Dinsdag 06/12/2022

NieuwsBalenciaga

Cristóbal Balenciaga: zoveel meer dan naamgever van het hippe hedendaagse sneakermerk

Cristóbal Balenciaga in 1946. Beeld Center for Creative Photography, Arizona Board of Regents
Cristóbal Balenciaga in 1946.Beeld Center for Creative Photography, Arizona Board of Regents

Zijn achternaam is een ijzersterk merk geworden, zijn voornaam kennen nog maar weinigen. Toch was Cristóbal Balenciaga al bij leven een legendarische ontwerper. Het Kunstmuseum in Den Haag vult een tentoonstelling met zijn virtuoze ontwerpen, alle in zijn lievelingskleur zwart.

Cécile Narinx

‘Balenciaga!’, roepen clubkids die graag pronken met logo’s, ‘dat is hét merk voor coole sneakers en petjes.’

Balenciaga, weten modeliefhebbers, dat is momenteel het meest happening label van de planeet, onder leiding van de bejubelde Georgische ontwerper Demna Gvasalia.

Balenciaga, weten ingewijden, dat is het modehuis dat werd opgericht door de Bask Cristóbal Balenciaga. En deze Cristóbal Balenciaga was zonder twijfel de meest virtuoze ontwerper die ooit geleefd heeft – ook volgens Coco Chanel, Azzedine Alaïa en Christian Dior.

Van alle huidige kenners van het werk van Cristóbal Balenciaga zijn Miren Arzalluz, Véronique Belloir en Gaspard de Massé de meest ingewijden. Arzalluz is net als Balenciaga geboren en getogen in Baskenland. Ze is directeur van het Parijse modemuseum Palais Galliera, officieel ook wel het Musée de la Mode de la Ville de Paris, en was daarvoor curator en hoofd collectie van de Balenciaga Foundation in het Baskische plaatsje Getaria.

Belloir is hoofdcurator van Palais Galliera en De Massé werkt bij het Parijse Balenciaga-archief. Alle drie zijn ze opgetrommeld om in Parijs journalisten te woord te staan over de Spaanse maestro en zijn nalatenschap. De reden: de grote tentoonstelling Meesterlijk zwart die het Haagse Kunstmuseum aan Balenciaga wijdt, een reprise van de Balenciaga-tentoonstelling l’Oeuvre au noir van Palais Galliera uit 2017.

Model Stella Oakes in een mantelpak van Balenciaga, 1951.
 Beeld Henry Clarke/Galliera/Roger-Viollet
Model Stella Oakes in een mantelpak van Balenciaga, 1951.Beeld Henry Clarke/Galliera/Roger-Viollet

Wanneer hoorden jullie voor het eerst van Cristóbal Balenciaga?

De Massé: “Ik leerde zijn naam kennen tijdens de lessen kostuumhistorie op mijn modeopleiding. Ik herinner me de foto’s van Irving Penn van modellen met beeldschone jurken, jassen en capes. Toen ik voor de Archives Balenciaga ging werken heb ik veel bijgeleerd. Maar nog steeds blijft hij me verrassen.

In het Metropolitan Museum of Art, waar ze vele topstukken van hem hebben, heb ik me vorig staan verbazen over het vakwerk achter een zwarte blouse met wybertjespatroon.”

Belloir: “Lang geleden bij het Musée des Arts Décoratifs in Parijs waar ik jaren heb gewerkt. Zijn werk in het zwart heb ik daar echt leren kennen, denk ik. Coupeuse Flore, een van de rechterhanden van Balenciaga zelf, heeft me daar uitgelegd hoe alles gemaakt is, vanbinnen en -buiten. Omdat alles zwart is moet je erin duiken om het te zien. Hoe hij de volumes maakte, hoe vernieuwend hij was.”

Arzalluz: “Voor mij zijn er twee eerste keren. De eerste keer was heel vanzelfsprekend, ik kom uit Baskenland en heb mijn zomers doorgebracht vlak bij zijn geboorteplaats, het vissersdorp Getaria. Ik heb altijd geweten dat hij bestond, maar tegelijkertijd wist ik helemaal niks over hem.

Pas toen ik modegeschiedenis ging studeren in Londen heb ik geleerd wie hij echt was, en wat hij heeft betekend. Toen pas drong tot me door hoe belangrijk hij was voor de Spaanse mode, maar ook voor de mode in de rest van de wereld.

“Misschien duurde het zo lang voor het me begon te dagen omdat er in Baskenland niet echt een modetraditie was. Of omdat het te dichtbij was om te geloven dat hij bijzonder was. Maar zijn werk is ongelóóflijk bijzonder. Daarom besloot ik toen onderzoek te doen naar zijn vroege jaren.

De tijd voor Parijs. Ik wilde de man begrijpen, zijn leven voor de doorbraak. Want wat er bij mij niet inging, was dat hij zomaar beroemd was geworden in Parijs. Een genie, vanuit het niets. Vanaf toen ging ik me hartstochtelijk richten op zijn Spaanse historie.”

Jurk van marquisette (gaasweefsel, red.), 1967. Beeld Musée de la Mode de la Ville de Paris, Pierre Even
Jurk van marquisette (gaasweefsel, red.), 1967.Beeld Musée de la Mode de la Ville de Paris, Pierre Even

Kleren van de markiezin

Die Spaanse historie, de jongensjaren van Balenciaga, blijken fascinerend. Op 21 januari 1895 werd hij geboren in het vissersdorp tussen Bilbao en San Sebastian. Zijn vader José was de kapitein van de kleine patrouilleboot Guipuzcoana, die ook dienstdeed als pleziervaartuig voor de Spaanse koninklijke familie die de zomers aan de Baskische kust doorbracht.

Zijn moeder naaide kleding om wat bij te verdienen, onder meer voor de rijke familie Torres de Casa uit Madrid. Deze familie betrok zomers een villa in het plaatsje.

Op zondagen zag de kleine Cristóbal markiezin Torres de Casa uit haar rijtuig stappen, gehuld in lange jurken en beschermd door een zwartkanten parasol. Op een dag raapte hij zijn moed bijeen om haar te vragen of hij haar kleerkasten eens mocht bekijken. Dat mocht.

Elke dag na school bracht de jongen door op de zolderverdieping van de villa, waar de kleren van de markiezin gesteven en geperst werden. Hij zag de bedienden de stoffen, naden en vouwen koesteren van de fraaie stukken die de markiezin bezat. Toen hij 12 was vroeg hij of hij zelf een jurk voor mevrouw mocht maken. Ook dat mocht. De dag waarop hij haar in zijn eigen ontwerp uit de koets zag stappen, wist hij waar zijn toekomst lag.

Jurk en schoudermantel, 1968.
 Beeld Julien Vidal/Galliera/Roger-Viollet
Jurk en schoudermantel, 1968.Beeld Julien Vidal/Galliera/Roger-Viollet

Via de markiezin werd Cristóbal datzelfde jaar nog leerling bij Casa Gómez in de mondaine badplaats San Sebastian. Daarna ging hij aan de slag bij het huis New England, waar hem de fijne kneepjes van de Britse tailoring, op dat moment superhip onder de Spaanse elite, werden bijgebracht.

Coco Chanel

Vier jaar later, op zijn 16de, ging hij aan de slag bij het pas geopende Au Louvre, een filiaal van het Parijse warenhuis Les Grands Magasins du Louvre, waar hij binnen twee jaar hoofdkleermaker werd. Toen een jaar later de Eerste Wereldoorlog uitbrak, bleek dat een zegen voor de economie van zowel Spaans als Frans Baskenland, waar de high society zich verschanste om het oorlogsgeweld te ontvluchten.

In 1917 besloot Balenciaga aan de slag te gaan als zelfstandig kleermaker. Datzelfde jaar kwam Coco Chanel naar Biarritz om er een show te geven. De twee ontmoetten elkaar in het casino en werden, één grote ruzie daargelaten, vrienden voor het leven.

Aanvankelijk maakte Balenciaga, zoals toen gebruikelijk was onder kleermakers, creaties van bekende ontwerpers na, ook van Chanel. Aangemoedigd door collega's en klanten opende hij in 1924 zijn eigen modehuis op basis van zijn eigen ontwerpen. Een jaar later al kon hij de Spaanse koningin-moeder María Cristina en haar populaire schoonzus Infanta Isabel tot zijn klanten rekenen.

Tekening van de Nederlandse modejournalist Constance Wibaut. Het mannequin draagt een avondmantel van côtelé van Balenciaga, 1953.  Beeld Kunstmuseum Den Haag
Tekening van de Nederlandse modejournalist Constance Wibaut. Het mannequin draagt een avondmantel van côtelé van Balenciaga, 1953.Beeld Kunstmuseum Den Haag

Gitzwarte kleding

De zaken gingen Balenciaga voor de wind, tot de politieke stemming in Spanje omsloeg. In 1931 ging koning Alfons XIII in ballingschap, in 1936 brak na een militaire coup de Spaanse burgeroorlog uit. Balenciaga vluchtte naar Londen, en reisde toen hij daar geen voet aan de grond kreeg door naar Parijs. In het voorjaar van 1937 streek hij er neer aan de Avenue George V in een spierwitte salon.

De kleding die hij maakte was veelal gitzwart: het zwart van de mantilla’s en overjassen van de schilderijen van Goya en Velázquez, het zwart van Spaanse priesters, nonnen en boeren. Hoofdredacteur Carmel Snow van de Amerikaanse Harper’s Bazaar vond het ‘zo zwart dat het lijkt of je een klap in je gezicht krijgt. Dik Spaans zwart, bijna fluweelachtig, een nacht zonder sterren, waardoor gewoon zwart bijna grijs lijkt.’

Balenciaga was zelf ook donker: lang en knap, met gepommadeerd dik zwart haar, zware wenkbrauwen en indringende ogen. Maar: zo gesloten als een oester. Hij gaf geen interviews en liet zichzelf amper aan zijn klanten zien, een gevolg van zowel verlegenheid als de drang om alle mogelijke tijd aan zijn creaties te besteden.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog bleef hij doorwerken. Hij maakte praktische kleding waar vrouwen in konden fietsen en behielp zich met konijnenbont voor de voering. Zijn creaties waren zo populair dat ze het land uit werden gesmokkeld op verzoek van gevluchte klanten.

Concurrentie van Christian Dior

Twee jaar na de oorlog verscheen er een nieuwe modeheld op het toneel. De Fransman Christian Dior brak door met zijn New Look: extreem wijde rokken onder een wespentaille. Balenciaga was al lang en breed aan het experimenteren met die vorm, maar legde het qua aandacht en roem af tegen de bepaald niet publiciteitsschuwe kletsmajoor Dior.

Toen zijn eerdere klanten Dior begonnen te kopen en zijn geliefde en zakenpartner, de Pools-Franse aristocraat Wladzio d’Attainville, stierf aan een hartaanval, had hij het gehad met Parijs. Hij kondigde aan terug te gaan naar Spanje. Daarop bracht Christian Dior met Pierre Balmain een bezoek aan Balenciaga en gaf hem een schilderij van Georges Braque cadeau.

Cristóbal Balenciaga in 1927. Beeld Roger-Viollet, Getty Images
Cristóbal Balenciaga in 1927.Beeld Roger-Viollet, Getty Images

In een interview zei Dior: ‘Haute couture is als een orkest, en Balenciaga is de dirigent. De rest van de couturiers zijn slechts muzikanten die zijn aanwijzingen volgen.’ De modekoning was gekroond. Balenciaga bleef in Parijs.

En toen moesten zijn echte gloriejaren nog beginnen: de jaren vijftig en zestig, waarin hij adembenemende shows gaf en de meest elegante en invloedrijke vrouwen onder zijn clientèle mocht rekenen.

Opvallend was dat hij er niks om gaf om jonge, slanke mannequins en filmsterren als Brigitte Bardot te kleden, zoals Dior graag deed – geen kunst aan immers, want die zijn nog knap in een juten zak.

Echte vrouwen

Balenciaga's hart ging uit naar echte vrouwen die kleding zochten waar ze in konden bewegen, léven. Vrouwen met een buikje, afzakschouders of een korte nek? Des te beter. Door het lichaam centraal te stellen en daarop te vouwen en bouwen, op de juiste plek naden te plaatsen en de kraag een stukje van de hals af te laten staan, wist hij oneffenheden weg te toveren en imperfecties te verdoezelen.

Hij liet zich leiden door de stoffen die hij gebruikte, en construeerde daarmee, zonder verstevigende korsetten te gebruiken. Het resulteerde in vernieuwende silhouetten als eivormige jassen, coconcapes, meloenmouwen, ballonrokken en tentjurken.

Toen hij in 1958 zijn eigen materiaal liet ontwikkelen door de Zwitserse textielfabrikant Abraham kon de beeldhouwer in hem helemaal los. Gazar noemde hij het stevige en toch tere weefsel van zijdegaas, en het deed precies wat hij wilde dat het deed.

Veronique Belloir, conservator van het Palais Galliera, is als een pauw zo trots als ze de pers een aantal van de stukken van de tentoonstelling mag laten zien, in het depot van het museum. Van gazar, dat inderdaad wonderlijk sculpturale kledingstukken heeft opgeleverd, van zagar, een soort verbeterde en dichter geweven gazar uit 1964, van wol en van zijde.

Allemaal diepzwart, amper gedateerd en razend knap gemaakt. Ze wijst de knoopjes, de strikken en de plooitjes met goed gewassen blote handen aan – witte handschoentjes zijn niet nodig, die zouden alleen maar schade kunnen berokkenen aan de delicate creaties.

Cocktailjapon, 1951.
 Beeld Henry Clarke / Galliera
Cocktailjapon, 1951.Beeld Henry Clarke / Galliera

“Ik herinner me dat toen we de grote Givenchy-tentoonstelling deden”, zegt Maarten Spruyt, vaste vormgever van de mode-exposities in Den Haag, “we de grote Hubert de Givenchy zelf over de vloer hadden. Hij liet weten een enorme Balenciaga-fan te zijn.”

“Givenchy zei: Balenciaga zit daar (wijst hoog) en ik zit hier ergens (wijst een stuk lager)”, zegt Madelief Hohé, curator mode en kostuum van het Kunstmuseum en degene die de Balenciaga-tentoonstelling naar Nederland haalde. “Hij had zo’n respect voor die man. Hun ateliers zaten tegenover elkaar, en ze kozen er samen voor om een maand na alle andere shows hun collecties te presenteren, om te voorkomen dat anderen hun ideeën jatten.”

Jullie zijn in de tentoonstelling weggebleven van het hedendaagse Balenciaga, dat voor de goede verstaander regelmatig refereert aan het werk van de naamgever?

Spruyt: “We hebben bewust gekozen voor de tentoonstelling zoals Palais Galliera die heeft bedoeld. We willen wel duidelijk maken dat die grote vormen, waar het moderne Balenciaga zo om bekend staat, hun oorsprong vinden bij Cristóbal. Vandaar dat we aan het eind van de tentoonstelling een moderne show laten zien, waar je veel van de silhouetten uit de tentoonstelling in herkent.”

Avondjurk in zwart gazar, 1963.
 Beeld Julien Vidal/Galliera/Roger-Viollet
Avondjurk in zwart gazar, 1963.Beeld Julien Vidal/Galliera/Roger-Viollet

Is Balenciaga de beste ontwerper die ooit heeft geleefd?

Miren Arzalluz: “Dat durf ik niet zomaar te zeggen. Toen wij hier in Galliera twee jaar geleden een tentoonstelling over Chanel maakten, raakten we in retrospect diep onder de indruk van haar werk. Dat is ingenieuzer en veelzijdiger dan we in eerste instantie dachten. Misschien delen Chanel en Balenciaga wel een eerste plaats.”

Als Balenciaga en Chanel de eerste plaats delen, wie is dan de nummer 3?

De Massé, na kort gekissebis met Arzalluz en Belloir in rap Frans: “We denken Christian Dior. Hij was misschien erg klassiek in zijn vormentaal, maar als je bedenkt wat hij heeft gedaan in de tien jaar dat hij zijn modehuis runde voor zijn dood, dan is dat heel indrukwekkend.”

Wat vinden jullie ervan dat de jongere generatie denkt dat Balenciaga een sneakermerk is?

Gaspard De Massé, gereserveerd: “Ik ga niet in op vragen over het hedendaagse Balenciaga. In de geschiedenis van het huis is er een stilte van 30 jaar geweest, en ik denk dat dat niet heeft geholpen om het verleden levend te houden en duidelijk te maken waar we vandaan komen.”

Véronique Belloir, grinnikend: “Daarom hebben we deze tentoonstelling gemaakt. Om de onwetende kids te onderwijzen!”

Balenciaga - Meesterlijk zwart, Kunstmuseum Den Haag, 24 september t.e.m. 5 maart 2023.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234