Vrijdag 13/12/2019

Wiels

Ceci n’est pas un musée: de voorbereiding van de grootste expo ooit in WIELS was een titanenwerk

De werken van Mark Manders worden geleverd in Metropole, het derde en meest ruwe gebouw dat deel uitmaakt van de expo. De kunstenaar was er zelf ook bij (de man met de bril). Het meest spectaculaire werk: een hoofd van 1,4 ton. Beeld Stefaan Temmerman

De Brusselse kunsthal WIELS wordt 10 jaar en dat moet gevierd. Het feestje wordt een eclectische overzichts­tentoonstelling met maar liefst 47 artiesten. De eerste bouwstenen werden bijna drie jaar geleden gelegd. Voer voor een boeiende ‘wat voorafging’. 

WIELS, het eigenzinnige kunstplatform in een voormalige fabriek in Brussel, bestaat een decennium. Voor de gelegenheid wordt de expo Het afwezige museum boven de doopvont gehouden. Een project dat niet alleen plaatsvindt in het gerenoveerde Blomme-gebouw of de Wielemanstoren, maar ook in de twee aanpalende gebouwen die deel uitmaken van het erfgoed van de voormalige Wielemans-brouwerij en de modernistische industriële architectuur in onze hoofdstad. De titel verwijst naar het statuut van WIELS, geen museum, maar in de volksmond wel steevast zo genoemd. Directeur en curator Dirk Snauwaert knipoogt er naar eigen zeggen mee naar de bepalende invloed van het symbolisme, en eigen daaraan de mystiek. Naar de erkenning die zijn instelling krijgt, en naar de publieke verwachtingen.

De tentoonstelling moet niet alleen een retrospectieve, maar ook een tijdelijke blauw­druk zijn voor een mogelijk museum voor hedendaagse kunst in de toekomst. In totaal worden zo’n 250 werken van 47 kunstenaars tentoongesteld.

Wishlist

Het hoeft niet te verbazen dat deze expo qua voorbereiding niet in een vingerknip tot stand kwam. Dirk Snauwaert en de medecuratoren kregen de hulp van het eigen vijftienkoppige WIELS-team, twaalf externe technische freelancers en een dertigtal vrijwilligers voor de opzet en het goede verloop van deze expo.

“De eerste bouwstenen voor de expo werden al zo’n 2,5 jaar geleden gelegd”, vertelt Micha Pycke, woordvoerder van de expo. “Op dat moment legden de curatoren het concept en de inhoud voor de expo vast, werden de eerste kunstenaars op de wish­list gesuggereerd en de thematische lijnen uitgezet. Ongeveer een jaar geleden werden dan de formele uitnodigingen naar de kunstenaars of hun estates gestuurd. Van sommige kunstenaars werden bestaande werken geselecteerd, van andere werd een bestaand stuk nieuw, hedendaags leven ingeblazen, nog andere creëerden speciaal nieuw materiaal. Met als resultaat een boeiende mix van beeldende kunst, naslagwerken, imposante sculpturen, maar ook radicale belevings­experimenten.”

Felix Nussbaum

Een selectie van relevante werken maken moet aartsmoeilijk zijn en blijft subjectief. Toch prijkten enkele werken en kunstenaars hoog op de verlanglijst van de curatoren. De vangst is indrukwekkend, zoals de vier werken van de Joods-Duitse kunstenaar Felix Nussbaum (1904-1944). Niet alleen de artistieke kwaliteiten en de maatschappelijke relevantie van zijn werken, maar ook zijn tragische levensloop maken van hem een van de belangrijkste kunstenaars uit de twintigste eeuw. 

Beeld Stefaan Temmerman

Een ander interessant gegeven is het werk van de Belg Carsten Höller (1961), die in 2001 met The Baudouin/Boudewijn Experi­ment 100 mensen voor 24 uur in totale afzondering onderbracht in het Atomium. Na bezwaar van het koningshuis in het grootste geheim. “Het experiment zal worden overgedaan in het Dynastiepaleis, niet toevallig de plek waar staatshoofden tijdens Expo 58 werden ontvangen”, vervolgt Pycke. “Ook anno 2017 zullen 100 deelnemers 24 uur lang worden afgesloten van de wereld. Zonder activiteit of contact met de buitenwereld. Zonder tastbaar of geëxposeerd gevolg. Het enige spoor dat overblijft, zal bestaan uit het geheugen van de proefkonijnen zelf. Een radicaal groepsexperiment in nietsdoen.”

Wat zeker niet kon ontbreken, is werk van Luc Tuymans. Hij stond zelf aan de wieg van WIELS, was betrokken bij discussies over hoe het er zou moeten uitzien, alvorens het bestond. En hij is tot op vandaag lid van de algemene vergadering. Dat zijn eerste solotentoonstelling Against the Day in 2009 in WIELS plaatsvond, draagt ook bij tot de nodige symboliek. Van Tuymans zijn uiteindelijk verschillende werken opgenomen. Waar­onder een nieuw werk, speciaal voor deze expo ontworpen, maar ook de toepasselijke triptiek Doha I, Doha II, Doha III, die ontstond na de overzichtstentoonstelling Intolerance in de gelijknamige stad in Qatar. De schilderijen zijn gebaseerd op foto’s van de lege zalen van het museum na de tentoonstelling. Zij tonen het klinische karakter van een architectuurtype dat wereldwijd als standaard geldt voor de presentatie van hedendaagse kunst.

Ook de Belg Francis Alÿs (1951) deed een voorstel om een nieuw werk te maken, gebaseerd op zijn werk 1943 waarvoor hij in dialoog trad met werk van Felix Nussbaum.

Pycke: “Het oplijsten en contacteren van de gewenste kunstwerken en hun makers is één ding, de werken moeten daarna ook gelokaliseerd worden. Want ze bevinden zich bij privéverzamelaars, musea, kunstenaars of hun estates over de hele wereld. Van zodra dat is gebeurd, kunnen uitleenovereenkomsten verstuurd worden. Wanneer de eigenaar akkoord gaat om het werk ter beschikking te stellen, wordt een certificaat opgesteld en een verzekering geregeld. Ten slotte moet ook het – vaak delicate – transport geregeld worden. Andere afspraken, zoals het wel of niet gebruiken van het werk voor promotionele en pers­doeleinden of de toestemming om de werken te fotograferen, worden vooraf contractueel vastgelegd.”

Zo ziet de planning van een expo er op de muur uit. Beeld Stefaan Temmerman

Het spreekt voor zich dat niet alle werken even makkelijk te verzekeren en te vervoeren zijn. De werken van Nussbaum zijn gemaakt in de jaren 30 en 40 en zijn uitermate fragiel. Gezien hun historische waarde zijn ze ook heel moeilijk in verzekeringswaarde om te zetten. Dat maakt dat er ook grenzen zijn aan wat WIELS heeft kunnen ontlenen of laten produceren voor hun expo.

Verbouwingen

Zes maanden voor de opening van de expo waren de krijtlijnen uitgezet, de kunstenaars geselecteerd, de contracten getekend. Tijd voor de technische ploeg en de productieploeg om in actie te schieten. De sfeer zat er goed in. Het team was hecht. Begon vroeg aan de dag en eindigde laat. Gelukkig bracht een sporadische sigaret op het panoramische dakterras of een gezamenlijke lunchpauze in de buurttuin Brass soelaas.

Beeld Stefaan Temmerman

Niet alleen bij de productieploeg heerste een goede sfeer, ook de samenwerking tussen de kunstenaars, het technische team en de curatoren was solide. Niet dat het daarom minder heftig was. “Gezien de eclectische samenstelling van deze expo werden heel specifieke maatregelen genomen”, legt Pycke uit. “De expo zal over drie gebouwen lopen, elk met een eigen karakter. Het WIELS-gebouw zal een meer klassieke museale ervaring bieden, het Brass-gebouw is eerder geschikt voor context-betrokken werken. Het Metropole-gebouw is dan weer ideaal voor robuuste, site-specifieke of architectuur-sculpturen.” 

