Donderdag 23/01/2020

Couleur Café

Couleur Café, dag 2: Hiphopfestijn met jonge wolven en oude rotten

The Roots waren de absolute headliner van deze Couleur Café-editie. Beeld Wouter Van Vooren

Zaterdag is hiphopdag. Dat is niet alleen ons adagium, maar ook dat van Couleur Café: met The Roots als headliner, en onder andere Coely, Niveau4 en Lefto als opwarmers, stond de tweede dag in het Ossegempark in het teken van de hipste hop van vandaag én van de laaste decennia.

Vraag ons niet hoe ze het doen, maar voor het derde jaar op rij is Couleur Café erin geslaagd een tijdloos hiphopicoon te strikken als headliner. Na The Wu-Tang Clan in 2015 en De La Soul vorig jaar, kwamen dit jaar The Roots een feestje bouwen. En dat trekt fans. Veel fans. De rij festivalgangers die zaterdag voor Philadelphia’s finest kwamen, strekte zich op de Heizel over honderden meters uit. De (commerciële) hoogdagen van ?uestlove en de zijnen mogen dan al even achter ons liggen, maar hun fanbasis is hen grotendeels trouw gebleven. Zou Jimmy Fallon daar voor iets tussen zitten?

Hoe dan ook zouden Roots-fans nog tot middernacht moeten wachten vooraleer hun helden op de Red Stage een feestje kwamen bouwen. Gelukkig had Couleur Café aan een uitstekende affiche gedacht om de wachtenden op te warmen. Zoals Antwerpse-met-Congolese-roots Coely (****). Een talent zo jong dat het niet meer dan normaal leek dat ze een nummer opdroeg aan haar moeder: afsluiter ‘Celebrate’ was het laatste hoogtepunt van een set die de hoogtepunten aaneenreeg. De 22-jarige rapster, in een stijlvol roze pakje gehuld, had een live-band mee, en die gaf de funky beats en soulvolle refreintjes van haar nummers vaak net dat extra tikkeltje punch en panache mee.

Hielp daar ook bij: Coely’s partner in crime Dvtch Norris, die liet weten “excited as fuck” te zijn, en het publiek mee kwam opzwepen tijdens een luid meegezongen ‘Don’t Care’. Tijdens het daaropvolgende ‘Simon Says’ werd het publiek netjes in twee helften verdeeld, om ze vervolgens samen te laten klaarkomen in de finale, en dan moest een spetterend ‘Ain’t Chasing Pavements’ nog komen. Een zuivere hattrick, noemen wij dat. “The craziest shit ever”, wist Norris, en hij zat er niet naast. “Let’s take this shit to the next level”, vroeg hij on nog, maar Coely wist: “We can’t take this shit to the next level. We already are at the next level.

Coely had van bij opener 'Different Waters' de juiste vibe te pakken. Beeld Wouter Van Vooren

De Antwerpse rapster had immers van bij opener ‘Different Waters’ de juiste vibe te pakken, en toonde een uur lang dat zij niet in hokjes denkt: raps en rhymes in de stijl van Big Boi (‘No Way’) werden aangelengd met speelse r&b en afgewisseld met zangpartijen waar de soul van afdroop (‘Different Waters’). Coely, die enkele jaren geleden op Couleur Café haar eerste festivalset speelde, is géén opkomend talent meer: Coely is een geboren rasperformer, en haar hiphop hoort thuis bij het beste dat ons land op dat vlak heeft voortgebracht.

Tuinfeestje

Vorig jaar maakte ze, samen met onder andere Roméo Elvis, Cabellero & JeanJass en STIKSTOF deel uit van Niveau4: een speciaal voor Couleur Café samengesteld hiphopcollectief, dat toen de Univers Stage plat speelde. Het concept werd dit jaar herhaald, maar van de vorige bezetting is enkel Zwangere Guy – ook bekend als Omar-G, een van de vijf elektronen van STIKSTOF – overgebleven. Samen met zijn kompanen van onder andere L’Or du Commun, Le 77, TheColorGrey en Darrell Cole (de meest eigenzinnige van de bende) kreeg hij slechts sporadisch de schwung in de keet. De beats van Niveau4 (**), afgeleverd door Deejay Vega en Junior Goodfellaz, bleven net iets vaak steken in clichés en platitudes. Daar konden die live-gitarist en het gastoptreden van Roméo Elvis weinig aan veranderen.

Nee, dan maar naar de Blue Stage, waar Lefto (***) op zijn tuinfeestje mocht draaien. Hij zou, zo vertelde het programma én zijn reputatie ons, “de beste deuntjes van over de hele planeet” aan elkaar draaien, en dat was niet gelogen. Vooral in het openingshalfuur van zijn set deed hij het park dansen op de meest eigenzinnige en exotische ritmes, om vervolgens naadloos over te gaan tot een compromisloze best-of van wat 21ste-eeuwse hiphop te bieden heeft. Wij hoorden achtereenvolgens Anderson. Paak, Schoolboy Q, J. Cole, Skepta, Kendrick Lamar en zelfs een flard uit ‘Who Dat Boi’, de nieuwe song die Tyler, The Creator en A$AP Rocky nauwelijks een dag eerder hadden gedropt. Lefto, die zijn set opdroeg aan “alle quartiers van Brussel”, heeft de vinger nog steeds aan de pols.

Liefde voor de hi-hat

Maar hiphop kan evengoed tijdloos zijn: dat bewezen The Roots (****) dik anderhalf uur lang op de Red Stage. De beste liveband uit de hiphopgeschiedenis speelde één gigantische medley, met een rist eigen klassiekers én eigenzinnig gekozen covers, en wat bleek? Na bijna dertig jaar hebben die songs niets aan waarde ingeboet. Het enige dat wij hebben zien veranderen, is dat drummer ?uestlove zijn afro-met-kam heeft ingeruild voor braids, maar ook hij is verder zijn eigen coole zelf gebleven. Hij speelt nog steeds alsof het hem geen enkele moeite kost, en hij lijkt nog steeds de liefde te bedrijven met zijn hi-hat.

Samen met rapper Black Thought is ?uestlove nog het enige lid van de originele bezetting: anno 2017 zijn de twee anciens de betrouwbare ankerpunten die maar wat graag hun band laten schitteren. We waren amper twee songs ver toen zowel de saxofonist als de trompettist al hun eerste solo kregen, en later kregen ook bassist Mark Kelley en beatboxer Jeremy Ellis hun (iets té lang uitgesponnen) gloriemoment. Gitarist ‘Captain’ Kirk Douglas stal de show, door de vocals van Erykah Badu voor zijn rekening te nemen in ‘You Got Me’ – een voorspelbaar, maar daarom niet minder indrukwekkend hoogtepunt – en er vervolgens een gitaarorgie aan te breien. The Roots waagden zich zowaar aan Guns N’ Roses-klassieker ‘Sweet Child O’ Mine’: een dom idee op papier, maar zowat alles wat ?uestlove en de zijnen deden, leek te lukken.

Ook Curtis Mayields’ ‘Move On Up’ en Kool & The Gangs ‘Jungle Boogie’ passeerden de revue: publiekslievelingen, maar The Roots zijn het meest indrukwekkend wanneer ze hun eigen back catalogue aanspreken. ‘Dynamite!’ deed zijn naam alle eer aan. ‘What They Do’ was classy én classic hiphop van de bovenste plank. ‘Clones’, uit hun doorbraakplaat Illadeph Halflife (1996), is zo puur dat elke toevoeging iets van de waarde ervan zou wegnemen. Elke drumbreak zit juist, elke klemtoon van Black Thought – een mc die zich nooit op de borst klopt, maar zijn raps voor zich laat spreken – valt op het perfecte moment. Een topsong, net als ‘Fire’ (swingt als een tiet), ‘Section’ (een bouncende nostalgietrip) en ‘Without A Doubt’ (een festijn voor percussiefetisjisten, en het absolute hoogtepunt van de set).

Black Thought van The Roots: een mc die zich nooit op de borst klopt, maar zijn raps voor zich laat spreken. Beeld Wouter Van Vooren

'Hip hop has not left yet'

The Roots speelden tien minuten lánger dan voorzien, en de brede glimlach op het gezicht van Black Thought verraadde waarom: de elf muzikanten op het podium hebben zich een hele avond lang rot geamuseerd. Zonder een moment te rusten, want elke song wordt naadloos achter de vorige gespeeld. “I like where we are”, zei Black Thought bij het begin van ‘Game Theory’, en we begrijpen waarom: in deze tijden waarin hiphop terug verfijnd en uitdagend mag zijn, moet een band als The Roots zich wel thuis voelen.

Het was mooi om te zien hoe zulke iconen nog altijd meedraaien en een wei aan het dansen krijgen, terwijl met een jonge wolvin als Coely ook hun erfgenamen het publiek uit hun hand laten eten. “Hip hop has not left yet”, sneerde Black Thought tijdens ‘Without A Doubt’. Als de tweede dag van Couleur Café één ding aantoonde, was het dat hij godverdomme gelijk had. Peace out.

Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234