Zaterdag 04/12/2021

Billie Holiday

De Billie-Bedevaart: in het spoor van Lady Day

Toen ze 14 was, zat Billie Holiday al in de prostitutie. Beeld William P. Gottlieb
Toen ze 14 was, zat Billie Holiday al in de prostitutie.Beeld William P. Gottlieb

Op 7 april 2015 zou Billie Holiday honderd jaar oud zijn geworden. Kurt Overbergh, artistiek directeur van de AB, stippelde voor 'De Morgen' een Holiday-route uit.

Pinkney Court: Holiday's eerste appartement

151 West 140th Street [Lenox & 7th Avenue] Harlem

Holiday's eerste New Yorkse verblijfplaats is vandaag uitsluitend van buitenaf te bezichtigen. De huidige bewoners geven de voorkeur aan hun privacy. Wat dit adres zo opmerkelijk maakt, is dat je buiten aankijkt tegen een statig appartementsblok met vier marmeren, Korinthische zuilen. Toen Billie Holiday er in 1929 verzeild raakte, bleek dat droomhuis evenwel een clandestiene hoerenkast te herbergen.

Als 14-jarig meisje belandde ze al in de prostitutie. Ze werd een twenty dollar call girl, tot ze enkele maanden later werd gearresteerd en naar Welfare Island gestuurd: het huidige Roosevelt Island, tussen Manhattan en Queens. In dat verbeteringsgesticht moest ze weer op het rechte pad raken. Na haar vrijlating wilde ze ook effectief niets meer te maken hebben met de prostitutie. Ze besliste om haar helden Louis Armstrong en Bessie Smith achterna te gaan.

undefined

null Beeld rv
Beeld rv

Monette's Supper Club: Holiday wordt ontdekt

148 West 133rd Street [7th Avenue & Lenox] Harlem

Dit stukje straat, geprangd tussen 7th Avenue en Lenox, kreeg in de roaring twenties de bijnaam Jungle Alley mee. De straat was volgebouwd met typische Harlemse brownstones (gebouwen in bruine zandsteen, GVA), en was de place to be voor jazzcats: overal vond je undergroundbars, als reactie op de drooglegging die tot 1933 duurde. In deze ondergrondse drankgelegenheden vonden blank en zwart elkaar, in tijden van segregatie.

Een van die zogenaamde speakeasy's was Monette Moore's Supper Club. Die vormde Holiday's harde leerschool. Zingend ging ze van tafel naar tafel, terwijl klanten een fooi klaarlegden. De zangeressen werden verondersteld om die met hun schaamlippen op te pikken. Toen Holiday dat vertikte, gingen andere zangeressen haar spottend Lady noemen. Opmerkelijk detail: na haar dood werd ze op haar sterfbed aangetroffen met 750 dollar opgerold tussen haar schaamlippen.

Wat Monette's Supper Club zo legendarisch maakt, is dat Holiday hier per toeval werd ontdekt door producer John Hammond, die haar opnamedebuut zou regelen.

Je kunt er vandaag nog steeds concerten meemaken. Opvallend genoeg is het vandaag een dry establishment, waar geen drank wordt geserveerd.

undefined

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN
null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Café Society: de geboorte van 'Strange Fruit'

1 Sheridan Square - Greenwich Village

Heilige Grond voor de fans van Lady Day. Als één locatie al een officiële gedenkplaat voor Billie Holiday verdient, dan Café Society wel. Hier vertolkte Holiday voor het eerst 'Strange Fruit'. Met die song sloot ze steevast haar set af. Ook de bar ging dicht tijdens dat nummer. Alle lichten werden gedoofd, op één spot na. Die stond gericht op haar gezicht, en floepte bij de allerlaatste noot uit, waarna Holiday verdween in de duisternis. Café Society zal voor eeuwig en altijd verbonden blijven met Holiday's signature song 'Strange Fruit'. Op deze plek wandelde ze als nobele onbekende binnen, en trad ze naar buiten als een ster.

Café Society was een links-intellectueel honk, en ook hier kwamen blank en zwart samen. Niet toevallig werd 'Strange Fruit' hier zo belangrijk. Het lied - oorspronkelijk heette het 'Bitter Fruit' - vormde een pakkende aanklacht tegen het racisme en de lynchpartijen in het Zuiden van de Verenigde Staten. Columbia wilde het daarom eerst niet uitbrengen, maar een kleiner platenlabel heeft er uiteindelijk een miljoen exemplaren van verkocht.

De plek waar Café Society gehuisvest was, biedt vandaag onderdak aan een klein theatergezelschap. De iconische muurschilderingen zijn verdwenen, maar voor de rest is de plaats nog bijna helemaal intact. Let op: je kunt er niet elke dag binnen. Maar het is ab-so-luut een bezoek waard.

undefined

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Apollo Theatre: haar grote podiumdebuut

253 W 125th Street - Harlem

Holiday was amper 19 toen ze in 1934 de grote stap zette van het clubcircuit naar het befaamde Apollo Theater. Hier debuteerde ze tijdens Amateur Night, een talentenjacht die nog steeds elke woensdagavond plaatsvindt. Je werd er voor de leeuwen gegooid. Een ruw en rumoerig publiek kon je uitjouwen, waarna een beul met een bezem opkwam om je letterlijk van het podium te vegen. Alweer een harde leerschool, maar Billie Holiday zong er de sterren van de hemel.

undefined

Carnegie Hall: haar comeback

881 7th Avenue [tussen 56 & 57th Street] - Mid Town

Door de protestsong 'Strange Fruit' kreeg Holiday problemen met de FBI. Die speelde een smerige rol in haar ondergang. Al raakte ze in die neerwaartse spiraal ook door haar eigen verslavingen. Marihuana werd opium, en opium werd heroïne. In 1947 zou ze voor het eerst veroordeeld worden tot een gevangenisstraf voor drugsbezit. Het begin van het einde. Wie een jaar en een dag in de gevangenis zat, werd namelijk zijn Cabaret Card afgenomen. Holiday mocht daardoor niet langer optreden in clubs waar drank werd geschonken: een ramp voor haar carrière.

Vlak na haar vrijlating speelde ze wel nog in de fameuze Carnegie Hall, die op slag uitverkocht was. Er moesten zelfs stoelen op het podium worden gezet, wat nadien enkel nog bij The Beatles is gebeurd. Lady Day speelde er niet minder dan 22 keer. Onder meer in 1956, toen haar controversiële autobiografie Lady Sings the Blues verscheen. Dat legendarische concert is vandaag nog op plaat te beluisteren.

undefined

Kurt Overbergh. Beeld BELGA
Kurt Overbergh.Beeld BELGA

Appartement 1B: Holiday's laatste woonplaats

Upper West Side, 26 W. 87th Street

Je zou denken dat Holiday in het chique Upper West Side baadde in luxe. Maar ook hier verschilde uiterlijke schijn van de werkelijkheid. Hier woonde ze op een van de vele kelderverdiepingen, in een simpele eenkamerwoning waar eenzaamheid troef was. Ze vierde er haar allerlaatste verjaardagsfeestje op een dieet van sigaretten en gin. De soundtrack bij dat feestje was haar eigen plaat Lady in Satin, waar ze zo trots op was. Op de meeste vrienden en collega-muzikanten kon ze niet langer rekenen. Zelfs haar honden waren bij haar weggehaald omdat ze er niet meer voor kon zorgen.

undefined

Saint Raymond's Cemetary: Holiday's laatste rustplaats.

2600 Lafayette Avenue - Bronx

Holiday stierf in 1959, en ligt begraven in de Bronx. Dat was haar laatste wens, omdat ook haar moeder daar lag. Wie het graf vandaag wil bezoeken, moet zijn licht opsteken bij de informatiestand: er liggen liefst een miljoen mensen begraven.

Wie een gepast monument voor dit monument verwacht, is er helaas aan voor de moeite. Degoutant eigenlijk: het zuidelijke deel van de Bronx is niet meteen de zaligste plek om je laatste rustplaats te vinden. Maar na haar dood duurde het ook liefst twee jaar voor een bescheiden zerk op haar graf werd geplaatst. De laatste rustplaats van Lady Day is een povere herinnering aan een memorabele artieste.

• Op 7/4 zendt Radio 1 Billie Holiday at the Roxy uit.
• Van 7/4 tot 16/4 loopt de reeks Billie's Birthday op Klara.
• José James brengt op 17/5 een eerbetoon in de AB, Brussel.
• Cassandra Wilson brengt op 11/11 een eerbetoon in PSK, Brussel

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234