Woensdag 10/08/2022

InterviewShirley Villavicencio Pizango

De Belgisch-Peruaanse kunstenaar Shirley Villavicencio Pizango vermengt Matisse met het Amazonewoud: ‘Ik laat me niet opsluiten in mijn roots’

Shirley Villavicencio Pizango: 'Mijn nogal uitbundige kleurgebruik zet veel mensen op het verkeerde been. Ze denken dat mijn werk vrolijk is, terwijl het in werkelijkheid veeleer tragisch is.' Beeld Damon De Backer
Shirley Villavicencio Pizango: 'Mijn nogal uitbundige kleurgebruik zet veel mensen op het verkeerde been. Ze denken dat mijn werk vrolijk is, terwijl het in werkelijkheid veeleer tragisch is.'Beeld Damon De Backer

Ze is nog maar vijf jaar professioneel bezig met schilderkunst, maar wereldwijd staan kunstverzamelaars voor haar in de rij. Maak kennis met Shirley Villavicencio Pizango (34). ‘Op mijn afzwaaitentoonstelling in Gent gaf ik Poetin mijn gezicht en mijn borsten.’

Danny Ilegems

In de gewijde stilte van het Klein Begijnhof in Gent word ik begroet door een jonge ­Peruaanse vrouw met een stralende lach en een sappig Gents accent. Ze duwt een gammel poortje open en leidt me door een doolhof van kunstenaarsateliers naar haar heiligdom: een witte ruimte volgestouwd met grote schilderijen in krachtige kleuren, een rek vol keramiek, maskers tegen de muren en kunstboeken op de vloer. Het is Goede Vrijdag, maar vandaag vereren we de Zon, zoals haar verre voorouders, de Inca’s. Want het is in Haar Licht, dat overvloedig naar binnen valt door drie ramen, dat deze wilde kleurenpracht tot stand kwam.

Shirley Villavicencio Pizango – op Instagram noemt ze zich voor ieders gemak Shurleey – werd geboren in de Peruaanse hoofdstad Lima. Maar de vakanties van haar jeugd bracht ze door in Santiago de Borja, duizend kilometer diep het Amazonewoud in. In 2006 streek ze neer in Gent, in 2013 studeerde ze af aan het KASK, in 2018 had ze haar eerste solotentoonstelling in een galerie (Geukens & De Vil in ­Antwerpen), en in 2020 exposeerde ze voor het eerst in Los Angeles. Overal staan kooplustige kunstverzamelaars voor haar werk in de rij, ook op belangrijke beurzen in Londen en Chicago. Al haar tentoonstellingen verkopen in een mum van tijd uit.

Haar een rijzende ster noemen is dus een ­understatement, dat stadium is ze al bijna voorbij. “Eigenlijk ben ik nog maar vijf jaar ­professioneel bezig”, lacht ze. “Dus je mag mij ook gewoon een jonge kunstenaar noemen.”

Villavicencio Pizango is een van die kunstenaars die surfen op de diversiteitsgolf die op dit moment door de kunstwereld raast en die oude hiërarchieën – de dominantie van de witte kunstpausen en van de Euro-Amerikaanse kunstcanon – doet wankelen.

BIO

geboren in 1988 in Lima, Peru • groeide deels op in het Amazone­woud • kwam in 2006 naar België • haalde in 2013 haar Master of Arts aan KASK, Gent • stelde in 2018 voor het eerst tentoon in galerie Geukens & De Vil • was in 2019-2020 laureaat aan het HISK, Gent • had in 2020 haar eerste soloshow in Los Angeles • nam deel aan kunstbeurzen in Londen, Chicago, São Paulo en Lima • woont en werkt in Gent

Nagenoeg al haar figuren zijn van kleur. Haar stillevens verwijzen naar de vegetatie uit het Amazonewoud, haar vazen naar de precolumbiaanse kunst, in haar achtergronden schikt ze tropische meubelen, textiel en houtsnijwerk.

Maar in haar atelier zie je ook hoe actueel, ja zelfs hoe westers, haar schilderstijl is. De ruwheid en de snelheid van de penseelstreken, de witte vlakken, de uitsparingen en de weglatingen: het is een manier van schilderen die meer raakpunten heeft met die van hedendaagse vrouwelijke kunstenaars als Marlene Dumas, Elizabeth Peyton of Chantal Joffe, dan met enige Latijns-Amerikaanse traditie.

