Zaterdag 17/08/2019

Concertrecensie

Charlotte Gainsbourg in de Botanique: disco en droefenis

Charlotte Gainsbourg was een goede opener voor Les Nuits Botanique. Beeld Damon De Backer

Charlotte Gainsbourg charmeerde quasi-achteloos op de openingsavond van Les Nuits Botanique. Ze trakteerde haar fans op disco en raakte nu en dan een gevoelige snaar.

Gek, bij Charlotte Gainsbourg moeten we altijd denken aan haar rol in de donkere magische-realistische film Lemming: een schijnbaar onbezorgde vrouw in een gelukkige relatie, bezeten door de geest van een getormenteerde feeks. Gainsbourg is er haast transparant. Aan- en afwezig. Bij bewustzijn en in een lucide droom. Doortrapt en onschuldig. Op het podium van de Chapiteau, de grote tent die voor Les Nuits Botanique in de Kruidtuin wordt opgetrokken, verscheen ze even ongrijpbaar, even dubbelzinnig.

Sjofel gekleed, in een zwart shirt en jeansbroek, joeg ze haar begeleidingsband vanachter een elektrische piano door de liedjes van haar recente, uitstekende plaat Rest. Op het podium, om de groepsleden heen: grote, uit tl-lampen opgetrokken kaders. Hun harde, strakke vorm en het afstandelijke licht suggereerden ijzigheid, controle, discipline. 

Maar Gainsbourg zong ‘Lying With You’, een rauw liefdesbetoon aan haar vader Serge, waarin ze zich naast zijn dode lichaam vlijt. “Quand le coffre s’est fermé / J’entends toujours batte les clous / Toi perdu, moi éperdue”, zong ze hees en wij moesten even slikken. De muziek? Haast anachronistische synthpop die in een jarentachtigfilm had kunnen opduiken. Meer John Carpenter dan The Human League.

Van de toonladder af

“C’est ma première fois ici”, vertelde ze ons maar dat klopte niet want ze speelde in 2012 ook al op Les Nuits. Aan- én afwezig, we schreven het al. De gezochte synth-esthetiek die Rest domineert, werd live kracht bijgezet door een geweldige drummer, een bassist, een pianist en een getalenteerde zanger die de meest onmogelijke koorpartijtjes door de songs weefde. Dat mocht wel, aangezien Gainsbourgs zangstem niet het krachtigste instrument is en het moet hebben van kleur en frasering.

In ‘I’m A Lie’ dwarrelde ze hijgerig van noot naar noot, slinks laverend tussen meticuleus geplaatste drumroffels. In ‘Songbird In A Cage’ verloor ze zich in onbeholpen parlando, over een knullige discogroove zoals alleen Fransen die kunnen spelen. Haar flinterdunne zang gleed bijna van de toonladder af en wij moesten denken aan hoe Brigitte Bardot ooit achteloos ravissant door ‘C’est une bossa nova’ zwalpte. Some girls have it all.

Gouwe ouwerwetse disco kroop ook achter het stuur in ‘Sylvia Says’, een ode aan Sylvia Plath, gestoeld op een lome balearic groove die in de eighties vast Ibiza op z’n kop zou hebben gezet. Het oudje ‘The Songs That We Sing’ haalde dan weer de mosterd bij Giorgio Moroder. ‘Deadly Valentine’ had op Random Access Memories van Daft Punk kunnen staan: organische discopop die in Brussel helemaal werd opengetrokken tot de synths onversaagd crescendo gingen en met loeiende sirenes verdampten in de nok van de tent. Geen wonder dat Soulwax zo’n goeie remix van dat nummer kon maken.

Charlotte Gainsbourg Beeld Damon De Backer

De mooiste melodie huisde in ‘Kate’, over Gainsbourgs halfzus Kate Barry die zichzelf vijf jaar geleden van het leven beroofde. Schrille pianonoten druppelden de avondkilte in, keyboards zoemden treurig en Gainsbourg legde haar ziel bloot: “Si seule à t’attendre / Tiens mon coeur a fendre / Qu’est-ce que t’en as fait / Crois-tu qu’on se ressemble / On d’vait viellir ensemble / Notre monde imparfait.” Wij schraapten de keel en beten op onze lip.

Lemon Incest

Niet alles was grand cru, jammer genoeg. ‘Heaven Can Wait’, het radiohitje dat ze met Beck schreef, had zijn akoestische jasje voor veel te robuuste elektro verruild. ‘Les Crocodiles’ koketteerde met dikke synths à la LCD Soundsystem maar de song bleek een lege huls. ‘Runaway’, een cover van Kanye West, deed ons even glimlachen maar Gainsbourgs iele versie raakte uiteindelijk kant noch wal. ‘Charlotte Forever’, het liedje dat haar vader voor haar schreef en waarmee ze op 15-jarige leeftijd een culthitje scoorde, klonk anno 2018 vooral raar en overbodig.

Gelukkig was er nog ‘Lemon Incest’, één van de meeste onwaarschijnlijke meezingers uit de Franse popgeschiedenis. Het publiek in Le Chapiteau bouwde een klein feestje en zong jolig “Je t’aime, je t’aime plus que tout / Pappa pappa” mee. Vanuit het vagevuur grijnsde Serge vast sardonisch naar ons.

Gezien op 25 april in de Botanique, Brussel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden