Woensdag 22/09/2021

InterviewWim Vandekeybus

Choreograaf Wim Vandekeybus: ‘Er is misschien wat te veel gehoorzaamheid aan wat de regering zegt’

null Beeld Charlie De Keersmaecker
Beeld Charlie De Keersmaecker

Bijna een jaar na de geplande première vindt de voorstelling Hands do not touch your precious Me van Wim Vandekeybus (57) alsnog een livepubliek. Al betekende een lockdown niet dat de Ultima Vez-choreograaf plots stil bleef zitten. ‘Het publiek heeft geleerd om thuis te zitten. Je moet ze echt overhalen om terug naar het theater te komen.’

“Dit is een van de eerste keren dat ik weer op een terras zit. Zalig”, lacht Wim Vandekeybus, als hij bij ons aanschuift op een terras in het Brusselse Sint-Gillis. Al heeft hij er niet ­meteen de beste dag voor uitgekozen: de hemel boven de hoofdstad is grijs, parasols van een biersponsor houden de miezerende regen een beetje tegen, en een espresso houdt Vandekeybus warm. Een beetje, toch. “Amai,” zegt hij na een halfuurtje, “het is eigenlijk echt wel koud, hè?”

Ondanks de temperaturen is er een straatmuzikant met een accordeon die moedige terrasgangers probeert te ­verblijden, zonder te beseffen dat hij het uittypen van een interviewbandje danig bemoeilijkt. Maar als metafoor komt de accordeonist vrolijk dit interview binnengewandeld: zoals hij zich niet laat tegenhouden door de weersomstandigheden of het beperkte publiek, zo zocht de cultuursector ook in tijden van pandemie nieuwe manieren om het publiek te bereiken.

Bio

geboren in Herenthout op 30 juni 1963 / danste in De macht der theaterlijke dwaasheden van Jan Fabre (1984) / vormde met Fabre, Alain Platel en Anne Teresa De Keersmaeker de ‘Vlaamse golf’ in de internationale ­danswereld / artistiek leider van Ultima Vez, het gezelschap dat hij in 1986 oprichtte / combineert in zijn werk dans, (tekst)theater en film / maakte onder andere What the Body Does Not Remember (1987), In Spite of Wishing and Wanting (1999), Monkey Sandwich (2010) en Traces (2019) / regisseerde in 2015 zijn eerste langspeelfilm, Galloping Mind / woont en werkt in Brussel

Dat geldt zeker ook voor Wim Vandekeybus. De ­gelauwerde choreograaf en artistiek leider van het Brusselse gezelschap Ultima Vez heeft, ondanks twee lockdowns en een rist uitgestelde of geannuleerde voorstellingen, niet ­stilgezeten. Zes jaar geleden maakte hij zijn eerste langspeelfilm, Galloping Mind, en die titel vat ook de persoonlijkheid van Vandekeybus samen. Zoals hij ongetemd van de ene gedachte naar de andere springt, zo hield hij zich ook ­tijdens lockdowns met een half dozijn projecten tegelijk bezig, zal hij vertellen.

Voor de Londense Rambert Company maakte hij bijvoorbeeld de streamingvoorstelling Draw from Within. “Dat was heel fijn, ik had een director of photography en vijf cameramensen die ik kon regisseren. Ik had dat volledig in de hand”, zegt Vandekeybus. “We hebben de cameravoering vier keer gerepeteerd. Daar kunnen we in België nog wat van leren. Hier is het nog iets te vaak: in de namiddag toekomen, de camera neerzetten en streamen. Dat gaat niet. Er zijn veel slechte streamings geweest.”

Toch koos Vandekeybus ook in ons land voor die optie, toen de nieuwe Ultima Vez-voorstelling Hands do not touch your precious Me keer op keer werd uitgesteld. Samen met de KVS kwam er in januari alsnog een gestreamde première. “Het is weer een echt pareltje”, reageerde een virtuele ­toeschouwer. “Het geeft me opnieuw de kriebels en het ­enthousiasme om live een voorstelling te bekijken, wat ik enorm hard mis in deze tijden.”

Het is een sentiment dat ook bij Ultima Vez leeft. “Voor mijn dansers is het echt tijd dat we weer perspectief hebben. Voor de producties die wegvielen, konden we mensen op tijdelijke werkloosheid zetten. Maar na een tijd waren hun contracten ten einde, en dan valt ook die steun weg”, zegt de choreograaf. “Ik vind het heel spijtig dat wij, een topcompagnie die over de hele wereld speelt, met dansers die alles kunnen – acteren, dansen, noem maar op – geen vaste contracten kunnen voorzien.”

Wim Vandekeybus: ‘Jonge mensen weten nu veel beter dat het niet zo evident is om kunstenaar te worden. Toen ik zo jong was als mijn zoon, dacht ik dat ik onsterfelijk was.’ Beeld Charlie De Keersmaecker
Wim Vandekeybus: ‘Jonge mensen weten nu veel beter dat het niet zo evident is om kunstenaar te worden. Toen ik zo jong was als mijn zoon, dacht ik dat ik onsterfelijk was.’Beeld Charlie De Keersmaecker

Hoe heeft u zelf de afgelopen vijftien maanden beleefd? Iets zegt mij dat het niets voor u is om maandenlang binnen te zitten, zonder te kunnen creëren.

“Dat klopt. Maar ik ben eigenlijk heel die periode zeer druk bezig geweest. We waren toen net bezig met de creatie van Hands. Die hebben we bij de eerste lockdown moeten stopzetten. Het was een geluk dat we daar vanaf juni, dankzij de maatregelen voor cultuurwerkers, weer verder aan konden werken. Ik zei tegen Kristien (De Coster, zakelijk leider van Ultima Vez, EWC): we hebben hier een keigrote studio, daar kunnen we toch veilig aan de slag? Dus hebben we gewerkt in kleine groepjes: de ene dag met drie mensen, de volgende dag met twee, dan met vier… Wij hadden snel iets van: vormen we samen geen bubbel? Kunnen we dat niet vertrouwen?

“Ik heb veel chance gehad in mijn compagnie. We hebben geen enkele uitbraak gehad bij ons. Onlangs ontmoette ik Damien Jalet (choreograaf bij Opera Ballet Vlaanderen, EWC), die bezig was aan een stuk voor het Nederlands Danstheater. Hij heeft drie corona-uitbraken gehad. Dus ik denk dat je ook gewoon geluk moet hebben.”

U bent dus gewoon blijven werken, al die tijd?

“In de voormiddag moest mijn zoon thuis studeren voor school, en ik hielp hem daarbij. ’s Middags vertrok ik dan naar de studio. Rond kwart voor zes kwam ik terug thuis, en ondertussen ging mijn zoon ’s middags voetballen op een pleintje hier in Sint-Gillis. Daar staan goals en basketbal­doelen, maar geen glijbaan. Het is officieel dus geen speeltuin en daarom hebben ze dat plein nooit afgesloten, ook niet tijdens de eerste lockdown.”

De theaters werden wel gesloten. Dat moet toch moeilijk zijn geweest?

“Op een heel jaar tijd hebben we maar vijf voorstellingen gespeeld. Eind maart hebben we mijn vorige stuk, Traces, in Barcelona gespeeld, drie keer, voor telkens 350 mensen. Dat voelde heel normaal, alles was heel goed georganiseerd. Het waren onze eerste voorstellingen sinds augustus, toen we Traces in Griekenland hebben gespeeld, in openlucht.

“In Spanje hebben ze sinds de zomer de theaters niet meer gesloten. Ze zijn blijven draaien, en dat werkte ook. Lisbeth Gruwez (oprichtster van dansgezelschap Voetvolk, red.) heeft in Sevilla kunnen spelen, en wij in Barcelona. In de grote zalen was het perfect veilig om te blijven spelen. Mensen zitten stil, ze zitten in bubbels op afstand van elkaar, en ze spreken niet. Dat zijn we ondertussen toch wel gewend? Maar cultuur wordt snel onder de mat geveegd.”

Hoe frustrerend is dat?

“In januari zijn er vier of vijf voorstellingen die voor november in Nederland gepland stonden, geannuleerd. Dat vind ik ongelooflijk, als je weet dat die vaccins eraan komen. Dus ja, dat is frustrerend. Er is ook weinig weerstand van organisatoren. Ik zeg niet dat je moet rebelleren, maar er is misschien wat te veel gehoorzaamheid aan wat de regering zegt.”

Hands do not touch your precious Me zou in oktober in première gaan in Italië, maar ook daar hebben ze de theaters opnieuw gesloten.

“We zijn nog naar Italië vertrokken, de techniekers en ikzelf. De dansers kwamen later, maar toen testte één danseres positief. Vals positief, bleek toen ze bloed liet trekken. Maar de dansers zaten hier dus wel in quarantaine. Ze ­zouden pas op woensdag aankomen, en vrijdag was de ­première. Maar die donderdag gingen de theaters opnieuw dicht. We hebben het theater zelfs niet gezien.

“De Belgische première in de KVS, in november, is ook niet doorgegaan. Ze is verplaatst naar januari, maar is dan opnieuw uitgesteld. Nu zal het dus voor juli zijn.”

Eindelijk.

“Eindelijk, inderdaad. Ik heb deze twee maanden drie premières. Vorige week was het de live-première van Draw from Within, in Londen. We hebben die voorstelling gespeeld voor 750 mensen, voor een halfvolle zaal. En morgen (zondag 6 juni, EWC) vertrek ik naar Amsterdam. Daar werk ik met Ivo van Hove aan Age of Rage. Op de 20ste is het al de première op het Holland Festival. En dan, in juli, eindelijk: Hands. Het is net als in de bioscoop, eigenlijk, daar is het ook de ene release na de andere.”

U bent net terug uit Luxemburg, waar Traces speelde. Hoe was dat?

“In Les Théâtres de la Ville waren 150 mensen toegelaten, maar er zaten er slechts honderd. Een zaal van duizend man. Dat voelde heel raar aan. Ik vroeg aan Tom (Leick-Burns, directeur van Les Théâtres de la Ville, EWC) hoe dat kwam, en hij zei: ‘Toen we een maand geleden openden, wilde ­iedereen komen, maar konden we maar tachtig tickets ­verkopen. Nu zijn de mensen het beu, ze denken dat het sowieso uitverkocht zal zijn.’

“Het publiek is het ook afgeleerd om te komen, denk ik. Je moet ze echt opnieuw overhalen om naar het theater te gaan. Denk jij dat de cinema’s nu allemaal vol gaan zitten? Ben jij van plan om zes keer per week naar de bioscoop gaan?”

Als ik er de tijd voor vind: graag.

“Ik ben heel nieuwsgierig om te zien of mensen liever op een terras zitten, of toch terug naar het theater zullen gaan. En ook: wíé er naar het theater zal gaan. Er werd voor corona heel hard gewerkt om een nieuw publiek aan te spreken, mensen die niet uit zichzelf naar het theater gaan. Dat zal nu toch moeilijker zijn. Ik vrees dat het theater opnieuw een beetje elitair wordt.”

‘Ik heb in heel mijn carrière nooit een repetitie gemist  wegens ziekte. Maar als ik met pensioen moet gaan, zal ik eerst drie jaar depressief zijn’ Beeld Charlie De Keersmaecker
‘Ik heb in heel mijn carrière nooit een repetitie gemist wegens ziekte. Maar als ik met pensioen moet gaan, zal ik eerst drie jaar depressief zijn’Beeld Charlie De Keersmaecker

Komt dat ook doordat de pandemie mensen financieel heeft geraakt, en theater dan een extra kost wordt?

“Hier valt dat wel mee. In Engeland betaal je 45 pond (53 euro, red.) om op het bovenste balkon te mogen zitten. In Sydney betaal je 120 dollar (77 euro, red.) voor een voorstelling. Maar ja, ik heb in De Munt nog niet zo lang geleden ook 114 euro betaald voor een ticketje. Ik betaal dat graag, maar voor jonge mensen is dat moeilijker. Mijn oudste zoon is 26. Die gaat geen 120 euro betalen om naar de opera te ­kijken.”

