Woensdag 28/09/2022

ReizenAll Tomorrow's Parties

De beste bands in een decor van vasttapijt

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Verliefd worden op het verwaarloosde kuststadje Minehead en zijn plaatselijke Center Parcs, en dat note bene in de grauwe decembermaand van 2010? Muziekjournalist Gunter Van Assche is geen reiziger, wel een volbloed thuisblijver, maar dankzij het Britse festival All Tomorrow’s Parties raakte hij bijna verslingerd aan Wandersucht. Tot hij roemloos de aftocht moest blazen.

Gunter Van Assche

Reizen is lijden. Toegegeven, zo’n boutade klinkt vast tomeloos dramatisch. En bovenal doet die verzuchting aan als een eerstewereldsprobleem, bedacht door geprivilegieerde zeurkousen. Maar ik kan er nauwelijks omheen. Elke trip is slechts zo goed als zijn bestemming, een eindpunt dat we het liefst ook metéén aan de einder willen zien opdoemen. Een wereld waarin ogenblikkelijk gevolg zou gegeven worden aan het commando ‘beam me up, Scotty’ klinkt alleszins als muziek in de oren. Misschien komt het wel omdat reizen me vreemd was in de kindertijd. Een uitstapje naar Sluis bleek in de jaren negentig alleszins het summum van exotiek. En ook dat van erotiek, maar dat is dan weer een ander verhaal. Vakantiereizen werden thuis niet met de paplepel ingegeven. Nooit gedaan, nooit gemist. Die stiefmoederlijke liefde bleef later ook bestaan. De korzelige polonaise van toeristen bij de security in luchthavens, het naar weeïge tennissokken meurende buffet in wegrestaurants, de einde­loze autostrades of de klamme vochtigheid van een kampeertentje in de bossen? Geef mijn portie maar aan Fikkie.

Een luxueuze safari in Afrika of expeditietocht in Azië kan me trouwens evengoed gestolen worden. Alles wat je wil zien en weten haal je toch net zo goed uit een documentaire of fotoboek? En dat zonder het gevaar te lopen op malaria, violente diarree of tourist traps. Dubbele winst! Proeven van uitheemse gastronomie kan je dan weer net zo goed in de Matongé, Sleepstraat of in Chinatown. Zolang de wijde wereld op spuugafstand van mijn deur ligt, is deze armchair traveller een overtuigd avonturier.

“Het is beter een mijl te reizen dan om duizend boeken te lezen”, bedacht Confucius niettemin. We betwijfelen of die rakker zo’n vijfhonderd jaar voor Christus veel verder raakte dan de grenzen van naburige Chinese dorpen, maar eigenlijk heeft hij een punt. Dat leerden wij alleszins op weg naar All Tomorrow’s Parties, tijdens een reis die gruwel en genot met elkaar liet bekvechten. Negen uur in een wagen zitten schurkt aan tegen tortuur. Maar in een uitstekend, kleurrijk gezelschap en met een focus op fantastische muziek, willen we gerust in de martelstoel blijven zitten. Tijdens een roadtrip naar Minehead, een onooglijk kustdorpje in de Engelse South West, beleefden we tien jaar geleden niet alleen een van de fijnste en origineelste muziekfestivals, maar werden er ook bromances voor het leven gesmeed.

Drieduizend bezoekers

Omdat u me om drie uur ’s nachts liever tegenkomt als tooghanger dan als tegenligger, is een rijbewijs nooit een optie geweest. Alleen is dat wel knap vervelend wanneer je voor het werk naar All Tomorrow’s Parties moet. Gelukkig willen K. en M., twee oude getrouwen in de muziekindustrie, een bungalow en wagen delen. Ook M.’s toenmalige vriendin T. gaat mee. We kennen elkaar wel zo’n beetje van het concertleven, maar warme vriendschap blijkt zijn wortels in een lange autorit te vinden. Op de achterbank wordt een fles wodka bovengehaald, en de gesprekken fladderen van vederlicht naar doorvoeld en diep tot we het vakantiepark zien opdoemen.

