Vrijdag 20/09/2019

Interview

Danira Boukhriss is klaar voor haar talkshow: ‘Ik ben niet de vrouwelijke alibi-Ali’

Danira Boukhriss: ‘Ik heb toch al bewezen dat ik meer ben dan mijn uiterlijk? Ik ben niet de vrouwelijke alibi-Ali. Ik ben geen alibi-Dani.’ Beeld Joris Casaer

Danira Boukhriss (29) is allesbehalve een allemansvriendin: voor de een is ze een topper, voor de ander een trien. En, twitterati, hou u vast: maandag trapt ze haar eigen talkshow Vandaag af. Is ze al zenuwachtig? ‘Hoe meer kritiek er zal komen, hoe minder rekening ik er mee zal houden.’

Queen D. noemen haar vriendinnen haar, omdat ze weleens graag de Beyoncé uithangt op een podium. Of Danira Boufriss, want ze moet elke week minstens één keer naar de frituur. Maar het vaakst zeggen ze – thuis in Vilvoorde – ‘Dani’. “Als ze dat doen, is de glamour ver te zoeken”, lacht ze zelf. “Dani is dan zeker geen diva.”

 BIO geboren op 12 augustus 1990 in Vilvoorde • journaliste en televisie-presentatrice • studeerde taal- en letterkunde aan de VUB • werkt sinds 2012 voor de VRT, eerst bij Vlaanderen Vakantieland, daarna bij de nieuwsdienst • presenteert het voedings-programma Over eten, samen met Kobe Ilsen • wordt de host van het nieuwe laatavondprogram­ma Vandaag

Deze Dani met Grieks, Marokkaans en Kempens bloed presenteert vanaf overmorgen Vandaag. Een naam simple comme bonjour voor de nieuwe talkshow op Eén, elke weekdag om 22 uur. Daar zal zij, en niet langer Lieven Van Gils, de dag overschouwen met enkele gasten.

Voor haar is het een volkomen logische stap, maar de critici wrijven zich al in de handen, en dat weet ze, zeker na alle bagger die ze over zich heen kreeg tijdens haar doortocht in De slimste mens ter wereld.

Dat haar carrière weleens een zigzagbeweging maakte – van Canvas naar Het journaal, van Over eten naar Steracteur sterartiest – was vaak een welkome aanleiding voor diezelfde critici om met nog meer modder te gooien. Zegt ze zelf: “Het is toch niet omdat ik graag zing in een glitterjurk dat ik geen zinnig gesprek kan voeren met een serieuze mens? Is het niet absurd om mensen in een hokje te stoppen en ze daar voor altijd te laten zitten? Zo’n opdeling is toch totaal passé?

“Ja, ik lees Story en Dag Allemaal. Maar ik verslind ook de Knack. Ik koop zelfs boeken! Grand Hotel Europa is mijn laatste aanwinst. En weet je wat ik nog doorploeg? De weekendbijlages van de kranten. Ben ik nu ernstig genoeg voor een latenighttalkshow?” (schaterlach)

Zijn er nog vooroordelen die je wil beslechten? Of taboes die je wil doorbreken? In elk interview laat je wel vallen dat je zelf geen enkel taboe hebt.

“Ik heb geen missie met mijn show. Ik zal er geen hoogdravende ideeën uitdragen; ik zal me laten meeglijden op de actualiteit, en daar een goed gesprek uit puren.”

Wanneer zul je ‘s avonds tevreden naar huis rijden?

“Als ik geen stoeme dingen heb gezegd. (lacht) De afgelopen weken heb ik Phara de Aguirre, Kathleen Cools, Annelies Beck en zeker Lieven Van Gils bestookt met vragen. De voornaamste was: hoe schud ik een slechte show van mij af? Allemaal antwoorden ze: tijdens de autorit naar huis mag je kwaad zijn op jezelf. Maar laat die woede in de auto zodat je goed slaapt en het de volgende dag niet opnieuw verprutst. Uiteraard zal ik ook naar drank en drugs grijpen. In gigantische hoeveelheden (pauzeert even) Zet daar alsjeblieft ‘lacht’ bij. Of nog beter: ‘lacht luid’.”

Genoteerd. Een talkshow is topsport, waarschuwen je collega’s. Heb je je fysiek voorbereid?

(zet nasaal stemmetje op) “O ja, ik sta elke dag keivroeg op en ga sporten. Niet dus. Mijn goed voornemen is om elke dag na het ontbijt een trui over mijn pyjama te trekken en een kwartiertje op de dijk aan mijn huis te gaan wandelen. Sporten zal voor het weekend zijn, al vermoed ik dat ik daar in november pas aan zal beginnen. Ten vroegste.”

Is de talkshow niet al te vaak gereanimeerd?

“Wij gaan de talkshow niet heruitvinden, wij willen het onderwerp van de dag vastpakken en uitpluizen. Dat kan harde actua of vrolijk entertainment opleveren. Jan Jambon, de laatste boyband en gewone mensen: ze zijn allemaal welkom. Het enige criterium is: ze moeten een goed verhaal hebben.”

Kan Dries Van Langenhove jouw gast zijn?

“Als hij die dag ‘het nieuws’ is, zou dat best kunnen. Ik zou dat gesprek wel totaal anders aanpakken dan Kathleen of Annelies in Terzake. Ik zal hem misschien eerder vanuit de buik interviewen, zij zijn meesters in het politieke spervuur. Onze programma’s zullen perfect naast elkaar kunnen bestaan. Wij beginnen ook pas laat ’s avonds, de kijker zal zijn hersens niet te hard moeten pijnigen bij ons. Bij serieuze onderwerpen zoeken we de luchtigheid, bij de lichtvoetige de sérieux.”

Gaat die spreidstand wel werken?

“Ik zie dat niet als een spreidstand. Bij Lieven en De laatste show was er toch ook altijd een breed aanbod? Je kunt een politicus misschien wel beter leren kennen door hem eens een minder serieuze vraag te stellen. En met een popartiest wil ik ook weleens de diepgang opzoeken.”

Het Nederlandse tv-programma Jinek zou het grote voorbeeld zijn voor je talkshow. Klopt dat?

“Eva Jinek bewonder ik erg; ik kijk heel aandachtig naar haar interviews, maar ik wil niemand imiteren. Ik moet de beste versie van mezelf worden. Niet de Jinek of de Oprah van België. De show zal zeker niet rond mij draaien. Mijn gasten moeten shinen. Niet ik.”

Je wordt niet de slimste mens aan de tafel?

“Neen. Die druk wil ik mezelf niet opleggen.”

Jinek heeft tien jaar kunnen oefenen in minder bekeken programma’s. Jij hebt op je 29ste al een eigen talkshow.

“Ga je mij nu toch bang krijgen? Mijn mama, die weet dat ik me vreselijk kan opnaaien en panikeren, heeft me een goede raad gegeven: ‘Wees vooral niet te streng voor jezelf.’ Dat probeer ik nu te doen. Tuurlijk schiet ik ’s nachts soms wakker en denk ik: ‘Waarom heb ik ‘ja’ gezegd tegen een dagelijkse talkshow? Waarom?’

“Maar elke mens wordt geplaagd door onzekerheid in zijn job. Ik heb gewoon ‘de pech’ dat heel Vlaanderen meekijkt en een mening zal hebben. Hoe meer kritiek er zal komen, hoe minder rekening ik ermee zal houden. Want als ik naar álle meningen moet luisteren, kan ik niet meer functioneren. Ik zit niet op Twitter en Facebook, daar kan ik al geen zure reacties tegenkomen.”

Danira Boukhriss: ‘Ik sta op mijn strepen en durf cassant te zijn, maar ik voel mij niet beter dan een ander. Nooit. Ik kijk niet neer op anderen.’ Beeld Joris Casaer

Weet je waarom je zulke scherpe reacties oproept? Je lijkt het tegendeel van the girl next door.

“Ik weet het. Maar ik heb liever dat mensen me bekritiseren, dan dat ik hen koud laat. Vroeger had ik altijd zelf meteen een oordeel klaar wanneer ik een BV bezig zag op tv. Nu denk ik: Waarom deed ik dat toch? De haters hebben me dus milder gemaakt... (kijkt vragend naar de interviewer) Wat hoor jij eigenlijk over mij?”

Veel. Heel veel. Ofwel vinden mensen haar moeiteloos mooi, spontaan en intelligent. Ofwel is ze een onnozel wicht, een arrogant geval en een giecheltrien. Een middenweg is er niet. Ze schrikt niet van die labels. Ze lacht. “Wie mij een geforceerde giecheltrien vindt, kan niet om met mijn stijl, en daar ga ik me niet tegen verdedigen. Maar dat ze mij arrogant noemen, dat vind ik wel heel erg.

“Ik sta op mijn strepen en durf cassant te zijn, maar ik voel mij niet beter dan een ander. Nooit. Ik kijk niet neer op anderen. Ach, het is allemaal zo relatief. Na Die huis (tv-programma van en met Eric Goens, TP) was ik ineens wel een slimme die wist waarover ze praatte. Toen dacht ik echt: ‘Waarom ben ik nu ineens wel oké?’”

Tijdens De slimste mens ter wereld klonk het verdict wel anders.

“Ja, toen kon die kritiek me nog onzeker en triest maken, nu niet meer. Vaak denk ik wel: mocht een vent zo vrank hebben gedaan, er zou geen haan naar gekraaid hebben.”

Vrouwen die willen winnen, stoten af?

“Maar die ambitie had ik zelfs niet. Ik zei gewoon wat in mij opkwam en wilde me amuseren met dat spelletje. Dat is het net. Als een vrouw dat doet, dan heeft ze al te veel goesting om te winnen en is ze stout. De mannelijke juryleden in De slimste mens waren veel grover, en die kregen het nooit zo hard te verduren als ik.”

Werd je al arrogantie verweten voor je bekend was?

“Nooit. Mijn moeder heeft me geleerd om voor mijn mening uit te komen, maar ik moest altijd beleefd blijven. Ze heeft alle afleveringen van De slimste mens gezien en ze zei dat ik maar één keer wat te stout was geweest. Haar opvoeding heeft dus gewerkt. Wat ik toen precies had gezegd, weet ik al niet meer.

“Als ik vroeger niet akkoord ging met wat een leerkracht zei, ging ik daar wel steevast tegenin. Het resultaat was dat ik dan vaak uit de klas gezet werd.”

Haar zwaarste straf – ze wordt er nog kwaad om – kreeg ze al in het eerste middelbaar. Op schoolreis kwam ze tien minuten te laat op de parking van Walibi, omdat ze met een groepje vrienden nog snel een achtbaan wilde uitproberen. Haar leerkracht biologie was woedend, en zei dat ze in een strafwerk moest uitleggen waarom je niet te laat mag komen op een afspraak. Dat wilde ze nog wel doen, maar toen zei diezelfde leerkracht: ‘Volgend jaar mogen jullie niet mee naar Disneyland.’ Diep verontwaardigd schreef ze daarop een opstel waarin stond waarom het totaal onrechtvaardig was dat ze het volgende jaar straf kreeg voor iets wat ze dit jaar had mispeuterd. “Pas op, ik heb die juf niet uitgemaakt voor ‘stomme trut’”, vertelt ze nu. “Ik ben heel netjes gebleven. Mijn moeder heeft mijn opstel gelezen en is bij de directeur mijn straf gaan aanvechten. Toch mocht ik niet mee naar Disneyland.”

In de klas zinderde het voorval nog lang na. Op een dag was ze de enige die een vraag kon beantwoorden van diezelfde biologieleerkracht, waarop een jongen vroeg: ‘Juf, nu mag ze toch wel mee naar Disneyland?’ Toen de lerares niet reageerde, antwoordde Danira: ‘Awel, ik wil al niet meer mee.’

Even stopt ze met ratelen en kijkt recht voor zich uit. “Maar dat is toch niet arrogant?”

Komt je vrankheid van je ouders?

“Hun humor is cassant, maar zij zijn veel braver dan ik.”

Haar vader is enorm trots op haar, vertelde hij eerder op de dag aan de telefoon, maar niet geheel onbezorgd over haar tv-toekomst. Als consultant die al dertig jaar cursussen geeft over integratie en interculturele communicatie kent hij de valkuilen en vooroordelen. “Danira zal het nooit helemaal goed kunnen doen voor iedereen”, meent hij. “Voor de extreem gelovige Marokkanen is zij te geïntegreerd. Voor de racistische Vlamingen niet aangepast genoeg.”

Danira knikt heftig wanneer de mening van haar vader op tafel komt. “Alle culturen die ik heb meegekregen – ik ben voor een kwart Kempisch, voor een kwart Grieks en voor de helft Marokkaans –, vind ik een enorme verrijking. Maar wat mijn vader zegt, is het grootste nadeel: ik val tussen twee werelden. Trauma’s geeft dat niet, maar heel lang heb ik me afgevraagd: waar hoor ik bij?”

Weet je het nu?

“Misschien moet ik een clubje voor mulatten en metissen oprichten? (lacht) Al mijn vrienden van gemengde origine kennen die ontheemding. Ik heb dan nog het geluk dat mijn ouders dezelfde ideologie en levensstijl hebben. Binnen mijn gezin was er geen verscheurdheid. Maar daarbuiten werd ik echt vreselijk gepest.

“Op een dag werd ik op de speelplaats uitgemaakt voor ‘makak’, en voor ‘sale flamand’ op straat. Dan liepen er meisjes met een hoofddoek voorbij, en dan hoorde ik: ‘Ga terug naar uw flamoesjen’. Een uur later riep een blanke jongen dan weer: ‘Keer terug naar uw land.’”

“Toen ik in de mediawereld stapte, was ik voor de racisten de stomme moslima die altijd het slachtoffertje speelde, en kreeg ik de vraag – ik citeer – hoeveel blanke mannen ik had moeten neuken om op tv te komen. Van extremistische moslims kreeg ik dan weer berichten waarin ze me waarschuwden dat mijn kop eraf zou rollen. Ik heb echt zware doodsbedreigingen gekregen. Ik moest de Koran lezen, scholden ze, in plaats van onnozel te doen op tv.

“Heel lang voelde ik de druk om mij te bewijzen bij de Marokkaanse gemeenschap. Ik heb een grote Marokkaanse familie – ik ken de cultuur en de gewoontes – en dat wilde ik constant tonen.”

Nooit gedacht: nu lees ik de Koran, nu doe ik een hoofddoek om?

“Neen. Ik schaamde me wel bij de Marokkanen omdat ik niet gelovig was. Tijdens de ramadan zal ik nooit in het openbaar eten, ook al doe ik niet mee. Dat zit echt in mij ingebakken. Als een vorm van respect. Van andere Marokkanen hoor ik hetzelfde.

“Weet je, in het begin van het gesprek vroeg je of ik met Vandaag een taboe de wereld uit wil helpen. (klopt op de tafel in de tv-studio) Dat is nu eens een taboe dat ik hier wel wil bespreken. Atheïstische Marokkanen, die krijgen echt nog een stigma.”

Danira Boukhriss: ‘Atheïstische Marokkanen, die krijgen echt nog een stigma. Eigenlijk zou er iemand moeten durven opstaan en zeggen: ik ben niet minder Marokkaan omdat ik niet gelovig ben.’ Beeld Joris Casaer

Is het niet jammer dat de Marokkaanse identiteit volledig lijkt samen te vallen met het geloof?

“Absoluut. Eigenlijk zou er iemand moeten durven opstaan en zeggen: ik ben niet minder Marokkaan omdat ik niet gelovig ben. Het is niet erg dat cultuur en geloof samen hangen, maar het is wel erg dat sommige moslims anderen scheef bekijken omdat ze geen moslim zijn.

“Ik heb daar lang mee geworsteld. Tot ik dacht: Verdorie, mijn oma kwam van de Kempen, mag ik wat westers zijn? Foert, denk ik nu, ik ben niet minder Belg omdat ik Marokkaanse roots heb en ik ben niet minder Marokkaan omdat ik niet moslim ben. Ik voel ook niet meer de nood om de goedkeuring te krijgen van de ene of de andere gemeenschap.

“Een goede moslim, zei mijn vader altijd, die oordeelt niet over een ander mens. Die doet zijn ding, die leeft zijn leven, en aan het einde velt Allah zijn oordeel over hem.”

Ben je zelf totaal ongelovig opgevoed?

“Ja. Mijn vader heeft een streng islamitische opvoeding gekregen, maar is helemaal anders gaan denken. Ik vind dat straf, al wil ik daarmee zeker niet zeggen dat atheïsten beter zijn dan moslims. In mijn familie zitten Grieks-orthodoxe gelovigen, de kant van mijn vader is moslim, mijn moeder is katholiek opgevoed.

“Mijn ouders hebben er altijd op gehamerd dat ik mijn eigen waarheid moest maken, en voor iedereen respect moest hebben. Ze toonden me hoeveel mooie dingen er in elke religie zitten, maar zeiden ook: wij hebben het geloof niet nodig om goed te leven.”

“Bij mijn moeder was er wel een kinderbijbel, omdat ze wilde dat ik de basis meekreeg van het christelijk geloof. De Koran lag bij mijn vader. Ooit heb ik geprobeerd hem te lezen, maar dat was te moeilijk. Op school volgde ik zedenleer. En toch... had ik op mijn vijftiende gezegd: ik wil moslima worden, dan hadden ze mij wel vrij gelaten. Maar het heeft mij nooit geprikkeld.”

Beeld Joris Casaer

In je klas zat een van de eerste Syrië-strijders. Was hij toen al extreem gelovig?

“Totaal niet. Die jongen was tot zijn achttiende volkomen normaal. Na het middelbaar studeerde hij voor bejaardenverzorger en deden we altijd een babbeltje wanneer we elkaar tegenkwamen. Zijn radicalisering is overnight gebeurd. Dat bewijst ook hoe hard hij gebrainwasht en gemanipuleerd is.

“Zijn vertrek was echt een shock voor mij. Wanneer ik naar mijn mama ga, rij ik altijd langs de straat waar zijn ouders wonen. Elke keer denk ik: ‘Fuck, die ouders. Hoe is dat kunnen gebeuren?’ Die mensen krijgen een stempel, terwijl dit het laatste is wat ze wilden bereiken met hun opvoeding.”

Vijf jaar geleden zei je: ‘Racisme is met uitsterven bedreigd.’ Zou je die woorden nu nog herhalen?

(valt voor het eerst volledig stil) “Ik was er echt van overtuigd dat we zouden evolueren naar een samenleving waarin de pure bloods niet meer zouden bestaan. Al bestaat dat eigenlijk niet eens –zuiver bloed – na die duizenden jaren van volksverhuizingen en vreemde overheersers. Dát is pas een pure illusie.”

De wereld zou één club van mulatten en metissen worden?

“Ja! Ik dacht toen echt dat er een wereld zou komen waarin iedereen gemixt happily ever after zou leven. Alle kinderen zouden, zoals mijn petekindje, in een crèche zitten met vriendjes met een ander kleurtje, en niet meer schrikken van een zwarte of een Marokkaan op straat. Die mix, dacht ik toen, zou de xenofobie, tenietdoen. Helaas was ik toen in een veel te hoopvolle bui.”

Had je de verrijzenis van het Vlaams Belang verwacht?

“Schrok ik toen ik de uitslag zag? Neen, niet echt. Het was eerder verontwaardiging. ‘Vlaanderen, echt waar?’ Dat gevoel overheerste. Ik wil geen politieke statements maken, maar ik merk wel dat de schaamte helemaal weg is. Mensen komen er nu voor uit dat ze op Vlaams Belang stemmen. Vroeger hoorde je ook vaker: ‘ik ben geen racist, maar...’ Nu hoor je: ‘Ik ben een racist.’ Punt.

“Daarmee wil ik wel niet gezegd hebben dat het Vlaams Belang een racistische partij is of dat mensen door hun overwinning er meer voor zouden uitkomen dat ze racist zijn. Want sinds het Vlaams Blok het Vlaams Belang heet, is het nooit veroordeeld voor racisme.”

Was ze eerst nog op haar hoede bij heikele onderwerpen, dan laat ze nu haar reserves varen. “Ik kan een ‘Zeno’ vullen met racistische voorvallen”, zegt ze. “Zeker één ‘Zeno’. En een halfke en een meisje zoals ik heeft dan nog geluk.”

Ooit reed ze terug van een trouwfeest, met haar tantes en nichtjes in de auto, en kreeg ze een klein accident op de Brusselse Ring. De agent die na het ongeval stopte, begon in het Frans tegen hen te schreeuwen. Ze vroeg hem in het Nederlands of hij wat rustiger kon praten. Hij antwoordde: ‘Ah, da spreekt Nederlands?’

“De neerbuigende toon die hij toen gebruikte...”, vertelt ze. “Dat woordje ‘da’. Had mijn tante mij toen niet tegengehouden, ik was volledig over de rooie gegaan.”

Dat jongens veel ergere zaken meemaken dan zij, benadrukt ze nog. “Want dat zijn de gaminkes, de fafoullen, de voyous van de straat. Ik droeg ook geen hoofddoek. Hoe vaak ik al gedacht heb: ik ga dezelfde wandeling maken met en zonder hoofddoek, en de verschillende reacties peilen.”

Danira Boukhriss: ‘Ik ben heel vrij opgevoed. Wat ik geworden ben, dank ik volledig aan mijn ouders.’ Beeld Joris Casaer

Wat is het ergste dat je ooit hebt meegemaakt?

“Die Pegida-betoging (in 2015, red.): ‘Ik ben geen racist, maar ik kan u niet rieken of zien.’ Dat kreeg ik te horen, terwijl ik als VRT-reporter gewoon een verslag maakte. Mijn vriend en ik hebben onlangs ook nog een voorval gehad, maar daar wil ik niks over vertellen. Hij is half Congolees, en krijgt veel meer over zich heen dan ik.

“Het is vreselijk van ons, en ik wil niet het slachtoffer uithangen, maar wanneer mensen onbeleefd zijn of ons uitschelden, vragen we ons dikwijls af: zouden ze ook zo doen mochten wij blank zijn? Terwijl ik echt zo niet wil denken over anderen en niet wil dat dit een automatische reflex wordt. Ik wil gewoon rustig mijn leventje leiden.”

Vind je jezelf een rolmodel?

“Een jaar geleden vertelde een half gekleurde mama mij dat haar dochtertje na een aflevering van Over eten had gezegd: ‘O mama, zij komt op tv, dan kan ik dat ook.’ Gewoon omdat ze een bruin meisje zag op het scherm. Ik krijg er opnieuw kippenvel van. Veel meisjes zeggen me dat ze zich optrekken aan mij. Niet dat zij mij blindelings adoreren, natuurlijk niet, maar ik vind dat wel mooi. In alle sectoren geldt dat trouwens: een dokter, advocaat of journalist met een ander kleurtje, dat geeft hoop.”

Voel je je niet de excuustruus die de diversiteitscijfers moet opkrikken?

“Neen. Nu niet meer. Vandaag heb ik al acht journalisten gesproken, en ze hebben me allemaal gezegd wat een grote verantwoordelijkheid zo’n dagelijkse talkshow is. Wel, mocht ik enkel een excuustruus zijn, dan had Olivier Goris (netmanager van Eén en Canvas, red.) mij deze job niet gegeven. Ik heb toch al bewezen dat ik meer ben dan mijn uiterlijk? Ik ben niet de vrouwelijke alibi-Ali. Ik ben geen alibi-Dani. (lacht luid) Hoe grappig dat ook klinkt.”

In 2018 was slechts 6,7 procent van de mensen op Eén een nieuwe Vlaming. Is dat geen bedroevend laag cijfer?

“Ik heb niet het gevoel dat er hier weinig mensen met een migratieachtergrond werken of op tv komen. Dit is geen wit bedrijf. Anderzijds: het geforceerd zoeken naar kleur, dat werkt nooit. Dán krijg je pas excuustruzen. Op Eén heb je Karine Claassen, Riadh Bahri, Aster Nzeyimana, Ihsane Chioua Lekhli, Fatma Taspinar, mij en binnenkort Nora Gharib, dat zijn al zeven gezichten op één zender.”

Riadh Bahri schreef in 2015 in een open brief dat zijn Tunesische vader hem altijd inpeperde: je zult dubbel zo hard je best moeten doen door je afkomst. Herken je dat?

“Neen, maar ik begrijp wel wat hij bedoelt. Mijn vader heeft mij alles laten doen wat hij thuis zelf niet kon of mocht omwille van conservatisme, de islam of een gebrek aan geld. Ik ben heel vrij opgevoed. Wat ik geworden ben, dank ik volledig aan mijn ouders.

“Ik was een heel druk kind: ik wilde altijd liedjes zingen, toneeltjes spelen en dansjes doen, en zij moesten dan kijken. Nooit zeiden zij: ‘Danira, stop met aandacht zoeken, word rustig.’ Ik was enig kind, wat ook maakte dat ik vaak omringd was door volwassenen. Vaak voerde ik een showtje op voor mijn ouders en hun vrienden en keerde daarna – enigszins gekalmeerd – terug naar mijn kamer.”

Vond je het erg om enig kind te zijn?

“Neen. Toen mijn moeder een paar jaar geleden erg ziek was, besefte ik wel: fuck, als mijn ouders oud en zwak zijn, ben ik de enige die voor hen kan zorgen. Daar zit ik mee.

“Maar ik kan niet missen wat ik nooit gekend heb. Mijn allerbeste vriendin voelt ook als een zus voor mij, zij is de dochter van de beste vriendin van mijn ouders. Wat nog meespeelt, is dat mijn ouders uit elkaar gegaan zijn toen ik vier was. Mochten zij samengebleven zijn, had ik het erger gevonden als er geen broers of zussen meer waren bij gekomen. Ik was nu om de week een duo met een van mijn ouders, en dat heeft onze band alleen maar versterkt.”

Is die scheiding een kwetsuur?

“Neen. Maar ze heeft mij wel realistisch gemaakt. Ik heb geen grote dromen over de liefde, omdat ik heel goed besef dat het altijd kan fout lopen. Veel kleine meisjes mijmeren over een trouwfeest met een tiara en een lang wit kleed in een kasteel. Die typische dromen, die had ik niet, omdat ik het nooit heb gekend.”

Ooit zei je: ‘Ik geloof niet in een mister right. Enkel in een mister right now.’ Komt dat door je jeugd?

“Ja. Ik bedoel met mister right now: ik kies nu voor jou, en voor mij ben jij nu de man van mijn leven, maar je weet nooit hoe het uitdraait. Dat betekent niet dat ik mezelf afrem in een relatie, ik smijt mij altijd volledig. Als ik niet het gevoel heb dat het voor heel lang zou kunnen zijn, dan begin ik er niet aan.”

Hoopte je dat je ouders terug bij elkaar zouden komen?

“Zeker. Ze waren zulke goede vrienden, waarom konden we dan niet samen in één huis wonen? Dat kon voor mij erg verwarrend zijn. Maar ik neem hen niets kwalijk, ze hebben hun uiterste best gedaan opdat de scheiding mijn leven niet overhoop zou halen.

“Als ik mezelf inbeeldde als volwassene, was ik wel altijd een moeder met een kind alleen. Dat was mijn beeld van een gezin. Ook al vormden wij eigenlijk wel een gezin, want wij deden nog veel samen.” ”

Is je beeld van het moederschap nu nog hetzelfde?

“Neen. Mijn lief moet zich helemaal geen zorgen maken, ik ga hem niet verlaten wanneer ik ooit een kind op de wereld wil zetten. Zeker niet.”

Beeld Joris Casaer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234