Fernando studeert film, en deed de cameraregie voor de livestream van Hands do not touch your precious Me. Hoe kijkt hij, als jonge filmmaker, naar de huidige situatie?

“Voor hem was het ook niet gemakkelijk. Hij studeert cinema aan het KASK, hij moet eigenlijk elke twee, drie maanden een film of een documentaire maken. Ook tijdens de lockdown. Ik denk dat er aan het KASK veel films zijn gemaakt over duiven en vogels die aan het venster passeren. (lacht)

“Jonge mensen weten nu veel beter dat het niet zo evident is om kunstenaar te worden. Ze zijn veel beter geïnformeerd, ook op politiek vlak trouwens, maar ze zijn daarom ook minder stoutmoedig. Terwijl wij dachten dat alles mogelijk was, dat we niks te verliezen hadden. Toen ik zo jong was als mijn zoon, dacht ik dat ik onsterfelijk was.”

U richtte Ultima Vez op, een eigen gezelschap, zonder dat u zelf al een voorstelling had gemaakt. Is dat die stoutmoedigheid waarover u spreekt?

“Ik heb Ultima Vez met heel veel bluf opgericht. Ik had al bij Jan Fabre gedanst, maar dat was eerder een nadeel. Er werd mij gezegd: na Jan Fabre kun je niets beters doen. Ik heb me daartegen afgezet. Ik heb muzikanten Thierry De Mey en Peter Vermeersch en mijn manager Louise De Neef ontmoet. Die geloofden in mij. Thierry is de muziek gaan maken voor mijn werk, en daardoor is het beginnen te rollen.”

Dat was voldoende voor een eigen gezelschap?

“Ik had ook meteen vijf coproducenten gevonden, en die programmeerden allemaal drie shows. Dus we verkochten meteen vijftien voorstellingen: in de Toneelschuur in Haarlem, op het Festival Saint-Denis en het Festival de Rouen in Frankrijk, in Polverigi in Italië en in de Ancienne Belgique. De AB heeft mijn eerste twee stukken geproduceerd. De Belgische première was daar, in de zaal zelf, want het podium was te klein. Dat was in 1987.

“Toen we in Italië speelden, kwamen er programmators uit New York kijken. We mochten daar gaan spelen, maar moesten wel alles zelf betalen. We hebben geld geleend om naar New York te gaan, dat was best heavy. We hadden veel schulden, er waren dagen dat er niets van geld binnenkwam. Ik huurde in die tijd een krot in de Zandstraat, en in die twee kamers sliepen zes van mijn dansers.

“We hadden zo weinig geld dat we uit Polverigi zijn ­moeten ontsnappen, omdat we een gigantische openstaande rekening hadden bij de plaatselijke winkelier. Maar toen we daar later terug gingen spelen, hebben we die ­rekening alsnog betaald.”

We zijn inmiddels al ruim dertig jaar verder, maar u doet het nog niet echt rustiger aan.

“We zijn heel hard aan het nadenken over de toekomst bij Ultima Vez, en we bereiden ons dossier voor de volgende subsidieronde voor. Ik ga zelf veel blijven maken, maar ik wil ook voorstellingen van jonge mensen produceren. We willen vanaf volgend jaar meer residenties en meer zichtbaarheid aan jonge mensen geven. Aan dansers, theater­makers, beeldende kunstenaars. Zij kunnen dan, ondersteund door Ultima Vez en een aantal andere ­partners, hun werk maken.

“Volgend jaar zal ik zelf twee nieuwe voorstellingen ­voorbereiden. Mijn bureau zegt nu ook: maak niet meteen een nieuw stuk, want ik heb nog twee stukken die moeten touren. En aan het einde van de volgende subsidieperiode wil ik een groot internationaal project afronden, met ­kinderen uit drie continenten.”

U denkt dus nog niet aan uw pensioen?