All Tomorrow’s Parties werd vernoemd naar een superbe single van The Velvet Underground, en is rond de eeuwwisseling bedacht als tegenoffensief voor Britse megafestivals als Glastonbury of Reading. Met hun lofi-esthetiek, hippiehuisstijl en – onwaarschijnlijk maar waar – sponsorvrije aanpak werden ze even de gevreesde antipode van corporate events. Een lang leven bleek het festival na onze passage helaas niet meer beschoren. Of er een oorzakelijk verband bestaat, kunnen we natuurlijk niet uitsluiten. Maar aannemelijker is dat mooie liedjes gewoon nooit lang duren. Met een festival dat bewust inzette op schaalverkleining – drieduizend bezoekers was het maximum – zonder in te boeten aan een spannende affiche, morrelden de organisatoren wat te véél aan hun eigen budget.

Naargeestig

Het muziekfestival vond destijds onder meer plaats in Butlin’s, een kwalijk verouderde variant op Center Parcs, waar Britse blue collars hun zomervakantie traditioneel doorbrengen. In de winter biedt het recreatiepark zo mogelijk een nog grauwere aanblik. Zonder ravottende dreumesen en blèrende kermisattracties oogt het terrein naargeestig en desolaat. We slikken even bij het binnenrijden. Zou onze patroonheilige Thurston Moore gelogen hebben? De frontman van het opgedoekte Sonic Youth noemde ATP “zowat het belangrijkste festival van deze generatie.” Is dit zielloze complex met uitgewoonde bungalows en muf vasttapijt dan écht het nirwana van de alternatieve muziek?

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Toch wel. Alle reserves die je hebt, worden vrijwel meteen weggeveegd na één blik op de affiche. Eerdere edities werden gecureerd door onder andere Portishead, Sonic Youth en Animal Collective. Deze keer zijn het de postrockhelden van Godspeed! You Black Emperor die zich, een week voor onze komst, opwerpen als curator. Ze nodigen zowel de sombere jongens van Tindersticks, als het avant-gardistische Deerhoof en de postmetallegende van Neurosis uit.

Wanneer wij arriveren, zien we dat Connan Mockasin uitgenodigd werd door het fantastische Caribou. Op dat ogenblik heeft die knettergekke Nieuw-Zeelander net met Forever Dolphin Love een van de meest kleurrijke platen van het jaar gemaakt. Op het podium verschijnt een androgyne alien in een raar pakje met pruik. Na de verwarring volgt de verbluffing. Hij blaast iedereen omver met een eigenzinnige show. Een andere voltreffer is het elektronicaduo WALLS dat door Battles gevraagd werd om een mix van krautrock, minimal, electro shoegaze en dromerige geluidslandschappen samen te stellen. Wie een zwak heeft voor muziek die wars blijft van de mainstreammeuk haalt hier dagenlang zijn hart op. Een ticket kost op dat ogenblik ongeveer zoveel als de toegang tot Rock Werchter, maar de bungalow waar je je eigen kostje kan opwarmen of even kan verpozen, krijg je er voor die prijs ook bij. Hooguit Deep in the Woods komt zo dicht bij een soortgelijke topdeal.

De eerste avond loopt het mis, als K. aalvlug een schets ontvreemdt uit de rock-’n-rollexpo. Blijkt dat hij lange vingers krijgt wanneer de drank in de man is. Beeld Lotte Dijkstra
De eerste avond loopt het mis, als K. aalvlug een schets ontvreemdt uit de rock-’n-rollexpo. Blijkt dat hij lange vingers krijgt wanneer de drank in de man is.Beeld Lotte Dijkstra

