Donderdag 07/07/2022

InterviewCharlotte Adigéry en Bolis Pupul

Charlotte Adigéry en Bolis Pupul maken debuutalbum: een humoristische, dansbare mindfuck

Bolis Pupul en Charlotte Adigéry. Beeld Camille Vivier
Bolis Pupul en Charlotte Adigéry.Beeld Camille Vivier

Racisme, seksuele intimidatie en cancelcultuur. Geen hapklaar voer voor lachebekjes, zou u denken? Charlotte Adigéry en Bolis Pupul bewijzen het tegendeel met een plaat waarop humor de heupen infecteert. Even dansbaar als strijdbaar: zo klinkt hun denderende – en vaak ook ontzettend geinige – debuut Topical Dancer.

Gunter Van Assche

“We wilden onze eigen leefwereld beschrijven”, vertelt artiest Charlotte Adigéry over Topical Dancer. Wat u zich daarbij mag voorstellen: speelse bespiegelingen over sociale gevoeligheden, zoals ze die uit eigen hand hebben meegemaakt. Daarbij lijkt humor zowel wapen als schild. Omdat iemand de zangeres had toegebeten dat ze beter kon oprotten naar eigen land, gaat Adigéry in het verrukkelijke ‘Blenda’ bijvoorbeeld te rade bij Apples virtuele spraakassistent: “Siri, can you tell me where I belong?”

Wanneer u een glimlach node zou kunnen onderdrukken bij haar gortdroog gebrachte en spitsvondige teksten, betrapt u zichzelf hopelijk ook op de gedachte: zulke racistische dooddoeners zijn helemaal geen lollige materie. Al was het maar omdat ze op historisch en menselijk vlak misplaatst zijn. “Daarom zing ik net zo goed ‘I am here, because you were there’,” knikt Adigéry. “Ik ben hier, omdat ik een product ben van post-kolonialisme, met mijn Frans-Caribische afkomst.”

Het ergert haar en houdt haar vaker dan misschien gezond is bezig. Maar ze sust tegelijk: “De bittere, boze zwarte vrouw? Dat bén ik niet – al vind ik wel dat zwarte mensen het recht hebben om boos te zijn. Bij mij kun je de boosheid er hooguit af en toe bij krijgen als je het te bont maakt (lacht). Maar voor mijn eigen levenskwaliteit en mentale gezondheid zoek ik die piste liever niet op. Ik geloof gewoon niet dat geweld en woede uiteindelijk iets oplossen. Humor wél. En ja, dat is vast ook een copingmechanisme, om over moeilijke onderwerpen te kunnen spreken zonder dat gesprek onverteerbaar te maken voor buitenstaanders. Boris en ik willen in onze songs gewoon een alternatief perspectief bieden, zonder daarbij moraliserend te zijn.”

null Beeld Camille Vivier
Beeld Camille Vivier

Bolis Pupul knikt: “Omdat we in de songs zoveel zwaarwichtige thema’s aansnijden, hebben we humor als dankbare bondgenoot binnengehaald. Zo halen we de angel uit de discussie. En het geeft de thema’s en songs ook enige zuurstof.”

Adigéry’s ervaringen met racisme en seksuele intimidatie werden eerder al uitvoerig beschreven in dit blad. Voor haar partner in crime Boris Zeebroek – zoon van Kamagurka – ligt dat anders. Heeft hij ooit problemen ondervonden door zijn half-Aziatische roots? Met ogenschijnlijke zelfspot bedacht hij alvast zijn nom de plume Bolis Pupul. “Ik eigen mezelf die debiele mop toe – haha, Aziaten zeggen l in plaats van r! – als een vorm van zelfrelativering”, schokschoudert hij. Maar het gaat toch dieper.

“Afkomst schiep een stille band tussen Charlotte en mij. We kennen allebei het gevoel dat je overal en nergens helemaal thuishoort. Of dat je te pas en onpas op verschillen wordt gewezen. Als kind ontwikkelden mijn zus (illustratrice Sarah Zeebroek, gva) en ik zelfs enige aversie tegen onze Chinese roots. Ik werd ook gepest. Het hielp waarschijnlijk niet dat ik sowieso al een buitenbeentje was door mijn bekende papa. Maar er werd me te gepasten en ongepasten tijde op gewezen dat ik er anders uitzag dan de anderen. Toen vond ik dat vervelend, maar nu moet ik toegeven dat zoiets je karakter evengoed vormt. Ik wil helemaal niet onzichtbaar opgaan in de massa. Los van die achtergrond ben ik ook gewoon blij met dat pseudoniem. Mijn vader noemde me als kind altijd “Pupul”. En ook mijn tekeningen als kind signeerde ik steevast met die naam. Spot en trots hebben elkaar gevonden in dat pseudoniem. En als je ook een iets prozaïschere uitleg wil: eigenlijk kreeg ik een half uur de tijd om een naam te bedenken die op de platenhoezen zou verschijnen (lacht). Bolis Pupul won het van Boris Zeebroek.”

