Maandag 23/09/2019

Recensie

‘Cherry’, de cultroman die legerveteraan Nico Walker schreef in de gevangenis

Beeld ©Peter van Agtmael / Magnum Photos

Vechten in Irak, drugs nemen, overvallen plegen... Voor Nico Walker volgde het een nood­wendig uit het ander. Hij schreef er een cult­roman over, vanuit de gevangenis  waar hij nog zeker een jaar moet brommen.

‘Soms voel ik me schuldig vanwege de hond. We hadden gezegd: we nemen een hond en dan zijn we geen junks meer. Dus namen we een hond. Maar we bleven junks. En nu zijn we junks met een hond.’

De verteller uit Nico Walkers debuutroman
Cherry en zijn vriendin Emily leven van het ene heroïne­shot naar het andere. Ze beleven hun grote junk­romance en beseffen dat er ooit een einde aan hun verhaal zal komen. Hun verslaving kost immers veel geld. Geld dat de verteller bij elkaar probeert te schrapen door op knullige wijze banken te overvallen. Dat kan negen keer lukken, maar de tiende is fataal en dan ben je gezien.

Nico Walker, ‘Cherry’, De Bezige Bij, 368 p., 19,99 euro. Vertaald door Joris Vermeulen. Beeld RV

Het begon nochtans zo mooi, met een jongen die de gefnuikte ambities van zijn ouders moest waarmaken en naar de universiteit zou gaan, en met de begaafde dochter van een tandarts die geen enkele moeite zou mogen hebben met haar studie. Maar niets daarvan kwam uit, aangezien de jongen vooral dealde en hij het meisje mee­trok in zijn neergang. ‘Het was niet zo dat ik slecht was of zo’, lezen we in Cherry. ‘Ik viel niemand lastig; ik at niet eens vlees.’ Het is een voorbeeld van de typische onderkoelde, soms cynische humor van de naamloze verteller uit Cherry.

Versmolten met het dashboard

Die naamloze verteller is natuurlijk de auteur zelf, Nico Walker. Want ook al staat vooraan in het boek dat alles verzonnen is, in interviews heeft Walker al meermaals toegegeven dat zijn roman tot op grote hoogte op zijn eigen leven is gebaseerd. Die interviews zijn trouwens steevast in de gevangenis afgenomen, aangezien de schrijver daar nog minstens een jaartje van zijn straf moet uitzitten voor de bankovervallen die hij pleegde.

Ook al had Walker aan de universiteit overduidelijk het rechte pad al verlaten, hij raakte het spoor pas helemaal bijster toen hij besloot hospik te worden in het Amerikaanse leger. Hij zag het als een avontuur dat hem van de straat zou houden en ook nog eens geld zou opbrengen. Alleen had hij zijn moment beter kunnen kiezen. In 2005 zat Amerika tot over de oren in een hopeloze Irak-oorlog en na zijn opleiding zou die zijn lot worden. Die opleiding bestond vooral uit heel veel geroep en getier, schrijft hij, en uit het eindeloos uitvoeren van push- en sit-ups. ‘Als alle oorlogen beslist zouden worden op grond van de hoeveelheid push-ups en geleuter, dan zou Amerika nooit verliezen’, schrijft Walker, al moet hij bekennen dat ze ook wel leerden hoe een been of arm af te binden. En ze kregen beelden te zien, bijna dagelijks, van verminkte lijken, losgeslagen ledematen en om hulp schreeuwende mensen, zodat ze konden wennen aan wat hen wachtte.

Maar de realiteit overtrof alles. Walker arriveerde in Irak in de lente van 2005. Het was zijn taak om mee te gaan op missies van de infanterie en de eventuele gewonden te verzorgen. Op stille momenten werd hij ook verondersteld sociale missies uit te voeren en de lokale bevolking te helpen, wat hij ook deed, ook al had hij niet veel anders ter beschikking dan pijnstillers.

Een cherry is een groentje, en Walker was al gauw cherry af. Het Iraakse verzet maakte immers gretig gebruik van ingegraven drukplaten verbonden aan een lading explosieven. Wanneer een Amerikaanse humvee over zo’n plaat reed, ging het voertuig de lucht in, met in het beste geval alleen enkele gewonden als gevolg. Meestal was het erger.

Walker beschrijft op plastische wijze hoe bewus­teloze militairen in hun brandende voertuig versmelten met hun dashboard en stuur, of indien nog bij bewustzijn, gewond raken door de munitie die door de hitte spontaan afgaat. Wanneer zijn maat Rogers verkoold achter het stuur van zijn humvee vandaan is gehaald, wijst iemand Walker erop dat er nog wat achtergebleven is in het verhakkelde voertuig. En inderdaad, hij ziet een spoor van Rogers gesmolten lichaamsvet over de restanten van diens stoel lopen. Met zijn vingers schraapt hij het er zorgvuldig vanaf, maakt er een bolletje van en gooit het in de rivier.

De oorlog in Irak was een vuile oorlog, waarbij Amerikaanse soldaten na hun dood ‘naar het internet gingen, want daar gaan mensen tegenwoordig naartoe als ze sterven’, en er van echte gevechten amper sprake was. Walker moest vooral mee bij het instampen van deuren en het doorzoeken van huizen van Iraakse burgers, op zoek naar explosieven en ontstekingsmechanismen, maar niet naar AK-47’s, want die mochten ze wettelijk in huis hebben. Steevast treffen ze hetzelfde aan: kinderen, vrouwen en bejaarden, en net zo steevast lokken ze met hun geweld dezelfde reacties uit: woede, afkeer en wraakzucht.

Soms gaat het helemaal fout, zoals die keer dat ze midden in de nacht een naakte man van zijn bed lichten en deze zich zwaar verzet. De hadji wordt uiteindelijk gedood, waarna er een strijd ontstaat om de lijkzak waarin hij zit en waarbij zelfs rookbommen en Apache-helikopters worden ingezet. Het zou grappig zijn als het fictie was, maar je voelt aan je theewater dat Walker hier de tragische realiteit beschrijft.

Blutsmuts

Aan de binnenkant van zijn ‘blutsmuts’, zoals de soldaten hun helm noemen, heeft Walker een honkbalkaartje van Herman Thompson gekleefd. Wanneer een van zijn makkers hem vraagt waarom, legt hij uit dat Emily als kind verliefd was op die speler en dat ze hem geplaagd had dat als hij zou sneuvelen in Irak ze het met hem zou aanleggen. ‘Het is een herinnering dat ik hier absoluut moet overleven’, legt hij uit.

Net voor hij naar Irak vertrok, zijn Emily en hij getrouwd, zodat hij meer soldij en zij een ziekte­verzekering zou krijgen. Walker is er echter van overtuigd dat ze hem met andere mannen bedriegt. De weinige keren dat hij haar kan bellen, gaat hij dan ook bijzonder paranoïde tekeer, waardoor hij haar steeds verder van zich afduwt.

Die paranoia zou best wel eens het gevolg kunnen zijn van Irak, besef je als lezer. Wanneer de zomer achter de rug is, beseffen Walker en zijn kompanen dat het allemaal tevergeefs is. Ze zitten in een oorlog die geen oorlog mag zijn en die ze alleen maar kunnen verliezen. En het geweld hakt natuurlijk ook flink op hen in. Sommigen geven zich over aan de space­cake die hun familie hen opstuurt. Daar bovenop komt nog een flinke dosis pillen en zodra die achter de kiezen zijn, wordt naar de perslucht gegrepen.

Maakt niet uit wat het is, als het je maar van de wereld helpt. Anderen reageren zich af door snuff­movies te maken met muizen in de hoofdrol. Die worden dan levend in brand gestoken, de poten en de kop afgeknipt met een tang of gekruisigd aan ijslolly­stokjes en vervolgens levend van hun ingewanden ontdaan. Wanneer de soldaten nadien die films bekijken, gaan ze keer op keer uit de bol.

Kiezen voor snel geluk

“De Midwest, en bij uitbreiding Amerika, kampt met een groot spirituele leegte”, verklaarde Walker onlangs in een interview het huizenhoge opioïdenprobleem waarmee zijn land kampt. “Mensen voelen zich niet langer gewaardeerd en hebben geen doel meer in het leven. Daarom kiezen ze voor het snelle geluk dat drugs hen verschaffen, vaak met de dood als gevolg.”

In 2017 maakten opioïden in de VS 72.000 slachtoffers, met een absolute top in de Midwest, waarvan Cleveland – waar Walker geboren en getogen is – het centrum vormt. Het hoeft dus niet te verbazen welke weg hij opging zodra hij terug was uit Irak.

Eerst zat hij nog een paar maanden in een kazerne met zijn oorlogs­trauma te worstelen, waarbij hij iedere avond twee flessen gin dronk. ‘Ik scheet bloed. Ik ruftte bloed. Ik trok me af in wc-hokjes en voelde me niet zo goed’, vat hij zijn leven bondig samen. Eens terug in het burgerleven volgde meteen een echtscheiding van Emily, waarna ze een tijd later en allebei verslaafd aan heroïne elkaar toch weer vonden en gingen samenwonen. Ze wisten dat ze elkaar in een hels tempo om zeep aan het helpen waren, net zoals ze wisten dat hun verslaving uiteindelijk tot misdaad zou leiden. ‘Niemand gaat zomaar een bank overvallen’, schrijft Walker. ‘Dat doe je alleen wanneer je geen kant meer op kunt.’

Cherry heeft in de VS een heuse cult­status bereikt, en dat niet alleen omwille van het rauwe cynisme dat van tussen de bladzijden drupt. Door zich te wentelen in zijn Amerikaanse nachtmerrie heeft Walker de vinger op de wonde gelegd, beseffen velen. Er is iets grondig mis met een land dat zijn burgers oproept trotse patriotten te zijn en hen vervolgens koudweg in de steek laat. En dat niet altijd uit kwade wil, maar eerder uit onkunde.

Net zoals het leger in Irak oude tactieken toepaste in nieuwe situaties, en daardoor hopeloos faalde, zo lijkt de Amerikaanse politiek oude diplomatieke tactieken toe te passen in een drastisch veranderde wereld en net zozeer te falen. En het jammere is dat altijd dezelfden daarvan het slachtoffer zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234