Dinsdag 15/10/2019

Boekenrecensie

David Vann laat de lezer groggy achter met ‘Heilbot op de maan’ ★★★★☆

Een man trekt in Alaska. David Vanns vader woonde samen met zijn demonen in Fairbanks, Alaska. Beeld © Michael Jones

In Heilbot op de maan evoceert David Vann (1966) op onafwendbare wijze de laatste weken van zijn door depressies verstikte vader. Een blik zo diep als een afgrond in een op hol geslagen hoofd.

‘Laat alle hoop varen, gij die dit boek binnentreedt.’ Het zou zomaar een waarschuwing kunnen zijn op de cover van David Vanns nieuwste boek Heilbot op de maan. Want Vann heeft er een handje van weg om alle illusies aan barrels te slaan, met slechts een gitzwart gat als ultieme ontsnappingsroute.

Opnieuw cirkelt Vann als een bezetene rond de zelfmoord van zijn vader Jim. Die joeg zich op 15 maart 1980 een kogel door het hoofd tijdens een telefoongesprek met zijn ex-vrouw, tevens Vanns stiefmoeder. De manisch-depressieve, volkomen uitgewoonde en door torenhoge belastingschulden getergde Jim – ex-visser en tandarts – was negenendertig jaar oud. David was toen amper dertien.

Sindsdien is Vann de gebeurtenis blijven herkauwen en poogt hij ze literair een bedding te geven. Bij wijze van therapie, dat geeft hij grif toe. Vooreerst in Legende van een zelfmoord (2008), waar hij tien jaar aan werkte. Het betekende de internationale doorbraak voor de auteur uit Alaska, die toen nog aan de kost kwam als schipper en botenbouwer. Tegenwoordig verschijnen Vanns boeken “in drieëntwintig talen, won hij veertien prijzen en staat hij op drieëntachtig ‘Best Books of the Year-lijsten in twaalf landen”, meldt zijn uitgever trots.

Waarom wilde Vann zich opnieuw in dit duistere en van alle hoop verstoken niemandsland begeven? Het was geen keuze, het was onontkoombaar, legt hij uit in het voorwoord. Van zijn stiefmoeder kreeg Vann immers te horen dat Jim misschien ook wel háár had willen ombrengen. ‘In de meer dan vijfendertig jaar sinds zijn dood was dat nooit bij me opgekomen: de mogelijkheid dat hij eerst iemand anders zou doden.’

Bovendien had hij de ‘nieuwe behoefte om te overwegen hoe wij hem allemaal uiteindelijk hebben laten vallen’. Wat als hijzelf was ingegaan op zijn vaders verzoek om een jaar met hem in Alaska te komen wonen? Zou hij dan nog leven? Door Heilbot op de maan te schrijven, hoopte Vann ‘het eindstadium van vier decennia schuldgevoel’ te bereiken. Want, benadrukt hij, dat is het wezenlijke van zelfmoord: ‘Dat je voorgoed in gesprek blijft met niemand.’

Zijn schuldgevoel eindelijk van zich afwerpen, dat doet Vann hier met de instrumenten van de fictie. Hoewel hij in Heilbot op de maan echte namen en werkelijke locaties gebruikt, laat de schrijver wel degelijk zijn fantasie los op de laatste weken van zijn vader. Niet om uitstaande rekeningen te vereffenen, zoals in de verhalen uit Legende van een zelfmoord. Eerder als doorgedreven poging tot begrip door compleet in zijn vaders getergde geest te kruipen, tastend naar het hoe en waarom van die familiale determinatie voor zelfmoord.

‘Een knop die nooit om gaat, nergens vaste grond’, ‘we bewegen ons slechts in één richting en keren nooit terug’ en ‘mijn oude zelf bestaat niet.’ Het zijn maar een aantal van de vele donkere refreinen die in het hoofd van Jim rondzingen. En stuwkracht, vooral stuwkracht: ‘Dat is het belangrijkste woord dat er is. We moeten met de stroom mee, al weten we dat er alleen maar ellende van komt.’

De naar adem happende Jim – met een spoor van twee kapotte huwelijken en 360.000 dollar geaccumuleerde belastingschuld – zoekt alsnog zijn heil bij zijn familie en vroegere vrienden in Californië. Hij keert er samen met zijn broer Doug terug naar hun geboortegrond in Santa Rosa. Doug is zes jaar jonger, maar nu ‘zijn broeders hoeder’. Zal de familiale rondgang hem nog op andere gedachten kunnen brengen? We weten dan al dat Jim een vogel voor de kat is, of tenminste: overgeleverd is aan zijn eigen, niet meer te temmen demonen. ‘Jim is tot iets fragiels verworden. (…) Al dat geld dat hij heeft uitgegeven, al die verspilling.’

Ook zijn omgeving is niet meer in staat deze tikkende tijdbom te ontmantelen, een man die volgens zijn therapeut geen seconde meer alleen mag worden gelaten. En bovendien: ‘Jim moet een manier verzinnen om enkel een zelfmoordenaar te worden, geen massamoordenaar, dáár gaat het om. Dat is het hoogste doel waarnaar hij kan streven, de vrucht van een leven lang hard werken.’ Maar intussen koestert hij zijn Ruger. 44 Magnum – precies dezelfde als die van Clint Eastwood in de film Dirty Harry – als een fetisj.

Vann ramt de verstikking van Jim en zijn voortdurende moodswings (‘Je bent net een kompas naast een magneet’, zegt Doug) er met een repeteergeweer in. Dat gebeurt in scènes die – op een bizarre manier – ook af en toe droogkomisch zijn. Bijvoorbeeld wanneer zijn altijd opspelende verlangen naar hoeren ter sprake komt: ‘En wat kan het me nu nog schelen dat ik iets oploop waardoor mijn pik eraf valt. Maakt toch niets uit.’ Voorts zijn er die machteloze, neuzelende familieleden, die hem goedbedoeld inpeperen dat hij zich moet ‘vermannen’. Of zijn moeder die zegt: ‘Het is gewoon een chemische disbalans.’

Een knal, en dan niets

Soms onderga je dit boek als een ultieme dollemanstocht, een roadmovie met groteske allures én jawel, met een aantal onooglijke sprankels tederheid. Tot de wereld één grote samenzwering tegen Jim is geworden: ‘De hemel trekt zich samen, mikt op hem en schijt een motregentje uit ter begeleiding van zijn gehol.’ Wanneer hij na een aantal dagen Californië én een fatale therapiesessie naar het isolement van zijn thuishonk Fairbanks in Alaska terugkeert, lijkt het onbegrijpelijk waarom zijn familie dacht dat hij niet langer een gevaar was voor zichzelf. En voor anderen. Vann geeft het endgame van zijn vader een erg ontluisterende lading. ‘Goedheid, het gevaarlijkste idee dat er is. Het idee dat hij goed had moeten zijn, daarom zal hij de trekker overhalen.’

Heilbot op de maan dient de door de wol geverfde Vann-lezer wellicht niet meer dezelfde mokerslag toe als Legende van een zelfmoord. Maar wees maar zeker dat Vann je met dit krachtige, genadeloze boek opnieuw groggy achterlaat. Vanns taalgebruik is beheerst, maar jakkert je vooruit, om je tenslotte te omsingelen. Bovendien geeft hij een aantal van zijn terugkerende motieven een nieuwe dimensie: de dooltochten in de nachtelijke duisternis of die eeuwige fascinatie van zijn familie voor visvangst, jacht en wapens. Vooral wapens. Of zoals Jim zegt: ‘Als ik een wapen vastheb, besta ik uit een heel stel Jims, en niemand weet wie er gaat winnen. Een hagelgeweer of een kogelgeweer, dat voelt heel anders. Ze hebben ieder hun eigen kracht, en allebei zorgen ze ervoor dat ik iets wil doodmaken. Allebei willen ze gebrúikt worden. Allebei bieden ze een uitweg.’

Suggereert Vann nogmaals dat Amerika’s wapengekte gewelddadige burgers kweekt? Een kwestie waarin hij zich eerder verdiepte in Last Day on Earth. A Portrait of the NIU School Shooter (2011), over de massamoord aan de universiteit van Illinois op 14 februari 2008.

En o ja, voor we het vergeten: de Nederlandstalige lezer mag extra verguld zijn met dit boek. Vann schotelt ons een uitgebreidere editie dan de oorspronkelijke Engelstalige voor. Hij omzoomt de roman hier met een aantal korte verhalen, die vanuit een ander prisma de zelfmoord van de vader én de nasleep ervan belichten. “Alleen mijn Nederlandse uitgever had de moed om het boek zo te publiceren, en meer waarde te hechten aan een beter boek dan aan hogere verkoopcijfers”, meldt Vann.

Het zijn stuk voor stuk wrange pareltjes. Over een grootvader die op zijn tachtigste begint te dansen. Over de vondst door de zoon van het corpus van de dode vader. Of misschien wel het meest tergende: het verslag van ex-vrouw Jeanette aan het Sheriff’s Department over hoe ze de zelfmoord aan de telefoon hoorde plaatsgrijpen. ‘Een knal, het klonk of er een stuk metaal ergens tegenaan sloeg. Na dat geluid heb ik hem niet meer gehoord, ik heb een paar keer zijn naam geroepen.’

David Vann, ‘Heilbot op de maan’, De Bezige Bij, 320 p., 23,99 euro. Vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen. 

David Vann wordt op zondag 31/3 om 13.30 uur geïnterviewd op het Passa Porta-festival, KVS, Brussel, passaporta.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234