Broers Dewaele

Over namen gesproken: het album begint met een chaotische montage van (aan)belbegroetingen, waarbij ineens plompverloren de naam Frederik De Witte valt. Què? “Blij dat die shout-out je is opgevallen”, lacht Adigéry. “Want Frederik krijgt te weinig krediet voor wat hij betekende voor ons. Hij was guitartechnicus bij Arsenal toen ik als achtergrondzangeres op het podium stond. Hij tipte me bij de broers Stephen en David Dewaele toen ze de soundtrack van Belgica maakten, die film van Felix Van Groeningen. Zo kwam ik bij hen terecht, en zij koppelden me op hun beurt aan Boris.” Pupul onderbreekt: “Frederik bracht ook mij in contact met de broers! Door hem kon ik in hun DEEWEE-studio aan het werk gaan. Steph en Dave hebben me dan voorgesteld aan Charlotte. Toen ze vijf dagen weg moesten, kregen wij de sleutel van de studio met de stille wenk: maak het gezellig, neem wat muziek op, en zie wat er komt. We hebben toen in een week tijd onze eerste ep ingeblikt.”

Vijf jaar geleden was ‘Senegal Seduction’ een van de eerste songs die de twee samen bekokstoofden, toen nog onder de solovlag van Charlotte Adigéry. Dat nummer werd opgetrokken uit geluidsfragmenten waarbij een vreemde snuiter Adigéry in een verlaten Brusselse parkeergarage probeerde te versieren. Met die creepy ontmoeting werd ook meteen de aanzet gegeven voor de beladen thematiek van Topical Dancer. Wie wil dansen, zal aan zijn trekken komen. Maar wie niet dansen wil, zal voelen.

In ‘Reappropriate’ staat Adigéry bijvoorbeeld op de barricades voor haar seksegenoten: “Reclaim your womanhood by saying what you need”, klinkt het daar. ‘It Hit Me’ is een soortgelijk beestje. De song gaat over de puberteit, wanneer je voor het eerst tot de vaststelling komt dat er iets bestaat als aantrekkingskracht. In het geval van Adigéry leidt dat tot een grappig verhaal waarbij sensualiteit genekt wordt door gestuntel. Maar het eerste couplet biedt de grimmige hoofdrol aan geilogende mannen die hun blik richtten op haar. Ze was amper dertien. “Dat is veel te jong om blootgesteld te worden aan oraleseksgebaren, zelfs al oogde ik toen rijper dan mijn leeftijdsgenoten. Maar ook dat praat zo’n gedrag niet goed. De ongemakkelijke waarheid is dat zwarte en Aziatische vrouwen vaak geërotiseerd worden als exotisch lustobject, als seksuele fetisj.”

null Beeld Camille Vivier
Beeld Camille Vivier

Beiden kunnen er perfect mee leven dat we de plaat omschrijven als een humoristische, dansbare mindfuck. Daar blijken we trouwens niet alleen in te staan. “Geinig, diepzinnig en bijzonder dansbaar’, roemt het Britse muziekblad NME hun aanpak. “Nu eens gepatenteerd silly, dan weer diep introspectief”, noemt Pitchfork hen dan weer. En ook The Guardian, BBC6 en Iggy Pop haalden het duo mede om die redenen binnen als chouchou. De titel van de plaat zet die intrigerende balans tussen geest en heupen stevig in de verf. “Het zou zonde zijn als je niet even zou stilstaan bij de teksten en de thematiek”, gelooft Zeebroek. “Al was het maar omdat Charlotte zo zorgvuldig te werk gaat in haar teksten. Maar tegelijk heb je als luisteraar alle recht om lak te hebben aan de boodschap, en gewoon te willen dansen.”

‘Ceci n’est pas un cliché’ bestaat daarom bijvoorbeeld uit één lange collage van belegen popmuziekclichés. “Die song kwam tot stand toen we aan het touren waren. Op de radio hoorden we een popnummer waarbij we spontaan ineenkrompen toen we de tekst hoorden. Hoe kom je in godsnaam weg met de meligste clichés? Van die gemeenplaatsen hebben we dan zelf een sport proberen te maken. Op die manier kom je uit bij onzin als “I throw my hands up in the air and I wave ‘em like I just don’t care / I’m down on my knees begging you please / You’re not like all the other girls”. De tekst is zo absurd, dat de titel een vette knipoog werd naar de Belgische surrealistische kunstenaar René Magritte.”

Ode aan de onzin

‘Making Sense Stop’ is dan weer een ode aan de concertfilm Stop Making Sense van Talking Heads. “Eerder nog een ode aan de onzin”, corrigeert Adigéry, al loopt er muzikaal evengoed een lijntje naar David Byrne en thematisch een naar de ziekte van Alzheimer. Die aandoening trof haar vader, waarbij zijn brein zinnen verknipt. Krek dezelfde manier waarop de tekst tot stand kwam. “Net omdat we nonsens toelieten, hield het nummer daarom opnieuw steek.” ‘Ich Mwen’ is een meertalige song waarop Charlottes moeder Christiane meezingt. “We zijn toen heel diep gegaan”, geeft Adigéry aan. “Dat was zwaar: zij wilde het té goed doen, en ik was té streng. De omgekeerde wereld dus. We stelden onszelf heel kwetsbaar op in de studio, en op die manier kwamen nogal wat zaken aan het licht over onze dynamiek als dochter en moeder. Wat precies? Goh, mag ik het daarop houden? Ik wil haar echt geen slecht gevoel geven. Ik ben net heel dankbaar voor die intieme, eerlijke gesprekken.” Haar pasgeboren zoontje Rocco komt evenwel niet aan bod op Topical Dancer. “Ik was nog zwanger tijdens de opnames, dus dat lukte niet. Maar intussen sample ik voortdurend al zijn babygeluidjes. Ja, ik geef het onomwonden toe: ik ben hem volop aan het kneden als instrument.”

Topical Dancer van Charlotte Adigéry & Bolis Pupul is zopas verschenen bij DEEWEE.

Ze spelen op 20/4 in de AB, Brussel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234