Maandag 06/04/2020

Comeback van Noordkaap

Comeback van Noordkaap: ‘Het enige verschil met 20 jaar geleden is dat we nu een WhatsApp-groep hebben’

‘We zijn eerst weer bij elkaar gekomen zonder Stijn, dat moet lastig zijn geweest voor hem.’Beeld Marco Mertens

Het is een druilerige zondagochtend en voor de tweede keer in mijn leven sta ik op een repetitie van Noordkaap. Op de vorige, in 1994, kreeg ik een primeur: ‘Druk in Leuven’ werd in een oorverdovend volume voorgesteld en liet de houten wanden van het tuinhok van de moeder van drummer Nico Van Calster in Hever daveren. Vandaag repeteert de groep voor een reeks reünieconcerten in de AB. 

Na amper tien seconden oog in oog te hebben gestaan met het beest, besef ik weer wat we al die jaren hebben gemist. ‘Het komt voor, in de beste families / Het komt vaak voor, voor je het weet / En het past, in de beste tradities / Je bent gek, voor je erom weent’. We hebben het Stijn Meuris de afgelopen twintig jaar vaak horen zingen, met fantastische muzikanten in de rug, maar pas met Nico Van Calster (drums), Erik Sterckx (bas), Wim De Wilde (toetsen) en Lars Van Bambost (gitaar) aan zijn zijde, krijgen zijn woorden de extra 20 procent melancholische gravitas die van vreugde en verdriet boezemvrienden maken. Eén blik naar fotograaf Marco Mertens en ik weet dat hij exact hetzelfde voelt. Hier, in de prachtige studio van Wim De Wilde in het landelijke Zwalm, repeteert Noordkaap voor de drie concerten die de groep op 11, 18 en 25 april speelt in de Ancienne Belgique. Want: Noordkaap bestaat dus weer. Iets wat niemand nog voor mogelijk had gehouden, de groepsleden nog het minst.

Nico Van Calster: “Ik zat bij Erik – met wie ik altijd muziek ben blijven maken – toen Lars belde. ‘Ik heb een muzikale vraag,’ zei hij, en hij vroeg of hij eens mocht langskomen.”

Erik Sterckx: “In 2008 hebben Nico en ik een plaat uitgebracht onder de naam Circle Bar T, waarop Lars had meegespeeld. We dachten dat hij nu zelf met een studioproject bezig was waarvoor hij ons nodig had. Dat het over een reünie van Noordkaap zou gaan, had ik nooit kunnen vermoeden.”

Van Calster: “We kwamen compleet uit de lucht vallen. En we hebben er geen seconde over moeten nadenken. Ik zal niet zeggen dat ik er negentien jaar op heb zitten wachten, maar ik heb altijd wel ergens gehoopt dat we nog eens zouden samenkomen.”

Sterckx: “Lars kampt met een zeer ernstige vorm van tinnitus, dus ik had de hoop op een reünie eerlijk gezegd al opgeborgen. Eerlijk: dit is één van de leukste dingen die mij nog konden overkomen.”

Stijn Meuris had de voorbije vijftien jaar al een paar keer bij Van Bambost gepolst naar de mogelijkheden van een Noordkaap-reünie, maar kreeg telkens nul op het rekest. Anderhalf jaar geleden besloot hij toch nog een ultieme poging te wagen.

Stijn Meuris: “Ik stond in mijn tuin en het was mooi weer, dat weet ik nog. Ik belde Lars, en tot mijn grote verbazing zei hij dit keer niet meteen nee. Ik heb hem gezegd dat het nu of nooit was, 2020 zat eraan te komen: dertig jaar na onze winst in de Rock Rally en twintig jaar na ons afscheidsconcert. Een heel raar gevoel trouwens, dat we maar tien jaar hebben bestaan, terwijl we nu – zoef! – twintig jaar later zijn.”

Lars Van Bambost: “Stijn had mij die vraag al vaker gesteld, maar altijd was mijn antwoord: ‘Stijn, het is niet dat ik niet wil, het gáát gewoon niet meer.’ Het siert hem dat hij het is blijven vragen. Toen hij in juni 2018 nog eens belde, had ik al vijftien jaar niet meer live gespeeld, om de simpele reden dat ik met oorsuizingen zit, in combinatie met hyperacusis – last van hoge geluidsvolumes. Ik was er altijd van uitgegaan dat het onmogelijk was om nog te spelen, maar hij belde net op het juiste moment. Ik zat wat vast in mijn leven, en ik was me aan het afvragen: ‘Heb ik mezelf niet gewoon wijsgemaakt dat het niet meer gaat? Heb ik in mijn hoofd geen denksporen getrokken waarin ik mezelf heb vastgefietst?’

“Ik heb een maand bedenktijd gevraagd en ben naar professor Bart Vinck getrokken, dé autoriteit in België op het gebied van tinnitus. Hij bevestigde mijn vermoeden. Ik héb absoluut een probleem, laat dat duidelijk zijn, maar ik had het veel groter gemaakt dan het is. Ik was mij gaan isoleren, gaan afsluiten van volume, en, het ergste van al: ik was gestopt met muziek. Ik maakte thuis nog wel dingen, en af en toe ging ik iets inspelen voor een project van Wim, maar na verloop van tijd word je steeds minder gevraagd, zit niemand nog op je te wachten. Ik was ervan overtuigd dat ik nooit meer op een podium zou staan, maar kijk. Ik ben onder begeleiding van professor Vinck aan mijn traject begonnen. ‘Hoe overwin ik dit? En is dat Noordkaap-verhaal haalbaar?’”

De eerste repetities vonden plaats zonder Stijn Meuris, iets waar de immer aanwezige frontman het niet altijd even gemakkelijk mee had.

Van Bambost: “We hebben Stijn even in de koelkast gestopt, waar hij het heel koud vond, denk ik (lachje).”

Van Calster: “Omdat het nog lang niet zeker was dat Lars het zou aankunnen, hebben we eerst tien keer bij mij thuis gerepeteerd met z’n drieën: Lars, Erik en ik. Ik op een elektronisch drumstel, wat een heel grappig gezicht moet zijn geweest. We speelden op amper 75 decibel, wat eigenlijk superzalig was. En het zat meteen goed.”

Van Bambost: “Ik speel met een decibelmeter naast mij. Professor Vinck had me gerustgesteld: 80 decibel, dat mag je veertig jaar lang acht uur per dag hebben. Ik had me al die jaren veel te hard beschermd. 60 decibel vond ik al te veel. Ik wist uit het hoofd in welke Hasseltse restaurants ik op welk uur rustig kon gaan eten. Ik kom van heel ver. Ik ben jaren niet meer naar familiefeesten of feestjes van mijn werk geweest. Ik kwam gewoonweg bijna niet meer buiten.

“Stap voor stap ben ik geraakt tot waar we nu zijn: repetities op een aanvaardbaar volume. Met Stijn er vanaf het begin bij, zou dat nooit gelukt zijn. Ik zag hem in gedachten zo voor me staan: (spreidt de armen) ‘Ik voel niks! Níks! Lars, mijn koffiezet maakt meer lawaai dan uw versterker!’ (lacht) Maar ik snap heel goed dat het voor hem lastig moet zijn geweest.”

Lars Van Bambost: ‘Ik kom van heel ver. Ik ben jaren niet meer naar familiefeesten of feestjes van mijn werk geweest. Ik kwam bijna niet meer buiten.’Beeld Marco Mertens

Meuris: “Het was raar om te vernemen dat ze al een aantal keer zonder mij hadden gerepeteerd. Dan belde ik naar Stekke, naar Erik, die daar het vlotst over praat, en dan zei die: ‘Het ging goed.’ En dan antwoordde ik: ‘Maar Erik, op 70db? Het telefoontje dat wij nu aan het doen zijn, is luider!’ ‘Ge gaat verbaasd zijn, Stijn.’ En ik wás ook verbaasd.

“Het was goed dat ik er in het begin niet bij was. Ik vind volume een instrument, terwijl Lars het als een hindernis ziet. Ik hoor onder- en boventonen in lawaai. Ik krijg daar een kick van. Veel Noordkaap-songs zijn in de jaren 90 gemaakt vanuit een bal lawaai. Vanuit een dissonantie, of een fout die ik ineens hoorde. Maar Lars is bang, en ik snap dat.”

Ik vraag aan Lars wanneer ze hebben besloten om Stijn toch binnen te laten.

Van Bambost: “Toen hij drie nachten in zijn auto voor de deur had geslapen en echt niet meer te houden was (lacht). Nee, hij was bang dat het niks meer zou voorstellen, maar na één nummer zag ik de paniek van hem afglijden. Hij had duidelijk niet verwacht dat we nog zo’n hoog niveau zouden halen.”

Noordkaap maakte zijn beste platen met Van Calster, Sterckx, De Wilde, Meuris en Van Bambost, maar toch was het niet voor iedereen even duidelijk dat het ook in 2020 die bezetting moest zijn.

Van Calster: “Ik had vijftien jaar niet meer op een podium gestaan, Stijn stelde zich daar heel wat vragen bij. Ik snap dat. Maar ik ben nooit gestopt met drummen, ik speel nog elke dag.”

Meuris: “Lars móést erbij zijn, maar wat de anderen betreft, waren er voor mij aanvankelijk meerdere opties. Er zijn in Noordkaap nog muzikanten gepasseerd. Maar Lars wilde het enkel doen als het met Nico en Erik was. Van Wim De Wilde was ik het minst zeker. Wim is er destijds heel vriendelijk maar ook zeer gedecideerd uitgestapt met de mededeling dat hij niet meer op een podium wilde staan: ‘Ik ben geen livemuzikant.’ Hij zei dat toen zo stellig dat ik dacht: die hoef ik zelfs niet te bellen. Je hebt koppig, en je hebt Wim. Maar tot mijn verbazing zei hij: ‘Tuurlijk doe ik mee.’”

Wim De Wilde: “Toen ik naar de eerste repetitie ging, was ik er helemaal nog niet zeker van of ik mee in het verhaal zou stappen, maar het voelde meteen zo goed dat ik dacht: als het om niet te veel optredens gaat, lijkt het me wel prettig om te doen – alleen al voor het jeugdsentiment.

“Ze hadden toen ook al redelijk wat repetities achter de rug, ik kwam in een goed geoliede machine terecht. Groepsdynamiek is iets raars. Je kunt elkaar twintig jaar niet zien, met z’n vijven weer samenkomen en binnen de paar seconden alles weer in zijn oude plooi laten vallen. Alsof er niks veranderd is. Of jawel, één ding toch: er is nu een Noordkaap-WhatsApp-groep, dat hadden we vroeger niet (lacht).”

Van Bambost: “Voor mij was het meteen duidelijk: deze bezetting of niks. Nico is voor mij cruciaal, een drummer bepaalt of het leuk wordt of niet. Er zullen technisch betere drummers zijn dan Nico, maar qua feel, muzikaliteit en inventiviteit staat hij voor mij tussen de allerbesten. Erik is ook geen gewone bassist, hij is een gitarist die bas is gaan spelen. Niks tegen klassieke bassisten, but it makes a difference. Wim: idem. Hij snapt dat als een nummer gewoon 3 minuten dit nodig heeft (houdt één vinger op een imaginaire toets), dat het dan drie minuten dat zal zijn.

“De mensen die na hen zijn gepasseerd – Mario Goossens, Anton Janssens, Hans Francken– zijn allemaal fantastische muzikanten, maar als we het over het DNA van Noordkaap hebben, moest het met Nico, Eric en Wim zijn. Het is met hen dat ik bij wijze van spreken heb leren fietsen. Noordkaap was mijn eerste groep. De preselectie van Humo’s Rock Rally in 1990 was mijn eerste keer op een podium. En mijn derde keer was al meteen goedbetaald (lacht).”

Sterckx: “Het besef dat we samen iets unieks hadden, was er bij mij eigenlijk al van bij de eerste repetitie. Ik speelde toen nog bij Kloot Per W, maar Nico had mij gevraagd om mee te gaan.”

Van Bambost: “Erik heeft toen naar verluidt tegen zijn vrouw gezegd: ‘Ik ga efkes naar die repetitie kijken, het kan goed zijn dat ik over een uurtje terug ben.’ (lacht)”

Sterckx: “Ik wist meteen: wow, hier is iets unieks aan het gebeuren. Iets wat ik na Noordkaap niet meer heb meegemaakt.”

Meuris: “Ik heb later platen gemaakt en samengespeeld met mensen die wellicht betere muzikanten waren, af en toe misschien zelfs bétere songs geschreven… maar het werkte minder goed. En ik geef toe dat mij dat soms wat frustreerde. Ik weet niet wat het is met dat groepje. Waar ligt het aan? Een soort perfecte imperfectie? Je kunt dingen ook gewoon te goed spelen, te juist, te correct. ‘Druk in Leuven’ is een mooi voorbeeld. Zoals Nico dat speelt: dat kan ik niet, maar een geschoolde drummer ook niet. Ik noem het een soort slordigheid die toch in de plooi valt, een soort perfect gerammel. ’t Is de reden waarom ik liever Charlie Watts hoor dan de drummer van Muse.

“En ja, dat geluid van Lars… Ik heb achteraf vaak oude Noordkaap-nummers gespeeld met andere mensen, en ik was altijd onder indruk, maar pas toen ik Lars terughoorde, besefte ik: ‘Ja natuurlijk, zo was die kleur bedoeld!’”

Sterckx: “Als ik alle gitaristen in Vlaanderen naast elkaar zet, zijn er voor mij twee die er bovenuit steken en niks met de rest te maken hebben: Lars Van Bambost en Jean-Marie Aerts. Die twee doen iets anders, denken anders over gitaar, hebben een eigen taal. Iets wat je niet via YouTube kunt leren. Je herkent ze ook meteen. ”

De Wilde: “Ik heb Lars nog een paar keer ingeschakeld voor de soundtracks die ik heb geschreven (De Wilde maakte onder andere de muziek voor ‘Terug naar Oosterdonk’ en ‘De Smaak van De Keyser’, red.) en ik ben hem als songschrijver steeds meer gaan waarderen. Ook als gitarist is hij alleen maar beter geworden.

“Ik neem nu alle Noordkaap-repetities op, en een paar dagen geleden heb ik hem nog een stukje doorgestuurd waarover ik superenthousiast was geworden. Zo’n vette gitaarsound! En zo lekker gespeeld. Hij klinkt niet als iemand die tinnitus heeft, of geremd of voorzichtig speelt. Integendeel.”

De breuk

Ondanks de magie is Noordkaap nooit een hechte vriendenkliek geweest. De spanning die op het podium en op hun platen voor opwinding en ontroering zorgde, zat diep in de interne relaties verweven.

Van Bambost: “Een beetje spanning heeft een groep nooit kwaad gedaan. Noordkaap heeft zijn beste concerten gespeeld als de mensen in de backstage vooraf dachten dat we gesplit waren. Dan stapten we het podium op en dacht ieder van ons: aan mij zal het hier vandaag niet gelegen hebben.”

'Je kunt elkaar twintig jaar niet zien, met z'n vijven weer samenkomen en binnen de paar seconden alles weer in zijn oude plooi laten vallen.’Beeld Marco Mertens

Meuris: “Lars heeft een bepaalde – ik wik mijn woorden – autoriteit die totaal anders is dan die van andere mensen. Andere mensen die bazig zijn, teren vaak op volume, hij is op een rare manier de baas door niet de baas te zijn. Dat zorgt soms voor een rare krak in mijn nek (lacht). Lars heeft een natuurlijke, stille, beleefde autoriteit, en die botst enorm met mijn ADHD-achtige drukte. Maar net dat evenwicht is wellicht wat Noordkaap Noordkaap maakt. Er zijn in de groep twee kampen: de rock-‘n-roll- en voetbalkant – Nico en Stekke – en de slimme, bedachtzame kant – Wim en Lars. En ik zit daar zo’n beetje tussenin. Denk ik (lacht).”

Van Calster: “Lars neigt meer naar het warme, gloedvolle in een compositie, terwijl Stijn de jaren 80 en Joy Division hoog in het vaandel draagt. En uiteraard zijn het qua persoonlijkheid nagenoeg elkaars tegenpolen. En ja, uiteraard levert dat spanningen op. We hebben onlangs al een eerste keer samen gespeeld – twee songs op een Radio 1-tribute voor Luc De Vos in De Vooruit – en daar hebben we verbroederd met De Mens. Dat is een hechte vriendenkliek, een groep zonder spanningen, en dat werkt ook. Maar bij Noordkaap is er precies altijd een barstje in het harnas nodig om optimaal te kunnen functioneren. Het loopt nooit zomaar van een leien dakje. In de jaren 90 zijn we gesplit omdat de barst te groot was geworden.”

Erik Sterckx stapte uit de groep na ‘Programma ’96’, Nico Van Calster en Wim De Wilde volgden twee jaar later. Van Bambost en Meuris maakten met Wladimir Geels op bas, Anton Janssens op toetsen en Mario Goossens op drums nog het ondergewaardeerde ‘Massis’, en lieten dan, na tien jaar, vijf platen en twee soundtracks definitief het doek over Noordkaap vallen.

Sterckx: “Het was een paar keer uit de hand gelopen: er waren wat incidenten geweest tijdens optredens. Dat was één reden voor mijn vertrek. Een andere was dat de groep het niet meer zo gemakkelijk had. De dEUS’en waren opgestaan, en ik had het gevoel dat de Nederlandstalige rock z’n beste tijd had gehad.”

De Wilde: “Ik had het gevoel dat het op was, dat we na de soundtrack voor ‘Alles moet weg’ het beste hadden gegeven. Aan anderen om uit te maken of dat ook zo was.”

Van Calster: “Ik had het moeilijk met het vertrek van mijn boezemvriend Erik. Wladimir Geels heeft hem fantastisch vervangen – fijne kerel, goeie muzikant – maar het was niet meer hetzelfde. En toen ook Wim eruit stapte, ben ik gevolgd. Ik had het gevoel dat we ons onder druk van de platenfirma een beetje hadden kapotgespeeld. Herbronnen, eens twee jaar repeteren en niet elk jaar een plaat hoeven te maken: dat bleek niet tot de mogelijkheden te behoren.”

Van Bambost: “Zeven platen in tien jaar, veel gespeeld, en allemaal een vaste job: dat is niet niks. Nooit verlof, nooit een sabbatjaar. En hoe je het draait of keert: Noordkaap is een intens groepje, en Stijn is een intense mens. Na ‘Massis’, onze laatste plaat, dacht ik: zo kunnen we er gerust nog een paar maken, maar moet dat de uitdaging zijn? De meeste goeie groepen hebben het na tien jaar voor bekeken gehouden, zelfs The Beatles.

“De dynamiek was ook totaal veranderd. Waar het in het begin een echte groep was, was het op het einde de groep van Stijn en mij, aangevuld met drie hele goeie muzikanten. En laten we eerlijk zijn: tussen mij en Stijn boterde het bij momenten ook niet altijd even goed meer. Voor mij had Stijn gerust mogen verdergaan met Noordkaap, met een andere gitarist, maar uiteindelijk heeft hij de naam begraven en heeft hij een nieuwe start genomen met Monza.”

Van Bambost ging aansluitend bij Novastar spelen, en mocht niet lang daarna op tournee in het voorprogramma van één van zijn grote idolen: Neil Young.

Van Bambost: “Ik kreeg een aanbod van Joost Zweegers en dat was te aantrekkelijk om te laten liggen. Dichter bij The Beatles kun je in België niet raken, hè (lacht). Niet veel later mochten we dan ook nog op tournee met Neil Young, dat was bijna too much voor mij. Ik heb die hele tournee lang niks tegen Neil Young gezegd – als ik zag dat hij eraan kwam, zorgde ik altijd dat ik snel weg was. Maar superlieve mensen allemaal, die hele entourage. We mochten overal komen. In Italië zijn we zelfs eens in de hotelkamer van Neil Young gaan douchen. Met Jasper Steverlinck heb ik later in Ahoy in Rotterdam eens twee shows in het voorprogramma van Live gespeeld: daar mocht niks.

“Soit, na twee jaar Novastar was het gedaan. Hij heeft mij gewoon niet meer gebeld, op zijn Joosts. Ik was niet de eerste en niet de laatste. Maar no hard feelings. Niet meer.”

'Wij zijn een soort perfect gerammel, een soort slordigheid die toch in de plooi valt '' Beeld Marco Mertens

Kippenvel

De tinnitus die Van Bambost vijftien jaar lang van de planken hield en nagenoeg van de buitenwereld isoleerde, sloeg gek genoeg niet toe op het podium, maar in de beslotenheid van zijn eigen woonkamer.

Van Bambost: “Ik was aan het meespelen met een cd op de discman: koptelefoon op, en mijn Matchless- en Deluxe Reverb-versterkers op podiumvolume. Heel, heel erg dom. Na optredens had ik vaak last van suizingen en oorpijn, maar ’s morgens waren die altijd weer zo goed als verdwenen. Dit keer werd ik om twee uur ’s nachts wakker en wist ik: dit zit goed fout, dit zal niet meer weggaan. En het ís niet meer weggegaan.

“Ik heb nog een paar keer geprobeerd om live te spelen, met op maat gemaakte oordoppen, maar de technologie stond toen nog niet zo ver als nu: dat waren dingen die werden gebruikt door mensen die in de industrie werkten. Ik hoorde alleen nog bas en een heel klein beetje kickdrum.

“Afgelopen zomer ben ik voor het eerst in vijftien jaar nog eens naar een concert geweest: Billie Eilish op Pukkelpop, samen met mijn dochter. Vlak na het optreden ben ik naar huis gegaan, en ’s avonds ben ik teruggekeerd voor een halfuurtje van The National en een heel klein stukje Johnny Marr. Hoe tof ik dat laatste ook vond, dat was veel te stevig. Ik moet doseren.”

Vandaag draagt Van Bambost tijdens de repetitie hoogtechnologische oordoppen die het volume met 25 decibel naar beneden halen, waardoor er bij Noordkaap op een aanvaardbaar volume gemusiceerd kan worden en ook voor hem de nuances hoorbaar blijven. Als er tussen de songs iets gezegd wordt, moeten zijn oordoppen eruit, anders verstaat hij niks.

Ik pik nog snel wat magie mee waarop u nog tot april zult moeten wachten. ‘Laat ons bidden’ met die heerlijke spookachtige strings van De Wilde, het ingetogen ‘Als ik ’s nachts door Veerle rijd’ op verzoek van Lars, ‘De belofte jong te sterven’, ‘Hoopvol’, en dan… ‘Oorlog of Leuven?’ vraagt Meuris. ‘Leuven,’ zegt Lars. Ik was het een wat doordeweekse song met een banale riff gaan vinden. Maar hier, door Lars Van Bambost in zijn oorspronkelijke staat hersteld: kippenvel all over. En dan toch nog ‘Een heel klein beetje oorlog’, met Meuris in een absolute glansrol. Wat een zanger.

Van Calster: “Stijn zal nooit zingen tegen 60 procent, nooit zeggen: ‘Ik zing dit nu even zachtjes, om mijn stem te sparen.’ Nee, Stijn gaat gewoon voluit, altijd. Dat heeft met authenticiteit te maken.”

De Wilde: “Ik ben Stijn zijn werk in de loop der jaren steeds meer gaan waarderen. Misschien vond ik het vroeger allemaal wat evident, omdat ik er te dicht bij zat. Er is de afgelopen twintig jaar heel wat goeie muziek geschreven in Vlaanderen, maar ik vind dat het oeuvre van Noordkaap daar nog altijd naast mag liggen. Het voelt niet aan alsof we wat oude dingen aan het afstoffen zijn.”

Van Bambost: “Stijn kan ter plekke over een akkoordenreeks een perfecte melodie verzinnen, en daar achteraf in geen tijd en haast moeiteloos een prachtige tekst overheen passen. En hij is een veel betere zanger dan hij van zichzelf denkt.”

Meuris: “Goh… Ik heb heel weinig harmonieuze inventiviteit. In de studio of op repetities hoor ik weleens zeggen: ‘Stijn, je kunt dat ook naar die of die noot trekken…’ Wel: nee, ik kan dat niet. Wat ik wél kan, is vertolken, iets een bepaalde energie meegeven. En ik geef altijd alles, dat is waar. Soms is dat gênant, maar ik kan niet anders. Ik wil er zeker van zijn dat het op het podium ook zal lukken. Dat gezegd zijnde hoef ik er nooit beelden van te zien. Wat ik doe is gewoon lelijk, en raar. Een iets te zwaar gebouwde vijftiger van 1 meter 88… (denkt na) Michael Hutchence is het niet, hè? (lacht) Maar helaas ook niet David Byrne. Het komt nog het dichtst in de buurt van Ian Curtis, denk ik, maar dan drie broeksmaten groter. Maar in die bubbel, met de microfoon in mijn handen, klopt de film.

“Op repetities is mijn taak vooral die van regisseur. Ik ben geen muzikant, maar ik kan wel alert ingrijpen. ‘Hey, wat was dat daar?’ ‘Euh, ik speelde zomaar wat.’ ‘Nee nee, nog eens spelen!’ Ik ben vaak de man die de vonk heeft gevoeld. Een nummer als ‘Gigant’: als je dat muziektechnisch gaat ontleden, is dat twee keer niks. Maar dat geldt ook voor pakweg ‘Tupelo’ van Nick Cave. En in het gerommel aan het begin van ‘Tupelo’ hoor ik toevallig evenveel muziek als in een geweldige akkoordenreeks of melodie.

“Kijk, ik vind dat er in dit kleine land geweldig straffe muziek wordt gemaakt, maar tegelijkertijd is het ook allemaal nogal afgelikt en braaf geworden. We zijn allemaal heel goed geworden in een soort atmosferisch gemompel. Ik hoor het zelfs in interviews op de radio: iedereen praat heel zacht. Ik mis een sense of urgency. Misschien willen mensen weleens opnieuw een groep zien die op het podium dingen doet met instrumenten. What you see is what you get.”

'Wat ik doe is gewoon lelijk, en raar. Maar in mijn bubbel, met die microfoon in mijn handen, klopt de film.’Beeld Marco Mertens

Sterckx: “We zijn beginnen te repeteren met z’n drieën en dat zat al meteen heel erg goed. Dan kwam Stijn erbij, die altijd al een soort katalysator is geweest, en ons in een andere, vaak betere richting heeft geduwd. En dan Wim nog… Het werd steeds beter.”

Van Bambost: “Voor hetzelfde geld zou het wel eens goed kunnen zijn, die reünie (lacht).”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234