Donderdag 24/10/2019

Gent Jazz

Dag twee Gent Jazz: een kwieke eeuweling palmt Gent in

Herbie Hancock op Gent Jazz Beeld Bas Bogaerts

Jazz viert in 2017 zijn honderdste verjaardag, en in Gent stond iemand op het podium die al meer dan een halve eeuw mee de groove van het genre aangeeft: Herbie Hancock. Hij funkte de boel op met een band die diverse generaties verenigde, en blikte zo tegelijk achteruit naar zijn rijke verleden én vooruit naar the shape of jazz to come.

Dag twee van Gent Jazz in één beeld? De vrolijk dansende voeten van de pianospelende Herbie Hancock die een attente cameraman heel even op het grote zijscherm toonde. Spelplezier, swing, verborgen verleiders – je kreeg het een paar seconden allemaal tegelijk te zien.

De avond was nochtans minder smooth begonnen: bij Christian McBride’s New Jawn (★★★) leken de dialogen tussen bas & drum aan de ene kant en trompet & sax aan de andere kant te veel op een dovemansgesprek. Dik vijfentwintig minuten lang zocht je tandenknarsend naar een aanknopingspunt. Maar kijk, aan het eind van ‘Obsequious’ hoorde je plots een stuwende groove en gingen de blazers gloedvol rond één thema cirkelen.

Vanaf dan hield dit kwartet veertigers zijn zaakje strak in de hand. Contrabassist McBride haalde herinneringen op aan de keer dat hij met Chick Corea op Gent Jazz speelde en er een onstuimig feestje op het podium ontstond. Dat kwam er deze keer niet van, maar het ingetogen ‘Ballad for Ernie Washington’, een song van trompettist Josh Evans, pakte je wél in als een kat die langs je benen vleit. Cool, zo’n band die niet bang is voor de stilte in zijn muziek. En al even cool: het publiek, op stoelen, luisterde ademloos toe.

Christian Mcbride's New Jawn Beeld Bas Bogaerts

Puzzelstukjes

New Jawn speelde verder nog werk van overleden grootheden als Freddie Hubbard, Tony Williams en Ornette Coleman, waarbij de blazers en de ritmesectie zich beurtelings op de voorgrond drongen, om dan een stap terug te zetten en de anderen een duwtje in de rug te geven.

Topmomenten: de manier waarop drummer Nasheet Waits de melodie van Williams’ ‘Arboretum’ compleet uiteen roffelde en dan weer in de plooi liet vallen. Of het voortdurend twijfelen tussen plankgas en slakkengang in Hubbards’ ‘Take It to the Ozone’, en de scheutjes euforie van Marcus Stricklands basklarinet die in Colemans ‘The Good Life’ als puzzelstukjes in elkaar schoven.

Plagerige drops

Ook Ben Wendel Group (★★★) toonde zich in de laatste van zijn drie sets op de Garden Stage een man van het goede leven – als hij zijn sax niet tot barstens toe aan het bespelen was, had de frontman voortdurend een brede glimlach op de lippen. Dat joie de vivre werkte zo aanstekelijk dat je overal mensen hun smartphones zag wegstoppen bij de forse tempowisselingen die het kwartet rond Wendel liet horen.

Hier kreeg je geen voorzichtige aanloop naar een rondje opeenvolgende solospots. De band speelde constant op de toppen van zijn tenen en bracht in zijn voortdenderende, naar hiphop lonkende cadans een paar plagerige drops aan. ‘Still Play’ van Wendels andere band Kneebody bouwde met een stotterende sax op naar een technoclimax, tot de piano en drums invielen en elkaar voortdurend van het rechte pad leken te willen duwen. Fraai!

Beeld Bas Bogaerts

Wie zich aan het eind van Wendels set al richting Hancock haastte, miste een portie swingjazz op speed – een spelletje haasje-over met de traditie dat de headliner van de avond vast had geapprecieerd.

Intense virtuositeit

Ook de 77-jarige Herbie Hancock (★★★★) verenigde heden en verleden van de jazz – en dat begon al bij zijn band, waarin je naast de 61-jarige Zappa-drummer ook de 38-jarige toetsenist, zanger en altsaxofonist Terrace Martin herkende. Martin is een spilfiguur van de hippe West Coast-jazzscene (Kamasi Washington, Thundercat, Robert Glasper) én hij heeft de telefoonnummers van de lokale hiphoppers op speed dial staan: hij producete onder meer zes songs op To Pimp a Butterfly van Kendrick Lamar.

Beeld Bas Bogaerts

Toch had je in Gent soms de indruk dat Martin wat met zijn vingers stond te draaien. Maar dat komt er natuurlijk van als je grotendeels dezelfde instrumenten bespeelt als de bandleider - toetsen en vocoder - en er met bassist James Genus en gitarist-zanger Lionel Loueke, afkomstig uit Benin, al zoveel topmuzikanten op het podium staan.

Die concentratie aan ego’s zorgde af en toe voor een wat overladen geluid en een enkele keer voor een wat richtingloze uitweiding. Maar meestal stond je toch gewoon te genieten van de intense virtuositeit van deze kerels. Dat deed ook Hancock zelf, die zijn plezier niet op kon toen hij hen aan het publiek voorstelde. En anders kon je het ook wel opmaken uit zijn minzame ‘lekker bezig, jongens’-blik, of aan het jongensachtige loopje dat hij plots uit zijn stramme lijf haalde in de bisronde.

Beeld Bas Bogaerts

Hancock speelde werk uit zijn seventies-platen zoals ‘Watermelon Man’ en ‘Actual Proof’, waarin hij afwisselde tussen synthesizer en vleugelpiano en Terrace Martin liet schitteren op alle instrumenten die hij bij zich had, en liet ook zijn ultieme classic ‘Cantaloupe Island’ de revue passeren. Die songs groeiden uit tot lange jams, waarin funk, fusion, futuristische soul en spacy synthesizertexturen om voorrang vochten – zonder definitieve winnaar, overigens.

Hoeder en vernieuwer

Maar het mooiste kreeg je aan het begin en het eind. Vooraan in de set zat een nieuwe song, ‘Come Running to Me’, die dub linkte aan Afrikaanse muziek, en waarin Lionel Loueke excelleerde op zang (die klikgeluiden!) én op zijn gitaar. Daar sloeg hij op en hij liet ze ook klinken als een totaal ander, nog uit te vinden instrument – Hancock zei later in de set dat hij ook nog altijd niet goed snapt wat Loueke precies uitvoert.

Beeld Bas Bogaerts

In de bis, gebracht voor een spontaan rechtgeveerd publiek, greep Hancock met ‘Chameleon’ naar zijn befaamde keytar. Het nummer stamde uit de seventies, maar richtte zich met zijn Flying Lotus-achtige geluid toch vooral op de toekomst – en zo benadrukte Hancock nog eens zijn unieke status als hoeder én vernieuwer van de jazz.

Dat het met dat laatste wel goed zit, kon je na Hancock nog checken bij de twee twintigers van SCHNTZL (★★★). Met hun aan GoGo Penguin verwante mix van ingetogen piano, borstelzachte drums en ruisende elektronica wiegden ze je eerst in een aangename halfslaap om je daarna aan de hand van klikkende, druppelende en schurende klanken à la Nicolas Jaar met unheimische gedachten op te zadelen. Een slaapmutsje met een onverwacht pittige nadronk. 

SCHNTZL op Gent Jazz Beeld Bas Bogaerts
SCHNTZL op Gent Jazz Beeld Bas Bogaerts
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234