Vrijdag 27/01/2023

InterviewDaan Stuyven

Daan: ‘Misschien was ik beter notaris of bedrijfsjurist geworden’

Daan Stuyven: ‘Het spanningsveld tussen oud en nieuw, tussen de casio en het kerkorgel: ik vind dat een schone ruimte om in te manoeuvreren.’ Beeld Thomas Nolf
Daan Stuyven: ‘Het spanningsveld tussen oud en nieuw, tussen de casio en het kerkorgel: ik vind dat een schone ruimte om in te manoeuvreren.’Beeld Thomas Nolf

Daan Stuyven klinkt op zijn nieuwe album buitengewoon vief en strijdvaardig. Ondanks, of dankzij, de tegenslagen die eraan voorafgingen.

Tom Pardoen

Op The Ride grijpt Daan terug naar de oude succesformule waarmee hij eerder evergreens als ‘Housewife’, ‘Victory’ en ‘The Player’ bekokstoofde. De beats mogen donderen als vanouds, Moogs en andere synths waaieren breed uit en hunkeren uitdrukkelijk naar de jaren tachtig. A return to form, heet dat. Maar The Ride is geen hapklare brok geworden. Daan, producer-toetsenist Jeroen Swinnen en libero Oliver Symons (Bazart) hebben geen spat wit onbeschilderd gelaten op het canvas. The Ride is een uplifting maar soms vermoeiende muzikale millefeuille.

Misschien is het geen kwaad idee om een trigger warning mee te geven, om bij gevoelige zielen overprikkeling te voorkomen.

Daan Stuyven: “En zeggen dat ik zelf gevoelig ben voor prikkels. Ik heb al dingen gemaakt die ingetogen en uitgepuurd zijn, overzichtelijk zelfs, maar daar had ik nu even geen goesting in. The Ride is het resultaat van appetijt, van knaldrang. Na twee coronajaren miste ik de euforie van het podium. Ik wilde met mijn vrienden-muzikanten high energy muziek maken. Weg met de somberte, ik had zin in een feestje.”

Ik heb The Ride vier keer na elkaar beluisterd en …

“Ocharme.” (grinnikt)

…het was soms werkendag.

“Ik doe deze job doodgraag, begrijp me niet verkeerd, maar ik vind The Ride bij momenten zelf ook vermoeiend. (lachje)

“Het heeft ook te maken met de populariteit van vinyl, ten koste van de cd: je hebt geen 82 maar 42 minuten om alles gezegd te krijgen. En ik had veel te vertellen. Ik had al jaren geen plaat meer gemaakt en zat met een overschot aan energie. De eerste albums van The The sturen je ook van het kastje naar de muur, qua emotie en spanning. Donkerte en lichtheid door elkaar: ik heb dat graag. Uitrusten doe ik wel op mijn eentje, op een zondag of zo. Als ik dan toch muziek aan het maken ben, heb ik het graag gecondenseerd. Doorgaans ben ik voorstander van de klare lijn, maar nu niet. Ik bleek easily bored. Als ik een strofe en een refrein klaar had, dacht ik: ‘En wat nu?’ Ik wilde mezelf zoveel mogelijk op het verkeerde been zetten. To boldly go where no one has gone before. Of ik toch niet.”

Nochtans graait u op The Ride rijkelijk in uw ouder werk.

“De songs en de thema’s zijn één ding. Iets anders is: hoe laten we het klinken? Maar dat is productie, habillage. Ik hou van de klank van synths en beats, maar qua akkoorden voel ik mij meer Europeaan dan Amerikaan. Dan kom je terecht bij Bach, bij de dramatiek van de achttiende, negentiende eeuw. Hoe meer plastic de synths klinken, hoe leuker ik het vind om daar dan zware akkoorden door te sturen. Zo krijg je een spanningsveld tussen oud en nieuw, tussen de casio en het kerkorgel. Ik vind dat een schone ruimte om in te manoeuvreren.”

U hebt The Ride opgenomen in een studio met zeezicht, op een Noors eiland.

