Zaterdag 14/12/2019

Dag 3 van Pieter Coupé: Anna Calvi (****), St. Vincent (***1/2) en Kelis (***1/2)

Beeld harry heuts

De vier Pukkelpop-recensenten van De Morgen hebben plechtig beloofd om elkaar nooit voor hetzelfde podium tegen te komen. Het parcours van Pieter Coupé brengt 'm vandaag naar Big Ups, Jonathan Wilson, Kelis, St. Vincent en Anna Calvi.

Anna Calvi (****)
Hoe overtuig je nog met gitaren nadat Queens Of The Stone Age de aanpalende weide hebben platgewalst? Anna Calvi deed het door in de Club een pact met de duivel te sluiten. Haar onschuldige zieltje is de Britse zangeres voorgoed kwijt, maar intussen kan ze met haar galmende stem én dito gitaarspel wel bezweren wie of wat ze wil.

Net als Nick Cave teerde ze op ingehouden woede die plots kon uitbarsten, fluimen en bloedspatten op je gezicht incluis. Zo voelden we in de TV On The Radio-cover 'Wolf Like Me' plots een stel scherpe tanden in onze nek, en hoorden we in 'Cry' zowaar kinderen jammeren om hun moeder.

Met 'Love Of My Life' overrompelde Calvi ons zoals destijds de jonge PJ Harvey dat ook kon, terwijl de afgekloven helleblues van 'Rider' en de hersenpan splijtende vibrafoonklanken van 'Carry Me Over' ons haast de tent uit dreven.

'I'll Be Your Man' zong Calvi ook nog, en even kwamen we in de verleiding - Google een foto van haar, en u begrijpt ons. Maar de dame met de vuurrode lippen had ons al zozeer de daver op het lijf gejaagd dat we dat huwelijksaanzoek nog maar even op zak hielden.

Door het van wellust bolstaande 'Desire' sloeg de twijfel ons weer om het hart, en tijdens het hoopgevende walsje 'Love Won't Be Leaving' zegen we ei zo na op onze knieën neer. Tot de voodoorock van 'Jezebel' ons finaal met de neus op de feiten drukte: in het bed van Anna Calvi komt niemand, behalve zijzelf en haar gitaar.

Beeld harry heuts
Beeld harry heuts

St. Vincent (***1/2)
Zelden zo'n diversiteit aan mensen gezien op Pukkelpop als bij St. Vincent in de Club. Wat een bizarre collectie van arty kapsels en androgyne types! Toepasselijk dus dat Annie Clark, alias St. Vincent, halverwege haar set "all of you freaks" verwelkomde. Niet dat ze zelf moet onderdoen qua freakgehalte: ze schuifelde het podium op, uitgedost als een gesjeesde geisha, en voerde een manische mime uit op een overstuurde beat.

"So I take off all of my clothes", zong ze in opener 'Rattlesnake' en ook al voegde ze de daad niet bij het woord, onze aandacht had ze. Verwrongen pop schurkte zich aan tegen hoekige postpunk, terwijl St. Vincent haar stem liet schipperen tussen dreigend en poeslief. Toen ze een gitaar in haar handen gestopt kreeg, scheurde ze de song helemaal open met agressieve riffs, en passant ook nog de typische machoposes van gitaristen parodiërend. Van een binnenkomer gesproken.

Ook de rest van haar set laveerde tussen luguber en lieflijk. 'Digital Witness' was Robyn, maar dan met Sonic Youth-gitaren, en 'Cruel' paarde de rokerige jarentwintigjazz van haar allereerste ep'tje aan ruwe metalriffs - St. Vincent groeide dan ook op met bands als Pantera.

Tijdens de ballad 'Cheerleader' torende ze op een verhoog achteraan op het podium uit boven haar band, en zong intrigerende lyrics als "I've had good times with some bad guys". En zo had alles wat je hoorde een tweede laagje: 'Huey Newton' klonk opnieuw als een tedere ballad, maar St. Vincent haalde al zingend voortdurend haar vinger over haar keel alsof ze het publiek dood wenste, waarna de song ontplofte in grof gitaargeschut. 'Bring Me Your Loves' was balsturige artrock, maar mét synchroon danspasje van St. Vincent en haar band.

Op vorige concerten zagen we Annie Clark twijfelen tussen rock en kunst, waardoor ze al eens halfslachtig uit de hoek kwam. Nu bleek ze een betere balans te hebben gevonden: tijdens afsluiter 'Your Lips Are Red' dook ze de Club in, en liggend op de handen van het publiek liet ze haar gitaar gieren. Langzaam zakte ze weg tussen de fans, in een zee van feedback. De ongenaakbare, arty ijskoningin van weleer werd begraven, en herrees even later als rockster op het podium, met nog één korte, maar ziedende reprise van het refrein, dwars door de eerste akkoorden van de net op het hoofdpodium beginnende Queens Of The Stone Age heen.

Beeld alex vanhee
Beeld alex vanhee
Beeld alex vanhee

Kelis (***1/2)
'Trick Me', zong Kelis, maar zelf had ze geen trucs of handigheidjes nodig om het publiek bij de lurven te vatten. Confetti, slingers, rookkanonnen en overdadige elektronische ondersteuning had ze thuisgelaten, ze had alleen een band bij zich die haar hits - en dat bleken er weer meer gedacht - los uit de pols speelde. Strafste prestatie van die jongens: de live drum-'n'-bassversie van 'Get Along'.

