Donderdag 21/11/2019

Interview

‘Callboys’ Stef Aerts en Matteo Simoni, voor altijd vrienden: “We hebben elkaars zwaarste katers verwerkt”

Stef Aerts en Matteo Simoni. Beeld Illias Teirlinck

Twee jaar geleden sloegen ze elk een andere weg in: de een koos voor ambitieuze filmprojecten als Patser, de andere voor gedurfde theatervoorstellingen als JR.Maar ‘Callboys’ Matteo Simoni (31) en Stef Aerts (31) blijven beste maten. ‘Hoe hij ooit die beestenneuker neerzette... Onwaarschijnlijk.’

Als je in de zomer in je halve blote met je vrienden kunt gaan rondcrossen in een bos, dan is dat een welkome vakantie”, zegt Stef Aerts. Naast hem zit een van die vrienden: ook Matteo Simoni liep deze zomer met alleen een – veel te kleine – onderbroek aan door de bossen van Lommel.

Het ging om de opnamen van het tweede seizoen van Callboys, de bejubelde reeks van Jan Eelen over vier bevriende gigolo’s die vrouwelijk Vlaanderen proberen te behagen en er nog hun kost mee proberen te verdienen ook. “Niet dat ik het aspect ‘werk’ wil minimaliseren”, zegt Aerts nog, “maar de opnamen van Callboys waren toch een plezierige afwisseling in een heel pittig jaar.”

Lang voor ze gehoor gaven aan hun roeping als callboy, waren de twee al beste vrienden. Sinds ze toelatingsexamen deden voor de dramaopleiding van Studio Herman Teirlinck. “Wij kenden elkaar totaal niet”, zegt Aerts. “We zijn elkaar tegengekomen op dat examen, en vanaf de eerste seconde waren we de beste vrienden. Uitzonderlijk.”

Simoni: “We werden bij het examen met vier naar voren geroepen: Marie (Vinck, red.), Stef, een andere jongen en ik. En dan delen ze je in groepjes van twee in. Zowel Stef als ik wilden met Marie samen zitten, want zij was toen al bekend van De kus. Maar ze hebben Stef en mij samengezet. En wat hebben we dan gedaan? We zijn naar het kot van mijn broer gegaan...”

Aerts: “... we hebben daar een dikke joi...”

Simoni: (snel) “Laten we zeggen dat we samen de nacht zijn ingedoken. Sindsdien zijn we beste vrienden. Ik was met mijn brommer langs het Albertkanaal van Hasselt naar Antwerpen gereden – de eerste booster op de toneelschool, want iedereen kwam gewoon met de fiets – en op dat brommerke reden we rond door Antwerpen. Stef met een rode helm, ik met een witte. Samen naar ons kot. Al zingend. Stef kon er niet tegen als ik zong op de brommer, omdat ik vals zing.”

Aerts: “Niet omdat je vals zingt. Nu ja, je zingt wel vals, maar wat me vooral stoorde, was dat jij dezelfde zin altijd een halve tel later zong. Superirritant.”

Nooit ambras gehad, samen op kot?

Aerts: “Als je heel goede vrienden bent, en heel veel tijd samen doorbrengt... Natuurlijk hebben we ruzie gehad, natuurlijk was er ambras. En zelfs dan zaten we samen op de brommer. Ik achterop, mokkend, hij zat vooraan, met z’n stomme helmpje op. Maar het is altijd weer goedgekomen.”

Simoni: “We hebben ooit een maand niet met elkaar gesproken. Maar dat maakt iedereen toch wel eens mee? Ik ging om tien voor acht mijn tanden poetsen, jij om vijf over acht, en het enige wat we tegen elkaar zeiden, waren de teksten die we in de klas tegen elkaar moesten uitspreken. Omdat het moest.”

Een maand niet tegen elkaar spreken: wat is de aanleiding voor een ruzie van zo’n formaat?

Aerts: “Wij zaten de hele nacht samen op café, waren overdag samen thuis, en dan deden we ook nog eens dezelfde opleiding. Waarbij je voortdurend jezelf tegenkomt én tegelijk met elkaar moet samenwerken. We hebben lief en leed gedeeld, en natuurlijk is het dan wel eens ruzie. Over grote en kleine dingen. Over hoeveel sigaretten we elkaar nog verschuldigd waren.

“Ik denk eigenlijk dat we écht volwassen zijn geworden op het moment dat we bij elkaar zaten, en zeiden: ‘Pak maar. Ik moet ze niet terug hebben.’” (lacht)

“Matteo heeft mij mee de volwassenheid in getrokken.”

Simoni: “Kun je dat zo opschrijven, alsjeblief?”

Uit de toneelschool komen vaak verhalen van concurrentie tussen aspirant-acteurs. Zijn jullie ooit jaloers geweest op elkaar?

Simoni: “Het enige wat ik kan zeggen, is dat ik ontzettend opkeek naar Stef, toen ik in Antwerpen aankwam. Dat gold voor de hele klas: Stef was de al redelijk volmaakte speler-maker. Pas in de jaren daarna heb ik mijn eigen weg kunnen vinden, had ik het gevoel dat ik naast Stef kon staan, omdat ik mijn eigen kwaliteiten had.

“Maar voor alle duidelijkheid: ik keek op een gezonde manier naar hem op. Zonder afgunst. Waarmee ik niet wil zeggen dat er geen jaloezie is op de toneelschool, maar ik heb het nooit gevoeld.”

Aerts: “Matteo en ik hebben het geluk gehad dat we op de toneelschool een vrij gemakkelijk parcours hebben gereden. Wij hebben weinig of niet afgezien. We waren allebei een beetje zondagskinderen.”

Simoni: “Ik herinner me wel dat jij van bij het begin al veel meer een toneelspeler was. In het eerste jaar, wat jij daar liet zien... Dat was een uitzondering in onze klas. Als Stef in dat eerste jaar met ideeën kwam, was dat ook al bigger than life. En dan was dat ook echt goed. Jij hebt je op school vooral bijgeschaafd, terwijl ik echt van ver kwam, toen ik op de toneelschool arriveerde.”

Aerts: “Ja, jij kwam van ver.” (lacht)

Simoni: “Van Hasselt, met m’n brommer.” (lacht)

Aerts: “Voor alle duidelijkheid: ik bewonder Matteo ook heel erg. Bij onze eerste grote voorstelling, Wandelen op de Champs-Elysées, wilde hij de rol van de beestenneuker spelen. Hij was onwaarschijnlijk. Tot vandaag vind ik dat een van zijn beste rollen. Dan sta ik echt met bewondering te kijken.”

Beeld Illias Teirlinck

Jullie zijn nog maar 31, maar lijken al een eeuwigheid mee te draaien.

Aerts: “Wij hadden het ongelooflijke geluk dat we altijd ons eigen werk hebben gemaakt. Dat was heerlijk. Zeker in ons vak: als je zelf dingen kunt produceren, heb je altijd werk. Alles wat erbij komt, zijn cadeaus. Maar er studeren heel veel mensen af die geen eigen gezelschap beginnen, die gewoon freelancer zijn. Dat moet supergriezelig zijn.”

Simoni: “Er zijn zo veel acteurs die zo goed zijn, en niet hetzelfde geluk hebben gehad als wij.”

Zijn jullie nooit bang dat jullie té veel te zien zijn? Dat de mensen jullie beu worden?

Aerts: “In mijn geval valt dat reuze mee. Ik kom niet zo vaak op het scherm, omdat ik ook graag theater maak en achter de schermen werk. Ik heb nu Callboys gedraaid, binnenkort komt De bende van Jan de Lichte, en een tweetal jaar geleden heb ik mijn laatste film gedaan (‘Belgica’, red.). Ik ben dus niet zo superzichtbaar.

“Bij Matteo is dat een ander verhaal, denk ik.”

Simoni: “Uiteraard ben ik daar bang voor, te zichtbaar zijn. Daarom probeer ik heel zuinig te zijn op televisieprojecten. Ik wil enkel de dingen doen waarbij ik voel dat ik mezelf niet ga herhalen, waarbij ik iets nieuws kan doen. Het is eigenlijk de truc om een beetje exclusief te blijven. Daarom zul je mij ook niet in spelprogramma’s zien. De mensen hoeven mij niet te leren kennen. Als acteur moet je een soort geheim bewaren. De mensen moeten niet weten hoe ik lach, hoe ik beweeg, wat ik denk van de wereld.

“Nieuwe rollen moeten voldoende verschillen van vorige. Er is niets leukers dan van een reeks als Callboys naar iets als De bende van Jan de Lichte te gaan. Trio (speelfilm, vanaf half februari in de bioscoop, red.) is weer iets anders. Altijd hetzelfde register bespelen, dat kan ik niet.”

Mogen we dat carrièreplanning noemen?

Aerts: “Het heeft weinig zin om een bepaalde strategie aan te houden of aan carrièreplanning te doen. De tijdsgeest verandert voortdurend, en daarop willen anticiperen, dat is gewoonweg niet te doen. Het klinkt wollig, ik weet het, maar uiteindelijk moet je gewoon doen wat je graag doet.”

Simoni: ‘Ik doe dat wel een beetje. Carrièreplanning, bedoel ik dan. Ik probeer mijn loopbaan wel richting te geven. Ik heb dromen, ik stel mezelf doelen. Af en toe moet je natuurlijk een paar bochten nemen, maar door tegen de juiste dingen ja of nee te zeggen, merk ik toch dat ik dat plan wel een beetje kan volgen. Bijvoorbeeld: ik wilde meer films doen, en de laatste tijd komt dat ook meer op mijn pad.”

