Donderdag 24/09/2020

Muziek

De beruchte Berlijn-jaren van David Bowie waren evengoed die van Iggy Pop

Iggy Pop (l) en David Bowie, jonge bloedbroeders in het Berlijn van 1977.Beeld Getty Images

Over de Berlijnse jaren van David Bowie zijn boeken vol geschreven, waarin ook zijn nauwe samenwerking met Iggy Pop aan bod kwam. Maar het Duitse verhaal vanuit Iggy’s perspectief is zeker zo boeiend. Gelukkig is er nu een box uit die de ‘Bowie-jaren’ van Iggy Pop in de verf zet.

Als je in de Berlijnse wijk Schöneberg op zoek gaat naar het huis waar David Bowie en Iggy Pop medio 1976 hun intrek namen, moet je goed opletten, want je loopt er zo voorbij. De Hauptstrasse is zo’n straat met crèmekleurig bepleisterde panden zoals je die in elke Duitse stad ziet. De portiekjes lijken allemaal op elkaar.

Op nummer 155 staken ze hun sleutel in de voordeur: twee goede vrienden, allebei 29 jaar oud en gevlucht uit de VS. Vooral Bowie wilde zich onderdompelen in de Berlijnse muziekcultuur, waar synthesizers en elektronisch experiment de toon zetten.

Ze wilden anoniem leven in een niet-Engelstalige omgeving. Ze wilden bovenal hun eigen levens redden: ver weg van de bergen cocaïne waar ze in de VS voortdurend met hun neus in hadden gelegen. Ze waren intelligent genoeg om ook dáár de noodzaak van in te zien.

Het verhaal van die West-Berlijnse jaren gaat doorgaans vooral over Bowie, die zichzelf hervond, loskwam van zijn alter ego’s uit de jaren ervoor (van Ziggy Stardust tot The Thin White Duke) en popgeschiedenis schreef door een brug te slaan tussen Anglo-Amerikaanse pop en rock en continentale avant-garde, tussen zijn zelfgeschapen mainstream en futuristisch Duits experiment.

‘The Bowie Years’-box geeft een mooi beeld van de band die Iggy Pop en David Bowie hadden tijdens hun verblijf in het West-Duitse Berlijn.Beeld rv

De box-set The Bowie Years (zeven cd’s en een boekje) verkent het Berlijnse verhaal juist vanuit Iggy’s perspectief en brengt vooral dat baanbrekende, ongekend productieve samenwerkingsjaar 1977 in kaart, waarin Bowie Low en “Heroes”  uitbracht en als producer én songschrijver Iggy’s The Idiot en Lust for Life naar zijn hand zette.

Over de vraag of Bowies ‘Berlin Trilogy’ (gecompleteerd door het buitenbeentje Lodger uit 1979) het hoogtepunt van zijn carrière is, kun je een boom opzetten. Voor Iggy is het helderder: zijn ‘Bowie-albums’ waren zijn eerste soloalbums, betekenden zijn doorbraak en zijn nog altijd zijn interessantste en succesvolste werk, waarop zijn grootste publieksfavorieten staan (‘Lust for Life’ en ‘The Passenger’, met name).

Bowie kwam als wereldster naar Berlijn: hij had als de glamrocker Ziggy Stardust Europa aan zijn voeten gekregen en veroverde daarna ook de VS met een door cocaïne verkilde variant van soul en funk (‘Young Americans’). Hij hoopte in West-Berlijn, westers eilandje in de communistische zee, anoniem te kunnen leven.

Met de anonimiteit van Iggy Pop zat het wel goed. Zijn band The Stooges (1967-1974) maakte nihilistische protopunk waar de wereld nog niet aan toe was: de band had amper een publiek en verkocht nauwelijks platen.

Toch was Bowie eerder Iggy-fan dan andersom. In 1973 had hij Raw Power geproduceerd, het derde album van The Stooges. Iggy en hij sloten een vriendschap die ook op nuchtere momenten standhield.

Iggy Pop en David Bowie backstage na Iggy’s concert in de Ritz, New York, 1986.Beeld Getty

Ze deelden een fascinatie voor nazi-symboliek die Bowie misschien wel van Iggy had afgekeken. Toen Bowie in 1976 naar ’s werelds grootste openluchtmuseum van nazi- en Sovjet-symbolen verhuisde, nam hij Iggy mee, zowat rechtstreeks vanuit de afkickkliniek. Van afkicken kwam in Berlijn aanvankelijk niets terecht: ze ontdekten club Dschungel en wilden tijdens hun stapnachten graag fit en wakker blijven.

Bowie mijmerde over gastrollen op zijn nieuwe album van Kraftwerk, de toonaangevende producer Conny Plank en Michael Rother van Neu!, maar tot zijn teleurstelling bedankten die allemaal vriendelijk. De eerste ‘Berlijnse’ studiosessies waren uiteindelijk niet in Berlijn, maar in Château d’Hérouville in Frankrijk. De ‘Duitse’ invloed op Bowies Low werd uiteindelijk, bij gebrek aan Duitsers, vooral gestalte gegeven door een Engelsman: Brian Eno.

Het eerste tastbare ‘Berlijnse’ product was echter niet Low maar Iggy Pops The Idiot, voor Bowie-vorsers een onmisbare schakel tussen het ontluikende experiment op Station to Station (1976) en het Berlijnse drieluik. Het album contrasteert nog altijd met de rest van Iggy Pops oeuvre: ‘een kruising tussen James Brown en Kraftwerk’, zei Bowie, die veel van de muziek op het album schreef, zoals het klassieke ‘Sister Midnight’, terwijl Iggy in ‘Nightclubbing’ verhaalde over stapnachten.

Dat vooral Bowie de architect van het muzikale universum op Iggy’s debuut was, blijkt uit de vier live-registraties uit 1977 die in de box The Bowie Years zijn opgenomen: Bowie was dienstbaar toetsenist in Iggy’s begeleidingsband The Iguanas, maar al te experimenteel en avant-gardistisch werd het op het podium niet. Iggy bleef vooral razen en rocken als de Amerikaanse wildebras die hij altijd al was, met veel Stooges-werk. In ‘Bowie-jaar’ 1977 ontdekte Pop wie hij als studiomuzikant kón, maar vooral ook wie hij als performer wílde zijn.

Duitse dagen

Op pensioengerechtigde leeftijd blikten David Bowie en Iggy Pop ieder in een weemoedige song terug op hun tijd in Berlijn. Bowie deed het heel expliciet in ‘Where Are We Now? ‘ (2013), Pop abstracter, naar eigen zeggen nogal fucked up’, in ‘German Days, dat twee maanden na Bowies overlijden verscheen op het album Post-Pop Depression (2016). 

Bowie bewonderde zijn rauwheid en werkte enthousiast mee aan de punkplaat Lust for Life, maar zelf wilde hij juist af van het rockidioom: zijn nieuwe sound moest zo weinig mogelijk raken aan de angelsaksische traditie. Het vervreemdende muzikale decor op The Idiot was vooral een schets voor zijn eigen Low, waarop Iggy wat koortjes zong.

Hun Berlijnse samenzijn eindigde in 1978. De grootste commerciële successen van David Bowie moesten toen nog komen. Die van Iggy Pop lagen voor altijd achter hem. Hoewel, niet helemaal: een van de grootste hits van Bowies kaskraker ‘Let’s Dance’ (1983) was ‘China Girl‘, een Iggy-cover, afkomstig van The Idiot.

 De Bowie-versie leverde Iggy zijn grootste bak royalty’s ooit op. Met de groeten van een oude fan.

Iggy Pop: The Bowie Years. Universal. Bevat de studioalbums The Idiot en Lust for Life (1977), een cd met ‘edits and outtakes’ en vier live-registraties uit 1977, plus een boekje met achtergrondverhalen en interviews.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234