Donderdag 20/02/2020

Review

'Cour d'Honneur' op het festival in Avignon: Het publiek in de hoofdrol

'Cour d'Honneur' op het festival van Avignon.Beeld AFP

Wie had ooit gedacht dat de choreograaf Jérôme Bel, beroemd en berucht om werken die alle knusse theaterconventies op hun kop zetten, ooit op de 'Cour d' Honneur' van het festival van Avignon zou staan? Welnu, bij de 67ste editie van het Festival was het zover. Bovendien bracht hij daar een eerbetoon aan die plek zelf en vooral aan zijn publiek. Dat heeft in 'Cour d'Honneur' de hoofdrol.

Overvolle, loeihete zalen, lange wachtrijen, mensen die vechten om kaartjes. Ook dat is Avignon. De Fransen houden hartstochtelijk van 'hun' Festival. Alle mogelijke Fransen: van dokters over leraars en ambtenaren tot arbeiders. Van alle leeftijden ook: ouders brengen hun kinderen mee, en die geven het vuur op hun beurt door aan hun kinderen. Toch zijn ze ook nooit te beroerd om luidkeels hun ongenoegen te laten blijken als het getoonde hen niet ligt.

De centrale, zelfs mythische plek van dat festival is de 'Cour d' Honneur' van het Pauselijk Paleis. In 2011 bedacht Jérôme Bel zich dat het mooi zou zijn om een voorstelling te wijden aan het geheugen van een theater, net zoals hij eerder voorstellingen wijdde aan de herinneringen van dansers als Cédric Andrieux of Véronique Doisneau. Welke andere plek kwam daar beter voor in aanmerking dan die 'Cour d'Honneur'?

Wie geheugen zegt, heeft het meteen over de toeschouwer. Tekst, regisseur of acteur betekenen immers niets zonder hun publiek, merkt Bel op. In 2011 al hield hij daarom, met het oog op dit werk, 'audities' voor toeschouwers. Niet zomaar toeschouwers. Het moest om mensen gaan voor wie een voorstelling op de Cour d'Honneur een keerpunt betekend had in hun leven. Je merkt ook dat zijn selectie zowat een sociologische dwarsdoorsnede van het publiek voorstelt.

Aan zo'n mensen bleek er immers geen gebrek te zijn. Bel selecteerde er veertien. Zo de vrouw van 70 die in haar prille jeugd kennis maakte met Antigone. Zij putte daar voor de rest van haar leven de moed uit om zo nodig nee te zeggen, net als de antieke heldin. Of de psychiatrische verpleegster van 58 jaar. 'Nelken' van Pina Bausch had haar bevrijd van hysterische angsten. Stamelend las ze haar gedachten voor van een blad papier. Ze schreeuwde het plots ook even uit.

Niet alle toeschouwers gingen zo diep. Een meisje van 11 speelde uitgelaten een scène uit 'Enfant' van Boris Charmatz na: gillend liep ze het podium rond. Een hyper-kinetische jonge kerel vertelde hoe hij theater maar niets vond tot hij een stuk van Warlikowski, naar Jonathan Littells 'Les bienveillantes' zag en besefte dat in theater belangrijke dingen publiek gezegd en gedeeld worden.

Af en toe werden deze getuigenissen onderbroken voor een klein fragmentje uit één van de stukken waar de toeschouwers herinneringen aan ophaalden. Overigens heel vaak stukken van regisseurs uit de lage landen als Alain Platel, Anne Teresa De Keersmaeker, Jan Fabre of Johan Simons. Samuel Lefeuvre bracht een kort fragment uit 'Wolf' van Alain Platel, het stuk dat in 2003 op de affiche stond, net toen het Festival geannuleerd werd door de staking van de 'intermittents'. Op een aria van Mozart wankelde en strompelde hij als een dodelijk gekwetste ziel nog eens over het podium.

Spectaculair was het moment dat een man in zijn blote lijf, met slechts een slip aan, de muren van het Pauselijk Paleis beklom tot helemaal op de tinnen van de muren. Dat moment uit 'L' inferno' van Romeo Castellucci stond vele kijkers op het podium dan ook op het netvlies gebrand. Ook 'Je suis sang' van Jan Fabre of 'Cesena' van Rosas bleken voor velen een blijvend referentiepunt. Tenslotte waren er ook de onvermijdelijke klassiekers als 'Le soulier de satin' van Paul Claudel. Isabelle Huppert bracht, als absolute Franse ster, via skype vanuit Australië, een kort stukje uit 'Medea'.

Niet alleen goede herinneringen kwamen echter aan bod. Een schuchtere, jonge vrouw las van haar iPhone een tekst voor waarin ze het gebrek aan 'métissage' van het publiek aankloeg. Zij was nooit op de Cour d'Honneur geraakt: te duur, te elitair, naar haar aanvoelen toch. En dan was er een Belgisch-Italiaans koppel. Dat vertelde over die ene avond dat Johan Simons' 'Kasimir en Karoline' luidkeels uitgejouwd werd door één man. Veel toeschouwers, waaronder zij zelf, verlieten op dat moment de tribune, terwijl anderen het even rumoerig opnamen voor het stuk.

Dat was tijdens 'Cour d'Honneur' het 'moment de gloire' van Oscar Van Rompay. In dit stuk speelde hij immers de onfortuinlijke stoethaspel Schürzinger. "Het was destijds een ontzettend moeilijke oefening", vertelt hij achteraf. "We speelden in het Frans. Dat vroeg zo'n concentratie dat je bijna op automatische piloot je teksten opdreunde. Tot plots iemand vanop de tribunes riep dat het 'merde' en 'nul' was". Van Rompay kreeg de lachers op zijn hand met zijn relaas van de feiten. "Plots ontspande ik helemaal, en werd meteen zelf heel kwaad. Ik wilde terugschreeuwen dat die kerel zelf een nul was. Maar Wim Opbrouck maande ons aan om voort te spelen. Zodat ik meteen mijn volgende regel zei: 'C'est une très belle soirée, Monsieur.' Dat was het ook: 'une très belle soirée'."

Bij uitbreiding kan dat meteen gelden als het motto van deze uitzonderlijke avond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234