Woensdag 16/10/2019

Expo Merckx

De banaliteit van de Tour van ’69 in beeld: ‘Dat Merckx won, was eigenlijk een gelukkig toeval’

De twee krantenartikels die de universele maanlanding naast de nationale triomf van Merckx leggen. Beeld Illias Teirlinck

In een jaar waarin de Tour de France een piëdestal voorziet voor Eddy Merckx, bekijkt Bozar zijn allereerste Tour-zege in 1969 vanuit een ander daglicht. Door de lens van de overleden kunstenaar Jef Geys lijkt La Grande Boucle met triomfator Merckx een wereld vol banaliteiten.

Vijftig jaar nadat Eddy Merckx in 1969 zijn eerste van vijf eindzeges in de Tour de France binnenhaalde, gaat er deze zomer aan lofzangen en huldigingen geen gebrek zijn. Op 6 en 7 juli landt de Grand Départ voor het eerst sinds ’58 opnieuw in Brussel met een rit in lijn en een ploegentijdrit. Een passage in Sint-Pieters-Woluwe, waar Merckx opgroeide en zelfs zijn allereerste gele trui mocht aantrekken, kan daarbij natuurlijk niet ontbreken. In de Brusselse gemeente werd het Goudvinkenplein eerder dit jaar al omgetoverd tot Eddy Merckxplein.

De Bozar-expo De Tour de France 1969 van Eddy Merckx, die vandaag de deuren opent, kiest een ander traject om de ‘grootste aller tijden’ te belichten. De 67 zwart-witfoto’s aan de muren van het Paleis voor Schone Kunsten tonen de verjaardagseditie door de eigenzinnige ogen van Jef Geys. De invloedrijke Belgische kunstenaar, die vorig jaar overleed, volgde de Tour toen twee weken lang met zijn camera.

Een nieuwe expo in Bozar volgt de allereerste Tour-winst van Eddy Merckx in 1969 door de lens van Jef Geys. Beeld Jef Geys/Kazinni and Air Paris

Alledaagse leven

“Merckx zit dan wel in de titel, maar eigenlijk draait deze fotoreportage helemaal niet om hem. Het gaat om de sfeer, de ambiance in die hele wielerkaravaan”, zegt curatrice Sylvie Boulanger. De foto’s waren al klein te vinden in Geys’ boek Al de zwart-witfoto’s tot 1998 maar zijn nu voor het eerst in ons land tentoongesteld.

Van de jonge Merckx is inderdaad amper een glimp te bespeuren. Op acht foto’s duikt hij daadwerkelijk op – de haren stijlvol achterover gekamd à la James Dean – en dan nog meestal verscholen achter een ploegmaat bij Faema of tussen een kleine drom toeschouwers uit piepend. “Een duidelijke conceptuele keuze”, zegt Boulanger, die opmerkt dat Geys het filmrolletje trouw bleef, zonder enige selectie of herkadrage. “Hij wilde dat het amateurfoto’s bleven, geslaagd en minder geslaagd.”

Lees ook: Marc Didden over 1969, het jaar waarin Eddy Merckx de tour won

“Hij kiest inderdaad niet voor het bevoordeelde perspectief van de perstribune, wel dat van de doodgewone mens”, zegt Dirk Snauwaert. De artistiek directeur van museum Wiels, die zich ontfermt over de artistieke nalatenschap van Geys, ziet in de foto’s een weerspiegeling van zijn artistieke filosofie. “Jef had altijd en overal twee camera’s op zijn buik hangen. Hij portretteerde daarmee geen goden of wilde daarmee geen hogere waarheden in beeld brengen. Integendeel, hij becommentarieerde het alledaagse leven.”

Een volgwagen in de Tour van ’69. “Hij was heel erg gepassioneerd door auto’s”, zegt Dirk Snauwaert. Beeld Jef Geys/Kazinni and Air Paris

Snauwaert noemt Geys, die België vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië in 2009, in één adem met conceptuele generatiegenoten als Panamarenko of Marcel Broodthaers. In zijn Kempens Informatieblad, een artistiek regionaal blad van zijn streek, toonde hij zich meer archivaris en socioloog dan puur kunstenaar. Het alledaagse was een gemene deler voor al zijn werk: fotografie, maar ook sculptuur of film.

“Sommige beelden zijn dan ook heel erg banaal”, zegt Snauwaert. Het is echter net die banale – en een tikkeltje onscherpe – beeldenwereld die een unieke kijk op de Tour van ’69 biedt. Geys schetst een wereld zonder blinkende rennersdijen en gespierde zegegebaren, alsof idolatrie vijftig jaar geleden nog niet was uitgevonden. Op een zeldzaam duidelijk beeld fietst Merckx eenzaam door het straatbeeld, een enkele jonge knaap leunend op een auto staat te gluren. Het tafereel staat mijlenver van het waanzinnig drukke circus dat de Tour de France vandaag is geworden.

“Het is net dat fel gemediatiseerde waar hij als kunstenaar constant kritiek op uitte”, zegt Boulanger. “De lange uitzendingen die door commentatoren worden volgepraat, zijn niet de realiteit van de toeschouwer. De renners passeren in één moment, nadien rest er nog alleen het randgebeuren.”

Voorgeschiedenis

“Dit beeld is echt trademark Geys, omdat het ook een tikkeltje sensueel is”, wijst Boulanger naar een jonge deerne die glimlachend een handtekening scoort bij een knecht. Aan de rand van de foto lijkt een iets drukkere meute op de aanwezigheid van Merckx te wijzen, maar die valt – bewust? – buiten het kader. De kannibaal is in feite niet meer dan een figurant in zijn eigen triomftocht. De echte protagonisten zijn de ruggen van toeschouwers, bestickerde ploegwagens of lege hotellobby’s. Het stalen ros is belangrijker dan de atleet erop.

Op de meeste foto’s is van Merckx geen spoor te bekennen. Beeld Jef Geys/Kazinni and Air Paris

“Dat Eddy Merckx die Tour ging winnen, was voor Geys dan ook eerder een gelukkig toeval”, zegt Snauwaert. Toeval was dat natuurlijk niet echt. Hoewel Merckx eerder dat jaar na een ongeziene instorting een tweede Giro op zijn buik mocht schrijven, won hij in 1969 zowat alles wat er te winnen viel: Milaan-Sanremo, Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik en Parijs-Nice. Drie sterren in de gazet, heet dat dan. Merckx zou uiteindelijk 18 dagen in het geel rijden, 6 ritten winnen en met meer dan 17 minuten voorsprong eindigen in Parijs.

Dat de precieze whereabouts van de foto’s een mysterie zijn, lijkt ook aan te geven dat het hele koersgebeuren voor de kunstenaar eerder een curiosum dan een vertrouwde habitat was. “Waar ze genomen zijn, dat wist Jef ook niet meer. Het deed er niet echt toe voor hem”, zegt Snauwaert. Aan de aficionado’s om dat te achterhalen: de gele trui die om de nek van Merckx hangt, geeft alvast weinig prijs. En een Grand Hôtel de la Poste was er wellicht in elke Franse stad.

Toch spreekt er een grote liefde uit de beelden. Voor het hele randgebeuren, eerder dan voor het klassement. Er is dan ook een voorgeschiedenis, vertelt Snauwaert. Voorafgaand aan de Tour had Geys, die ook leerkracht was, zich ontfermd over Roger Jonckers, een 15-jarige aspirant-wielrenner en zoon van een vriend. “Deze fotoreeks was volgens mij dan ook eerder bedoeld ter documentatie voor zijn poulain, om te tonen hoe het er naast de koers aan toe ging. Veel heeft dat echter niet opgebracht. Jonckers is nogal slecht geëindigd, als buitensmijter van een... nja, dat zeg ik misschien beter niet”, zegt Snauwaert.

Maanlanding

Naast de 67 foto’s is er trouwens ook een plekje voorzien voor twee krantenpagina’s van 22 juli. ‘Dit is een krant om te bewaren’, leest de voorpagina van Het Nieuwsblad. Naast een foto van Merckx die een gele trui overhandigt aan Koning Boudewijn liggen beelden van de maanlanding. Twee triomfen op één dag.

“Beter kan je het werk van Geys eigenlijk niet samenvatten dan met een tegenstelling die hij zelf altijd opzocht, die tussen hoog en laag, in dit geval de nationale, bijna laag-bij-de-grondse liefde voor de koers versus een universeel en hoogtechnologisch wapenfeit”, zegt Snauwaert. “We zijn wellicht het enige land waar die twee zaken op dezelfde voorpagina liggen.”

De expo De Tour de France 1969 van Eddy Merckx loopt van 17 mei tot 1 september in Bozar (Brussel). Toegang is gratis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234