Woensdag 23/10/2019

Boeken

Claudel toont in 'Archipel van de hond' een wanhopige, laffe wereld

Beeld EPA

De Franse bestsellerauteur Philippe Claudel kiest in zijn nieuwe roman Archipel van de hond voor een uitgesproken parabelvorm met bijna archetypische personages. Eilandbewoners worden geconfronteerd met drie aangespoelde migrantenlijken. Dat zet de boel op scherp.

Een heilig geloof in de literatuur. In het vermogen van romans om mensen diep in hun ziel te raken en hun denken te doen kantelen. Dat is de onvermurwbare drijfveer van de Franse auteur-cineast Philippe Claudel (°1962).

Nee, voor de man uit Lotharingen is literatuur geen vrijblijvend divertissement. Er mag stevig worden gewroet in maatschappelijk ongerief en gemorreld aan onze zekerheden, vindt Claudel. Dat er af en toe een boodschapperig toontje in zijn werk binnensluipt? Ach, dat deert hem niet. "Veel mensen blijven liever onwetend of blind voor de waarheid", zei Claudel vorige week in het Nederlandse Algemeen Dagblad. "Sommigen zouden liever zien dat mijn boeken meer 'roze' zouden kleuren; ze vinden de confrontatie met het kwaad lastig."

Claudel, die ooit het letterenfirmament binnenstoof met de WO I-roman Grijze zielen (2003), maakt zich fronsdiepe zorgen over de marsrichting van onze wereld. Het verbrokkelen van ooit werkzame samenlevingsmodellen manifesteert zich nu in een opmars van rabiaat egoïsme, stelt hij vast. Zodanig dat we een muur willen bouwen rondom onze welvaart en de Ander uitsluiten (een thema dat hij al aanraakte in Het verslag van Brodeck uit 2007). Zoeken we daarom vooral soelaas bij gelijkgestemden?

In zijn nieuwe roman Archipel van de hond hanteert hij een ijzig scalpel om deze gedachtegang hard te maken. De Franse pers was vrijwel unaniem lovend over dit boek maar schrok zich een hoedje van de pessimistische teneur.

Mensen met een Hoofdletter

Vormelijk grijpt Claudel terug naar het soort personages dat hij ook in Het onderzoek (2010) of Het verslag van Brodeck liet opdraven. Bijna emblematische figuren zijn het, plechtstatig voorzien van een hoofdletter: De Burgemeester, De Oude Vrouw, De Pastoor, De Onderwijzer of de Commissaris. Thematisch zien we verre echo's van Het kleine meisje van meneer Linh (2005), waarin hij de asielzoekersthematiek in (een veel tederder) verhaal goot.

De setting van deze bevreemdende en hoogst grimmige roman is een fictief eiland, onderdeel van de zogenoemde Archipel van de hond. Een onbeduidende vlek in de Middellandse Zee. 'Zomaar een eiland. Niet groot of niet mooi. (...) Een vergeten stukje van de wereld, dat in het azuur is gevallen.'

De stugge bewoners leven van schrale visvangst en wijn- en landbouw, en zitten opgescheept met dorre zomers en bijtende winters. Hun leven wordt behekst door de Brau, een boven hen uittorende vulkaan. Ironisch genoeg zijn hun 'slecht gevoegde huizen van lavasteen' erkend als werelderfgoed.

Op een morgen spoelen op het verweesde eiland drie lijken van zwarte mannen aan. Het is de Oude Vrouw - de voormalige onderwijzeres van de kleine gemeenschap - die ze als eerste ziet. De Burgemeester en de Dokter worden verwittigd. Die zitten behoorlijk in de rats met de ongenode menselijke ballast. Ook al omdat ze mordicus willen vermijden dat de media er lucht van krijgen, precies op het moment dat een thermenproject meer toeristen naar de Archipel zou kunnen lokken. Hoe ontdoen ze zich efficiënt van de stoffelijke overschotten?

Meteen schiet de gemeenschap in een kramp, door Claudel onbarmhartig in kaart gebracht. Er wordt een pact gesloten om dit potje gedekt te houden. Maar De Onderwijzer, die niet van het eiland komt, verzet zich tegen de inhumane aanpak en harteloosheid van de bewoners. Hij wéét bovendien meer.

Er komt een schimmige, altijd dronken Commissaris aan te pas die een onderzoek voert. Hij blijkt de personificatie van het dubbelzinnige. De Onderwijzer wordt de speelbal van zondebokmechanismen: 'Toen steeg er een schreeuw op uit de menigte, een soort fluim van geluid, giftig, puntig als een spijker, scherp als een scheermes, een kreet die de belichaming was van de wraak die ze eisten.'

Daar laat Claudel het niet bij. Met veel gevoel voor suspense drijft hij deze danse macabre onder de vulkaan verder op de spits, met soms kribbige scheuten humor. Hij toont een wanhopige, laffe wereld die 'gistte van verschrikking en ontaardheid', overmand door stank. Ras le bol ermee. Je voelt aan je kleine teen dat boontje alsnog om zijn loontje komt.

Apocalyptisch

Pas na een stroeve start met een paar vreemde uitglijders ('Alleen de drie lijken verroerden zich niet', lezen we, tja) weet Claudel je helemaal onder te dompelen in zijn behoorlijk apocalyptische eilandsaga. 'Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt': de Odyssee van Homerus en Dantes Divina commedia doordesemen deze allegorische, symboolzwangere roman met thrillerelementen, waarin je ook invloeden van José Saramago detecteert.

Claudel vuurt voortdurend literaire vuurpijlen met waarschuwingen af. Als lezer voel je je daardoor iets te vaak aan het handje genomen. Toch krijgt Archipel van de hond een ereplaats in de almaar groeiende rij recente 'vluchtelingenromans' (denk aan Tommy Wieringa en Elvis Peeters). Claudel tekent voor de zwartste versie. Grijze zielen vind je hier amper nog. De patstelling tussen goed en kwaad is totaal.

Philippe Claudel, Archipel van de hond, De Bezige Bij, 237 p., 21,99 euro. Vertaald uit het Frans door Manik Sarkar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234