Shirley Villavicencio Pizango wordt liever niet weggezet als een exotische vogel. “Mijn nogal uitbundige kleurgebruik zet veel mensen op het verkeerde been”, zegt ze. “Ze denken dat mijn werk vrolijk is, terwijl het in werkelijkheid veeleer tragisch is.

“Ik voer eigenlijk een gevecht tegen het exotisme. Ik probeer juist om me niet te laten opsluiten in mijn roots. Drie jaar geleden zag ik in het Musée d’Orsay in Parijs de tentoonstelling Le modèle noir. Die ging daarover. In de loop van de kunstgeschiedenis werden donkere modellen meestal afgebeeld in exotische decors, en in een dienende functie. De vrouwen al ­helemaal: zij waren ofwel de muze van de ­mannelijke kunstenaar, ofwel een lustobject. Daar wil ik juist van loskomen. Ik toon ­Latijns-Amerikaanse mensen – mezelf, mijn ­familie, mijn vrienden – zoals ze zijn, met hun dagelijkse ­zorgen en verlangens, in al hun waardigheid en trots.

“Nagenoeg al mijn schilderijen hebben een autobiografisch vertrekpunt, maar terwijl ik eraan bezig ben verdwijnt dat gegeven naar de achtergrond. Je zult ongetwijfeld gemerkt ­hebben dat veel van mijn motieven, zeker in de stillevens, evengoed verwijzen naar Picasso en Matisse als naar het Amazonewoud. In mijn schilderijen breng ik de twee culturen die in mij wonen samen – de cultuur waaruit ik ben voortgekomen en de cultuur die ik hier heb ­leren kennen. Ik laat ze dialogeren, ik speel ­ermee. In België is mijn wereld opengegaan. Ik leerde een nieuwe taal, ik maakte kennis met nieuwe ideeën en nieuwe beelden. Maar ­tegelijk blijven de beelden, de sensaties en de geuren uit mijn jeugd door mijn hoofd spoken. De natuur, de vegetatie, de hitte die alles ­stilzet. De geur van modder en gistend gras na een ­tropische regenbui. Aah!”

Zelfportret, 'Under the Skin of My Past', 2021. Beeld Shirley Villavicencio Pizango
Zelfportret, 'Under the Skin of My Past', 2021.Beeld Shirley Villavicencio Pizango

Ze haalt een exemplaar van haar net ­verschenen boek Dark Empathy tevoorschijn en bladert naar twee cruciale werken uit haar ­jonge oeuvre.

Het eerste is een zelfportret uit 2021 dat ­Under the Skin of My Past heet. Ze ligt in een blauw badpak op een wit-geel gestreept bad­laken, met een kwast in haar hand en een schil­ders­palet op de vloer. De huid van haar lichaam is donker, die van haar gezicht melkwit.

“Dat is hoe ik mezelf zie. Als iemand uit een gekoloniseerd land die in de witte wereld is ­terechtgekomen. We leefden in een Inca-­cultuur, we aanbaden de zon, en toen kwamen de Spanjaarden die van ons witte, katholieke mensen maakten.”

Het tweede heet Shadow of Absence (2020). Vier vrouwen met een starre gelaatsuitdrukking, ergens tussen getergd en gelaten in, ­omringen een man wiens gezicht een pikzwart vlak is.

“Dit is een heel belangrijk werk voor mij”, zegt de kunstenaar. “De fleurige motiefjes in de kleren van de vrouwen zijn hoofdzakelijk decor. Het gaat om de man in zwart, de man zonder waarneembare trekken. Dat is mijn vader. Ik ben opgegroeid zonder vader. Ik wist dat hij ­bestond, hij dook af en toe op, maar het ­grootste deel van de tijd was hij afwezig.

“Een vriend vergeleek dit schilderij met de muziek van Stromae. Die is op het eerste ­gehoor ook heel vrolijk, iedereen wil erop ­dansen, zelfs Amerikanen die geen woord Frans verstaan. Maar wát zingt hij? ‘Papaoutai’. Papa, waar ben je?”

Hoe bent u in Gent terechtgekomen?

(lachje) “Via mijn vader. Die heeft zich op een bepaald moment hier gevestigd. Ik was achttien en studeerde rechten in Lima. Ik geloofde dat de toekomst net iets meer voor mij in petto had als ik hierheen kwam. Ik heb mijn vader ­opgezocht, maar onze relatie is snel fout ­gelopen. Ik heb het welgeteld drie maanden bij hem uitgehouden. Daarna ben ik bij mijn Vlaamse pleegouders terechtgekomen. Dat is mijn geluk geweest. Zij hebben mij de kans en de tijd gegeven om uit te zoeken wat ik wilde.

“Eerst heb ik taal en letterkunde geprobeerd aan de universiteit. Dat bleek niks voor mij te zijn. Daarna sociaal werk: ook niks voor mij. En ten slotte kunst: dat was wél iets voor mij.”

Wat doet uw familie in Peru?

“Mijn grootvader, de vader van mijn moeder, had een cacaoplantage in het Amazonewoud. Na zijn dood heeft mijn oom ze voortgezet. Hij produceert nu biologische cacao, zonder pesticiden en zo, heel duurzaam allemaal. Toen ik er nog woonde besefte ik niet hoe mooi het leven daar is. Cacao plukken, groenten en fruit oogsten, de dieren verzorgen: héérlijk.

“Om de twee jaar probeer ik er op bezoek te gaan. Als ik er ben wordt van mij niet verwacht dat ik mee ga werken op het land, maar soms doe ik het toch. Dan kom ik ’s avonds helemaal uitgeput terug en vraag ik me af: hoe dééd ik dit vroeger?

“Mijn moeder is met mij in Lima gaan wonen omdat de scholen daar beter zijn. Zij heeft zelf niet kunnen studeren, dus ze werkte er als baby­sitter en schoonmaakster. Maar al onze vakanties brachten we door in Santiago de Borja. Dat zijn mijn mooiste herinneringen. En een eeuwige inspiratiebron.”

'Eigenlijk heb ik de kunst pas ontdekt in België, dankzij mijn pleegouders.' Beeld Damon De Backer
'Eigenlijk heb ik de kunst pas ontdekt in België, dankzij mijn pleegouders.'Beeld Damon De Backer

Bent u chocoladeverslaafd?

“Nee, ik lust geen chocolade! Ik hou wel van ­cacao, van de vrucht en de pulp, maar helemaal niet van chocolade. Chocomelk drink ik wel graag. De chocolade van mijn familie rasp ik tot poeder, en die roer ik door de melk.”

Waar komt uw artistieke aanleg en uw ­belangstelling voor kunst vandaan?

“Toen ik twaalf was, wist ik al dat ik kunstenaar wilde worden! Ik zat in het eerste middelbaar toen ik per ongeluk verdwaalde in een tentoonstelling van hedendaagse kunst in Lima. Het was een openbaring. Al die gekke dingen die ik daar zag. Al die mensen die er gebiologeerd naar stonden te kijken. En vooral: al die vrijheid om die gekke dingen te kunnen máken. ‘Dit wil ik later gaan doen’, zei ik spontaan tegen het vriendinnetje dat bij me was.

“Maar in Peru was dat geen optie. Daar wordt kunst niet gezien als een mogelijke beroepskeuze. Er was geen referentiekader, er was niemand die me motiveerde. Mijn moeder kocht wel verf en knutselmateriaal voor mij, zodat ik me in stilte kon bezighouden, maar ze zag het als een hobby. Ik kan het haar moeilijk verwijten. Als je in Peru de kans krijgt om hogere ­studies te doen, verwacht men dat je dokter of advocaat wordt, en niets minder.

“Eigenlijk heb ik de kunst pas ontdekt in België, dankzij mijn pleegouders. ‘Als je kunst wil gaan studeren, moeten we eerst maar eens naar kunst gaan kijken’, zei mijn pleegmoeder. Ze kocht een treinticket naar Londen en nam me mee naar Tate Modern. Dat was de allereerste keer dat ik in een museum voor hedendaagse kunst kwam. Ik had zelfs nog nooit een voet in het S.M.A.K. gezet. Ik viel er van de ene verbazing in de andere. Maar de kunstenaars die mij werkelijk met verstomming sloegen waren Jackson Pollock en Juan Miró.

(lacht) “Ik kom van ver, hè. Toen ik aan het HISK (Hoger Instituut voor Schone Kunsten, red.) zat, kwam ik Bart Cassiman (kunsthistoricus, curator en criticus, red.) tegen. Hij was gefascineerd door een werk van mij en begon mij uit te vragen: ‘Ken je die en die kunstenaar?’ ‘Euh, nee.’ ‘Ken je dit en dat belangrijk werk?’ ‘Euh, nee.’ Ik was niet bezig met andere kunstenaars of met de kunstgeschiedenis, ik was bezig met dingen van mezelf te creëren, heel onbevangen en intuïtief. ‘Maar ge móét dat kennen!’, zei hij. Een dag later stond hij hier met twee grote dozen vol kunstboeken.

“Bart heeft een enorm belangrijke rol gespeeld in mijn ontwikkeling. Hij heeft me geleerd om kritisch naar mijn eigen werk te kijken, en erover te denken en te praten. Dankzij hem weet ik nu al een beetje wat ik aan het doen ben. (lacht) En als iemand nu een kunstenaar namedropt, val ik niet meer uit de lucht. Alice Neel? Check. Walter Swennen? Check. Jan Van Imschoot? Fantastisch, mijn favoriet!”

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Hoe bent u in de galerie van Yasmine Geukens en Marie-Paule De Vil terechtgekomen?

“Door een toeval. We zijn elkaar tegen het lijf gelopen in een pottenbakkerij, waar ik een cursus aan het volgen was. Van het een kwam het ander. Zo gaat het altijd bij mij. Zo ben ik ook in de galerie van Steve Turner in L.A. beland. Geukens & De Vil had geregeld dat er werk van mij te zien was op Art Lima, de enige kunstbeurs in Peru. Steve Turner stond drie standjes verderop; de verantwoordelijke van de galerie passeerde elke dag meerdere keren langs mijn werk. Op een dag kreeg ik via e-mail de vraag om samen te werken. Eerst hebben ze een paar kleine schilderijen van mij getoond in een groepsshow, dan gaven ze mij een kleine soloshow, en binnenkort, in augustus, krijg ik er een grote show. Ik ga er voor een maand naartoe.”

U bent, zoals dat in Vlaanderen heet, met uw gat in de boter gevallen.

“Haha, ja, die uitdrukking heb ik al vaak mogen horen. Maar weet je wat mijn grootste geluk en mijn grootste privilege is? Dat ik mijn werk altijd heb kunnen maken uit liefde. Dat ik het niet uit bittere noodzaak heb hoeven te doen. En dat heb ik te danken aan mijn pleegouders, die mij altijd gesteund hebben. Louter op eigen kracht zou het nooit gelukt zijn. Zo kan ik nu ook naar de Verenigde Staten trekken: niet uit noodzaak, maar omdat ze mij willen, omdat ze in mij geloven. Levensles, ook voor beleidsmakers in de culturele sector: geef jonge mensen een steuntje in de rug, laat merken dat je in hen gelooft, dan kunnen ze echt iets van hun leven maken.”

Op Art Brussels krijgt u een soloshow in de stand van Geukens & De Vil. Wat gaat er te zien zijn?

“Een serie schilderijen met en over mijn jongere halfbroer, Manolo, die ook in Gent woont. Hij is de zoon van mijn vader en een vrouw uit Guinee, West-Afrika. Hij zit opgescheept met een dubbel stigma: hij is zwart, veel donkerder dan ik, en hij heeft autisme. Dat zorgde er lang voor dat hij moeilijk kon functioneren in de maatschappij. Vooral in sociale contacten was hij zeer geremd. Maar dankzij jaren van intensieve begeleiding heeft hij echt iets van zijn leven kunnen maken: studies afgemaakt, werk gevonden, alles. En vooral: hij is sociaal helemaal opengebloeid. Hij wendt zijn blik niet langer af als je hem in de ogen kijkt. Hij durft zijn mening te geven.

“Omdat hij zo belangrijk is voor mij, wilde ik echt iets met hem doen, iets van ons samen. Ik heb hem gevraagd om over een langere periode voor mij te poseren, hier in dit atelier. Want zijn evolutie is ook mijn evolutie. In mijn werk zal ik altijd iets uit mijn persoonlijk leven als vertrekpunt nemen, maar meer en meer probeer ik er ook maatschappelijke thema’s mee aan te raken. Politieke thema’s, sociale en maatschappelijke thema’s.

“Het autisme van mijn broer is een goed voorbeeld. Ik zal niet beweren dat ik ondertussen alles weet over alle vormen van autisme, er is immens veel verscheidenheid binnen dat spectrum, maar dankzij de band met mijn broer gaat mijn kennis als het ware voorbij het theoretische. Ik kan zijn lichaamstaal lezen. Ik weet perfect wat er met hem aan de hand is als ik hem aankijk. Daardoor kan ik hem ook plaatsen op een doek. Ik kan hem treffend weergeven, beter dan wie ook, omdat ik hem echt heel goed ken. In de loop van de afgelopen drie jaar heb ik zestien schilderijen gemaakt waarin hij figureert. Ik heb hem afgebeeld zoals hij is. Als een gewone, coole, trotse jongen die het volste recht heeft om geschilderd en vereeuwigd te worden.”

'Shadow of Absence', 2019. Shirley Villavicencio Pizango: 'De man in zwart, de man zonder waarneembare trekken, dat is mijn vader.' Beeld Shirley Villavicencio Pizango
'Shadow of Absence', 2019. Shirley Villavicencio Pizango: 'De man in zwart, de man zonder waarneembare trekken, dat is mijn vader.'Beeld Shirley Villavicencio Pizango

Waarom hebben uw figuren witte lippen?

“Die staan symbool voor de figuur die niet spreekt. Het is een verwijzing naar de tijd toen ik hier pas was en nog geen Nederlands kon. Dat was een heel moeilijke periode voor mij.

“Ik ben heel communicatief. Woorden zijn belangrijk voor mij. Dus niet kunnen praten met mensen was een marteling. Gelukkig heeft het niet lang geduurd. De basis van het Nederlands heb ik geleerd in vijf maanden tijd. Ik smeekte iedereen om alleen Nederlands tegen mij te spreken, en om alles wat ik verkeerd zei meteen te corrigeren. Ik moest wel, want ik kon ook geen Engels of Frans toen ik hier aankwam. Dat heb ik mezelf aangeleerd, achteraf. (lachje) Ja, ik ben nogal stoer met talen. Zodra ik de ­basis doorheb, kan ik zinsconstructies maken en conversaties voeren in mijn hoofd.”

Wie is de naakte vrouw op het kleine schilderij, daar boven op het rek?

“Een nichtje van mij. Grappig verhaal. Zij had per ongeluk, en zonder dat ze het zelf doorhad, een naaktfoto van zichzelf geüpload op het internet. Ik heb haar meteen gebeld: ‘Kieken, haal dat weg!’ Maar omdat ik het wel een mooie foto vond, heb ik het beeld gebruikt, weliswaar zonder haar gezicht. Het werkje dateert uit 2017. Het is mijn enige schilderij dat gebaseerd is op een digitale foto. De enige link tussen mijn kunst en het digitale tijdperk!”

Ik vraag het omdat ik ergens las dat u bezwaar maakt tegen het ‘overgeseksualiseerde’ vrouwbeeld in de westerse schilderkunst. Meestal dragen uw figuren kleren, afgezien van uw ongelukkige nicht dan.

“O, maar ik schilder af en toe wel een naakt­portret, hoor. Zij het niet om te seksualiseren. Meestal is het een vrouw die rustig, nadenkend voor zich uit zit te staren, alleen in een kamer. En meestal gebruik ik mezelf als model. Iets houdt mij tegen om aan andere mensen te vragen voor mij uit de kleren te gaan.

“Ik heb mezelf eens naakt uitgebeeld op de rug van een paard. Dat was op mijn afzwaai­tentoonstelling aan het HISK. Ik heb toen vier narcistische leiders geschilderd: Poetin op zijn paard, Napoleon, Lodewijk XIV en Kim Jong-un. Maar als vrouw had ik hun macht overgenomen door ze mijn gezicht te geven. En Poetin kreeg ook mijn borsten. A Tear for Power, heette die expo. In dezelfde tentoonstelling was er ook een ruimte met allemaal zelfportretten. Om daar binnen te raken, moest je je bukken en door een kleine opening in een wand kruipen. Dan kwam je uit bij een sculptuur van mijn hoofd. Zonder dat ze het beseften maakten de toeschouwers een diepe buiging voor mij. Dat vond ik grappig.”

Art Brussels, van 28/4 tot 1/5 in Thurn & Taxis. artbrussels.com / geukensdevil.com

Kunstboek: Shirley Villavicencio Pizango, Dark Empathy, Posture editions, posture-editions.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234