Zondag 01/08/2021

Interview

David Byrne: ‘Voor mijn carrière maakt het niet meer uit, dus ik zeg wat ik wil’

David Byrne: ‘Ik ben me gaandeweg meer gaan uitspreken over thema’s die me na aan het hart liggen: gelijkheid, rassenverhoudingen, stemrecht en immigratie.’ Beeld NYT
David Byrne: ‘Ik ben me gaandeweg meer gaan uitspreken over thema’s die me na aan het hart liggen: gelijkheid, rassenverhoudingen, stemrecht en immigratie.’Beeld NYT

Wie er anderhalf jaar geleden bij was op Gent Jazz of Rock Werchter denkt nog altijd met een vage glimlach en de blik op half zeven terug aan David Byrne (68), die met zijn band de naden uit het tentzeil performde. Regisseur Spike Lee destilleerde een film uit de liveshow American Utopia, vanaf deze week uit op dvd. Dansen!

Stop Making Sense bewees al dat David Byrne een geweldige performer is. In die opzwepende concertfilm van Jonathan Demme uit 1984 is het charisma van de intrigerende frontman van Talking Heads haast tastbaar. Bijna vier decennia later is American Utopia een waardige opvolger. Byrne is intussen uitgegroeid tot een sociaal bewuste performancekunstenaar, die nog altijd een publiek uit zijn dak kan laten gaan met aanstekelijke nummers. Spike Lee tekende voor de regie van de filmversie van Byrnes succesvolle show op Broadway, die in 2020 zou worden hernomen, voordat de pandemie alles stillegde.

Sindsdien is de wereld drastisch veranderd, maar American Utopia is niet alleen visionair: de film roept ook op tot actie, wat perfect past in het bewogen tijdsgewricht waarin hij wordt uitgebracht.

BIO * geboren op 14 mei 1952 in Dumbarton, Schotland * verhuisde met zijn ouders naar Canada, daarna naar de VS * richtte midden jaren zeventig mee Talking Heads op, een band die meesurfte op punk en new-wavegolven * bracht in 1977 de debuutplaat Talking Heads ‘77 uit. Daarna volgden Remain in Light (1980), Speaking in Tongues (1983) en de concertfilm Stop Making Sense (1984) * trok mee de stekker uit Talking Heads * in 1988, na de release van Naked * verdiende in de jaren tachtig ook zijn strepen als filmmaker (True Stories) en als film- en theatercomponist * trapte in 1989 zijn solocarrière af * is ook fotograaf, beeldend kunstenaar, auteur (o.a. How Music Works, 2012) * woont in New York en heeft een dochter, Malu Abeni Valentine (32)

De HBO-productie werd op het New York Film Festival in aanwezigheid van David Byrne twee keer in een drive-in vertoond en was ook online te zien. Net als in de Broadway-show spreekt Byrne in de film – opgenomen tijdens één enkele voorstelling in New York – zijn publiek toe tussen de zinderende nummers, die hij samen met een grote groep muzikanten in een levendige choreografie op toneel brengt.

Byrne neemt hier voor het eerst in zijn carrière ook een activistische rol op zich. De songs en monologen behandelen thema’s gaande van immigratie tot politiegeweld. Ook dringt hij er bij zijn publiek op aan zich na de show als kiezer te laten registreren in de lobby. Met zijn journalistieke organisatie, Reasons to Be Cheerful, werkt hij bovendien aan een nieuw project: We Are Not Divided. Hoe is de ­apolitieke rockster getransformeerd in een muzikant die activisme in zijn werk verweeft?

We spreken met Byrne via Zoom over zijn politieke bewustwording, het maken van kunst tijdens een pandemie en de confrontatie met zijn eigen gebreken, inclusief een filmpje dat onlangs opdook, waarin hij – lang geleden – als ‘blackface’ promotie voerde voor Stop Making Sense. Terwijl hij op die periode terugblikt, geeft hij ook een definitief ­antwoord op de vraag of we ooit nog een reünie van Talking Heads mogen verwachten.

In een van de opvallendste momenten van de show maakt u de lage opkomst bij Amerikaanse lokale verkiezingen heel zichtbaar. U gebruikt het publiek als rekwisiet en belicht slechts 20 procent van de zaal. Hoe kwam u op dat idee?

“Deze show was oorspronkelijk een concerttournee en we probeerden mensen aan te zetten zich als kiezer te registreren. Als je op tournee bent, mag je tijdens een concert niet te veel praten, maar toen we deze show op Broadway brachten, zag ik een kans om meer in dialoog te gaan met het publiek. Iemand van de ploeg stelde voor om de opkomst bij lokale verkiezingen visueel voor te stellen. Dan wordt ineens heel duidelijk wat 20 procent is. (lacht)

Scène from 'American Utopia'. Beeld AP
Scène from 'American Utopia'.Beeld AP

“Ik blijf zo hard op registratie hameren omdat zelfs bij de nationale verkiezingen in de VS, die op de grootste opkomst kunnen rekenen, slechts 55 procent van de kies­gerechtigde burgers gaat stemmen. Je vraagt je af wat er in de andere 45 procent omgaat. Denken ze: mij maakt het niet uit, laat de rest maar beslissen?”

In 2012 bent u Amerikaans staatsburger geworden. Hoe is uw standpunt tegenover de participatieve democratie sindsdien geëvolueerd?

“Het systeem dat we nu hebben, is volgens mij verre van perfect. Er worden vaak spitsvondige trucjes gebruikt, kiesdistricten worden op slinkse wijze hertekend en stemmen onderdrukt. Tegelijkertijd zal er nooit iets veranderen als we geen vertegenwoordigers verkozen krijgen die bereid zijn om de problemen aan te pakken. Die stem hebben we. We kunnen op straat gaan demonstreren, maar eigenlijk heeft elke burger een stem én de mogelijkheid om die te laten horen door te gaan stemmen. Het heeft lang geduurd voor dat zo was. Mensen zijn gestorven om dat recht te verwerven. Ga er dus niet lichtzinnig mee om. In veel landen hebben burgers dat recht niet. We moeten er echt gebruik van maken.”

Hoe ziet u onbesliste kiezers? U reist de hele wereld rond en uw fans hebben wellicht zeer uiteenlopende meningen.

“Uit wat ik heb gelezen, maak ik op dat er minder onbesliste kiezers zijn dan we denken. Ze bestaan, maar het is veel moeilijker om iemands mening te veranderen dan je zou denken. Ik probeer mensen dus gewoon aan te sporen om te gaan stemmen, ongeacht hun politieke kleur. Laten we op zijn minst proberen om onze collectieve standpunten zo goed mogelijk vertegenwoordigd te krijgen, zodat we komaf kunnen maken met stemonderdrukking en alle andere problemen.”

Hoe stond u tegenover deze aspecten van de samenleving toen u al in de VS woonde, maar nog geen Amerikaans staatsburger was?

“Ik sprak me wel uit over specifieke kwesties, maar door de bank genomen was ik veel minder actief. Misschien komt het omdat ik ouder word, maar op een bepaald moment dacht ik: ach, het maakt nu toch niets meer uit voor mijn carrière, dus ik kan zeggen wat ik wil. Zo begon ik me gaandeweg meer uit te spreken. Niet over partijpolitiek – mijn mening daarover houd ik voor mezelf – maar wel over gelijkheid, rassenverhoudingen, stemrecht en immigratie. Dat zijn allemaal thema’s die me na aan het hart liggen.”

In hoeverre gelooft u dat uw kunst daadwerkelijk een motor voor verandering kan zijn?

“Ik ken het antwoord nog altijd niet. Soms maakt kunst zeker een verschil. Maar meestal, denk ik, doet het mensen beseffen dat er gelijkgestemden bestaan, die ook allemaal van die film of dat nummer houden en elkaar op die manier vinden. Zo ontstaan kleine gemeenschappen rond bepaalde kunstvormen. Het doet je beseffen dat je niet alleen bent, dat je leven misschien niet gemakkelijk is, maar dat anderen ook met allerlei moeilijkheden te kampen hebben.”

Sommige recensenten beschouwen Stop Making Sense als een politiek kunstwerk. De film is in het midden van het Reagan-tijdperk gemaakt. Veel van de songs bevatten herkenbare thema’s, zoals het gevoel hebben dat je niet thuishoort in deze maatschappij.

“Het is al even geleden dat ik die film heb gezien.”

‘Kunst kan een verschil maken, het doet mensen beseffen dat er gelijkgestemden bestaan en dat anderen ook met allerlei moeilijkheden te kampen hebben.’  Beeld NYT
‘Kunst kan een verschil maken, het doet mensen beseffen dat er gelijkgestemden bestaan en dat anderen ook met allerlei moeilijkheden te kampen hebben.’Beeld NYT

Dan moet u zeker nog eens kijken! Het blijft een geweldige film.

(lacht) “Dank je. Jonathan (Demme, regisseur en producer, red.) bracht alles op zo’n manier in beeld en gaf alle bandleden evenveel aandacht, waardoor kijkers aanvoelden dat we een soort kleine gemeenschap vormden. Je leerde al die mensen en hun karakters kennen. Je zag hoe ze met elkaar omgingen, samen muziek speelden. Een belangrijk statement. Het is nooit expliciet gezegd, maar ik denk dat de film daardoor een diepe indruk op het publiek heeft gemaakt. Je zag niet alleen mij, met een band op de achtergrond. Ik bleef soms zelf in de schaduw. Iedereen kreeg zijn moment in de schijnwerpers.”

Stop Making Sense en American Utopia hebben ook de song ‘Road to Nowhere’ met elkaar gemeen. De tekst van dat nummer klinkt soms bijna moedeloos, maar u brengt het met zoveel hoop – vooral in American Utopia, waar u samen met het publiek danst en een feestje bouwt.

“Die tegenstrijdigheid zat altijd al in dat nummer. Als je de tekst letterlijk opvat, lijkt het over de dood te gaan. We’re going down this road to nowhere. Maar toch klinkt het heel vrolijk en ik heb altijd gevonden dat het nummer daarom werkt. We zijn op weg naar nergens, maar we kunnen allemaal van die reis genieten. Ik vind het prachtig.”

American Utopia is een erg fysieke show. U bent bijna altijd in beweging: u danst, loopt heen en weer, blijft het publiek bij de voorstelling betrekken. Was het niet heel vermoeiend, emotioneel en mentaal, om dat avond na avond klaar te spelen?

“Het was vooral mentaal vermoeiend, niet zozeer fysiek. De glans van de andere performers, vooral degenen die veel dansen, straalt een beetje af op mij. Zij dansen zich uit de naad en hoewel ik niet eens half zoveel beweeg, lijkt het alsof ik even dynamisch ben. Ik krijg dus een beetje meer lof dan ik strikt genomen verdien, maar het is wel een doordenderende trein. Tussen de nummers door heb je tien seconden tijd om een andere positie in te nemen en – bam – je moet al aan het volgende nummer beginnen. Even diep ademhalen en je bent weer vertrokken! Een tournee is intens, maar zo’n show die je elke avond moet spelen – en op zaterdag zelfs twee keer – is echt zwaar.”

De show is sterk verankerd in de problemen van 2020. Het lijkt wel een overzicht van het afgelopen jaar. Stel dat u American Utopia weer live zult spelen – en ik hoop dat u dat doet – zal u dan bepaalde zaken aanpassen, zodat de voorstelling een afspiegeling blijft van de steeds veranderende wereld?

“We hopen zeker dat we de show in de toekomst weer live kunnen brengen. Ik zal waarschijnlijk een paar dingen aanpassen om wat we hebben meegemaakt erin te verwerken. Het is eigenlijk best opmerkelijk. Het concertgedeelte van de show werd voor de presidentsverkiezing samengesteld. Ik voegde toen alle elementen samen en schreef nummers. De show op Broadway en de opnames vonden natuurlijk plaats voor de pandemie, maar als je ernaar kijkt, lijkt het te gaan over wat er nu allemaal gebeurt, wat enigszins triest is omdat er duidelijk niet zoveel is veranderd. Maar het maakt de film wel actueel.”

Waarom hebt u Spike Lee benaderd om de film te regisseren?

“Ik ben fan van zijn werk en onze paden hebben zich de afgelopen decennia vaak gekruist in New York. We spraken elkaar af en toe. Ik realiseerde me dat hij deze show zou begrijpen en dat hij de film misschien wel zou willen maken als hij vrij was. Hij heeft al eerder liveshows gedaan. Het is helemaal zijn ding. Al zijn films gaan op een of andere manier over hedendaagse kwesties. Bovendien was Jonathan Demme een vriend van Spike (Demme overleed in 2017, red.) en net als Stop Making Sense is ook deze film een soort ensemblestuk. Alle interactie tussen de personages gebeurt in één decor, in één ruimte, we breken er niet uit om naar een andere plek te gaan. En Spike kan dat goed in beeld brengen.”

De passage van de film waarin zijn stem het meest zichtbaar wordt, is uw uitvoering van Janelle Monáe’s song ‘Hell You Talmbout’, waarin u met de rest van de cast de namen van zwarte slachtoffers van politiegeweld opsomt. Spike Lee heeft een montage gemaakt met hun nabestaanden en er ook nieuwe slachtoffers in opgenomen, zoals George Floyd, die pas na de show op Broadway zijn gestorven.

“Ja, hij had daar een paar ideeën over. Hij zei: ‘Mijn medewerkers en ik hebben contact gehad met een paar familieleden van die mensen; hun vrouwen, echtgenoten en moeders. We willen hen graag deel laten uitmaken van de show.’ En hij heeft dat er naadloos in verwerkt. Hij bedacht hoe hij iedereen op het podium kon krijgen zodat ze er allemaal op pasten. Het nummer was al ongelooflijk emotioneel, maar zijn ingreep tilt het naar een ander niveau, met dat beeld van al die familieleden.”

Laten we het, in het licht daarvan, even hebben over uw reactie op het recent opgedoken promotiefilmpje uit 1984 waarin u als ‘blackface’ te zien was. In de show lijkt u bijna rechtstreeks naar dit soort zaken uit uw verleden te verwijzen. Tijdens de inleiding van ‘Hell You Talmbout’ zegt u: “Ik moet het beter doen”. Waar dacht u aan toen u die zin toevoegde?

“Niet aan dat oude promotiefilmpje van dertig jaar geleden. Voor mij ging die zin vooral over mijn leven, over hoezeer mijn houding is veranderd. En ik kan alleen maar aannemen dat ik nog een hele weg af te leggen heb, dat ik nog niet klaar ben. Ik ben nog steeds aan het leren, mijn mening verandert en ik word me bewust van zaken waar ik vroeger niet van op de hoogte was.

“Eerder vanmiddag had ik een gesprek met een theatergezelschap in Denver waarmee ik over twee jaar iets ga doen. Toen het over die kwestie ging, bleek dat velen hetzelfde hebben meegemaakt. Een vrouw was met haar dochter naar de film Splash aan het kijken en besefte: wat een foute boodschap voor een meisje, en toch was het een van mijn favoriete films toen ik kind was. Iemand anders biechtte op dat hij zich op de middelbare school ooit als Osama Bin Laden verkleedde, omdat hem dat toen heel grappig leek.”

O jee …

“Precies, maar we veranderen dus. Dat is nu juist het hele punt. Die man zei dat iedereen het destijds hilarisch vond. Nu denken we er natuurlijk anders over, dat bewijst jouw ‘o jee...’. Het is vreselijk. Je schaamt je nu te pletter over dingen die we jaren geleden leuk vonden. Maar we kunnen evolueren. Dat was mijn punt. Met mijn reactie op dat promotiefilmpje wilde ik er openlijk voor uitkomen en me er niet voor verstoppen. Aanvaarden dat we kunnen evolueren is een goede zaak.”

David Byrne in het iconische XL-pak tijdens een shoot voor ‘Rolling Stone’, 1983. Beeld Getty Images
David Byrne in het iconische XL-pak tijdens een shoot voor ‘Rolling Stone’, 1983.Beeld Getty Images

Hoe gaat u als kunstenaar om met de pandemie en hoe vindt u manieren om nieuw werk te creëren?

“Ik concentreer me voornamelijk op mijn journalistieke project, Reasons to Be Cheerful, en het project in Denver dat ik over twee jaar zal maken, waar ik het net over had. Ik mag van geluk spreken.”

Hoe zit het met muziek?

“Ik ben niet zozeer met muziek bezig nu. Ik probeer er vooral achter te komen hoe ik op alles moet reageren – niet alleen op de pandemie, maar ook op de protestmarsen en het politiegeweld. Op alles wat er gaande is. Het lijkt wel alsof er niet alleen een tipje van een sluier is opgelicht; de hele sluier is gewoon weggerukt. Ik wil in ieder geval geen opiniestuk schrijven. Dat werkt niet goed in een nummer.”

Hoe vervelend vindt u het dat men u steeds opnieuw vraagt of er ooit nog een reünie komt van Talking Heads?

(lacht) “Ze hebben het me zo vaak gevraagd dat ik je een kant-en-klaar antwoord kan geven: het gaat gewoon niet gebeuren. Het is een beetje jammer dat we geen contact meer hebben met elkaar, omdat we op een gegeven moment erg goed bevriend waren, maar soms gaat dat nu eenmaal zo. Vanuit artistiek oogpunt, vanuit ons werk gezien, is het eigenlijk niet zo verrassend. Mensen groeien, veranderen en krijgen andere interesses. Ze willen de dingen anders aanpakken. Zo gaat dat nu eenmaal.”

De concertfilm American Utopia van David Byrne verscheen ­afgelopen week bij Nonesuch.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234