Zaterdag 19/10/2019

concertrecensies

Dag drie van Dour: een flirt die serieus wordt

Nas. Beeld Illias Teirlinck

Dour, c’est l’amour: het Waalse muziekfestival heeft een catchy slogan. Maar is er ook iets van aan? En of! Na drie dagen swipen, flirten en flikflooien denken wij dat het wel iets kan worden tussen ons.

Het heet een moeilijk lief te zijn. Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Een furieuze allumeuse. En het is waar: Dour Festival moet je omzichtig benaderen, het laat zich niet zomaar veroveren. Maar na drie dagen van aftasten en toenaderen, denken we dat we onze status wel mogen aanpassen van it’s complicated naar in a relationship.

En noem ons impulsief, maar in afwachting van de volgende Grote Stap, zijn we alvast even gaan shoppen voor de bruidsjurk. We kwamen terug met: something old, something new, something borrowed, something blue, and a silver sixpence in our shoe.

Something old …

Dertigers en veertigers zijn op Dour niet in de meerderheid, maar bij Blonde Redhead (★★★☆☆) in La Petite Maison waren ze dat voor één keer wel. Een uur lang verzoende het New Yorks-Japans-Italiaanse trio zijn noisy ninetiesverleden met de meer zweverige sound van de laatste platen. Het effect was te vergelijken met een show van Warpaint of Beach House: een roes waaruit je ontwaakt zónder kater of een knagende ‘mijn God, wat ik heb nu weer gedaan’-gedachte in je achterhoofd. Geloof ons: dat doet deugd op Dour.

Beeld Illias Teirlinck

Niet elk nummer was even memorabel als ‘23’ of ‘Falling Man’, maar telkens hield wel minstens één detail je aandacht vast: de korzelige gitaar van Amedeo Pace, de tegendraadse tikken van zijn in hetzelfde witte hemd geklede tweelingbroer Simone of de ijle zang van Kazu Makino. Met haar baret zag ze eruit alsof ze een rol ambieerde in zo’n Franse existentialistische film waarin iedereen zijn best doet om zo ongenaakbaar mogelijk te kijken. 

Something new …

Dan stelde HER (★★★★☆) zich in La Petite Maison een stuk toegankelijker op: al van bij de opener ‘We Choose’ gooide de frontman – een smooth operator in bordeaux pak – zijn bekken in de strijd. Het duo, begeleid door een strakke groep, bracht met soul en funk besprenkelde pop van het type dat de haren strak achterover kamt, zelfverzekerd in de spiegel blikt en zegt "well hello, good looking".

Her. Beeld Illias Teirlinck

“All I need is five minutes”, hoorden we deze Franse patsers zingen, en inderdaad: veel langer hadden ze niet nodig om Dour te verleiden tot een rondje all night long – links zagen we een hanenkam mee knikken, rechts deinden de afrokapsels op en neer. Het was van de volgepakte tent bij Chet Faker in 2014 geleden dat we Dour zo gewillig op de knieën zagen gaan.

De songs schakelden heen en weer tussen fikse funkversnellingen (‘Quite Like’) en slepende soul (‘P.O.V.’) en zorgden in het publiek voor meer dan één hitsig hoogtepunt. Is dit een band voor de eeuwigheid? Geen idee, maar een lekkere one-night stand was het zeker.

Something borrowed …

Ook Romare (★★★★☆) bleek in Le Labo een goeie leerling van Doctor Love, al was zijn versiertechniek er eerder een van teasen dan van pleasen. Traag en subtiel gleed Archie Fairhust, de man achter dit project, almaar dieper de Dour-nacht in met gezellig krakende beats, bijgekleurd door twee extra muzikanten op conga’s, elektronische drums, dwarsfluit, saxofoon en basgitaar. Een groot verschil met twee jaar geleden, toen we hem ’s middags in de weer zagen met alleen maar zijn laptop.

Beeld Illias Teirlinck

In tegenstelling tot toen speelde hij nu ook niet langer louter leentjebuur bij de Afro-Amerikaanse traditie met samples uit obscure soul-, funk- en bluesplaten. Romare zocht het nu meer in dat hoekje van de disco waar ook de Noren Prins Thomas, Lindstrøm en Todd Terje aan hun kosmisch gerief komen.

De etnoloog van weleer groef nu vooral naar de groove, maar liet die nooit als een vloedgolf los op Le Labo. Eerder voelden we een voortdurende onderstroom aan onze benen trekken, en aan het eind hadden we ineens door: hey, we hebben een uur staan dansen zonder ook maar één moment te denken ‘was ik maar op een ander feestje’.

Something blue …

Als het op feestjes aankomt, is Alex Cameron (★★★☆☆) dan weer het type dat peilt naar de wrangheid achter de vrolijkheid. Gezellig werd het dan ook zelden tijdens zijn show in La Petite Maison, maar intrigerend was hij zonder meer.

Waar stopte de ironie bij deze Australiër, en waar begon de ernst? Die blauwe double denim-outfit uit de jeanscollectie van 1983 waarin de bassist gekleed ging, was dat gemeend? Die tussen Nick Cave-poëzie en The Love Boat-kitsch zwemende sound, hoe serieus moesten we die nemen? Had saxofonist Roy Molloy, in kostuum en op badslippers en steevast aangekondigd als ‘mijn zakenpartner’, er echt geen zin in? En een song opdragen aan de confused white male, echt?

Beeld Photo News

Sowieso speelde Cameron een spelletje met de stiefbroertjes Schijn en Realiteit, zoals bleek uit ‘Internet’, een stukje coldwave meets crooner, over het comfort van online relaties, waarbij het er niet toedoet of degene met wie je chat echt is wie hij/zij beweert te zijn. Of neem ‘The Comeback’, Future Islands in slow motion, over de meedogenloze kant van de showbizz, waar achter elke vriendelijk opengehouden deur een valkuil verstopt kan zitten.

Wat er ook van zij: een song als ‘Take Care of Business’, met pornosax en Alan Vega-achtige zwier, was zo goed dat we alleen maar meer willen weten over deze vreemde snuiter. Komt dit even goed uit: in het najaar brengt hij een nieuwe plaat uit en speelt hij in Brussel (in de Botanique op 27 november).

… and a silver sixpence in our shoe

De kleur van de zomer? Bordeaux, als we de zanger van HER en NAS (★★★☆☆) mogen geloven – want ook de training van de New Yorkse rapper kleurde wijnrood. Zijn show aan The Last Arena voorzag onze derde Dour-dag dan weer van een zilveren randje, en de song waarmee hij opende, was meteen een intentieverklaring: ‘Get Down’.

NAS. Beeld Illias Teirlinck

En of dat gebeurde. Terwijl NAS de festivalgangers naar de mond praatte met Dour-waardige oneliners als “life’s a bitch and then you die / that’s why we get high” en “imagine smoking weed in the streets without cops harassin’”, kropen overal mensen op schouders, verschenen de eerste blote borsten en leek niemand van plan om ooit nog zijn tentje op te zoeken. “Sleep is the cousin of death”, hadden ze natuurlijk net gehoord uit de mond van NAS, die ook nog liet weten “in a Dour state of mind” te zijn.

NAS stond voor de grootste massa die we deze Dour-editie al bijeen zagen, en hij wist perfect hoe ze te bespelen: met een snel opeenvolgende reeks hits en classics. ‘Hate Me Now’, ‘The World Is Yours’, ‘Represent’, ‘One Mic’, ‘Got Urself a…’, ze passeerden allemaal de revue en klonken stuk voor stuk even glorieus als old skool.

Beeld Illias Teirlinck

Verfrissend trouwens om nog eens een vinnig scratchende deejay aan het werk te zien, en om een drummer te horen die de funk in de boom bap beats niet vergeet. NAS smokkelde in zijn eigen songs ook een paar odes aan gevallen helden: van Michael Jackson (‘Human Nature’) over Bob Marley (‘One Love’) tot de onlangs overleden Prodigy van Mobb Deep – exact een jaar na hun laatste Dour-show schalde ‘Shook Ones Part II’ nog eens over de Borinage.

Yup, Nasty NAS was nog eens in the area en hij veroorzaakte een bescheiden nass hysteria.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234