Dinsdag 26/10/2021

DAG 1: Mark Lanegan/ LoneLady/ Darwin Deez/ And So I Watch You From Afar/ Girls

Mark Lanegan. Foto's Alex Vanhee. Beeld UNKNOWN
Mark Lanegan. Foto's Alex Vanhee.Beeld UNKNOWN

Recensent: Gunter Van Assche. Leeftijd: 30. Aantal edities Pukkelpop: 10. Beste live-cd aller tijden: 'How The West Was Won' van Led Zeppelin.

LoneLady**
Onder een dweilgrijze hemel, in de striemende regen, of onder een vallend blad komt de monochrome fempop van LoneLady (14u30, Chateau, **) zonder twijfel het best uit de verf. Lag het dan aan de koesterende zomerzon boven Kiewit dat het trio zich zo moeilijk onder je vel wurmde, laat staan zich in je geheugen kon griffen? Toch niet. In de Chateau speelde de duffe afstandelijkheid van frontvrouw Julie Campbell een veel grotere rol, net als de hortende en stotende pauzes tussen de songs door. Pijnlijk, want met de scherpe songkeuze die de Britse groep maakte - de set klokte af op een klein half uurtje - had LoneLady een veel sterker concert kunnen neerzetten.

Met secure precisie restaureert Campbell dan ook het spannende Manchester anno 1979, waarbij ze haast achteloos Sinéad O'Connor weet te imiteren, zoals haar stemuithalen in de opener 'Immaterial' deden vermoeden.

Maar in combinatie met haar onderkoelde pose op het podium - killer dan de sound van haar drumcomputer en krasserige gitaar, godbetert! - kwam LoneLady uiteindelijk even dwingend over als een slap handje. Straks beter op Leffingeleuren, dan maar?

Darwin Deez***
Wie er duidelijk wél zin in had, was Darwin Deez (Club, ***). Een kwartier voor z'n set ronselde hij zelfs nog "Pukkelpop illuminati" via sms, met de boodschap dat "Deez is in this Bitch. Come alone!" Zo geëist, zo gedaan: in een aardig gevulde tent bleek deze kwibus met pijpenkrullen en diadeem nog de moeite waard ook. Zolang je niet afknapte op z'n dwaze dansroutines, onnozele bindteksten of goedgeluimde popliedjes, natuurlijk.

De "New Yorkse Michael Jackson van de indierock" - toen belachelijke ridderslagen uitgedeeld werden, stond Deez blijkbaar op de eerste rij - klonk geen moment baanbrekend, maar kwam wel nadrukkelijk amusant over.

In het beste geval gingen klinkklare nonsens en klinkende rammelpop daarbij een mooi huwelijk aan met elkaar ('Radar Detector'). In het slechtste geval ('The City') werden gitaarmelodietjes dooreen geharkt met hortende drums en stotende zanglijntjes, die nergens heen leidden.

Maar dankzij z'n ontwapenende charme, surrealistische humor en ietwat dommige naïviteit raakte deze Zoolander van de indiepop - als we dan toch van de pot gerukte titels uitdelen - daar zonder kleerscheuren mee weg.

And So I Watch You From Afar****
Even later bewezen de Belfasters van And So I Watch You From Afar (Chateau, ****) dat songtitels als 'Set Guitars To Kill' en 'If It Ain't Broke, Break It' net zo goed zouden kunnen tellen als interne mission statements. Tijdens een verzengende marathon van mathrock over metal naar postrock lieten ze hun gitaren brullen, krijsen en fluisteren - ons liet deze Noord-Ierse alliantie dan weer schuimbekkend tegen dek gaan. Alsof een tientonner over je heen zou razen, verdoofden deze instrumentals oren, kraakte het brute geweld je kaken en verbrijzelden een mokerdrum je lijf. Euh, heerlijk eigenlijk. Dat hun epilepsie-verwekkende lichtshow moest verhullen dat de Ierse geluidsterroristen het zonder hallucinante visuals moesten stellen - toch wel jammer - kon deze zinsverbijsterende ervaring niet eens vergallen.

Girls***
Heel wat fragieler klonken Girls (Chateau, ***). Hun kreupele liedjes leken te willen bewijzen dat muziek op het eind van de dag een vluchtheuvel moet blijven voor misfits en outcasts. Zanger Christopher Owens opereerde alvast overtuigend in die marge van het ondermaanse.

Op Pukkelpop worstelde de frontman echter niet zozeer met existentiële sores dan wel met een publiek, dat bij elke nieuwe song iets meer uitdunde. Aan een excellente live-versie van 'Laura' of het prachtige 'Hellhole Ratrace' kan dat niet gelegen hebben. Misschien was de timide groep zélf wel oorzaak: onderbedeeld in glamour en charisma, én ook nog eens behept met een lijkbiddertronie. Ach, zo onhandig als de leden oogden, zo hevig konden shoegazers en liefhebbers van dreampop zich laven aan deze in reverb gedrenkte Girls.

Mark Lanegan****
Vervolgens zwaaiden we af naar Mark Lanegan (Marquee, ****). Daar werd je met 'On Jesus Program', 'One Hundred Days' of 'Miracle' meer dan royaal bediend van kippenvel. Hoewel Lanegan slechts één elektrische gitarist als sparring partner meebracht, boeide de set wonderwel tot het eind. Niet het minst dankzij de grauwe grafstem van de ex-Screaming Tree, natuurlijk. Even gretig als een terminale kettingroker nicotine in zijn longen zuigt, leek Lanegan de blues tot diep in zijn borst te laten trekken. Zelfs toen hij "You'll never have to worry" zuchtte, vreesde je het ergste. Toen het duo na een subliem 'I Hit the City' alweer vertrok, voelde je dan ook nét geen zucht van verlichting trekken door de Marquee. Zoveel dwingende intensiteit op veertig minuten: wie is dààr tegen bestand? (Gunter Van Assche)

LoneLady Beeld UNKNOWN
LoneLadyBeeld UNKNOWN
Darwin Deez Beeld UNKNOWN
Darwin DeezBeeld UNKNOWN
Darwin Deez Beeld UNKNOWN
Darwin DeezBeeld UNKNOWN
Mark Lanegan Beeld UNKNOWN
Mark LaneganBeeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234