Vakantieparken zijn, net als all-inhotels, hoogst deprimerende reis­bestemmingen, maar eigenlijk is er ook iets ontroerends aan die doorgezette lelijkheid. Dat is in Butlin’s niet anders. De bingozaal en afzichtelijke discotheek worden gepromoveerd tot concerthal, maar kunnen de vulgariteit van hun eerdere toewijzingen niet verbergen. Het hééft wel iets om in zo’n verloederd pand de spannendste muziek van dat moment te beleven. Misschien ook omdat de meeste festivals zo’n tien jaar geleden bijna unisono inzetten op marketingpraatjes als “beleving” en “immersief”. Een festival met een volkomen gebrek aan pretentie? Het is verfrissend. Of toch zeker frisser dan de tapis-plaine in het vakantiepark dat door de jaren heen liters Guinness en cola, kots en ketchup lijkt te hebben opgeslorpt.

Ocean’s eleven

De eerste avond loopt het even mis wanneer blijkt dat K. lange vingers krijgt wanneer de drank in de man is. Aalvlug heeft hij een mooie schets ontvreemd, die in een geïmproviseerd rock-’n-rollmuseum tentoongesteld wordt. De volgende ochtend kreunt de klepto-kannenkijker onder de gewetenswroeging. Een herstelplan wordt uitgestippeld: twee man zal op de uitkijk staan, terwijl K. het kunstwerkje weer bij de rechtmatige eigenaars zal ophangen. Ocean’s Eleven voor onnozelaars. Alles loopt gesmeerd, tot K. die avond andermaal dronken wordt… en krèk dezelfde schets onder zijn kleren probeert weg te moffelen. Deze keer staat Lady Luck niet aan zijn zijde. De security is minder laks dan de vorige nacht en onze kameraad met de grijpgrage handjes wordt meedogenloos bij de kraag gevat. De organisatie blijft wel opvallend galant: wij mogen blijven, alleen K. moet het terrein stante pede verlaten. Samen uit, samen thuis, opperen wij in een vlaag van edelmoedigheid. In het holst van de nacht vertrekken we, onder begeleiding van de veiligheidsstaf en met de staart tussen de benen. K. grient zachtjes op de achterbank, verteerd door schuldbesef. Ligt het aan de vermoeidheid die toeslaat, of aan de onwezenlijkheid van de situatie? Hoe dan ook: M. en ik bescheuren ons. Dit einde is zo absurd en totaal onbegrijpelijk dat we K. afwisselend een troostende schouder aanbieden en met plaagstoten bestoken.

Banksy’s thuisbasis

Op weg naar huis beslissen we nog een tussenstop te maken in rock-’n-roll-town Bristol. Een stad die ­eigenlijk nog méér tot de verbeelding spreekt dan Londen, zelfs op een gure herfstdag. Scene-changers als Massive Attack, Portishead en Fuck Buttons vonden hier hun sound, en ik durf u met de hand op het hart te zeggen dat een mens dat ruikt, voelt, hoort en proeft in de straten. Of in de vele clubs en geïmproviseerde bars waar elke avond wel een beginnende elektronica-act zijn avant-gardekunstjes komt opvoeren. Bristol is natuurlijk ook de thuisbasis van de beruchte Banksy. Het enige wat een toerist hoeft te doen om zijn straatkunst te bewonderen, is in de stad verdwalen. De steile hellingen zijn glibberiger dan de ­Koppenberg, maar je hoort niemand in het gezelschap miepen. Hier ademt rock-’n-roll, nederig buigen voor die heerschappij is aangewezen.

De muziekgeschiedenis van de stad slingert je ogenblikkelijk weer naar een staat van verwonderde puberteit. Als losgeslagen kinderen gaan we zonder stratengids op zoek naar Banksy’s op hoeken en muren, snuisteren we in platenzaken en gaan we ’s avonds op de bonnefooi een act bekijken. “Nothing behind me, everything ahead of me, as is ever so on the road”, schreef Jack Kerouac. Een roadtrip waarbij je de toekomst van muziek ziet, vriendschappen voor het leven aanknoopt en een kluizenaar ei zo na aan de Wandersucht krijgt? Mooiste festivalreis van mijn leven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234