Woensdag 14/04/2021

De vragen van ProustDaan

Daan: ‘Mijn honger naar het leven is soms mijn grootste vijand’

Daan: ‘Alles wat ik graag heb, daar wil ik te veel van. Dag en nacht. Mijn honger naar het leven is soms mijn grootste vijand.’ Beeld Stefaan Temmerman
Daan: ‘Alles wat ik graag heb, daar wil ik te veel van. Dag en nacht. Mijn honger naar het leven is soms mijn grootste vijand.’Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zevenentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: muzikant Daan (51). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Zestien. Op zestien begon alles een beetje in zijn plooi te vallen. Ik had het gevoel van sitting on top of the world, in combinatie met een enorme verwondering en goesting en nieuwsgierigheid naar wat komen zou. Ook wel met een soort eenzaamheid, maar eentje waarmee ik goed kon leven.”

“Als zestienjarige was ik een eenzaat, sociaal onaangepast. Het was zeer moeilijk voor mij om vrienden te maken. Zoiets als een college ging me totaal niet af, een puur mannelijke wereld, behoorlijk machistisch, waar jongens luid moesten praten of erop slaan om gelijk te krijgen. Ik had al snel door: oké, ik pas niet in de groep, maar ik ga wel iets heel speciaals doen, iets ‘neigs’, en zo ga ik de groep toch op zijn minst kunnen intrigeren vanaf een veilige afstand.”

“In Latijn hadden we ooit les over een man die werd aangevallen door drie anderen. Het enige wat hij kon doen, was heel hard lopen zodat de anderen één voor één uitgeput aankwamen. Op die manier kon hij ze allemaal aan. ‘Choice of weapon’ om MGMT te citeren: kies het terrein waarop je wel jezelf kunt zijn.”

“Dat gevoel van die zestienjarige probeer ik vast te houden. Vooral het idee om vooruit te kunnen kijken houdt me gaande.”

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Tederheid, hoewel je dat moeilijk van jezelf kunt zeggen. Ik probeer toch op een bepaalde manier lief om te gaan met het leven en de mensen, maar de deal is dat ze in return ook lief met mij moeten zijn. Daarvoor hanteer ik wel een zekere zachte dwang. (lacht) Ik kan heel lief zijn met jullie, en respectvol, maar in ruil daarvoor verwacht ik op een stalinistische manier dat jullie dat ook zijn.”

3. Wat is uw zwakte?

“Gulzigheid. Alles wat ik graag heb, daar wil ik te veel van. Dag en nacht. Mijn honger naar het leven is soms mijn grootste vijand.”

“Ook hoogmoed. Denken dat je alles kunt of dat je met alles weg raakt. Dat je niet uit de lucht gaat vallen. Een zeker Icarusgehalte. Dat zijn de momenten waarop mijn optimisme gevaarlijk wordt. En toch hou ik me er aan vast. Ik geloof ook in selffulfilling prophecy. Als je het maar gelooft, komt het ook in orde en zal je niet neerstorten. De enige die dat geluk kan afdwingen, ben jijzelf. Dat werkt niet altijd, natuurlijk. Ik ben al een aantal keer op mijn bek gegaan. Maar dat zijn goede lessen geweest. Bovendien kun je dat ook met stijl doen.”

“Toen ik zeven jaar oud was, bracht mijn vader een boek uit met schilderijen van hem. De titel was Triomfantelijk falen. Ik vroeg hem: wat is dat nu voor titel? Toen heeft hij mij subtiel de kunst van het falen uitgelegd. Sindsdien zie ik daar ook de schoonheid van in.”

4. Hoe was de band met uw ouders?

“Mijn vader is schilder, mijn moeder had een handel in kunstzaken en interieurvoorwerpen. Twee sterke karakters tegenover elkaar.”

“Ik was de jongste. Ze hadden al drie kinderen proberen op te voeden, maar dat was niet helemaal gelukt, dus lieten ze mij met rust en mocht ik doen wat ik wilde. Het was eigenlijk een stilzwijgende deal: jij doet je ding, wij doen ons ding, en we gaan elkaar het leven niet zuur maken of te veel verwachtingen koesteren.”

“Tegen de tijd dat ik kind was, was hun relatie over haar beste tijd heen, denk ik. Ze hebben het nog even samen uitgehouden, maar op ieders verzoek zijn ze daar dan toch mee gestopt en wijselijk uit elkaar gegaan. Daarna heb ik de meeste tijd bij mijn vader doorgebracht. Hij bleef in het ouderlijk huis wonen en ik voelde me daar goed. Ik had ook een beetje compassie met hem. Ik denk dat hij het er het moeilijkst mee had toen de dingen fout gingen. Dus bleef ik maar in de buurt.”

“Mijn vader is altijd een grote dromer en een fijnzinnige filosoof geweest. Iemand die me goed heeft leren kijken naar eenvoudige dingen, om er meer in te ontdekken. Gewoon, simpele dingen langs de weg, terwijl we in de auto reden. Alles kon aanleiding geven tot verwondering en verrukking. Of het nu om de patronen van betonpaaltjes ging, of om het ritme van golfplaten op duivenkoten, of om een rij populieren. Alles was interpreteerbaar en potentieel intrigerend of poëtisch. Dat was een heel fijn bad om in te vallen als kind.”

“Ook al zijn mijn ouders nu in de tachtig, ze zijn in fantastische doen. Ze wonen allebei nog op hun eentje en kunnen nog alles doen wat ze graag doen. Het zijn nog altijd dezelfde mensen als veertig jaar geleden. Toffer apart dan toen ze samen waren.”

5. Wat is uw passie?

“Mooiere werelden maken dan de gemiddelde wereld waarin we leven. Dat kan echt op microschaal: een tekening, een liedje, mijn tuin. Ideale droomwerelden in elkaar steken, wars van cynisme. Good places to be. Ik haal mijn ideeën daarvoor vaak uit mijn dromen, die heel heftig en intens zijn. ‘Keineig’ wat ik daar allemaal tegenkom! Overdag probeer ik dan opnieuw naar die vormen van extase op zoek te gaan.”

“In mijn dromen is er bijna altijd fel zonlicht en is het landschap heuvelachtig. Vliegen is mijn favoriete thema. In het begin was ik daar heel stuntelig in, waren het maar korte vluchten en raakte ik maar vijf meter van de grond. Maar naarmate ik oefende, leerde ik hoger en langer vliegen. Ook in gevaarlijke situaties. De eerste keer dat ik over een gigantische rivier vloog dacht ik dat ik tegen elektrische kabels ging knallen, maar ik kon er mooi tussendoor vliegen. Dat gaf me zelfvertrouwen. De volgende keer toen ik droomde dat ik vloog, vloog ik nog veel beter en preciezer.”

6. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja. Ik zeg dat ook tegen mijn ouders als ze momenten hebben waarop ze zich afvragen of ze het wel goed gedaan hebben. ‘Stop, jullie hebben mij gemaakt, dank u, dat is al meer dan genoeg, de rest vul ik zelf wel in.’ Ja, het leven is een ongelooflijk cadeau. Vandaar ook mijn scheppingsdrang en de goesting om het leven door te geven. Ik had echt niet níét willen leven, ik zou het echt gemist hebben. Ik ervaar het feit dat ik geboren ben echt als geweldig. Een wonder der natuur. Het grootste geluk voor mij is dan ook, sprekend uit ervaring, zelf een kindje krijgen.”

“Ik heb er drie. Twintig, dertien en anderhalf. Dat gaat een beetje alle richtingen uit en dat is leuk, want op het einde van de rit zal ik toch vijfendertig jaar lang bezig geweest zijn met het opvoeden van kinderen. Dat houdt mij jong. Ik ga het ook hard missen, want ik zal nooit meer een kindje van zes maanden hebben. Ik kijk daar nu al met weemoed op terug. Mijn jongste begint te praten en ik besef dat dit de laatste keer is dat ik dit zal meemaken, behalve als er nog kleinkinderen komen, waar ik nu al naar uitkijk. Ik weet hoe mooi heel die rit zal zijn, waardoor ik het meer dan ooit kan appreciëren.”

null Beeld Stefaan Temmerman
Beeld Stefaan Temmerman

7. Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“Mensen gaan dit verdacht vinden, maar ik geef mezelf toch een negen. Enkel externe factoren kunnen mij ongelukkig maken. Ik heb geen hang naar ongelukkig zijn.”

