Zaterdag 07/12/2019

Interview

Christophe Vekeman: "Ik ben liever een Emmylou Harris dan een Madonna"

Christophe Vekeman: "Ik ben altijd een laatsterijzitter geweest. Ik heb altijd neergekeken op die overijverige sufferds vooraan in de klas met hun torenhoge ambities." Beeld Jonas Lampens

Steengoede schrijver met lovende kritieken. Maar waarom nooit eens een literaire prijs of een bestseller? Christophe Vekeman moet het riedeltje uitentreuren aanhoren. "Eerlijk: ik zou met niemand willen ruilen in de hele literatuur."

Ik ontmoet Christophe Vekeman in zijn woning in de Gentse Sint-Machariuswijk. De schrijver verkeert in een opperbest humeur. Het scheelt natuurlijk dat hij zopas in Las Vegas is gehuwd met zijn eeuwige geliefde. Wie beweerde nu weer dat Vlaamse schrijvers altijd zurig en eeuwig ontevreden in het leven staan?

Na lezing van zijn nieuwe boek Hotel Rozenstok zou je nochtans kunnen vermoeden dat Christophe Vekeman (°1972) zich uit een diep dal heeft gehesen. In zijn alweer wrangkomische roman voert hij zichzelf als hoofdpersonage op. Deze Christophe Vekeman besluit de pen aan de haak te hangen en zich dan maar van lieverlee in te schakelen op de arbeidsmarkt. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Uiteindelijk moet een zeventiendaags verblijf in het slonzige Hotel Rozenstok in het Nederlandse stadje L. 'herbronning' brengen. Maar daar raakt 'Vekeman' in de bekoring van de wulpse hoteluitbaatster Cathérine en verliest hij helemaal de pedalen. Tot de literatuur hem weer tot de orde roept en zijn gezellin Wanda hem op het rechte pad houdt.

"Het kan paradoxaal klinken maar ik heb me nooit gelukkiger gevoeld dan tijdens het schrijven van deze roman", zegt Vekeman met twinkels in zijn blauwe ogen. "Ik bevond me in een heuse roes: twee maanden lang stond ik elke nacht om drie à vier uur op en schreef tot ik er haast letterlijk bij omviel. Het is als schrijver blijkbaar erg verleidelijk om jezelf tot een romanpersonage om te smeden (lacht)."

Vekeman neemt me mee naar een piekfijn omgebouwd schuurtje achter zijn huis, waar hij graag mag verpozen. Countryparafernalia concurreren er met stapels boeken en zijn befaamde hoedencollectie. Ik vertel Vekeman dat ik minstens drie keer heb geschuddebuikt van het lachen tijdens het lezen van Hotel Rozenstok. Geen courant verschijnsel in een recensentenleven, wees maar zeker. Vekeman - toepasselijk uitgemonsterd in zwart hemd met fraai roderozenmotief - glimt van trots. Zijn stilistisch trapezewerk is dan ook een ware verademing in de Nederlandstalige literatuur. "Hemingway schreef korte zinnetjes, niet omdat hij geen lange zinnen kon schrijven. Maar tegenwoordig zijn er veel auteurs die zo schrijven omdat ze gewoon niet beter kunnen. Mijn meanderende zinnen zijn verhalen op zich."

Vorm en vent vallen bij Vekeman samen. Want ook tijdens het gesprek is hij zijn ietwat statige manier van formuleren trouw.

Het personage Christophe Vekeman breekt letterlijk zijn schrijfpotlood in stukken. Zat je in de rats met je eigen schrijverschap?
"Ja, de aanzet was inderdaad een soort identiteitscrisis: waarom zou de schrijver Christophe Vekeman nog succes nastreven? Toch heb ik me die denkoefening achteraf niet beklaagd. Vooral omdat ik die schijnbare autobiografie vervolgens deskundig mocht saboteren. Dat is een constante in mijn werk: telkens weer wordt het spel tussen schijn en werkelijkheid gespeeld. Ook in mijn vorige roman Marie bevond de hoofdpersoon zich in een impasse. Maar het is steeds de literatuur die een uitweg en troost biedt. Christophe Vekeman mag dan beslissen om te stoppen met schrijven, dat betekent nog niet dat hij daarom zijn fantasie achter slot of grendel weet te stoppen. Literatuur is een aangeboren geaardheid."

Veel auteurs gingen je voor in dat spel met alter ego's, onder wie jouw vrienden Herman Brusselmans en Peter Terrin. Werkte dat niet verlammend?
"Helemaal niet. Enerzijds omdat je naast Herman en Peter nog duizenden andere voorbeelden kunt geven, anderzijds omdat ik intussen een uit de duizenden herkenbare schriftuur en stijl heb. Wie al boeken van mij las, weet na één pagina Hotel Rozenstok dat het om een bladzijde van Christophe Vekeman gaat. Natuurlijk is dit niet de eerste roman waarin een schrijver met het autobiografische genre dolt. Daarom deed ik tijdens en na het schrijven de lakmoesproef: noem nu eens een boek waar dit op lijkt? Ik kon er geen enkel verzinnen."

Christophe Vekeman. Beeld Jonas Lampens

Je verstopt behendig al je literatuuropvattingen in deze roman. Zo krijgen 'verhalenschrijvers' de wind van voren.
"Je hebt mensen die zichzelf als verhalenschrijver zien, anderen beschouwen zich eerder als stilist. Volgens mij ontstaat de inhoud uit de vorm. Auteurs die zeggen dat ze vooral een verhaal willen vertellen, zijn doorgaans niet zo'n goede schrijvers. Je kunt het grote belang van stijl boven de inhoud gemakkelijk aantonen aan de hand van muziek. Neem het beste nummer van de wereld, gezongen door een zwak stilist: dat is niet om aan te horen. Maar een goed stilist - een groot zanger dus - kan wel een zwak nummer rechttrekken. David Bowie zou 'Anne' van Clouseau nog wel allure kunnen geven. Of neem de zonnebloemen van Van Gogh. Die zijn vooral het bekijken waard omdat Van Gogh ze heeft geschilderd, toch?"

In Hotel Rozenstok breek je toch een flinke lans voor het eerbiedwaardige metier van schrijver. Tegelijk vraag je je voortdurend af wat de zin er nog van is.
"Het is een oproep om eens diepgaand naar literatuur en het heersende beeld van de zogenaamd succesvolle schrijver te kijken. Het personage Christophe Vekeman stopt met schrijven en vraagt zich af: wat wil ik nu eigenlijk? Hij gunt zichzelf zeventien dagen om daarover te piekeren en na te gaan wat hij met zijn leven aanmoet. Voor mezelf lag het simpel: ik heb nooit werkelijk gedacht aan stoppen met schrijven. Ik heb ook geen alternatief. En ten tweede ben ik best tevreden met de situatie waarin ik mij bevind."

Toch hoor je vaak zeggen: 'Christophe Vekeman? Steengoede schrijver. Maar waarom verkoopt hij niet meer romans en staat hij nooit eens op een long- of shortlist?'
"Ja, op een bepaald moment leek zowat de hele wereld het erover eens dat ik een zeer onderschat schrijver was. Eigenaardig. Want als iedereen dat vindt, zou je feitelijk niet meer onderschat mogen zijn. En waarom word je voor literaire prijzen die je met de vingers in de neus zou moeten winnen, zelfs niet eens genomineerd, werd en wordt mij voortdurend gevraagd. Ik heb daar ook geen antwoord op. Maar blijkbaar ben ik in de ogen van velen dus toch een enigszins beklagenswaardige figuur. Vandaar dat ik mezelf op een bepaald moment heb afgevraagd: moet ik inderdaad ontevreden zijn met mijn lot?"

Tot welke conclusie leidde dat?
"Algauw stelde ik vast dat maatschappelijk succes nooit mijn doel is geweest. Een bestsellerauteur zijn of staan glimmen met een literaire prijs in de handen? Het zegt me niet zoveel. Ik wilde altijd liever Captain Beefheart dan Michael Jackson worden en ben veel liever een Emmylou Harris dan een Madonna. Liever blijf ik de cultschrijver dan tot de mainstream te behoren. In Hotel Rozenstok staat ergens: 'Succes is voor losers'. Het is wat kort door de bocht, maar van jongs af vond ik dat de echte losers in deze samenleving de strebers zijn. De jongens die in de klas op de eerste rij zitten met hun vinger omhoog. Ik ben altijd een laatsterijzitter geweest. Ik heb altijd neergekeken op die overijverige sufferds met hun torenhoge ambities."

Christophe Vekeman. Beeld Jonas Lampens

Waarom? Omdat succes een auteur verandert én meestal niet ten goede?
"Misschien. Ik wil de zaken ook niet omkeren en iedereen die succes heeft als minderwaardig afschilderen. Maar het lijkt onvermijdelijk dat mijlpalen in je leven je beïnvloeden. Mensen krijgen dankzij succes meer zelfvertrouwen. Helaas slaat dat soms door naar zelfgenoegzaamheid. Ik vind dat niet benijdenswaardig. Eerlijk: ik zou met niemand willen ruilen in de hele literatuur."

Bij je debuut werd je ingehaald als een auteur die de kussens mee opschudde en rock-'n-roll bracht in de literatuur, in het kielzog van voorganger Brusselmans. Heb je het gevoel dat er een nieuwe generatie aan de poort morrelt?
"De hiërarchie in de literatuur interesseert me weinig en de hokjes al evenmin. Hokjes zijn voor honden. Dus maak ik me ook weinig zorgen over de wisseling van de wacht. Meestal klinkt dat enigszins dreigend: 'Je dagen zijn geteld.' (lacht) Je hebt immers de onvergeeflijke fout begaan om veertig jaar te worden. Vanaf dan moet je blijkbaar oppassen. Nochtans heb ik het gevoel dat ik beter schrijf dan vijf jaar geleden en dat meer mensen het daarmee eens zijn."

Ik stuitte in Hotel Rozenstok ook op twee collega-auteurs die je door de mangel haalt: de 'gruwelijke loeiboei' Joost Vandecasteele én Christophe Van Gerrewey met 'zijn grenzeloze hoogmoed en ziekelijk gebrek aan zelfspot'.
"Dat klopt, ja, al moet ik er bij vertellen dat ik dat niet zomaar geschreven heb omdat ik die dag toevallig in een polemische bui was. Wél om een reden te meer te geven waarom mijn hoofdpersonage zich afwendt van de literatuur. Het vreet aan hem hoe slecht sommigen schrijven. Joost Vandecasteele heeft geen enkele aandacht voor stijl. Dat merk je goed wanneer hij iets op Facebook plaatst, zonder tussenkomst van een redacteur. Dan zie je de naakte waarheid. Bij Christophe Van Gerrewey is het een andere zaak. Hij is een schoolvoorbeeld van een stilist met een belabberde stijl (lacht)."

Je bent de complete tegenpool van het sobere schrijven dat in Nederland zo'n opgeld blijft maken. Tegelijkertijd vinden Nederlanders Vlaamse auteurs dan weer exotisch omdat ze meer durven met taal. Krijg jij dat ook vaak te horen?
"Soms wordt mijn stijl - vreemd genoeg - als typisch Vlaams gekenschetst. Vanuit een soort onwetendheid gaat men er in Nederland blijkbaar weleens van uit dat mensen in Vlaanderen allemaal zo weelderig schrijven als ik."

"Die zogenaamde versobering is overigens gewoon het gevolg van de algemene achteruitgang van de kennis van het Nederlands. Bij lezers, maar ook bij schrijvers. Je kunt je de vraag stellen of een boek als Een circusjongen van Gerard Reve door een doorsnee 25-jarige vandaag nog wel begrepen kan worden. Dat baarde Reve zelf al zorgen in de jaren zeventig, maar de toestand is nog erg veel verslechterd."

"In Nederland maakt men van de nood een deugd. Een hele generatie schrijvers neemt een voorbeeld aan Arnon Grunberg, die van een enigszins slordige stijl met succes zijn wezenskenmerk heeft gemaakt, een beetje als een zanger die steeds een klein beetje vals zingt. Dat heeft iets én dat drukt ook het nodige uit van de zeer grote persoonlijkheid van Grunberg. Maar als je dat gaat imiteren - door vier keer hetzelfde woord in twee regels te gebruiken bijvoorbeeld - ja, dan wordt het gewoon slecht schrijven."

Beeld rv

Mooi ten slotte is de rol van Wanda, de geliefde van de schrijver. Zij is klankbord en steunpilaar en wordt sterk geïdealiseerd.
"Wanda is de enige figuur in het boek die een andere naam heeft dan in de werkelijkheid, al is ze tezelfdertijd wellicht het meest waarheidsgetrouw beschreven. Dat je vindt dat ze sterk geïdealiseerd is weergegeven, mag ze dan ook beschouwen als een enorm compliment. Ik zie haar volkomen terecht als het symbool van schoonheid en goedheid in deze wereld. Ze fungeert als tegengewicht tegen alle ellende en rotzooi, zowel in de roman als in mijn leven. Wat voor iemand zou ik zijn geworden zonder haar aan mijn zijde? Ik heb in een gedicht weleens geschreven: 'Jij bent niet zomaar een godin, jij bent nog steeds een religie.' En daar wens ik geen woord van terug te nemen."

Het boek wordt op vrijdag 4 september om 20 uur voorgesteld in Herberg Macharius, Voorhoutkaai 43, Gent. Interview John Vandaele, muziek Bjorn Eriksson (The Broken Circle Bluegrass Band) en Nathalie Delcroix (Laïs).

Christophe Vekeman is ook te gast op het Eilandfestival op 20 september.

Christophe Vekeman, Hotel Rozenstok, De Arbeiderspers, 208 p., 18,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234