“Nee, pensioen, daar ben ik nog niet mee bezig. Ik heb nog een jonge zoon. En Robert Altman heeft zijn beste films gemaakt toen hij tachtig was. Het enige probleem voor mij is dat ik heel fysiek werk heb. Als ik nu lange dagen moet draaien, dan voel ik dat dat in mijn lijf kruipt, en ik weet niet hoe lang dat nog gaat blijven duren. Maar goed, er zijn ook veel choreografen die nooit van hun stoel komen, al weet ik niet of dat iets voor mij is. Ik moet tussen mijn ­dansers staan.

“De levensverwachting ligt steeds hoger, en dus werken mensen langer. Als je gezond bent, dan gaat dat ook. Ik heb in heel mijn carrière nooit een repetitie gemist omdat ik ziek was. Ik kan me wel zwak voelen, maar ik heb nog nooit een week ziek in bed geleden. Maar als ik met pensioen moet gaan, zal ik eerst drie jaar depressief zijn, denk ik. Nee, dat is niets voor mij.”

U heeft zich tijdens de lockdown wel een beetje omgeschoold tot leerkracht, toen u lesgaf aan leerlingen van Don Bosco in Sint-Lambrechts-Woluwe. Hoe ging dat?

“Ik heb dat gedaan na een voorstel van Michael (De Cock, KVS-directeur, EWC). Die school had een tekort aan leerkrachten Nederlands, en hebben dan bij artiesten rondgevraagd of ze les wilden geven. Soms kwamen die leerlingen, tussen de twaalf en de veertien, bij ons in de studio, bij Ultima Vez, en soms kwamen ze naar de KVS. Eenvoudig was dat niet, hoor. Het was een heel moeilijke klas, die eigenlijk totaal niet geïnteresseerd was in bewegen. Aan het einde zei iemand van de school ook: ze hebben je een klas gegeven die niet zo gemakkelijk is.

“Ik vertelde hen hoe wij onze stukken maakten, maar misschien waren ze daar een beetje te jong voor. Het is ook een rare generatie, met die gsm’s. Bij Ultima Vez worden gsm’s niet aangeraakt tot er pauze is. Maar die kleine gasten, die zijn echt verslaafd. Je kunt die telefoon niet wegkrijgen van hun lichaam. En dat is moeilijk als je danst of beweegt.

“Op een gegeven moment was er echt een clash, en heb ik moeten zeggen: ‘Mannekes, dit gaat niet. Laten we het omdraaien: ik wil iets leren van jullie. Toon eens iets van jezelf.’ Degenen met de grootste mond deden dan niks, maar de stille leerlingen bloeiden plots open. Dan bleek dat die Arabische meisjes aan kickboksen deden, en een heel verlegen jongen deed karate, maar wilde dat niet laten zien. Toen hij het me in een hoek toch toonde, begon heel de klas te applaudisseren. Dat was echt wel magisch.”

null Beeld Charlie De Keersmaecker
Beeld Charlie De Keersmaecker

Tot slot: u bent opgegroeid op een boerderij in de Kempen, maar woont al ruim dertig jaar in Brussel. Heeft u tijdens de lockdown nooit het groen gemist?

“Ja, toch wel. Ik zit graag in een bos, in de schaduw, en ik wil af en toe een boom kunnen planten. Nu is het hier een paar weken heel koud geweest, maar als er weer een ­hittegolf komt… Brussel boven de veertig graden, dat is de hel. Er zijn hier te weinig waterlopen.

“Ik had zes jaar lang een deeltje van een boerderij waar we met een community woonden en iedereen zijn eigen stukje had, in Wallonië. Maar dat was hier veertig kilometer vandaan: te ver om mijn zoon naar school te brengen. En ik heb in mijn leven te weinig routine om in zo’n community in te passen. Ik zoek nu iets dat een beetje dichterbij is, niet te ver van Brussel, op maximaal een uurtje fietsen. Dan kan ik na mijn werk de geiten nog eten gaan geven.”

Hands do not touch your precious Me, van 15 t.e.m. 21 juli in KVS, Brussel, kvs.be. Vanaf oktober op tournee.

Age of Rage, van 7 t.e.m. 10 oktober in deSingel, Antwerpen, desingel.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234