Maandag 26/08/2019

Festivalverslag

Couleur Café, dag 3: Uitbollen onder de zon

Op de derde en laatste dag was ook de zon eindelijk van de partij op Couleur Café. Perfecte omstandigheden om voor een laatste keer te genieten van de nieuwe locatie, en van de ontspannen optredens van JMSN en Lianne La Havas.

JMSN ziet er gevaarlijk uit, maar hij brengt toegankelijke, emotionele soul. Beeld Wouter Van Vooren

Of we nog wilden meedoen, wilde JMSN (***) van ons weten. En of Brussel zich even kon laten horen. Waarop hij ‘Bout It’ inzette en u zich maar wat graag liet gaan. Met zijn kale, getatoeëerde schedel ziet JMSN – spreek uit: ‘Jameson’ – er gevaarlijk uit, maar hij brengt toegankelijke, emotionele soul, waarin ‘pathos’ het sleutelwoord is. Lyrics als “I miss the passion, I miss the pain / I miss the fire, I miss the rain” getuigen van een zekere voorliefde voor sentimentaliteit. Een voorliefde die wij niet noodzakelijk delen, maar omdat JMSN ze in catchy songs verpakte en zich ondertussen met overtuiging rond zijn microfoonstatief kronkelde, willen we hem dat best vergeven.

JMSN – vriendjes met Kendrick Lamar en J. Cole, zo hebben we ons laten vertellen – had een drummer en een schitterende bassist mee, maar de backing vocals liepen mee op tape, en ook de strijkers waarmee hij veel van zijn nummers inkleurde, kwamen uit doosjes. Het deed de set vaak wat kunstmatig aanvoelen, maar dat kon de pret niet drukken. Stonden de meeste kijklustigen er bij de eerste nummers vooral om hun kater door te spoelen of de slaap uit hun ogen te wrijven, dan bleek de hartzeer die hij op ‘Cruel Intention’ etaleerde, behoorlijk besmettelijk. In de tweede helft van zijn set kreeg JMSN het publiek van de Blue Stage meermaals aan het dansen, met de reggaebeat van ‘Hypnotized’ of - al heupwiegend - met de swingende Motown-baslijn van ‘Power’. De soulstem uit Detroit begon erg voorzichtig, maar eindigde met een plezierig retro-feestje, waarbij het aangenaam shaken is.

Afterparty

De valse trage songs van JMSN bleken zo de perfecte peppillen voor de derde dag van Couleur Café: de dag waarop het, na de zegetocht van The Roots, lekker nagenieten is op de afterparty. De meeste festivalgangers leken liever te willen chillen dan te willen feesten: de hangmatten waren permanent bezet, de kraampjes op de Rue du Bien Manger deden goede zaken, en bezoekers legden zich languit te zonnen in het gras. Uitbollen leek de boodschap: de derde dag had geen niet-te-missen-headliners meer in het verschiet – of u moest al een groot reggaeliefhebber én fan van Damien ‘Jr. Gong’ Marley zijn – en dus mocht het allemaal wat rustiger aan. Zelfs de politieagenten, al een heel weekend talrijk aanwezig op Couleur Café, waren op zondag opvallend easy going.

Wij hoopten dat Lil Dicky (*) – een rapper met zelfrelativering, zo blijkt uit zijn artiestennaam – óók de perfecte act was voor zo’n laatste dag, maar dat bleek een inschattingsfout. David Burd, zoals de man echt heet, beweerde van bij het begin een ‘Professional Rapper’ te zijn, maar in de praktijk betekende dat hij in dezelfde val trapte als zoveel andere middelmatige hiphoppers. We moesten tien minuten lang wachten vooraleer Burd, in werkmansplunje, zijn opwachting maakte: ondertussen mixte zijn dj een half dozijn platgedraaide feestplaatjes aan elkaar, waar werkelijk niemand op zat te wachten.

De laatste dag van Couleur Café: chillen in plaats van feesten. Beeld Wouter Van Vooren

Eenmaal het beloofde feestje dan toch van start ging, was Lil Dicky vooral bezig met het aan de gang houden van de circle pit die zich voor de Green Stage had gevormd. In plaats van te rappen, besteedde hij zijn tijd vooral aan het opzwepen van het publiek. Zonde, want in een song als ‘Pillow Talking’ bewees hij nochtans over een uitstekende flow te beschikken. In plaats van dat talent te etaleren, toonde Burd liever zijn lichaam: na een klein uurtje ging hij, op boxershort na, volledig uit te kleren. Dit is de Blink-182 van de hiphop: puberale ongein wint het van goeie songs.

Snorrencircus

Later op de avond zou Deluxe (***) tonen hoe je met een stevige tongue-in-cheek toch een feestje kunt bouwen. Het Franse sextet, dat kennelijk houdt van snorrenmotiefjes, mocht de Green Stage afsluiten, en haalde daarvoor al hun foefjes uit de trucendoos. Hun outfits hadden ze gehaald uit een commedia dell’ arte-museum, en aangevuld met afleggertjes van Circus Romario. Hun lyrics bestaan vooral uit ah-oh’s en sha-la-la-la’s, zodat u niet te veel moeite hoeft te doen om mee te zingen. En hun synchrone danspasjes werken aanstekelijk: toen zangeres Liliboy twee feestgangers uit het publiek trok, haalden ze hun beste moves boven om indruk te maken.

En de muziek, vraagt u? Die werd gemaakt volgens de formule ‘van alles een beetje’. Dansbare indierock à la Kaiser Chiefs werd afgewisseld met het soort dubstep waarmee Skrillex ooit populair werd, hiphop-ritmes deden haasje over met technobeats. Deluxe brengt geen muziek voor het einde der tijden, maar als slotshow op een festival dat hokjesdenken vermijdt, bleek hun set geknipt. En héél af en toe werd de jukebox-aanpak ingeruild voor een oprecht mooi moment: met de Amy Winehouse-cover ‘Stronger than Me’ toonden ze drie minuten lang dat ze ook meer waren dan een circusact.

Hartjes, liefde en straffe nummers

Van dat soort oprecht mooie momenten had Lianne La Havas (****) er op overschot. De Londense soulzangeres met Griekse en Jamaicaanse roots speelde solo en zette in plaats van toeters en bellen de songs centraal. Ze begeleidde zichzelf op gitaar, maar op simpel verzoek zorgde u voor de percussie. Tijdens openingsduo ‘Is Your Love Big Enough?’ en ‘Tokyo’ moest u nog even zoeken naar uw ritmegevoel, maar het hield La Havas niet tegen om uitgebreid haar liefde te verklaren voor het Couleur Café-publiek. “Thank you for making me so welcome”, bloosde ze na een uitstekend ‘Unstoppable’ – nog zo’n song waarbij ze steunde op begeleiding van het publiek.

Soms was het vertrouwen in haar fans iets té groot: La Havas heeft een strot om u te zeggen, en wanneer ze aan de toeschouwers vroeg om mee te zingen, zoals een prachtig ‘Grow’, vergat ze dat niet iedereen die hoge noten aan kan. Geen paniek: het maakte de set van La Havas, die de zon naar haar ondergang begeleidde, er niet minder magisch op. Zelfs wanneer het lawaai van Flatbush Zombies, die ondertussen op de Red Stage stonden, de intieme sfeer dreigde te verstoren, trok de Londense soulzangeres zich er niets van aan. Prompt zette ze ‘Forget’ in, een ouderwetse bluessong waarin ze de Nina Simone in zichzelf naar boven haalde: een heerlijke uitbarsting van intimiteit.

Ondertussen strooide La Havas met hartjes, liefde en straffe nummers: haar cover van Dionne Warwicks ‘I Say a Little Prayer’ groeide uit tot een sfeervolle meezinger, terwijl u voor ‘Elusive’ met plezier uw aanstekers opdiepte. Lianne La Havas vulde op haar eentje het podium, en dompelde de Green Stage onder in schoonheid: je moet het maar kunnen.

Ze eindigde haar breekbare set met ‘Midnight’, en een gemeend “be safe”, en vatte zo de 28ste editie van Couleur Café perfect samen. Het eclectische Brusselse stadsfestival heeft zijn doorstart op de Heizel niet gemist: we hebben de skyline van Brussel-Noord dan wel moeten afgeven, maar we hebben warme lichtjes in de bomen, de pittoreske sfeer van het Ossegempark en de magische muziek van Lianne La Havas, Coely, The Roots en J. Bernardt in de plaats gekregen. Goeie deal, als u het ons vraagt.

Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden