Vrijdag 15/11/2019

review

Conor Oberst in de AB: begonnen op de bodem, nu weer hier


Conor Oberst bracht in Brussel verslag uit van op de bodem van zijn bestaan – het was er donker, koud en onmenselijk eenzaam. Gaandeweg het concert hervond hij zijn geloof in de mens, het leven en de liefde. Die krassen op zijn ziel? Oberst draagt ze voortaan als eretekens.

“Dit is een gestoord slaapliedje. Het gaat over ’s nachts wakker liggen en denken aan alle mogelijke manieren om jezelf van kant te maken.” Wie zich na Conor Oberst jongste plaat Ruminations (2016) zorgen maakte over diens mentale toestand, werd in de AB niet meteen gerustgesteld.

Zoals hij op de hoes van dat album afgebeeld staat, zo klonk hij ook in Brussel: moederziel alleen, alle pijlers onder zijn leven weggeslagen. Het eerste wat we hoorden, waren droevige noten op piano, hevig blazen en zuigen op de mondharmonica en de met een beverige stem gezongen woorden “it’s a mass grave”.

Het is dan ook niet niks wat Oberst de voorbije jaren heeft doorgemaakt: een cyste op zijn hersenen met allerlei nare bijwerkingen en behandelingen (bijna laconiek als een aftelrijmpje bezongen in ‘Counting Sheep’) en een onterechte beschuldiging van verkrachting, die zijn reputatie besmeurde en zijn muzikale carrière stokken in de wielen stak.

Ongewild gebruikten louche sujetten hem als voorbeeld van de vrouwenemancipatie die de spuigaten zou uitlopen. De posterboy van de indiefolk, de troubadour met de ziel onder de arm, werd ingehaald als mascotte van de meninisten.

Oranje rat

Die hele onverkwikkelijke zaak raakte Oberst nergens rechtstreeks aan in zijn songs, maar je voelde de nasleep in veel zinnetjes nazinderen. “No it’s not me, but I’m the one who has to die”, klonk het in ‘Tachycardia’. En nog duidelijker in ‘You All Loved Him Once’: “When it came time to stand with him, you scattered with the rats.”

Gelukkig vermeed Oberst (afwisselend op akoestische gitaar en vleugelpiano en bijgestaan door een gitarist) de pure bitterheid – zijn teksten bleken nooit eenduidig. Zo kon je zijn song over mensen die hun idool laten vallen, evengoed toepassen op Barack Obama of Bernie Sanders. Beiden dreven op golven van hoop, maar lijken op dit moment de verliezers van de geschiedenis.

Je had ook niet veel nodig om de Bijbelse koopmannen uit het oudere ‘Lenders in the Temple’ gelijk te schalen met de miljardairsbende die nu het Witte Huis bezet. Explicieter werd Oberst in zijn bindteksten: de situatie in zijn thuisland noemde hij een “shitstorm” en Trump “that fucking orange rat”. De man die George W. Bush ooit kapittelde in ‘When the President Talks to God’ bleek nog even politiek bevlogen.

Zijn excuses voor het huidige Amerika waren misschien voorspelbaar, maar daarom niet minder doorvoeld. Zij mogen dan wel luid, rijk en machtig zijn, er zijn nog altijd meer goede mensen in de wereld, zei Oberst ook. Of zoals Wannes Cappelle, die in het publiek stond, het zou verwoorden: “’t es nog al nie noa de wuppe.”

Amerikaanse nachtmerrie

Na die anti-Trump-tirade zong Oberst het prachtige ‘A Little Uncanny’, protestsong en zelfonderzoek in één, en die twee kanten van zijn songschrijverschap keerden terug in zijn coverkeuze. Voor de pauze kwam het hartverscheurende ‘Here Comes a Regular’ van The Replacements, over een ontheemde kroegtijger die de leegheid van zijn leven onder ogen ziet. Na de pauze volgde ‘Jack at the Asylum’ van The Felice Brothers, waarin de Amerikaanse droom voortdurend werd gespiegeld in zijn tegendeel: de nachtmerrie.

Ook Oberst zelf leek in de loop van zijn concert te ontwaken uit de boze droom die zijn leven een tijd is geweest. Hij begon met inktzwarte, niet zelden in alcohol en sterker spul gedrenkte ondergangsgedachten. “I don't wanna feel stuck, baby / I just wanna get drunk before noon”, klonk het nog bij het begin in ‘Barbary Coast (Later)’. Geen Tournée Minérale voor Oberst, zoveel was duidelijk.

Geleidelijk aan klom hij weg van de bodem. “I'll be man enough / To keep myself in check”, maakte hij zich halverwege sterk in ‘A Little Uncanny’, en aan het eind trok hij de rouwsluier van zijn bestaan af. “Because this veil it has been lifted, yes /My eyes are wet with clarity”, zong hij in ‘The Big Picture’, een ouder nummer van zijn band Bright Eyes en een fanfavoriet, net als de twee andere slotsongs, ‘Lua’ en ‘At the Bottom of Everything’. Maar Oberst speelde ze duidelijk niet alleen om zijn publiek te plezieren. Het was zijn manier om te zeggen dat hij er nog altijd staat. Hoe verwarrend het leven ook is, hij zal blijven zingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234