Woensdag 17/07/2019

Kunst

De belichaming van de witte overheerser. Luc Tuymans over zijn Boudewijn-portret

Luc Tuymans met ‘Mwana Kitoko’ op 4 juni 2001 op de Biënnale van Venetië. Beeld Jason Schmidt

Luc Tuymans, van wie nu een retrospectieve te zien is in Tilburg, maakte honderden schilderijen, maar zijn werk met koning Boudewijn als onderwerp zegt misschien wel het meest.

Hij daalt als een jonge god in zijn witte tropenuniform de vliegtuigtrap af. Het ziet er optimistisch uit, maar bij weinig andere gebeurtenissen zal de aankomst van deze ‘witman’ in zijn fancy outfit beladener zijn dan hier: Boudewijn, koning der Belgen, zet in 1955 voor het eerst voet op Congolese bodem – destijds een Belgische kolonie die geteisterd werd door uitbuiting, moord en vernedering.

Honderden schilderijen heeft Luc Tuymans (61) in zijn rijke carrière inmiddels gemaakt, maar weinige zijn zo indrukwekkend als het portret dat hij 19 jaar geleden van Boudewijn schilderde. En dat je als een van de sleutelwerken uit zijn oeuvre kunt zien, dankzij de explosieve combinatie van politieke lading, fluwelen penseelvoering, ongewone kadrering en een sluimerende dreiging. Boudewijn die als een fata morgana in het zonlicht zindert. Wat doet deze slungelige dandy in een land waar de inwoners nog als ‘inboorlingen’ worden beschouwd – en behandeld?

Koning Boudewijn bij aankomst in Congo in 1960. Beeld RV Collectie KMMA Tervuren

“Hij was een getraumatiseerde koning”, legt Tuymans uit op zijn overzichtstentoonstelling in Museum De Pont in Tilburg, waar het schilderij prominent, maar ook eenzaam tegen de muur hangt. “Melancholisch, door zijn vroeg overleden moeder (prinses Astrid, red.) en met een noodlottige despoot als vader (Leopold III, red.) die in de oorlog nog met Hitler wilde onderhandelen. Op zijn eerste reis naar Congo was hij pas 24 jaar oud. Ongetrouwd. Geen kinderen. Een kwetsbare man. Breekbaar.”

Tuymans zelf maakt een niet minder breekbare indruk, zittend in een rolstoel, het rechteronderbeen ingekapseld in een stevig manchet. Er is wat aan zijn voet gerepareerd. Pezen die zijn verlegd en verlengd, zoiets. Ingrijpend werk.

De schilder, geboren in 1958 in Mortsel, geldt als een van de succesvolste, zo niet dé succesvolste Belgische kunstenaar van de afgelopen twintig jaar. Hij exposeert zijn vaag geschilderde herinneringsbeelden, refererend aan de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust, Europa, Congo en zijn jeugd, in musea en kunsthallen over de hele wereld. Zo is er nu, gelijktijdig met het overzicht in Tilburg, ook een grootschalige presentatie in Palazzo Grassi in Venetië.

In technicolor

Mwana Kitoko heet het manshoge Boudewijn-portret, verwijzend naar het troetelnaampje dat de Congolezen voor hem hadden bedacht, ‘mooi blank knaapje’. De koning kreeg de eretitel omdat hij voor het eerst in de Belgische geschiedenis de handen schudde met de Congolese bevolking, in plaats van thee te drinken met het establishment.

Tuymans koos het beeld van de broze vorst niet zozeer om politieke redenen, maar vanwege het beeld zelf. Hij was als kind “gefascineerd” geraakt door André Cauvins propagandafilm Bwana Kitoko (Mooie heer), uit 1955, over Boudewijns eerste bezoek aan de kolonie. Daarin stapt de koning dus het vliegtuig uit, in luminiscente technicolorkleuren, zoals Tuymans zich herinnert. Dat maakte veel indruk op de kleine Luc.

De jeugdherinnering brandde sindsdien op zijn netvlies, hoewel Tuymans geen koloniale familieachtergrond heeft. Vlaanderen was volgens hem minder bij de koloniale exploitatie betrokken dan het Franstalige deel van België. “De Franstaligen waren de opperbeulen. Vlamingen moesten de stront kuisen.”

Want hoe zat het ook alweer met de voormalige kolonie die eind 19de eeuw aan koning Leopold II werd toebedeeld, in 1960 onafhankelijk werd; waar toen Patrice Lumumba de eerste premier was, maar na de onafhankelijkheid legerleider Mobutu een coup pleegde; waarna Lumumba werd opgepakt, om op 17 januari 1961 te worden vermoord, met Belgische medewerking?

Nu, zo dus: de koloniale geschiedenis van Congo is een aaneenrijging van de gruwelijkste ellende. Mede omdat Leopold II zich het land als zijn privébezit had toegeëigend, hoewel hij het nooit heeft bezocht. En hij de Congolezen als slaven gebruikte om rubber te produceren, waarbij tussen 1885 en 1908 naar schatting 10 miljoen doden vielen op een bevolkingsaantal van ongeveer 25 miljoen.

De dag voor het uitroepen van de Congolese onafhankelijkheid wordt koning Boudewijn verwelkomd door de nieuwe president Joseph Kasavubu (links) en premier Patrice Lumumba (midden, met bril). Beeld RV Collectie KMMA Tervuren

De tragiek van Congo is ook die van Boudewijn en Lumumba zelf. De eerste omdat hij tussen 1955 en 1960 veranderde van een gevierde vorst in een bekritiseerde kolonialist; de tweede omdat hij een pan-Afrikaanse revolutionair was met communistische sympathieën. De ene met veel macht; de andere zonder. Terwijl beiden te jong waren, en te onervaren. Sterker, in de ogen van Tuymans was Lumumba zelfs een politieke ‘oen’, door de manier waarop hij op de dag van de overdracht, 30 juni 1960, Boudewijn had geschoffeerd. In een onaangekondigde speech had de kersverse premier namelijk de moed om geen lofrede uit te spreken, maar om “tachtig jaar koloniaal regime” te memoreren, en “de vernederende slavernij die ons met geweld was opgelegd”.

Harnas van de macht

Tuymans had juist dit drama van de machtsoverdracht en de moord erna in gedachten toen hij besloot niet alleen Boudewijn uit te beelden, maar ook andere memorabele momenten en personen. Zoals Lumumba, die hij portretteerde in sepiatinten. Of de enthousiaste ontvangst van Boudewijn in Leopoldstad, in 1955.

Uiteindelijk breidde hij de serie uit tot twaalf schilderijen. Daaronder was ook een nachtlandschap, dat de plek suggereert waar Lumumba zou zijn vermoord, of waar zijn lijk is opgegraven om het in stukken te zagen en in zwavelzuur op te lossen, zoals daadwerkelijk is gebeurd.

In elk beeld is Tuymans' karakteristieke manier van schilderen te herkennen. De dun opgebrachte verf, de korte streepjes, de vale kleuren, met hier en daar een scherp kleurcontrast. Terwijl door alles heen de witte ondergrond blijft schemeren. Voorstellingen uit een deels vergeten verleden, verbleekt door overvloedig daglicht, zo lijkt het.

Dat laatste geldt zeker voor de beeltenis van Boudewijn. De zon straalt fel op zijn smetteloze kostuum met epauletten en andere versierselen, “het harnas van de macht”, zoals Tuymans het verwoordt. Hij wilde Boudewijn niet als het symbool van de witte overheersing portretteren, maar als de belichaming ervan. Maar dan wel slechts tot aan de enkels, om “de grond onder zijn voeten weg te laten vallen”, licht Tuymans zijn beslissing toe. Boudewijn als de fragiele jongeman die een stralende, opgeruimde indruk wilde maken, in koloniaal drijfzand de weg kwijtraakte en uiteindelijk alle sympathie verloor doordat hij betrokken was bij de “eliminatie” van premier Lumumba, zoals later onderzoek heeft uitgewezen.

Nog eenzamer

In 2000 liet Tuymans de serie voor het eerst zien bij zijn vaste galeriehouder in New York, David Zwirner. Het Amerikaanse publiek, niet geheel ingevoerd in het Belgische koloniale verleden, begreep er weinig van. Tuymans: “Ze hielden Boudewijn met zijn zonnebril voor Pinochet, en Lumumba voor Malcolm X.”

Dat was een jaar later anders, toen hij voor het Belgische paviljoen op de Biënnale van Venetië was uitgenodigd, als representant van de Belgische kunst. Tuymans spijkerde de hele Congo-serie tegen de muur, als een eigentijdse Luther die zijn stellingen verkondigde. Hij had twee opties, herinnert Tuymans zich: “Of het zou een bloemlezing worden van wat ik in 25 jaar had geschilderd, of ik kon er een politieke invulling aan geven.”

Het werd het laatste, overigens zonder de door hem verwachte consternatie in eigen land. “Buitenlanders reageerden heftig, maar de Belgen niet. Het enige waar men zich druk over maakte, was welk portret op de cataloguscover zou verschijnen, dat van Boudewijn of dat van Lumumba.”

Met de serie heeft Tuymans het Congo-verleden, en de Belgische betrokkenheid bij de moord op Lumumba, van memorabele beelden willen voorzien – zonder moralistisch te zijn, zegt hij met klem. “De impact ervan werkt tot op de dag van vandaag door in België, omdat de geschiedenis nog steeds niet tot op de bodem is uitgezocht.” Het is de reden waarom hij aan de serie geen portret van Leopold II heeft toegevoegd: “Dat verhaal is inmiddels wel afgerond. Dat hij als een van de eersten met dwangarbeid genocide heeft gepleegd.”

De serie van twaalf schilderijen is inmiddels over de hele wereld verspreid geraakt. Tuymans betreurt het niet, met uitzondering van de portretten van de twee hoofdrolspelers. Terwijl het schilderij van Boudewijn aan het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent is geschonken, kon de ‘Lumumba’ niet voor België behouden blijven. In 2000 weigerde de toenmalige directeur van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel de schenking van dat portret te accepteren, tot afgrijzen van de maker. Het hangt nu in het Museum of Modern Art in New York.

Dat nu alleen het Boudewijn-portret in Tilburg aan de muur hangt, maakt de symbolische waarde van het schilderij alleen maar groter. Het benadrukt de eenzaamheid van de jonge koning om in Congo blijvend geaccepteerd te worden, de onafhankelijkheid in goede banen te leiden en om vaste voet te houden op Afrikaanse bodem. Een poging waarin hij verpletterend heeft gefaald, zo suggereert het schilderij.

Luc Tuymans, The Return. Museum De Pont, Tilburg. Nog tot 17 november.

Luc Tuymans, La Pelle. Palazzo Grassi, Venetië. Nog tot 6 januari 2020.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden