Donderdag 27/06/2019

Interview

Christina Vandekerckhove over ‘Rabot’: “Die mensen hebben met mijn film een spreekbuis gekregen”

Christina Vandekerckhove. Beeld fernand van damme

Twee jaar werkte Christina Vandekerckhove aan Rabot, haar documentaire over de sociale woontorens in Gent. Ze leerde de bewoners kennen, luisterde naar hun verhalen en confronteert de kijker met een pijnlijke realiteit - scène voor scène.

*** Dit artikel dateert van 16/01/18. De film is opnieuw te zien tijdens het documentairefestival Docville. ***

Beklijvend. Dat is het woord dat we het vaakst tegenkwamen bij het lezen van de recensies over Rabot, de documentaire van Christina Vandekerckhove (39) over de gesloopte sociale woontorens in Gent. Rabot won dan ook meer dan terecht de publieksprijs op het recentste Film Fest Gent. Nadat we zelf de film hadden bekeken, noteerden we de scènes die aan de ribben bleven kleven en legden we ze voor aan de filmmaakster.

De beginscène is intrigerend. In een volledig gestripte at adderen duiven brutaal rond.

Christina Vandekerckhove: “Duiven zijn een soort vliegende ratten. Ze dringen binnen als een gebouw leeg komt te staan, als het verval is ingezet. Maar de vogels symboliseren ook een vlucht uit het gebouw, weg van de ellende, op naar de vrijheid, naar een nieuw leven.”

Maar dan laat ze de camera naar beneden vallen en scheert het beeld gevaarlijk langs de gevel tot op de harde grond.

“De Rabottorens zijn ook voor mensen die er niet wonen een soort eindhalte, het laatste waar ze naartoe kunnen. Ze worden erdoor aangetrokken om ervan af te springen. Het is ook makkelijk om op het dak te komen. Toen ik mijn research deed, was het aantal zelfmoorden echt frappant. Ik was er een maand geleden nog en er was weer een vrouw van afgesprongen.”

In talloze scènes wordt de toren in 1001 perspectieven in beeld genomen. Het is een huzarenstukje. Je slaagt erin de toren echt tot leven te wekken.

“In mijn scenario stond letterlijk: ‘Ik ga beginnen met de afbraak van de torens om ze daarna weer tot leven te brengen’. Het hoofdpersonage in Rabot is inderdaad de woontoren zelf. Dat idee kreeg ik toen ik er op een dag voorbijwandelde. De eerste toren was toen al gestript en klaar voor de sloop. Dat geraamte van betonnen vakjes sprak enorm tot mijn verbeelding. In de buik van dit personage leven er allemaal mensen. Je stapt een leeg appartement binnen, ziet een kadertje dat er heeft gehangen, het tapijt dat er lag, het soort behangpapier tegen de muur... Je kan zelf gaan fantaseren. Wat hebben die muren allemaal gezien en gehoord? De structuur van al die betonnen vakjes naast mekaar heeft me ertoe gebracht om Rabot ook strak te filmen. Er zit geen camerabeweging in de lm. Ik wilde tableaux vivants maken waar je rustig naar kan kijken.”

De Gentse woonwijk Rabot was in de jaren zeventig een prestigeproject van drie woontorens met meer dan 500 flats. In de jaren tachtig verloederde de buurt en werd het een getto. “Als je in een volière te veel vogels steekt, pikken ze malkander dood”, zegt Gustaaf, een rasechte Rabotien.

“Ik laat de bewoners zelf graag spreken. Als ze dan iets zeggen wat het allemaal samenvat, gebruik ik dat ook. Adrienne, een andere bewoonster, zegt: 'We zijn allemaal begonnen met onze deur dicht te doen en opgehouden met elkaar te praten.' Het lukt sommige bewoners van Rabot niet meer om in de ‘blok’ samen te wonen. Mensen zijn zodanig op door geldproblemen, door de vuile liften, de verloedering van het gebouw, door de drugsverslaving of de armoede, dat ze het niet meer aankunnen om met hun buur te praten. 'Ik heb geen compassie meer over voor de anderen', zegt een andere man.”

Racisme

En dan is er het onverholen racisme. “Sinds de ‘Moren’ hier zijn ingetrokken, is het misgegaan”, zegt een man.

“Ik heb het racisme veel grover gefilmd dan ik gebruik in de film. Eerst dacht ik: 'Wat moet ik ermee?” Maar mijn ogen ervoor sluiten, vind ik even hypocriet. Er is ook dat beeld van die zwarte man in de lift met boven hem de graffiti: ‘Dood neger’. Dat zegt veel. Iedereen is op zoek naar een zondebok.”

Beeld rv

Een bejaard koppel zit aan tafel en eet soep. “Lekkere soep”, zegt de vrouw tegen haar man. Hij reageert nauwelijks. Een paar scènes later zit de man alleen aan tafel. Zijn vrouw, zo weten we, leed aan een psychose. Wat is er met haar gebeurd, vragen we ons af.

“Linda moest op een dag weer opgenomen worden. Ik filmde Frank alleen aan tafel en hoop dat de kijker doorheeft dat zijn vrouw weer is opgenomen. Ik heb geprobeerd alle ballast te weren en mijn personages zodanig te fileren dat alleen de essentie overblijft.”

Krijg je niet te horen dat je van hun miserie mooie plaatjes maakt?

“De beeldvoering vind ik in al mijn filmwerk erg belangrijk. Ik ben een filmmaker. Beeld is mijn taal. Ik begin altijd vanuit een artistiek oogpunt en maak nooit een film vanuit een journalistiek standpunt.”

Toch zal Rabot gebruikt worden om sociale wantoestanden als armoede en sociale uitsluiting aan de kaak te stellen.

“Misschien is mijn film afstandelijk gemaakt, maar ik ben niet zo koud als mijn beeldvoering. Ik kan er niet genoeg op hameren: Rabot vertelt een universeel verhaal. Iedere stad kent dergelijke blokken. Maar als zo’n toestanden zich dicht bij ons afspelen, willen we er niet naar kijken. Die mensen hebben recht van spreken en hebben met mijn film een spreekbuis gekregen. Sommige bewoners zijn na de première bij mij gekomen en zeiden: 'Zo is het. Ik ben content dat het eens getoond wordt.' Anderen zijn niet willen komen. 'We willen niet meer terugdenken aan die tijd. Het is te confronterend geweest.'"

Ieder voor zich

Een man vertelt dat hij op een nacht wakker wordt van een hels kabaal. Plots hoort hij een vrouw aan zijn deur om hulp roepen. Hij doet niet open. “Ik heb geleerd me niet met andermans zaken te bemoeien”, zegt hij. Nadien verneemt hij dat de vrouw uit het raam is gesprongen.

“Achteraf bleek dat de vrouw niet zelf is gesprongen, maar dat haar man haar uit het raam heeft geduwd. De politie is aan zijn deur geweest en hij had kunnen getuigen over de hulpkreet van die vrouw. Maar hij had geleerd zich enkel met zijn eigen zaken te bemoeien. Het is echt frappant hoe ieder voor zichzelf leeft. Maar ik heb makkelijk praten, want ik woon er niet. Het kruipt wel onder je vel en je neemt het mee naar huis. Soms plande ik een ganse dag ‘Rabot’ in, maar dan was ik ‘s middags al thuis en zei ik tegen mijn vriend: 'Ik heb genoeg verhalen gehoord'.”

In de hal staan honderden brievenbussen. Een man herstelt secuur de luikjes ervan. Een nutteloos werk, want ze worden mee gesloopt. Op het einde van de  film zegt hij: “Ik wil hier blijven wonen, tot de laatste man, tot het laatste gebouw.”

“Dat is Albert, een lichtpunt in de film. Hij vertegenwoordigt de hoop en moest er zeker in. Sommige kwatongen beweren dat ik alleen maar op zoek ben gegaan naar heftige verhalen. Dat is volstrekt niet het geval. Voor we zijn begonnen met filmen, heb ik uren met de bewoners gepraat. Ik ben beginnen draaien in 2015. Het draaien was ontspannender dan het zoeken naar de verhalen. Het meeste werk is in de research gekropen. Soms was ik bezig met iemand zijn belastingbrief in te vullen of een deurwaarder te bellen. Maar dat vind ik ook maar logisch. Als je dit soort  film maakt, weet je dat je niet kan zeggen: 'Salut en de kost'. Dit is een documentaire die gaat over mensen van vlees en bloed. Geen fictie.”

De laatste scènes zijn van een ontwapenende schoonheid. Je zet in de lege blok een muziekgroep en laat de bewoners er elk op hun manier op dansen.

“Je moet ook durven uit het format te springen. Ik wilde het eens niet hebben over de ‘blok’. Ik heb ze wel allemaal moeten overtuigen om te dansen, maar ze hebben er veel plezier aan beleefd. Voor mij is het een soort catharsis: het is genoeg geweest, ze gaan naar een betere plek.”

Rabot speelt vanaf 17 januari in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden