Zaterdag 07/12/2019

recensie

Dave Eggers slaat sinistere toon aan in nieuwe roman ‘De parade’

Dave Eggers, zeg maar het prototype van de geëngageerde auteur. Beeld BELGAIMAGE

In zijn nieuwe, sterk allegorische roman De parade gooit Dave Eggers opnieuw een rist ethische kwesties op tafel. Wat gebeurt er als een regelneef en een losbol samen een asfaltweg aanleggen in een land dat opveert na een burgeroorlog?

Een schrijver met het hart op de juiste plaats. Ja, zeg maar het prototype van de geëngageerde auteur. Een man die het niet bij woorden laat, maar ook stevig de handen uit de mouwen steekt. Het zijn labels die vaak van stal worden gehaald voor de Amerikaan Dave Eggers (°1970). Talloze humanitaire nevenprojecten en schrijfateliers zette de stichter van McSweeney’s, een uitgeverij en een humor-website, de voorbije jaren op poten, waarvoor hij als een bevlogen missionaris de planeet rondreist. “Ik word inderdaad elke dag wakker als optimist: het is geen keuze, ik denk dat het in mijn DNA zit”, zo zei hij onlangs in een interview met De Standaard.

Niet verbazend dat Eggers zijn literaire werk altijd erg journalistiek betrokken heeft ingekleurd, van What is the What (2006), het epische vluchtelingenrelaas over Valentino Achak Deng, via het verbazend visionaire De cirkel (2013), waarin hij de heerschappij van de sociale media totalitaire trekjes toedichtte. En vorig jaar resulteerde zijn vriendschap met de Jemenitische koffieondernemer Mokhtar Alkhanshal in het non-fictieboek De monnik van Mokka.

Zijn zendelingendrang komt Eggers wel eens op het verwijt van boodschapperigheid te staan. Toch is zijn geloof in getuigenisliteratuur onwankelbaar. Tenslotte zijn er op de wereld zes miljard verhalen te rapen, vindt Eggers. “Verhalen zijn een noodzaak voor een gezonde samenleving. Luister drie uur naar iemand en je ontdekt in elk leven een Tolstoj. Je kunt een Oorlog en vrede schrijven vanuit elke Eritrese taxichauffeur”, vertelde Eggers daarover in De TijdZelfs de hatespeech van Donald Trump weet Eggers’ onverwoestbare positivisme niet te vermorzelen. Rotsvast is hij ervan overtuigd dat Trump de duimen zal leggen bij de volgende verkiezingen, en een anomalie zal blijven. Eggers, die zonder smartphone door het leven stapt, werkt momenteel aan een boek over de eerste twee Trump-jaren.

Maar zie, als een duivel uit een doosje pakt hij nu uit met een nieuwe roman waarin hij onze verwachtingen duchtig ontregelt. Uiteraard snijdt hij in De parade weer tergende morele vragen aan, verpakt in een soort parabel over twee westerse (zijn het Amerikaanse?) hulpverleners. Toch roept dit korte, sterk allegorische boek raadsels op. De vinger leggen op Eggers’ intenties blijkt een precaire onderneming. Zijn fans zouden weleens kunnen schrikken bij het lezen van De parade, waarover een onheilspellend waas hangt. Wanneer je dit boek dichtklapt, blijf je allerminst vrolijk gestemd achter.

Eggers kreeg het idee voor De parade tijdens een trip in Zuid-Soedan. Hij dropt zijn twee personages in een niet nader bepaald (Afrikaans?) land, dat net een slopende burgeroorlog achter de rug heeft. Twee mannen, werkzaam voor een internationaal bedrijf, zijn belast met een eenvoudige maar cruciale missie: een weg van 230 kilometer asfalteren en markeren. Die levensader moet het landelijke, achtergestelde zuiden verbinden met het stedelijke noorden. In twaalf dagen moet de klus gefikst zijn, met behulp van een hypergesofisticeerde asfalteermachine, de RS-80. Vervolgens zal de fiere president de weg met veel tromgeroffel en festiviteiten inhuldigen. Want, de weg, ‘die brengt begrip’ en doet de haat vergeten.

Een eenvoudige plot, dacht je? Misschien. Maar vanaf de eerste pagina’s schept Eggers een intrigerende atmosfeer van abstracte vervreemding en van bitsige rivaliteit. Zijn hoofdrolspelers blijven naamloos, uit veiligheidsredenen hanteren ze de codenamen Vier en Negen. Vier en Negen lijken ronduit tegengestelde karakters. Vier, met 63 gelijkaardige missies op de teller, is uiterst punctueel, zeg maar ziekelijk plichtsbewust en voorbereid op alles. Hij zal de RS-80 bedienen en verheerlijkt het apparaat: ‘Eens in de tijd maakt de mens een volmaakte machine, dacht hij, een machine die weinig onderhoud vergt, zijn werk doet en er niets voor terug wil.’

Zich bij het monotone werk laten afleiden door de nieuwsgierige plaatselijke bevolking? Geen sprake van. ‘Het aanleggen van een goede weg was belangrijk werk. Wat er om hem heen gebeurde, kon onmogelijk interessanter zijn.’

Alcohol en Prostituees

Voor Vier is het schema heilig, net als de bedrijfsorders. Negen daarentegen is pas aan zijn eerste opdracht toe. Zijn taak: ‘het minimaliseren van obstakels’. Met een squad rijdt hij voor de machine uit.

Maar Negen is een ontembare losbol, getuige de altijd ‘bungelende slierten haar’ voor zijn voorhoofd. Vier stelt vast: ‘In de zesendertig uur dat Negen in de stad was geweest, had hij minstens één prostituee opgepikt en ergens alcohol gevonden waar dat streng verboden was.’ Al heeft Negen de troef dat hij de lokale taal spreekt.

Het is een klassiek procédé: een verhaal laten schuren door diametrale karakters met elkaar te confronteren. Ofwel komt het tot een hevig dispuut en een katharsis of toch tot een soort verzoening. Denk bijvoorbeeld aan de beroemde (komische) debuutroman van Magnus Mills, De hekkenbouwers, waar de voorman in conflict raakt met zijn collega’s bij het bouwen van een omheining. Eggers weet perfect hoe hij zo’n vertelmechanisme voor zijn kar kan spannen. Toch voegt hij er van meetaf ook een ongemakkelijke dimensie aan toe.

De ergernis van de bureaucratische en hiërarchisch ingestelde Vier, bijgenaamd ‘De Klok’, groeit met elke meter asfalt die ze aanleggen. Negen gedraagt zich als een losgeslagen veulen, hij knoopt roekeloos contacten aan met de plaatselijke bevolking, neemt deel aan dorpsfeesten en zwemt in mogelijk besmet water. Negen ziet er geen graten in: ‘Ze zien me, ze accepteren me, ik heb me nog nooit zo geaccepteerd gevoeld’, zo bezweert hij Vier, na een zoveelste escapade. Is Vier de vertegenwoordiger van Amerikaans bulldozer-imperialisme en Negen de onbesuisde hulpverlener met een hart? Eggers zet ons regelmatig op een dwaalspoor.

Dat hier brokken van komen, voel je op je klompen. Wanneer Negen ziek wordt, lijkt voor Vier de tijd rijp om zich voorgoed van hem te ontdoen. Tot zijn harnas afbrokkelt, onder druk van de omstandigheden, en de grenzen van de moraal worden opgerekt.

Het is langdurig gissen waar dit verhaal precies heengaat – ondanks de kaarsrechte route van de protagonisten. Maar doorlezen, dat doe je. Eggers houdt als vanouds zijn taal en stijl franjeloos en efficiënt, trouw aan leermeester Hemingway. Zij het niet zonder een wrang komische toets én met details die de rasschrijver verraden. Wanneer Negen poëzie citeert in zijn zwatelige exposés, denkt Vier bijvoorbeeld: ‘Geen mens zou gedwongen mogen worden een man aan te horen die gedichten voordraagt en je wil laten raden van welke dode dichter ze zijn.’ Dat we in De parade hoofdzakelijk vanuit het hoofd van Vier naar de gebeurtenissen kijken, werkt bovendien hoogst benauwend en misleidend.

Natuurlijk is De parade meer dan een pychologisch steekspel of een ‘road novel’. Eggers rakelt universele, ethische vragen op waar hij al eerder mee aan de slag ging. Alleen worden ze hier nogal archetypisch uitvergroot, soms tot in het absurde. Welke attitude is passend voor een westerse werknemer tegenover de plaatselijke bevolking? Hoe dun is de lijn tussen neokolonialisme en interventionisme? Maar Eggers dubt ook over egoïsme en altruïsme, waarbij iedereen wel een klots boter op het hoofd heeft. Of over achterdocht en vertrouwen. En over het redden van je eigen vel. ‘Een goede werknemer meldt geen problemen, hij lost problemen op’, denkt Vier, wanneer hij voor de zoveelste keer van Negen wil afraken. Dus toch maar het moederbedrijf niet verwittigen, besluit hij. Zo stuit je ook hier op echo’s van The Circle, waar het bedrijf immers de zaligmakende entiteit was.

Akkoord, je zou Eggers in deze emblematische, soms sinistere roman enig simplisme kunnen aanwrijven. We zwijgen ook over enkele ongeloofwaardigheden, zoals het gesjouw met de doodzieke Negen, die alsnog miraculeus verrijst. En really, bevestigt hij hier zomaar losjes een paar vigerende clichés over ontwikkelingshulp?

Welnee. Eggers is slim genoeg om niet in de val van de eenduidigheid te trappen. Met een ferme hamerslag stuurt hij De parade in het laatste hoofd- stuk nog een heel andere kant uit. Cynisch, hard én kil. Zou de schrijver onderweg dan toch zijn positivisme zijn kwijtgeraakt?

Dave Eggers, ‘De parade’, Lebowski, 142 p., 21,99 euro. Vertaald door Gerda Baardman, Maaike Bijnsdorp, Lucie Schaap en Elles Tukker. 3,5 sterren. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234