Meest recente voorbeeld: Patser, de blitse gangsterfilm van Adil El Arbi en Bilall Fallah, die 357.000 Belgische bezoekers naar de bioscoop lokte, plus nog eens 122.000 in Nederland en 50.000 in Frankrijk. Op het Filmfestival van Berlijn werd Simoni gebombardeerd tot een ‘European Shooting Star’.

Meteen daarna richtte hij samen met Bruno Vanden Broecke en Ruth Beeckmans het productiehuis Brutteo op. Hun eerste film, Trio, werd in het afgelopen voorjaar opgenomen, en komt in februari uit. “Bij een speelfilm komt veel meer kijken dan we ooit hadden gedacht”, vertelt Simoni. “Van preproductie tot postproductie, alles. Regie, montage, muziek... Als acteur sta je daar altijd in als een pion, heb je niet veel te bepalen. Nu zijn we onze eigen baas. Dat is... superheftig. Gelukkig is Stef een dag komen helpen. Het was nodig.”

Aerts’ agenda vertoonde het voorbije jaar nochtans ook weinig witruimte. De première van
Les pêcheurs de perles, de eerste opera van zijn gezelschap FC Bergman, ligt nog maar een week achter ons. Een opera die hij ontwikkelde terwijl hij ook aan JR werkte, het monumentale, vier uur durende toneelstuk dat Bergman in maart op de wereld losliet. Ondertussen moet hij al aan de voorbereidingen van de volgende productie beginnen: een samenwerking met Ivo van Hove. “Ik had graag even kerstvakantie gehad, maar het wordt nog even doorperen tot in januari.”

FC Bergman werd elf jaar geleden opgericht door Simoni, Aerts, diens vriendin Marie Vinck, en hun vrienden Joé Agemans, Thomas Verstraeten en collega-Callboy Bart Hollanders.

Anno 2018 maken Hollanders en Simoni niet langer deel uit van de artistieke kern van FC Bergman.

Wat was de reden van dat vertrek?

Aerts: “We hebben bij Bergman op een bepaald moment gekozen om ons niet te focussen op teksttheater. Maar na een tijd diende zich bij een paar van ons – vooral bij Matteo en Bart, ik mag dat zeggen hè – de nood aan om...”

Simoni: “... teksttoneel te spelen.”

Aerts: “Terwijl wij met FC Bergman een taal ontwikkelden die daar niet bij aansloot.”

Simoni: “Ik wilde spelen, en bij FC Bergman lukte dat minder goed. Maar tegelijk wilde ik ook niets liever dan dat Bergman zijn ding bleef doen. Het was even moeilijk om uit die artistieke kern te stappen, maar het was de juiste beslissing. Omdat Bergman daardoor ook kon blijven groeien, en nog efficiënter kon worden. Mee bedenken, mee creëren, dat zag ik mezelf niet meer doen. Ik wilde andere dingen doen. Teksttoneel, films maken.”

Mag ik het dan ironisch vinden...

Aerts: “Ik weet wat er nu komt.”

… dat JR de meest tekstuele voorstelling was die FC Bergman ooit heeft gemaakt?

Aerts: “Dat mag je, met recht en reden, héél ironisch noemen.”

181219 Antwerpen Matteo Simoni en Stef Aerts, callboys en goede vrienden Beeld Illias Teirlinck

JR was dit jaar de voorstelling waarover iedereen sprak. Pikt het niet dat je dat hebt gemist?

Simoni: “Toen JR in première ging, had ik een dubbel gevoel. Toen dacht ik wel: hier wil ik bij staan. Maar als je die zaal van duizend man ziet applaudisseren, dan ben je ook ontroerd, en ontzettend blij. Er zit geen enkele wrok, nijd, of jaloezie in.”

Aerts: “Dacht je toen ook: fuck, nu ben ik weg, en doen ze iets met tekst?”

Simoni: “Ja, natuurlijk. Maar dat gebeurt als je keuzes maakt. Ik had twee jaar voor de première, toen Stef me vroeg of ik zou meedoen, al gezegd dat ik me die periode niet zou kunnen vrijhouden. Met als gevolg dat ik nog nooit zo weinig werk heb gehad als toen. (lacht) Maar binnenkort, voor de speelreeks in Parijs, doe ik wel mee met JR. En in de volgende FC Bergman-voorstelling, met Ivo van Hove, ben ik er eveneens bij. Je ziet: er is totaal geen issue. Dat is zo fijn. Ik doe mee als ik kan meedoen.”

Aerts: “En al die shit waar je vroeger geen zin in had, hoef je nu niet meer mee te doen.”

Welke shit is dat dan precies?

Simoni: “Ik kon het gewoon niet meer opbrengen om lang te vergaderen. Het klinkt stom om het zo te zeggen, maar ik had daar gewoon écht geen zin in. Vroeger dacht ik: dat hoort bij het acteur zijn. Als je toneel maakt, dan moet je toch ook over de kleur van het decor discussiëren? In theater moet je grootse beelden zoeken, maar film is naturalistischer, film is human interest, en daar heb ik precies een beter oog voor. Terwijl ik nog nooit een goed theaterdecor heb kunnen verzinnen.”

Aerts: (lacht)

Simoni: “Het is toch zo?”

Aerts: “Je hebt wel veel ideeën gehad.”

Simoni: “Maar dat waren niet de beste ideeën. Dan wilde ik iets doen met ballonnen, en dan kwam Stef op de proppen met een ander idee, en dan dacht ik: wat moet ik daar nu op zeggen? Dat is gewoon tien keer beter.”

Was het dan zo’n gemakkelijk afscheid?

Aerts: “Je moet dat zelf zeggen, Matteo, maar ik zou zeggen: de gemakkelijkste break-up ooit.”

Simoni: “De laatste twee jaar was het wel al duidelijk dat het zo zou lopen.”

Aerts: “Het was voor iedereen, voor alle partijen, een opluchting dat dat werd uitgesproken.”

Doet dat dan helemaal geen pijn? Jullie hebben het gezelschap elf jaar geleden samen opgericht.

Aerts: “In dat opzicht was het afscheid wel heel heftig. FC Bergman, het clubje dat wij op ons 19de hadden opgericht en waarmee we heel onze adolescentie hadden doorgebracht, werd opeens iets anders. We hebben lief en leed met elkaar gedeeld. We hebben elkaars zwaarste katers verwerkt, zowel letterlijk als figuurlijk: katers van de drank, of katers van relaties die op de klippen zijn gelopen. Er zijn kinderen geboren tijdens onze periode bij FC Bergman.”

Simoni: “Er werd echt een tijdperk afgesloten.”

Aerts: “De avond toen we in alle liefde en vriendschap uit elkaar zijn gegaan, kwamen Marie en ik thuis en hebben we een tijdje heel stil en verweesd voor ons uit zitten staren. Heel raar. Ik voelde me ineens oud. Wij hadden dat clubje acht of negen jaar met z’n zessen gehad, en nu was het niet meer van ons zessen. Dat deed mij iets. Dat deed ons allemáál iets, denk ik.”

Heeft het vertrek van Matteo geen leegte gebracht?

Aerts: “Natúúrlijk mis ik Bart en Matteo soms. Vaak omwille van kleine dingen: samen zitten doorlullen over stomme ideeën die uiteindelijk toch de voorstelling halen. Niet dat we met z’n vieren nu plots bloedserieus zijn geworden, maar het is wel ernstiger. We hebben minder tijd. We zijn volwassener, we hebben veel meer een eigen leven. Dus is het ook efficiënter geworden. We lachen en zwanzen nog, maar minder dan vroeger.”

Simoni: “Je merkt ook dat je ouder wordt. Ik heb nog geen kinderen, maar Stef wel. En dan zit je op een dinsdagavond niet meer op café tot zeven uur ’s ochtends. Je hoeft elkaar ook niet elke dag te horen om elkaar graag te zien. Maar het is wel heftig om dat los te laten.”

Gelukkig is Callboys er nog.

Aerts: “De laatste jaren komen we elkaar bij tv-opnamen tegen. Bij Callboys of bij De bende van Jan de Lichte. Dat is relaxed, zo samen draaien.”

Simoni: “Ik heb Callboys altijd een beetje als vakantie aangevoeld.”

Aerts: “Zeker dit seizoen. Omdat de Jakke (Jan Eelen, EWC) gewoon schrijft, zonder dat wij wisten waarover het zou gaan.”

Simoni: “Niemand wist van iets.”

Aerts: “Ik ben nog nooit zo onvoorbereid geweest voor een tournage als deze keer. Het was gewoon: aankomen op de set en gaan filmen. Dat droeg heel erg bij tot het vakantiegevoel. We moesten gewoon meesurfen op de golf die Jakke had gecreëerd. Maar we zijn wel superbenieuwd naar de laatste afleveringen, want we hebben al heel rare dingen gedraaid. (lacht) Geen idee waar het naartoe gaat. Af en toe stuurt de Jakke eens een zinnetje door. Een grappig zinnetje, maar geen idee waarover het gaat. En als je hem dan vraagt waarover het gaat, dan krijg je te horen: ‘Dat zul je wel zien, nu geen goesting om dat uit te leggen.’ (lacht) Met andere woorden: het was, en is, opnieuw een heel grappige samenwerking.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234