Die aanpak vergt heel wat bijzondere preparaties in de aanloop naar de expo. “Zo werd in het WIELS-gebouw de verlichting op de tweede verdieping aangepast en werd er een systeem van vochtigheidsregeling geïnstalleerd. Serieuze investeringen, maar noodzakelijk voor het comfort van de werken en de bezoeker”, klinkt het. “Maar de grootste ingrepen gebeurden in het verlaten Metropole-gebouw. Een gebouw dat 30 jaar heeft leeggestaan, maar vanaf april duizenden bezoekers moet kunnen slikken en heel specifieke werken zal presenteren. 

Zoals de enorme sculptuur van de Nederlandse kunstenaar Mark Manders. Een hoofd van maar liefst 3 meter lang en een gewicht van 1,4 ton. Niet alleen het transport, maar vooral ook de installatie van de sculptuur was een gigantisch maatwerk. Zo werd de vloer verstevigd met draagpalen en werd er zelfs een muur afgebroken om het werk te kunnen plaatsen. Na het installeren, met behulp van een enorme kraan, werd de muur gewoon opnieuw opgebouwd.”

Kunstenaar Mark Manders overlegt met het team in het Metropole-gebouw, dat dertig jaar heeft leeggestaan. Beeld Stefaan Temmerman

Voor al die specifieke taken zijn een vijftigtal vakmannen en -vrouwen aan de slag met elk hun eigen verantwoordelijkheid. Gezien de beperkte opbouwtijd – er lopen nog andere expo’s tot een aantal weken voor de start van Het afwezige museum – is de planning strak. In het bureau van de WIELS-medewerkers hangt centraal tegen de muur een metersbreed schema met wat er dagelijks moet gebeuren. Van het afbreken en opbouwen van muren, het leggen van elektriciteit, tot het uitpakken en controleren van de staat van kunstwerken.

Ook de plaatsing van de werken is geen nattevingerwerk. “Voor de scenografie werd samengewerkt met architect en kunstenaar Richard Venlet.”

“De grootste uitdaging bij deze tentoonstelling was een zinvolle relatie vinden tussen het tijdelijke van de expo en de bredere ambitie van het concept van Het afwezige mu­se­um”, vertelt Venlet. “Uiteindelijk hebben we voor een rastermodel gekozen. Een structuur van een soort repetitieve museumkamers die zich herhaalt over de drie verdiepingen. Zo eisen de ruimtes als een systeem hun autonomie op, maar weerspiegelen ze ook de inhoud. Wanden zijn hier meer dan drager alleen. De vorm en structuur zijn het resultaat van zeer bewuste keuzes. Zo zijn de wanden zodanig gemaakt dat je bij de door­gangen een heel lichte structuur ziet. Die symboliseert een fysieke tijdelijkheid.”

De stickers lijken misschien overbodig, maar ze zijn cruciaal om aan te geven dat er in de dozen wel degelijk kunst zit. Beeld Stefaan Temmerman

“Het was geen makkelijke taak, want sommige kunstenaars zijn erg betrokken bij de plaatsing of opbouw van hun werken, waardoor er lastminute­wijzigingen in de planning sluipen”, zegt Pycke.

Vanaf zes maanden voor de opening tot de laatste stresspijntjes werd ook nog aan een catalogus gewerkt. Een samenwerking met het Mercatorfonds, een externe graficus en een interne coördinator. Een naslagwerk met beelden en beschouwingen, korte bio’s en interessante weetjes. Een kleine drie jaar zwoegen en zweten, sleuren, afbreken en weer opbouwen, dus. Maar het resultaat mag er wezen.

Het afwezige museum, van 20 april tot 13 augustus in WIELS, Van Volxemlaan 354, Brussel, wiels.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234