Maandag 23/11/2020

InterviewKoen Sels en Charlotte Van den Broek

‘Competitie onder schrijvers? Dat is sowieso absurd’

Beeld © Stefaan Temmerman

Uit het debacle van dertien architecten puurde Charlotte van den Broeck met Waagstukken een hoogstpersoonlijk non-fictieboek. Terwijl Koen Sels in Gloria schrijft over vaderschap en het zachtzinnig heroveren van geluk. Beide Vlamingen maken kans op de prestigieuze Boekenbon Literatuurprijs. ‘Hoe komen we in het reine met die drang om te excelleren?’

Rivaliteit? Wie denkt dat pas genomineerde schrijvers elkaar de strot afbijten, moet maar eens Koen Sels (°1982) en Charlotte van den Broeck (°1991) rond de tafel brengen. Eerst nog aftastend en aarzelend maar later steeds uitdrukkelijker, ontdekken ze affiniteiten in elkaars  werk. “Literatuur gaat over meerstemmigheid, waarom zouden we concurrenten zijn? Ik gun ook Koen van harte die prijs”, lacht Van den Broeck. En wat blijkt? Ze hebben gemeenschappelijke Turnhoutse roots. Toch wringt het met de Kempense hoofdstad. Het Turnhoutse zwembad speelt een morbide sleutelrol in het openingshoofdstuk van Vanden Broecks Waagstukken. Terwijl Sels de terugkeer naar Turnhout als een ‘regressieve treinrit’ omschrijft. Toch werkt hij er sinds kort als deeltijdse bediende bij de Dienst Reclassering. “Het bevalt me, die confrontatie met alle lagen van de samenleving.”

Dat Waagstukken het ver zou schoppen in het prijzencircuit, stond in de sterren geschreven. Terwijl outsider Sels, na zijn goed ontvangen debuut Generator, zelf staat te kijken van zijn nominatie voor Gloria. De roman spitst zich toe op vaderschap en de geboorte van zijn dochter, maar is ook een zoektocht naar wankel geluk.

Charlotte, je kreeg al poëzieprijzen en was al genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Maar Koen, hoe voelt het voor jou om plots out of the blue in dat prijzencircus terecht te komen?

Koen Sels: “Ik denk daar veel over na. En misschien zit het antwoord wel in mijn boek verscholen. Daar reflecteer ik onder meer over hoe onze infrastructuren ongelijkheid opleveren. In Gloria probeer ik die logica af te wijzen. Die dynamiek bestaat ook bij nominaties voor literaire prijzen. Wanneer één iemand aandacht krijgt, dan wordt die weggeplukt bij een ander. Is het niet paradoxaal om genomineerd te zijn met een boek dat sterk tegen dat principe ingaat?”

Je voelt je toch niet schuldig over uw nominatie?

Sels: “Nee, hoor, uiteraard is het belangrijk dat nieuwe lezers Gloria oppikken. Maar het blijft ongemakkelijk, ook al omdat mijn boek over vaderschap gaat. En dus over mannelijkheid. Ik zag ook wel dat ik één van de vier genomineerde mannen was op vijf kanshebbers. Ik moest wel lachen toen ik de aankondiging hoorde op de radio. De journalist zei toen: ‘Titels als PastoraleAmenGloria, het lijkt wel of het Vaticaan ervoor iets tussen zit.’ Maar met geloof heeft het niks te maken, of toch niet rechtstreeks. Gloria is de naam van mijn dochter! (lacht)

Er was gemor over de selectie van deze prijs die sneller van naam verandert dan zijn schaduw (eerder bekend als de AKO-prijs, de ECI-prijs en de Bookspotprijs). Grote namen als Arnon Grunberg waren er bijvoorbeeld niet bij. Hoe voelt het om daar nu ‘bovenuit’ getild te worden?

Van den Broeck: “Dat competitieve element in schrijversland vind ik sowieso absurd. Literatuur gaat over meerstemmigheid. Misschien is dat wel mijn misvorming als fervent bezoeker van poëzie-avonden (lacht). Alles kan naast elkaar bestaan, dat is ook zo aantrekkelijk. Maar het viel me wel op dat er op de longlist geen auteurs met een diverse achtergrond prijkten. En slechts twee Vlamingen – wij dus – die uiteindelijk allebei op de shortlist belandden. En amper vier vrouwen op de longlist, vind jij dat representatief als je kijkt wat er verschijnt?”

Ook opmerkelijk: Waagstukken is het enige overblijvende non-fictieboek?

Van den Broeck: “Zeker omdat de prijs er expliciet voor koos om alle genres te vermengen. Maar op die longlist stonden ook maar vier non-fictieboeken en een biografie. Nu ben ik bovendien de enige vrouw op de shortlist. Waardoor ik bij interviews plots de woordvoerder ben van de vrouwen en mij tegenover hen moet positioneren. Absurd, dat is helemaal niet de bedoeling. Ik heb geen uitzonderlijk talent dat me verheft boven andere vrouwelijke auteurs. Ik vraag me trouwens af of ze de vraag over ‘man-zijn’ ook aan Oek de Jong of Stephan Enter stellen?”

Is een jury niet altijd een tijdelijke samenklitting van leesvoorkeuren, met soms ondoorgrondelijke kwaliteitscriteria? En doe je auteurs niet tekort als je met quota’s zou gaan werken?

Van den Broeck: “Ik geloof in de integriteit van een jury, en dat ze effectief niet bezig zijn met quota’s. Je kunt die ook niet zomaar opleggen. Anderzijds als je de lijst van winnaars bekijkt, lijkt kwaliteit voorbehouden voor gevestigde, mannelijke schrijvers – en creëer je quota. Debuutprijzen gaan tegenwoordig zeer regelmatig naar vrouwelijke schrijvers, maar AKO, Bookspot of Boekenbon en Libris blijven mannelijke, witte bastions.”

Sels: “Misschien speelt bij zulke prijzen onbewust een bepaalde opvatting mee van wat grote literatuur is? Het kan productief zijn om dat idee van de Grote Roman met de Grote G te laten varen, met ruimte voor andere vormen. Maar goed, dat onze boeken genomineerd zijn, kan daar evengoed een erkenning van zijn. Er beweegt wel iets.”

In het juryrapport staat dat Gloria gaat ‘over een klein, onopvallend leven in Antwerpen dat op de meest onverwachte momenten een bron van verwondering en ontroering is’. Maar zo klef is je roman toch bijlange niet?

Sels: “Waarom denk je dat ik mijn boek een roze cover meegaf? (lacht). Ik ga niet per se in tegen dat softe, ik geloof dat zachtheid belangrijk is. Ik vertrok ook vanuit het idee om te schrijven over geluk. Misschien vooral over het heroveren van geluk, na een donkere periode waarin ik mijn controle en realiteitszin verloor. Maar ook over geboortegrond en over politieke mechanismen. En dat maakt het natuurlijk ook kwetsbaar voor kritiek.”

Van den Broeck: “Het doet me denken aan het radical empathy-idee van Kate Tempest: het opzoeken van zachtheid in een harde wereld.”

Sels: “Dat poreuze, zorgende en onzekere, dat afleggen van een pantser, valt makkelijk belachelijk te maken. Zo’n onderwerp als de relatie tussen een ouder en een kind is ook erg voorgevormd door allerlei sentimentele beelden. Net daarom moet zachtheid heruitgevonden worden. Ik zoek die grens wel op, ja. Ik probeer over geluk te schrijven zonder tranerig te worden.”

Beeld © Stefaan Temmerman

Het boek is ook gegoten in een tastende, zoekende vorm?

Sels: “Die ligt me ook het beste.  Van dagboek naar reflectie, naar prozagedicht naar realistische fictie. Het is geen boek van de zuivere lijn, nee.”

Van den Broeck: “Toch voelt het heel zuiver van emotie, met die heel concrete liefde voor je dochter. Ook in Waagstukken zitten veel stijlen verstopt: fictie, historisch onderzoek, essay, reisverhaal, autobiografie… Dat ligt in het verlengde van mijn dichterschap. Ook daar hou ik van een associatieve manier van dingen opbouwen en bij elkaar brengen.”

Sels: “Hoe verschillend onze boeken ook zijn, soms lijkt er thematisch iets gelijkaardigs aan de gang. Mijn boek gaat heel sterk over bijzonderheid en het jouwe over de angst voor middelmaat. Hoe komen we in het reine met de dwang om te excelleren? Bij mij is er dat afscheid nemen van ideeën over kunstenaarschap en groots leven, bij jou die mislukkende architecten. We maken ons eigen leven tot een project, maar worstelen ook met de ontwrichtende consequenties daarvan.”

Waagstukken heeft natuurlijk een meer uitgesproken essayistische structuur?

Van den Broeck: “Logisch, ik had ook een echte onderzoeksvraag: dertien reizen in het spoor van architecten die zichzelf het leven benamen. Dertien gebouwen, dertien casussen. Uiteindelijk kwam ik niet tot een sluitende conclusie, al ging ik monomaan ver in dat onderzoekende, soms tot wanhoop van mijn omgeving. Ik stuitte op veel hiaten, zowel in archieven én zowel bij bekende architecten als bij vergeten sukkelaars. Dat vulde ik op door er een persoonlijk verhaal door te weven.”

‘Een architect die faalt in de openbare ruimte, faalt voor duizenden ogen. En dat voor een langere periode in de tijd’, schrijft u in Waagstukken. Of is dat bij een schrijver ook zo?

Van den Broeck: “Bij ons is dat openbare werkproces natuurlijk minder zichtbaar. Mijn poëzie is superpersoonlijk. Als ik een hele dag achter een pc zit te dubben over een versregel en die mislukt, dan kan ik mijzelf heel waardeloos vinden. En toen ik na mijn Conservatorium-studies fulltimeschrijver werd, ontdekte ik hoe moeilijk het was om dat persoonlijke en werkmatige van elkaar te scheiden. In die faliekant mislukkende architectenlevens ontdekte ik die enorme schaalvergroting van mijn eigen praktijk.

Kijk eens naar Gaston Eysselinck, de architect van de ooit zo verguisde Grote Post in Oostende. Op het eerste zicht lijkt het me misschien niet persoonlijk: je doet een ingreep in de openbare ruimte en moet rekening houden met een publiek, met opdrachtgevers. Maar er zat in dat gebouw zoveel verknoopt: Eysselincks socialisme, zijn anti-establishmenthouding, zijn modernistische ideëen, schuldgevoelens tegenover zijn terminale geliefde… Hij kwam met zijn hele wezen in de knoei.”

Waagstukken is je eerste prozaboek en werd onmiddellijk juichend onthaald. Hoezeer bevalt het prozaschrijven?

Van den Broeck: “Heel bevrijdend. Vooral omdat ik het met dat wroetende van poëzie steeds moeilijker krijg. Sinds 2017 schreef ik trouwens amper nog gedichten. Stilistisch begon ik bij proza wél van nul. Ik hou van Duitse schrijvers, en heb een zwak voor Thomas Mann. Die kon in één veeg zinnen van zestig woorden aan elkaar rijgen. Zover heb ik het niet gedreven, maar op die intuïtie wilde ik wel voortborduren (lacht). En nu een roman, zeg je? Nee, die vorm interesseert me niet echt.”

Koen Sels, Gloria, Het Balanseer. Charlotte van den Broeck, Waagstukken, De Arbeiderspers.

De andere drie genomineerden voor de Boekenbon Literatuurprijs zijn de Nederlanders Marcel Möring (Amen), Oek De Jong (Zwarte schuur) en Stephan Enter (Pastorale). Digitale uitreiking op donderdag 12 november om 16 uur. De winnaar ontvangt 50.000 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234