Dinsdag 28/06/2022

BoekenrecensieColm Tóibín

Colm Tóibín steekt te veel Thomas Mann in zijn roman over de Duitse schrijver ★★★☆☆

 Thomas Mann in New York, 1943. Beeld Getty Images
Thomas Mann in New York, 1943.Beeld Getty Images

De Ierse auteur en journalist Colm Tóibín probeerde de grote Duitse schrijver Thomas Mann te vangen in een roman, maar bleef uiteindelijk achter met een magere biografie.

Marnix Verplancke

Nadat Thomas Mann (1875 - 1955) op zijn zesentwintigste het succesrijke Buddenbrooks had geschreven, wou hij vooral van zijn oudere broer Heinrich horen wat die ervan vond. “Ik vind het een voyeuristisch boek,” oordeelde deze na lang dralen, “waarin je de vuile was van onze familie uithangt.”

En inderdaad, dat achter de ondergang van de Buddenbrooks uit het boek de ondergang van de Manns uit Lübeck stak, wist iedereen. In dergelijke mate zelfs dat tante Elisabeth, het kreng van de familie die in de roman net zo kribbig uit de hoek kwam als in het echt, klaagde dat ze niet meer over straat kon lopen zonder dat er achter haar rug gefluisterd werd. “Ik vind het de taak van de roman om door het raam naar binnen te kijken”, verdedigde Thomas zijn aanpak, waarop Heinrich antwoordde dat hij in dat geval een meesterwerk had geschreven.

Het is een discussie die de twee broers voeren in De tovenaar, de roman die Colm Tóibín schreef over het leven van Thomas Mann, die in 1929 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg. Mann was de zoon van een Noord-Duitse zakenman en senator die veel te jong overleed en zijn half-Braziliaanse vrouw in zijn testament opdroeg de zaak te verkopen en voortaan van de rente te gaan leven. De schrijfambities van Heinrich en Thomas konden maar beter onderdrukt worden, voegde hij er nog aan toe, want daar zou nooit iets goeds van komen. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon,weten we inmiddels. Heinrich zou hoge toppen scheren met Der Untertan en Der blaue Engel, terwijl Thomas het zelfs nog beter zou doen met klassieken als Der Tod in Venedig, Der Zauberberg en Doktor Faustus.

De tovenaar is niet de eerste biografische roman van Colm Tóibín. In 2004 oogstte hij lof voor De meester, waarin hij focuste op de faliekant afgelopen passage van de Amerikaanse schrijver Henry James in Londen. Het was een tragedie die nog versterkt werd door de verdoken homoseksualiteit van de schrijver, maar die uiteindelijk zou leiden tot een paar van zijn grootste romans.

Bijna zeshonderd pagina’s lang brengt Tóibín het chronologisch vertelde levensverhaal van Mann, waarbij je als lezer steeds weer met de vraag worstelt: wat is de meerwaarde van dit boek? Beeld Joel Ryan/Invision/AP
Bijna zeshonderd pagina’s lang brengt Tóibín het chronologisch vertelde levensverhaal van Mann, waarbij je als lezer steeds weer met de vraag worstelt: wat is de meerwaarde van dit boek?Beeld Joel Ryan/Invision/AP

In De tovenaar volgt Tóibín echter een heel ander procedé. In plaats van zich te concentreren op een bepaalde periode uit het leven van Thomas Mann neemt hij zowat het hele leven van de schrijver als onderwerp. Het boek begint in Lübeck, bij de jeugdige Thomas en eindigt ook daar, wanneer de oude schrijver niet lang voor zijn dood nog eens terugkeert naar zijn geboortestad die hij al gauw diende in te ruilen voor München, Zürich en Princeton. Bijna zeshonderd pagina’s lang brengt Tóibín het chronologisch vertelde levensverhaal van de schrijver, waarbij je als lezer steeds opnieuw met dezelfde vragen worstelt: wat is de meerwaarde van dit boek, en had ik niet beter een biografie van Mann gelezen?

Twee Duitslanden

Van Thomas Mann is bekend dat hij zijn leven lang worstelde met zijn homoseksualiteit. Hij trouwde weliswaar en werd vader van zes kinderen, maar ook dan lieten mannen hem verre van koud. Katia, zoals de vrouw van Mann heette, kon volgens Tóibín met haar lage stemgeluid net zo goed voor een jongen doorgaan.

Dat de schrijver naast zijn lichaam ook een geest had, komt pas laat in het boek aan bod, en wel in de aanloop naar WO I, wanneer Thomas en Heinrich over het Duitse keizerrijk discussiëren. Thomas is er een grote voorstander van, terwijl Heinrich er geen goed oog in heeft. Er zijn altijd twee Duitslanden geweest, zegt hij, het romantische, van de sprookjes en de bossen, en het Pruisische, van de macht en het geld. Toen Bismarck die in 1871 bij elkaar bracht, prepareerde hij een gevaarlijke cocktail.

Zulke scènes komen in De tovenaar echter al te weinig voor. Meestal overheerst de nevenschikking en gaan we van de ene gebeurtenis naar de andere alsof Tóibín per se alles wat hij over Mann wist in zijn boek wou persen. En hij doet dit ook nog eens in een vlakke, inspiratieloze taal. Wanneer hij het over de ontstaansgeschiedenis van Der Tod in Venedig heeft, lijkt het wel alsof hij Visconti’s film aan het navertellen is. Dat hij wel degelijk snedig uit de hoek kan komen, toont hij gelukkig ook een paar keer, zoals in de scène waarin Christopher Isherwood en W.H. Auden Mann bezoeken in Amerika en de Britse dichter een grandioze imitatie van Virginia Woolf neerzet. Maar dat zijn schaarse lichtpuntjes.

Helemaal in de geest van Thomas Mann heeft ook Tóibín een roman geschreven die door het raam naar binnen kijkt, maar of Heinrich het een meesterwerk zou noemen, betwijfelen we toch.

Colm Tóibín, De tovenaar, De Geus, 581 p., 25,99 euro. Vertaling Lette Vos.

 Beeld rv
Colm Tóibín, De tovenaar, De Geus, 581 p., 25,99 euro. Vertaling Lette Vos.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234