Aan het begin leek haar concert nochtans op een ramp af te stevenen. De 34-jarige zangeres met de mahoniehouten stem kwam twintig minuten te laat het podium van de Marquee opgewandeld, met als enige uitleg dat ze nog veel gefrustreerder was dan de wachtende fans, die fluitend uiting gaven aan hun ongenoegen.

Ook haar opener 'Bounce', een curieuze mix van krokante funk en platte eurotrance, overtuigde maar half. Tot haar band een vrolijke skaversie inzette van het hierboven al genoemde 'Trick Me', en daar meteen 'Millionaire' op liet volgen. Het grimmige sfeertje in de tent was in één klep weg en ruimde baan voor een zweterig dansfeest, waarin Kelis erg slim hits afwisselde met nieuw werk uit haar album 'Food'. Dat is een terugkeer naar de basis (rauwe, spetterende soul en funk) na haar twijfelachtige samenwerking met gladjakkers als David Guetta en will.i.am.

'Cobbler' was funk, nog strakker dan het marineblauwe cocktailjurkje dat om Kelis' heupen en wespentaille spande. Met haar hese rasp in 'Rumble' en 'Friday Fish Fry' kreeg ze elke kerel in de Marquee op de knieën, en van de songtitel 'Good Stuff' was geen woord gelogen. 'Milkshake' en 'Got Your Money' deden iederéén dansen, en een viersterrenfeest leek in de maak. Tot het concert abrupt stopte: te laat begonnen, dus Kelis' tijd was onherroepelijk op. Toch nog een béétje 'getrickt'.

Kelis. Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee

Jonathan Wilson (***)
Twee vingers, meer had Jonathan Wilson niet nodig om duidelijk te maken wat voor muziek hij speelt. Toen hij het podium van de Club betrad en het peace-teken maakte, wist je: dit wordt een zompig potje hippierock. En anders had je het wel kunnen zien aan de vintage Fender- en Orange-versterkers of het Ash Ra Tempel-shirt van de drummer.

Bij setopener 'Angel', een cover van Fleetwood Mac, leek je meteen midden in een jam te belanden, ergens eind jaren zestig, begin jaren zeventig in Lauren Canyon, destijds de hippie- en muzikantenvrijhaven van Los Angeles, nu de plek waar Wilson woont en een studio heeft. Eigenhandig blies hij er de muziekscene nieuw leven in door Elvis Costello en Jackson Browne - om maar de twee grootste namen te noemen - uit te nodigen voor een sessie.

En eigenlijk was ook Wilsons Pukkelpop-set zo'n staaltje van vrijuit musiceren. Drie kwartier na openingsnummer 'Angel' dobberde de Club in setsluiter 'Valley of the Silver Moon' nog altijd op hetzelfde, aangenaam lome countryrockritme waarop ook Neil Young vaak terugvalt. Alvast één kerel leek het concert van zijn leven te beleven: Woodstock-gewijs daverde en danste hij een eind in het rond. Hij hield nog nét zijn kleren aan.

Goed, je moest wel tegen wat wah-wah-effecten en orgelintermezzo's kunnen, en wij hadden Wilson zelf vaker willen horen zingen en minder soleren. Zijn hoge, lichtjes hese stem geeft z'n songs altijd weer een mooi, breekbaar randje mee dat we nu iets te vaak moesten missen. Maar door de band genomen was het aangenaam deinen op Wilsons escapistische, weidse rock. Zoals hij zelf zei: "Right on."

Beeld Harry Heuts
Beeld Harry Heuts

Big Ups (***1/2)
"I got this anal fixation thing going on." Yup, Big Ups-frontman Joe Galarraga tekende voor de vreemdste bindtekst van het weekend. Sowieso een raar geval, dit - letterlijke - broekventje met nektapijt en nerdy voorkomen. Als deze schrielkip niet over de boxen hing te schreeuwen, dan snoerde hij zichzelf wel in met zijn microfoonkabel, of liep hij zo dicht tegen de spots achter op het podium aan dat hij halfblind weer naar voren strompelde.

Zijn New Yorkse band ploegde zich intussen door messcherpe noiserock die verwees naar het wildste, vuilste en opwindendste dat we in dat genre kennen. Setopener 'TMI' dreef op het soort baslijntjes dat ook The Jesus Lizard zo geweldig maakte: alsof de basgitaar met staalkabels was bespannen. Ook de zang - nu ja - herinnerde aan het gehuil en gekrijs van Jesus Lizard-frontman David Yow.

Verderop in het concert moesten we denken aan Shellac (het granieten ritme in 'Rash'), Fugazi (het betere beukwerk in 'Proximity'), Slint (de post-weet-ik-veel-wat-gitaren van 'Where We Are') en At The Drive-In (de ongebreidelde woede van 'Wool').

Big Ups serveerde een hoogst opruiende mix noise, postrock en emocore - voor dat laatste genre besmeurd werd door make-up en asymmetrische kapsels. En heeft zo veel nieuwe fans gemaakt, afgaand op de snelheid waarmee na het concert de doos met T-shirts en platen leeggekocht werd.

Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234