeft zelfs een keer zijn polsen doorgesneden.”

Deceuninck: “En dan bleef ik maar weer. Tot hij op een avond een pistool tegen mijn hoofd heeft gezet. Toen is er iets bij mij geknapt en heb ik gezegd: ‘Nu is het gedaan.’

“Vier jaar later ben ik mijn tweede man tegengekomen, dat is mijn grote geluk geweest. Weer tijdens het dansen. Ik was met mijn zussen op één of ander bal. Omer kwam me steeds weer halen en heeft toen ook mijn telefoonnummer gevraagd.”

Vanoudenhoven: “Jij zei altijd tegen mij: ‘Kijk uit dat je niet met een pakje thuiskomt.’ Maar jij kwam metéén met een pakje thuis.”

Deceuninck: “Ja, zeg. Ik was weer meteen zwanger. Ik was nota bene al 40. Maar wat was ik gelukkig. En dat ben ik nog steeds.”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden