Woensdag 20/11/2019

Boeken

De baard nog niet in de keel maar wel al maffiabaas in de straten van Napels

Beeld Francesco Faraci

De sinds 2006 onder protectie levende Roberto Saviano, die hoge ogen gooide met zijn verfilmde essay Gomorra, heeft een eerste roman uit. Ook alles wat Saviano in De kinderen in de sleepnetten vertelt, is uit de realiteit gegrepen. Een meeslepend boek.

Is de Napolitaanse roman een genre op zich? Of is Napels een stad die, zoals Venetië, Rome of Triëst elders in Italië, onvermijdelijk in de letteren blijft opduiken en er altijd opnieuw een actievere rol in vervult dan die van toevallige achtergrond of eeuwig decor?

Alleszins is er een hele stoet auteurs – van Curzio Malaparte en Erri de Luca tot Ermanno Rea en Elena Ferrante, of nog, Susan Sontag met The Volcano Lover en God weet hoeveel Fransen – die de chaos, goorheid en superbe barok van de Vesuvius-metropool in hun verhalen hebben vervat, en dat met zoveel verve hebben gedaan dat Napels zelf er altijd opnieuw als hoofdpersonage uitkomt, halfweg tussen roepende matrone en moederkloek die geen blijf weet met haar drukke kroost.

Een soortgelijke impressie laat De kinderen in de sleepnetten achter, de eerste roman van de even belaagde als befaamde Napolitaanse journalist Roberto Saviano. Het Napels waarin hij een groep adolescenten laat evolueren tot koud en rauw moordtuig, wijken als Forcella, Foria, Duchesca en de Quartieri Spagnoli waar de intrige zich voltrekt, ze leveren de materie waar ook bendeleider Nicolas Fiorillo (16) en zijn trawanten van doortrokken zijn: macho’s die nog groen achter de oren zijn, die gamen, app’en en op scooters racen dat het een aard heeft, die de klassieke misdaad voor schut zetten en met ontstellend gemak, dat vooral, de trekker overhalen.

Pang, boem en knal, tussen waslijnen, keukengeschreeuw en schotelantennes, van de Via dei Carbonari over Piazza Bellini tot Posillipo. In één ruk door versjacheren de kids coke en marihuana, gaan ze naar school of naar mama, branden ze kaarsen voor deze of gene Madonna.

“In Napels bestaan geen groeitrajecten”, schrijft Saviano. “Je wordt in de realiteit geboren, er middenin, de werkelijkheid ontdek je niet geleidelijk.”

Het is dat de nog altijd ondergedoken auteur zich nu ook aan fictie waagt, zijn schrijftrant en inhoud blijven herinneringen oproepen aan Gomorra, het journalistieke meesterwerk waarmee hij zich doodsbedreigingen van de Napolitaanse maffia op de hals haalde.

Lollipop en Slappehap

In De kinderen in de sleepnetten, de paranza dei bambini, grijpt Saviano terug op een fenomeen dat zich al een half decennium in Napels voordoet: dat van de babygangs, vers grut dat naar de hoogste rangen van de camorra hengelt voor het ook maar de baard in de keel heeft.

De jonkies hebben het vacuüm gevuld dat door de oudgedienden achtergelaten is, capi die de voorbije jaren in de boeien geslagen werden of het bijltje erbij neerlegden. In hun plaats zijn jongens gekomen die vaak op hun tiende al een eerste misdrijf op hun kerfstok hadden, op hun dertiende naar geweld grepen en drie, vier jaar later volop slachtoffers maakten, bewust gekozen of botweg lukraak.

Saviano legde ook die evolutie bloot en schreef er vorig jaar dit boek over, het verhaal van Nicolas, alias de Maharadja, en diens (naargelang de wisselende situaties en allianties) bloedbroeders en/of aartsrivalen en/of ondergeschikten: Tandje, Drone, Draak, Lollipop, Slappehap, Toekan, Zegmaar, Kaakje en Vlammetje, alias de paranza, naar de gefrituurde brokken vis in puntzakjes waar de Napolitanen zo verlekkerd op zijn, naar de kleine vissen ook die ’s nachts onbedwingbaar op de lichtbakken van de vissers afzwemmen, hun dood zomaar tegemoet.

Machiavelli

De Paranza-leden kennen geweten, angst noch regels, of het moesten die van Nicolas zijn. Zoals die laatste het zelf aan zijn leerkracht vertelt: “Ik vind Machiavelli leuk.” “Hoezo dan?” “Omdat hij je leert hoe je het voor het zeggen moet krijgen.”

Het doel heiligt de middelen, en dus gebeuren in Saviano’s werk de onwaarschijnlijkste zaken: een jonge liefdesrivaal die letterlijk ‘ondergekakt’ wordt omdat hij de Facebookpagina van Nicolas’ vriendin heeft geliket; of erger, een kerel wiens kringspier met motorolie en een lasapparaat bewerkt wordt waarna zijn makker opbiecht dat hij het met de Albanezen op een akkoord gegooid heeft.

Op zeker ogenblik gaat, bij wijze van oefening, een zwarte sans-papiers eraan. “Alle straatverkopers op de Corso Umberto I moeten ons betalen”, decreteert Nicolas. “We steken al die kutnegers een pistool in hun bek en maken tien, vijftien euro per dag.”

Niet dat er voor de rest veel intellectueels aan dit schorem blijft plakken, maar de kern van Machiavelli’s De heerser heeft Nicolas gesnapt – ‘gesnopen’, zoals dat in de roman heet. Saviano laat zijn jongeren het lokale Napulitano spreken, vertaler Jan van der Haar kiest voor ‘sappig hedendaags Nederlands’. ‘Napolitaanse schoffies kun je immers geen Tukkers of plat Utrechts in de mond leggen, laat staan Fries.’

Oefening geslaagd: de vertaling leest als een trein en doet recht aan de vaart die de plot vereist, aan de aanleg van Saviano ook, die drift, tragiek en echtheid in zijn verhaal gelegd heeft. Hoewel de auteur niet beweert dat De kinderen in de sleepnetten op concrete feiten en personen gebaseerd is, roept de roman herinneringen op aan Gennaro Cesarano, een ‘gast’ van 17 die in de zomer van 2015 in koelen bloede werd vermoord terwijl hij hangend op zijn brommer, ‘half man, half wielen’, een sigaret aan het roken was.

Hoewel later bleek dat Cesarano onschuldig was en niets te maken had met de maffia, paste zijn dood in een rits voorvallen waarbij telkens extreem jonge daders aan zet waren. Napels reageerde geschokt.

In zijn roman trekt Saviano, die het kan weten, ook meer dan eens de parallel met de jeugdige jihadisten, bij wie hij vergelijkbare psychosociale factoren aan het werk ziet: het tekortschieten van welke overheid dan ook, de drang om bliksemsnel naam te maken, de afwezigheid van doodsangst, het totale ontbreken van morele rem en een vertrouwde omgeving – paps en mams in de eerste plaats, tot wie de werkelijkheid pas doordringt als het allemaal al lang te laat is.

Gekrijs

Dat lijkt ook voor Nicolas’ ouders het geval, maar klopt het wel? “In Napels wordt altijd gekrijst, in Napels krijst iedereen”, schrijft Saviano op een gegeven ogenblik. Net dat onophoudelijke lawaai is je reinste excuus om niets gehoord te hebben en nergens van af te weten. Napels is een stad die stikt in de eigen omerta, en daar maken bendes, ook de Paranza van Nicolas, onbesuisd gebruik van.

Roberto Saviano heeft een roman geschreven, Nico en zijn mannen zijn personages. Dat zouden ze gebleven zijn als de auteur niet was wie hij was en als Napels niet was wat het was. Maar de stad bezit, helemaal zoals Saviano, de kracht om fictie reëel te maken. Ergens in zijn straten raast Nicolas rond, de échte.

Roberto Saviano, De kinderen in de sleepnetten, De Bezige Bij, 383 p, 19,99 euro. Vertaald door Jan van der Haar.

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234