“Ik heb mijn eigen studio, waar ik graag werk, maar thuis blijft thuis. Als de omgeving te vertrouwd is, bestaat altijd het risico dat je muziek maakt tussen soep en de patatten. Ik wou muziek maken tussen lutefisk en de svinestek. Eten dat ik niet kende. Jeroen had al eens opgenomen in die studio en hij had toen een foto op Facebook gezet. Ik dacht: ‘Oh, dat wil ik ook’. (lachje)

Daan: 'Die lutheranen in het dorpskerkje wilden eerst de demo’s horen en teksten nalezen voor ze toestemming gaven om het orgels te gebruiken. Ik heb ‘Western’ gegeven, een instrumental.' Beeld Thomas Nolf
Daan: 'Die lutheranen in het dorpskerkje wilden eerst de demo’s horen en teksten nalezen voor ze toestemming gaven om het orgels te gebruiken. Ik heb ‘Western’ gegeven, een instrumental.'Beeld Thomas Nolf

“Het dorp heet Giske, maar vraag me niet welke grote stad in de buurt ligt: ik ben op het vliegtuig gestapt, geland, naar de studio gereden en beginnen te werken. Het was één lange trip: we stonden op om 9 uur en werkten tot 12 uur ’s nachts. Non-stop, tien dagen lang. Eén keer zijn we de straat op gegaan om iets te eten. Toen ze zeiden ‘it’s gonna take half an hour’ hebben we vriendelijk bedankt: ‘Jij weet niet wat wij op een half uur kunnen verrichten?’ (mijmerend) Ik hou van abstracte omgevingen, waar je kan doen alsof je geen bereik hebt. De vergezichten waren verbluffend. Het laatste nummer ‘Morning Sun’ hebben we op het strand opgenomen, met de voeten in het water. Je hoort de golven ruisen.”

Is er nog meer Noorwegen in The Ride geslopen?

“De epiek en het weidse zijn wel een beetje schatplichtig aan het landschap en de grandioze high skies. En we hebben geen mijn proberen te graven: The Ride is een poging om op te stijgen in de lucht.”

Jullie troffen op het eiland ook een oud kerkorgel, dat prominent hoorbaar is op een paar songs.

“Weer een poging om oud en nieuw met elkaar te verzoenen, met meer drama en een filmisch karakter tot gevolg. We hebben dat orgel gevonden in het dorpskerkje. Dat waren lutheranen, en dus behoorlijk streng: ze wilden eerst de demo’s horen en teksten nalezen voor ze toestemming gaven. Ik heb ‘Western’ gegeven, een instrumental. (lachje) We hebben er uiteindelijk ‘Best Days’ opgenomen en de outro van ‘The Valley’.”

Hoe reageerden de piefen van de radiostations overigens toen u die eerste single ‘Western’ ging afgeven?

Freaked out? Zo van: ‘Wauw. Tof, intrigerend, maar we kunnen ons publiek er echt niet mee lastigvallen. (lachje) Ik zoek dat natuurlijk op, ik hang het soms uit. Maar bon, da’s collateral damage. Als mensen geïntrigeerd zijn of het een paar keer horen, ben ik allang blij.”

Uw grootste hit ‘Housewife’ was ten andere ook een instrumental, en net als ‘Western’ een die drijft op golven van euforie.

“Optimisme is de rode draad die door de hele plaat loopt. Maar het is wel het soort optimisme dat ontkiemt in een kraterlandschap. Alsof het een poging doet om te ontsnappen aan de onderliggende dramatiek en donkerte.”

Dat het album zo uplifting klinkt, is uitdrukkelijk een tegengif voor de loeren die het leven u de voorbije jaren gedraaid heeft?

“Euhm… (lange stilte) Ja. Het laatste waar ik zin in had, was zelfbeklag of een morbide mijmering. Dat doe ik wel buiten de uren. (lachje) Je weet op voorhand dat je dat materiaal lang zult meedragen, op het podium en in interviews. Laat het dan alsjeblieft strijdbaar en kleurrijk zijn. (lange stilte) The Ride is het tegendeel van bij de pakken blijven zitten, het is de vlucht vooruit.”

U hebt vorig jaar afscheid genomen van uw vader, schilder Jef Stuyven.

“Het was hij die me ooit zei: ‘Als je dan toch muziek wil maken, zorg er dan voor dat het nooit lethargisch wordt. Dat heb ik goed onthouden.”

Hij heeft heel lang verborgen gehouden dat hij ziek was.

“Tot het bittere einde heeft hij volgehouden dat alles oké was, de slimmerik. Hij is altijd zelfstandig blijven wonen. En tekenen. Op een gegeven ogenblik heeft hij zijn potlood neergelegd en heeft hij ons gebeld: ‘Ik denk dat je mij best naar het ziekenhuis voert.’ (stil) Dan heeft het nog een week geduurd.”

Hoe was jullie relatie?

“Geladen. Ik ben een product van mijn vader, hij zit in elke cel van mijn lichaam. Hoe hard je ook probeert om er zelf iets van te maken: au fond zijn we allemaal een blauwdruk. Ik heb het mezelf natuurlijk ook niet gemakkelijk gemaakt door artiest te worden, misschien was ik beter notaris of bedrijfsjurist geworden.”

‘Optimisme is de rode draad die door de hele plaat loopt. Maar het is wel het soort dat ontkiemt in een kraterlandschap. Alsof het een poging doet om te ontsnappen aan de onderliggende dramatiek en donkerte.’ Beeld Thomas Nolf
‘Optimisme is de rode draad die door de hele plaat loopt. Maar het is wel het soort dat ontkiemt in een kraterlandschap. Alsof het een poging doet om te ontsnappen aan de onderliggende dramatiek en donkerte.’Beeld Thomas Nolf

U vertelde me ooit dat hij u naar de wereld heeft leren kijken.

“Hij heeft me kijkgierig gemaakt, hongerig naar indrukken. Hij leerde me ook filosofisch te kijken naar de simpelste dingen. Alles is interpreteerbaar, er zit poëzie in alles wat je ziet, hoort of aanraakt.”

Daarom maakt u nog altijd geen onderscheid tussen zogenaamde hoge en lage cultuur?

“Daar hamerde mijn vader op, en die filosofie probeer ik op mijn eigen, eigenaardige manier uit te dragen, ik twijfel constant tussen kunstigheid en vulgariteit. Ik vind dat een prettige spreidstand.”

Het was uw vaders wens dat ‘Housewife’ op zijn begrafenis gespeeld werd.

(knikt) “Helemaal op het einde: hij wou dat en dus hebben we dat gedaan. Het stond wel veel te luid.”

Niet lang na uw vader is ook uw zus gestorven.

“Mijn zus kende mij als geen ander. Als het mij weer ’s allemaal te veel werd, kon ik haar bellen. (denkt na) Het was een vreemde periode. Maar soit: jíj́ blijft over, en – ik ga het geen plicht noemen – jíj́ bent degene die het leven nog even kan voortzetten. Ze zijn er niks mee dat je eindeloos blijft rouwen.”

Behalve in het slotnummer wordt er niet expliciet gerouwd op The Ride.

“Dat wilde ik niet. Ik weet zelfs niet of ‘Morning Sun’ op de plaat had gemoeten. Ik heb duizend takes nodig gehad voor ik het gezongen kreeg. Heeft het zin om publiek te rouwen, it won’t bring them back? The Ride is mijn manier om strijdend door te gaan.”

Tussendoor moest u ook nog ’s enkele lockdowns uitzweten. Dat was voor niemand plezierig, maar – neem ik aan – al helemaal niet voor de hoogenergetische Daan Stuyven.

“De eerste zes maanden waren fantastisch. Ik zal nooit uit mezelf stoppen met werken, en die verplichte rust deed me veel deugd. Net als de stilte. Het was als in Tita Tovenaar: ‘En dan doe je dít (knipt met de vingers) en alles staat stil.’ De vossen kwamen tot op mijn erf. Maar na zes maanden was de pret er wel af, het anderhalf jaar dat volgde was een kwelling. Ik heb geen diploma van rockmuzikant en lijd een beetje aan het imposter syndrome. Ik was mijn statuut en publiek kwijt, ik voelde me muzikant af. Ik kon alleen maar denken: ‘Was dat allemaal wel écht?’ Kunst was irrelevant geworden, ik had een fulltime job aan het bewaken van mijn mentaal welzijn. Ik heb het heel rustig aangepakt: take a deep breath.”