“Droefenis heb ik altijd afgezworen. Wanneer het in was om naar The Smiths of The Cure te luisteren, luisterde ik naar Erasure. Wanneer we naar Radiohead moesten luisteren, luisterde ik naar Ween. Ik heb altijd het idee gehad: maak het leven niet moeilijker dan het al is. Ik wil me niet wentelen in melancholie, terwijl ik soms wel sentimenteel kan zijn, maar niet tot op het punt dat het me naar beneden haalt.”

“Zelfmedelijden is iets gevaarlijks, muzikaal is dat totaal oninteressant. Als die emotie zich opdringt, laat ik ze overwaaien. Pessimisme is volkomen vreemd aan mijn karakter.”

“De interessantste emotie om muziek te maken is voor mij scheppingsvreugde. Levensvreugde. Een dosis waanzin, nieuwsgierigheid en goesting. Pure appetijt. Euforie. Het gevoel dat je iets groters kan maken dan je zelf bent. Ik verbied mezelf dan ook om sacraal om te gaan met mijn donkere kanten en probeer de duisternis om te zetten in licht. De reden waarom ik muziek maak is juist om de vuilnis buiten te zetten en een schonere plek te creëren.”

8. Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Mijn ochtendritueel: een klavertjevier eten. De glimlach, de stem van mijn boeleke. Zonlicht. Ik ben verslaafd aan licht.”

9. Wat zou u graag nog eens herbeleven?

“Dat ik zelf nog een kindje was. De zomer van 1976. Ik ben nog altijd op zoek naar het kindje in mij.”

10. Waar hebt u spijt van?

“Ik wou dat ik intelligenter, slimmer en geduldiger geweest was in mijn relaties. Het feit dat ze afgelopen zijn, heeft me teleurgesteld. Ik ben daarin tekortgeschoten. Je bent met twee, natuurlijk. Maar wat mijn aandeel daarin betreft, heb ik daar wel spijt van.”

“Als publiek figuur vergt het veel tijd en energie om tegelijk een goede minnaar en papa te zijn. Maar intussen is de grote drukte wel een beetje voorbij, zeker sinds maart. (lacht) Nu kan ik fulltime papa en lover zijn. Ik ken intussen ook wel de valstrikken en valkuilen, dus loop ik daar nu met een klein bochtje omheen. Op een gegeven moment dacht ik namelijk dat ik die Daan was. Je creëert een figuur, maar voor je het weet leef je naar die figuur, dat is het gevaar. Het verwachtingspatroon van mensen wordt zo groot dat je voortdurend achter jezelf aanholt. Je wordt geleefd. Het doet me dus goed om nu een zekere rust te vinden. De enige die nu nog druk op mij kan uitoefenen ben ikzelf.”

BIO

• Vlaams zanger, gitarist en componist

• geboren op 24 september 1969 in Leuven als Daniël Stuyven

• leert al vroeg piano, gitaar en drums spelen

• volgt een grafische opleiding

• speelt in bands Citizen Kane, Running Cow, Volt en Dead Man Ray

• eerste soloalbum onder de naam DAAN: Profools (1999)

• wint in 2004 een ZAMU Award voor Victory. In 2009 en 2010 krijgt hij een MIA voor beste mannelijke soloartiest

• is samen met Michelle, met wie hij vorig jaar een dochter kreeg. Heeft nog twee kinderen van twee andere partners

11. Wat is uw grootste angst?

“Voor mezelf heb ik niet zoveel angsten. Het enige wat ik hoop, mocht ik wegvallen, is dat mijn kinderen een goede band met elkaar behouden – noem het emotioneel patrimoniumbeheer. En dat ik met een gerust hart de volgende generatie in het leven kan laten stappen. Dat ze een mooie wereld en een leefbaar klimaat hebben om in te leven.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik denk toen mijn vader, die nog altijd in het ouderlijk huis woont, aan de telefoon zei dat hij niet meer wilde dat ik hem nog kwam bezoeken. Mijn vader is een beetje een specialleke, hij leeft als een kluizenaar. Hij zat er verveeld mee dat ik langs zou komen om een koffie te drinken, omdat het huis er niet meer uitziet zoals vroeger.”

“Het was heel vreemd om al afscheid te moeten nemen van de plek waar ik ben opgegroeid. Ik respecteer hem daar wel in, en ik snap het ook. Alleen maakte het mij toen wel triestig.”

“Tegelijk hoop ik dat ik oud mag worden zoals hij. Hij schildert nog altijd als een bezetene, tien uur per dag. Dat is zijn manier om tot een hoger niveau te komen.”

13. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ja, ergens wel. In de zoektocht naar een soort absolute harmonie, naar de ideale compositie en verhouding volgens jezelf. Als ik muziek maak, is het liefste wat ik doe nieuwe schetsen maken. Het eerste uur dat ik aan een compositie begin, is een heel solitair, heel extatisch moment.”

“Die absolute harmonie zoek ik ook op in de natuur. Verloren raken in de natuur, zodat het helemaal abstract voor je ogen wordt, daar hou ik van.”

14. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik verwacht van mensen dat ze redelijk en constructief zijn. Als mensen iets moois kapot proberen te maken, word ik zot. Dan heb ik een extreem gevoel van oneerlijkheid en ga ik door het lint.”

“In de auto moet je me niet ambeteren of onredelijk zijn. Het is al vaak gebeurd dat ik mijn auto aan de kant zet, het portier open doe en zeg: stap maar uit, het is genoeg, anders ga ik beginnen brullen en dat wil je niet. Dat is dan nog een hoffelijke manier, behalve als het op de E19 gebeurt. (lacht) Ik zal nooit fysiek door het lint gaan. Maar als mensen hun problemen op mij proberen over te hevelen en mij de schuld geven, that’s when I reach for my revolver. Een plastieken, weliswaar, een waterpistool.”

15. Wat is uw vroegste herinnering?

“Ik herinner me dat ze mij naar ‘De Weeg’ gebracht hebben. Ik herinner me groene muren en allemaal tafeltjes, en dat ik daar gewogen moest worden en gestresseerd was, maar dat kan natuurlijk niet, want ik was nog een baby. Toch kan ik het me visueel voorstellen. Een ruimte zonder daglicht met tl-lampen, in dat typisch gevangenisgroen van de jaren 60-70.”

16. Wat is een misvatting over u?

“Mensen denken dat ik arrogant ben. Ik denk dat niet, dan hebben ze de knipoog gemist. Ik heb me waarschijnlijk wel al arrogant gedragen en heb al veel domme dingen gezegd, maar in wezen ben ik niet arrogant.”

17. Wanneer hebt u het laatst gelogen?

“Ik vermijd te liegen. Soms ben ik wel verdacht stil. Ik mag van mezelf niet liegen, maar ik mag wel zwijgen. What happens in my head, stays in my head.”

18. Waarover bent u anders gaan nadenken?

“Over de relativiteit van het leven. Tot mijn veertigste kon ik niet leven met de idee dat er zoiets als de dood was, maar het schrikt mij niet meer af. Ik heb me bij het formaat neergelegd: we zijn 60, 70, 80 jaar op deze planeet en moeten er het beste van proberen te maken.”

“Het verzet tegen de eindigheid is verdwenen, ja. Dat verdwijnt natuurlijk ook door te scheppen. Door een liedje achter te laten, door een kindje achter te laten.”

null Beeld Stefaan Temmerman
Beeld Stefaan Temmerman

19. Welke film zou u aanraden?

“Afgelopen week zag ik op Netflix de film I’m Thinking of Ending Things (onder regie van Charlie Kaufman, 2020, red.) met een geweldige, jonge, opkomende actrice (Jessie Buckley, red.). Het is een heel vreemde, metafysische, ondergeacteerde film over een jong koppel, twee studenten, dat niet functioneert. Terwijl ze op weg zijn naar de ouders van de jongeman, denken ze de hele tijd hardop na en verliezen ze zich in zware dialogen. Als ze aankomen op de boerderij wordt het allemaal behoorlijk verwarrend en absurd. Het gaat eigenlijk helemaal de bocht uit.”

“Ik hou van films die de moeilijkheid reflecteren om echt tot elkaar door te dringen, of de onmogelijkheid om je te verplaatsen in de ander, ook al wil je dat.”

20. Hoe zou u liefde omschrijven?

“Een droom. (lacht) Nee, liefde is een heel trage, lieve kus. Liefde is, denk ik, heel veel overhebben voor de ander, veel kunnen en willen geven. Het is geen constructie, maar gewoon een gevoel dat voor zich spreekt wanneer het er is.”

21. Bent u een goede vriend?

“Ik heb een aantal vrienden voor wie ik mijn hand in het vuur zou steken, die ik al heel lang heel graag zie, maar ik mis de souplesse om te zeggen: het is vrijdag, we gaan even gaan fietsen of een terrasje doen. Ik soigneer hen niet genoeg. Een beetje als gevolg van mijn chaotische, drukke bestaan. Ik ben te veel op mezelf bezig.”

22. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Mijn lichaam moet luisteren. (lacht) Het moet wakker worden wanneer ik wil opstaan. Tot hiertoe heb ik het op al mijn avonturen meegenomen. Het luistert nog altijd en ik heb het gevoel dat dit soort zachte dwang wel werkt. Voor de rest bekijk ik het enkel als een graficus. Ik heb al zoveel foto’s van mezelf moeten retoucheren voor platenhoezen.”

“Ik vind mijn kop interessanter dan mijn lichaam. Dat lijf is ons zwak punt. Mocht ik gewoon een kop kunnen zijn zonder lijf, dan zou ik veel meer kunnen reizen en overal tegelijkertijd zijn en mezelf multipliceren en zou ik veel langer meegaan. Dat lijf, ja, goh. Zwijg mij over dat lijf. (lacht) Enfin, het valt mee. Ik heb er geen complexen over.”

“Hoeveel sigaretten ik rook per dag? Eén à twee pakjes, het hangt ervan af waarmee ik bezig ben. Als ik in de studio zit te werken, tel ik ze niet, maar het zullen er wel twee zijn. Als ik met simpele dingen bezig ben, is eentje genoeg. Ik weet dat ik daarmee moet stoppen. De laatste poging was anderhalf jaar geleden. Maar ik heb harde feiten nodig. Resultaten. Daar luister ik naar, niet naar morele bezwaren.”

23. Wat vindt u erotisch?

“Mooie brede schouders, een zachte stem en een twijfelende blik, dan kan ik niet meer objectief nadenken.”

24. Wat is uw goorste fantasie?

“Ik woon nu op het platteland en kom allerlei beesten tegen. (lacht) Het ene al sexyer dan het andere. Als ik dan die varkens door de modder zie rollen, heb ik zoiets van: ja, that’s life! Ik zou dat zelf ook weleens willen doen, poedelnaakt en in een bont gezelschap. Dat lijkt me wel deugddoend en bevrijdend.”

25. Hoe zou u willen sterven?

“Een sprong in een diepe vulkaan, dat zou ik pure extase vinden. One big jump.”

“Ik heb geen zin in veel drama. Ik heb liever dat mensen zich herinneren dat ik die ene dag nog vrolijk aan het leven was en de volgende dag er ineens niet meer was. Om het met Ry Cooder te zeggen: ‘Bop till you drop’.”

26. Wat zou u kiezen als laatste avondmaal?

“Ik zou mezelf weleens willen proeven. Dat doet me denken aan een karikatuur van Kamagurka, waarbij een man niet kan stoppen met zichzelf op te eten, ergens uit 1980 of zo.” (lacht)

27. Wat zou u nog willen doen voor het te laat is?

“Bungeespringen.”

“Er zijn ook dingen die ik mezelf verbied. Gokken, bijvoorbeeld. Een bad van opium is ook verboden, dat is ook een deal met mezelf. Maar mocht je me vertellen dat ik nog een maand te leven heb, als alles toch naar de knoppen is, dan zou ik zeggen… Alle remmen los? Ja, alle remmen los!” (lacht)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234