Zondag 17/11/2019

Dour Festival

Dag 1 op Dour: een fraaie collectie opvallende figuren

Chemical Brothers op Dour: the brothers work it out. Beeld Francis Vanhee

Op de eerste volledige dag van het jarige Dour Festival rolden Chemical Brothers hun block rockin’ beats uit over de Borinage, onthulde Odesza de toekomst van de pop (spoiler: oei), manoeuvreerde Shigeto zich uit de schaduw en zwaaide Mike Patton hevig met de freakvlag. 

Dour mag dan wel dertig geworden zijn en zichzelf een nieuw terrein cadeau hebben gedaan (recht tegenover het oude), dat betekent niet dat het festival ineens volwassen, laat staan deftig geworden zou zijn. 

We waren amper binnen of we hadden al een fraaie collectie opvallende figuren verzameld: een sympathieke zeventiger met een fluorescerende blauwroze hanenkam, een kerel in roze doorkijkbloes en diadeem, en – onze favoriet – een meisje dat bang wegliep van het pekineesje dat afgebeeld stond op de trui van een hondenliefhebster voor haar in de rij bij de bonnetjes.

Ook in de eerste tent die we verkenden, La Caverne, bleek de regeldrift nog niet te zijn neergedaald. Een doordringende wietwalm prikte in onze neus, en we struikelden bijna over loszittende planken in de vloer. Gevaarlijk? Beetje wel, maar een Dourist trekt zich daar weinig van: die pakt de kapotte stukken hout en drumt mee met de band op het podium, in dit geval het Brusselse Mugwump (★★★), dat zich drijvende trachtte te houden in de Bermudadriehoek tussen Sonic Youth, The Pop Group en Joy Division. 


Gelukt? Best wel: deze groep rond Geoffrey Mugwump, een veteraan in de Belgische dancescene, verzachtte zijn grauwe postpunk met dubby ondertonen en prikkelende elektronica – een beetje zoals de witte broeken (!) van twee bandleden die uitlichtten op het duistere podium. Coole sound, maar echt memorabele songs, zoals het verwante Preoccupations ze schrijft, hebben we niet gehoord.

Mugwump op Dour: grauwe postpunk met dubby ondertonen Beeld Francis Vanhee

Hits had het Zweedse Little Dragon (★★★) dan weer wél in de aanbieding, en dat zorgde voor de eerste opstootjes van Dourdolheid in La Petite Maison Dans La Prairie. Tijdens ‘Wildfire’ voerden twee meisjes met een afro een dance contest uit, en in ‘Strobelight’ hadden festivalgangers zich dansend aan elkaar vastgeklonken met rood-wit lint. Ook frontvrouw Yukimi Nagano en de haren regen allerlei genres aaneen: triphop-voor-de-koffiebar à la Morcheeba, klepperende dubstep, eightiespop à la Haim en helaas ook slappe chill-out. Dat maakte Little Dragon op z’n slechtst een tikje gezichtsloos, op z’n best kon je hier mooie Instagram-plaatjes met hashtag tous ensemble maken.

Little Dragon: de eerste opstootjes van Dourdolheid Beeld Francis Vanhee

Kendrick-in-de-dop

Ook Joey Bada$$ (★★★) had aan The Last Arena nog niet helemaal uitgemaakt wie hij wilde zijn. Hij zag er kek uit met z’n Gucci-shirt, glimmend groene broek, tropenhoed en diamanten horloge, alsof hij A$AP Rocky’s status van mode-icoon ambieerde. Maar hij coverde ook de discutabele emo-gangsterrapper XXXTentacion en strooide gospelinvloeden in het rond als was hij Chance the Rapper. In ‘For My People’ rapte hij dan weer over een “young black god in the sky” en ontpopte hij zich als een Kendrick-in-de-dop die de Afro-Amerikaanse gemeenschap wilde verheffen.

Er bleek ook een dichter in Bada$$ te schuilen, toen hij in ‘AMERIKKKAN IDOL’ over jazzy beats een lange analyse maakte van wat het betekent om zwart te zijn in de VS. Dat hij daarbij de poëtische subtiliteit van Mick Jenkins miste, maakte hij goed met opruiende slogans als “fuck white supremacy”, knallende revolvers en voortdurende oproepen tot circle pits. Yep, Bada$$ de black punk: ook die was erbij.

Joey Bada$$ op Dour: voortdurende oproepen tot circle pits Beeld Francis Vanhee

Toch vonden wij hem het best toen hij in ‘Paper Trails’ en ‘Big Dusty’ zijn flow etaleerde over oldskool boom bap beats en verknipte funksamples. “I can do this shit without gimmicks”, zoals hij in ‘Infinity (888)’ van XXXTentacion rapte. Klopt helemaal: een échte Bada$$ heeft geen geweerschoten nodig om zijn punt te maken.

Klonk dan weer als een ratelend machinegeweer: Slayer-drummer Dave Lombardo, die samen met Mike Patton van Faith No More zijn oude hardcore- en punkhelden eerde in de supergroep Dead Cross (★★★★). Samen met nog twee kompanen schopten ze in La Caverne vlotjes de overtreffende trap aan gort – dit was het luidste, snelste en meest verschroeiende concert dat we in tijden meemaakten. Terwijl er langzaam een modderige groove doordrong in dat buitenaards snelle drumwerk van Lombardo krijste, gromde en tierde Patton (al voor de achtste keer op Dour) als iemand die op een doldraaiende loopband staat en er niet meer af geraakt.

Hoogtepunten? De razende preek voor de ‘Church of the Motherfuckers’ en het maniakale ‘Skin of a Redneck’ sloegen gensters, maar de vele covers joegen pas écht de vlam in de tent: ‘Dirt’ van The Stooges, ‘Nazi Punks Fuck Off’ van Dead Kennedys, ‘Bela Lugosi’s Dead’ van Bauhaus en vooral de hyperkinetische mash-up van Slayers ‘Raining Blood’ en Faith No More’s ‘Epic’ aan het eind. “Mensen komen niet om te sterven op een festival”, mompelde Patton ergens, maar wij keken de dood hier toch even in de ogen.

Dead Cross met Mike Patton op Dour: de dood in de ogen gekeken Beeld Francis Vanhee

Met Shigeto (★★★★) maakte Dour zijn naam als ontdekkingsfestival waar. De Amerikaan liep voortdurend heen en weer tussen zijn elektronische apparatuur en zijn drumstel, en speelde live over voorgeprogrammeerde tracks. Daarmee wrong hij zich tussen St. Germain, Romare en Flying Lotus in: jazzy als de eerste, dansbaar als de tweede en kosmisch als de derde. Knap hoe hij uit een drumsolo ineens een knapperige beat toverde die aangenaam botste met de kosmische jazzsamples.

Het publiek in Le Labo voelde de waanzin van de nakende Dour-nocturne al kriebelen bij Shigeto, die met zijn nu eens pluizige, dan weer prikkende kosmische funk iedereen bediende: zowel de jongens in labopakken die zich chemisch prepareerden voor een lange nacht, als de meisjes in donzige jasjes met lichtslingers. Aan het eind leunde hij met scheve beats zelfs even bij Squarepusher aan. Shigeto: onthoud die naam.

Op Odesza (★★) zul je vanzelf wel botsen: voor een afgeladen Boombox boden twee enthousiast springende silhouetten een blik op de toekomst van de pop, het soort muziek dat binnen afzienbare tijd vast op Werchter en zelfs Tomorrowland is te horen. Maar of we daar blij van werden? Het duo uit Seattle isoleerde details uit de popsound van nu (een synthlijntje, een zwoele kreun, een extatische roffel) en blies die EDM-gewijs op tot een soort hypermuziek: heel gestileerd en afgemeten, maar tegelijk bombastisch. En helaas ook vrij zielloos en ongevaarlijk.

Odezsa op Dour: heel gestileerd en afgemeten, maar tegelijk bombastisch Beeld Francis Vanhee

Dat je met een batterij elektronica en spectaculaire visuals wél kunt begeesteren, bewezen Chemical Brothers (★★★★) met verve aan The Last Arena. Tom Rowlands en Ed Simons deden niet aan een ellenlange opbouw gevolgd door voorspelbare drops en climaxen, maar lieten hun block rockin’ beats continu over de Borinage rollen, en mikten er op gezette tijden een euforische sample (‘Hey Boy, Hey Girl’, ‘Galvanize’) tussen. Viel ook op: ze hadden meer gedaan dan hun oude dattapejes op een nieuwe drager zetten. We hoorden hoe een bucolische zanglijn werd opgevreten door een demonische machine, of hoe ‘The Golden Path’ ineens een heel andere richting uitging.

Het geheim van deze broers? Ze pasten de formule voor de perfecte popsong toe op dance, en lieten ook de energie van rock en de bricolage van hiphop ermee in osmose gaan. Resultaat: een muzikale high in ons hoofd zonder chemische toevoegingen. Yep, the brothers still work it out.

Chemical Brothers op Dour. Beeld Francis Vanhee
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234