Wil u het hebben over de reportage in Het Nieuwsblad?

(trekt nerveus aan een sigaret) “Eén vraag.”

U bezocht reporter Thomas Siffer in Italië voor een zomers interview, maar u was niet in beste doen: u kwam er – letterlijk - geblutst en bebloed aan, misschien enigszins in de wind. Maar het is wel een brutaal eerlijk portret geworden.

“Ik had de helft eruit kunnen smijten, maar dacht: fuck it, ik ga door het stof. Take a look at the mess you made. In de krant wordt alles altijd een beetje uitvergroot, maar dat is nu eenmaal een deel van mijn leven, het zou opvallen als ik dat probeer te verbergen.”

Uw werk en alles errond zijn bigger than life, maar de grondslag is altijd iets herkenbaar en heel menselijk. Zulke kwetsbaarheid is zeldzaam geworden in een tijd waarin iedereen zijn imago tot in de puntjes wil cureren.

“Ik ben blij dat tenminste dat blijft hangen. Je kunt het ook opmaken uit mijn teksten en muziek: it’s as crazy as it gets. Er zijn momenten waarop ik denk: ‘Beam me up, Scotty!’ ‘While you got lost in space’, zing ik op de plaat. Ik loop graag verloren in in driedimensionele decors. In elk nummer op The Ride zitten breaks die nergens op slaan, maar die alles op de kop zetten.

“Ik heb die reportage ook aangegrepen als springplank, als een corrigerende tik voor mezelf. Ik had net de plaat afgewerkt, ik wíst dat ik ging crashen. Het was misschien gewoon geen goed idee om dat te doen in het bijzijn van een journalist. (lachje) Maar met elke plaat komt een nageboorte. Maanden aan een stuk denk en leef je drie keer zo hard als je fysiek en mentaal aankunt. Het moment waarop dat stopt, dan… boem! Mocht het anders kunnen, dan zou iedereen plaatjes maken.

“Ik voel veel sympathie voor Don Quichot: een loze queeste najagen, vind ik interessant. Ik probeer altijd om iets te maken dat groter is dan mezelf, maar zo kidnap je jezelf. Je stopt er de hele tijd energie en ideeën in, tot dat ding op zichzelf bestaat en het jou leegzuigt en jij erachteraan holt: ‘Shit, I’ve created a monster.’ En dan moet je dat nog afwerken ook. Als je iets straf wil maken, moet je jezelf binnenstebuiten keren. But it comes with a price.

Bent u bereid om die prijs te blijven betalen?

“Ik ben voorzichtiger geworden. Elke keer denk ik ‘nu gaan we het rustiger aan doen’, maar elke keer loop ik toch weer verloren. Misschien is het daarom dat ik de voorbije jaren minder productief was. Ik heb een jonge dochter - dat zijn twee gescheiden werelden.”

U bent wel het soort artiest bij wie leven en werk volledig samenvallen.

(knikt) “Het is alsof je sneetjes maakt in een boom en hars aftapt. Ik ben de boom, met veel sneetjes.”

Tot slot: u heeft net een week of twee in Spanje doorgebracht met enkele collega-muzikanten, voor de opnames van ‘Liefde voor muziek’. Hoe is dat gelopen?

“Ik mag daar nog niet over praten, maar laat ons zeggen dat het plezant was, gezellig en geestig. De songs waarvan ik op voorhand dacht dat die het moeilijkst zouden worden, bleken het tofst.”

De beslissing om daaraan mee te doen, dat is toch classic Daan: lak aan wat de peers denken?

“Dat grensgebied tussen lage en hoge cultuur: dat is mijn speeltuin. Nee, ik heb me daar serieus kunnen uitleven. Het was een zotte ervaring.”

 The Ride van Daan is uit bij Integral/PIAS Beeld RV
The Ride van Daan is uit bij Integral/PIASBeeld RV

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234