Maandag 16/12/2019

Filmfestival

Café Derby: "Dit is een ode aan de durvers"

Café Derby, de debuutfilm van Lenny Van Wesemael, mag het filmfestival van Oostende openen. Beeld kos

Een debutante mag dit jaar het Filmfestival van Oostende openen: Café Derby van Lenny Van Wesemael gaat over haar familie, waar Wim Opbrouck deel van mag uitmaken. 'Ik waakte er wel over dat het geen therapeutisch project werd.'

Wat een mooi en zelfverzekerd debuut, die Café Derby. Een film zoals Lenny Van Wesemael, de dame die hem gemaakt heeft: sprankelend, bruisend en opgewekt. Ze was zelf pas drie jaar oud toen paus Johannes Paulus II naar België kwam en een mis opvoerde op de toenmalige luchthaven van Sint-Denijs-Westrem, waar nu de Gentse Expo-hallen en de Ikea gelegen zijn. Ze kon dus niet op haar eigen herinneringen terugvallen toen ze een film wou gaan maken over de tijd dat ze samen met de rest van het gezin naar een café verhuisde aan de rand van dat vliegveld.

Haar vader was een marktkramer die munt uit het pausbezoek hoopte te slaan door op die ene dag de dorstigen onder die vele duizenden pelgrims te laven en de hongerigen te voeden. In de film heet hij Georges, spreekt hij met een West-Vlaamse tongval en zit hij in de huid van Wim Opbrouck. De feiten zijn fictie geworden.

Terwijl Van Wesemael interviews geeft, hangt haar moeder, Rieky, voortdurend in de buurt rond, te luistervinken. Zij stond model voor Renée, op het scherm gebracht door de Nederlandse actrice Monic Hendrickx. Rieky is zelf ook Nederlandse. Ooit kwam ze naar België om Frans te leren, en ze bleef hangen in Gent. Nu staat ze met Gène op de arm, de kersverse baby van Lenny en Ben Segers. De acteur uit Safety First en De biker boys speelt ook mee in de film: hij speelt tooghanger die een oogje heeft op de cafébazin. Dus eigenlijk speelt hij een man die zijn schoonmoeder tracht te versieren. En Opbrouck is dan weer de vader van Van Wesemael.

Je mag er niet op doordenken, of je zou er zowaar rare gedachten van krijgen. Tenzij je zo'n bruisende kijk op het leven hebt als Lenny Van Wesemael, die van deprimerende feiten opgewekte fictie weet te maken.

Beeld © kfd

Was dat een verhaal dat je altijd al moest vertellen, dat eruit moest? Het is uit jouw leven gegrepen.
Van Wesemael: "Ik denk dat het in mijn onderbewuste al langer aan het gisten was. Soms vertelde ik Dirk Impens (de producent, KVDM) over mijn papa. En ik moet hem zeker ooit het verhaal verteld hebben waar tijdens familiediners altijd zo hartelijk om werd gelachen: over hoe mijn pa de komst van de paus als een businessopportuniteit zag. Misschien dat ik daar onbewust over vertelde, in de hoop dat hij zou zeggen: 'Wel, schrijf eens iets over je vader.' Uiteindelijk heeft hij dat ook voorgesteld. Dat moet een jaar of vier geleden zijn. En ik heb toen eigenlijk gewoon mijn herinneringen uitgetikt, en het verhaal heeft zich zo aangediend."

Opbrouck: "Daardoor is het ook allemaal zo echt. Het draait niet om een wereldschokkende gebeurtenis, maar het verhaal neemt je wel mee en het is erg herkenbaar. Hoeveel families zijn er niet die dat meemaken, dat verhaal van twaalf stielen en dertien ongelukken? Nu meer dan ooit. Overal. Overal ter wereld zijn er marktkramers die zoals Georges hun best staan te doen om hun familie te kunnen onderhouden, en overal heb je mensen voor wie de omstandigheden tegenzitten. Dat vond ik zeer aandoenlijk, dat vallen en weer rechtkruipen. Maar an sich: er gebeurt geen grote moord..."

Van Wesemael: "Maar er gebeurt toch wel van alles: het is een avontuur."

Opbrouck: "Monic zei dat ook: het is een ode aan de durvers. Ik ben iemand die bij ieder nieuw project meteen denkt aan het worstcasescenario. En ik vind het wel mooi om een man te zien die iedere keer onvervaard aan een nieuw avontuur begint. Die ondanks alle tegenslagen altijd opnieuw begint. Het is zeer aandoenlijk, en op den duur ook tragisch."

Beeld Screenshot

Wim, voor jou moet dit avontuur toch ook raar zijn geweest: je speelt Lenny's vader.
Opbrouck: "Dirk belde me op een dag dat ik in het ziekenhuis in Kortrijk vier wijsheidstanden moest laten trekken. Ik zat in de wachtzaal toen mijn telefoon ging. Hij zei letterlijk: 'Wil jij meespelen in de debuutfilm van een jonge regisseuse? Ze is nogal verlegen, mag ze je eens bellen?' Toen ze me opbelde, bleek al vlug dat ze helemaal niet zo verlegen was. We hebben samen gezeten en toen heeft ze zich echt wel als een pitbull vastgebeten in dat project. Ik vond het een mooi script, maar ik zei ook meteen: 'Ik kan toch onmogelijk je vader spelen?' Ik denk dat ik meer remmingen had dan zij."

Van Wesemael: "Ja, ik kon dat wel loskoppelen. Voor mij was Georges niet per se mijn vader. Hij was een personage. Ik was elf toen hij stierf en ik heb mijn familie uitgebreid geïnterviewd in functie van het verhaal. Via de film heb ik hem gereconstrueerd. Ik waakte er wel over dat dit geen therapeutisch project werd. Maar tegelijk vond ik het belangrijk dat mijn moeder en mijn broers en zussen het script goedkeurden. Maar het verhaal moest wel op zich staan. Wat niet wegneemt dat er tijdens de opnames soms emotionele momenten waren. Als ik de pausmarkt aan het draaien was (een markt die haar vader organiseerde toen de paus op bezoek was, KVDM), dacht ik: 'Amai, het was toch wel groots aangepakt.' En tegelijk drong het dan op zulke momenten even tot me door dat ik het eigenlijk ook wel groots aanpakte. Het ondernemerschap vertoont zeker wel gelijkenissen. Een film draaien is toch ook wel een hele onderneming."

Opbrouck: "Lenny bracht me vrij snel in contact met de hele familie, de clan Van Wesemael. Dat was fantastisch. Ik kreeg meteen lessen over hoe ik iets moest verkopen. Want net als Georges zijn haar broer Giskard en haar moeder ook marktkramers, of liever standwerkers, demonstrateurs: ze hebben één artikel waar ze de markten mee doen. En ze bouwen daar verhalen rond. Lenny heeft me op een heel sluwe manier in het verhaal getrokken. Waardoor we eigenlijk best veel hebben gebabbeld over haar pa. We hebben ook veel gerepeteerd."

Van Wesemael: "Ik had ook het gevoel dat we Georges pas helemaal op het einde vonden. Ineens had ik het gevoel: 'Oké, hij is daar.'"

Hoe kwam het dat je hem plots zag, dat je opeens het gevoel had dat het klopte?
Opbrouck: "Twee weken voor het begin van de opnamen was ik nog met tal van andere zaken bezig en opeens belde Lenny me op en zei: 'Kunnen we toch nog eens afspreken?' Ik zei: 'Lenny, ik heb het je gezegd: ik heb geen tijd. Geen tijd.' Maar ze drong aan: 'En zou je geen gaatje vinden in je agenda om eens te gaan eten met mijn mama en mijn broer?' Dat gaatje vond ik nog net. 'Morgen? Kun jij morgen? Op de middag?' En dan zat ik daar in de Minnemeers, tijdens de lunchpauze, tussen twee repetities in, in mijn kleine loge, op twee stoelen, de autoscènes te spelen. 'En dan morgen met Chloë ook, na haar zwemles en tussen je repetitie?' En zo heeft ze me op een heel sluwe manier, twee maanden lang auditie laten doen. (lacht)"

Van Wesemael: "Nee, ik was er vrij snel uit dat Wim de man was die ik nodig had. Maar ik wou hem samen zien met Chloë en met Monic, om te zien of je hen zou geloven als familie. Ik ben heel blij met mijn keuzes. Chloë is zo vrolijk en tegelijk zo diep. Ze heeft een gevoeligheid die je echt wel nodig hebt om te spelen."

Opbrouck: "Ja, een natuurtalent. Veel humor ook. Ik schrok er trouwens van dat al die jonge mensen zo authentiek speelden. Dat zal voor een deel te danken zijn geweest aan al die repetities. Bij films wordt er zelden zo veel gerepeteerd. Toen we voor het eerst samenkwamen in het Nieuwpoorttheater, voelde het echt aan als een familie: mama, papa en de kinderen.

"Je hoort dat vaak in interviews: 'Yeah, it was great to work with...'. (lacht) En dan denk je: 'Slijmballen.' Maar het was echt zo. En als je bij de casting van Monic mocht denken: 'O, er zat ook Nederlands geld in de film.', dat is niet de reden: Lenny's moeder, Rieky, is ook een Nederlandse. Dat voegt iets toe aan het verhaal. Als inwijkeling is ze een buitenstaander."

Van Wesemael: "Dat ze naar België kwam om Frans te leren maakt haar ook een avontuurlijk personage, dat verliefd wordt op een avontuurlijke man. Dat is ook wel iets waar Wim over waakte. Hij zei vaak: 'Je moet die liefde tussen die twee mensen wel voelen.'"

Lenny Van Wesemael over Wim Opbrouck: 'Hij werd pas echt Georges toen hij het in het dialect probeerde.' Beeld Eric de Mildt
Beeld Screenshot

Maar je vader was een Gentenaar, geen West-Vlaming.
Opbrouck: "Nee, maar we zeiden het al, het is een tijdlang zoeken geweest naar mijn personage. En dat had inderdaad met taal te maken. Ik had aanvankelijk helemaal niet gedacht om die rol met een West-Vlaamse tongval te doen. Maar een Gentse tongval was geen optie."

Van Wesemael: "We hebben een beetje van alles geprobeerd, maar het personage klopte niet. Tot we uiteindelijk zeiden: 'Laten we gewoon eens proberen om het in het dialect te spelen.' En heel raar, opeens werd dat Georges."

Opbrouck : "Op een gegeven moment zijn we met de hele bende, met Chloë en de andere kinderen, naar de markt in Oudenaarde geweest, en daar heb ik gezien welke ongelooflijke acteurs die demonstrateurs, die marktkramers zijn. Ze spelen een spel waarbij ze vooral eerlijk moeten zijn. Als je ook maar een beetje aan overacting doet, zeggen de mensen: 'Het is een bedrieger, ik ga van hem niets kopen.' Mensen op de markt gaan voorbij als je ze niet lokt. Je moet ze aan je kraam weten te houden. Je moet ze amuseren, maar ook niet té. Want wat je vertelt moet tegelijk serieus zijn: de portemonnee moet opengaan, ze moeten iets kopen. Dat is je applaus.

"Een goede demonstrateur brengt een act die vergelijkbaar is met die van Alex Agnew of Wouter Deprez. Die mensen improviseren niet, ze zijn op iedere repliek uit het publiek voorbereid. Buiten Gunther Lesage en Marc Van Eeghem zijn alle marktkramers die je ziet in de film ook echt: de schoenpoetser, de autoboener... Dat zijn performers. Ik heb dat nu gedaan en dat was bijna alsof ik echt op een markt stond. En ik vond dat enorm stresserend. Stressender dan op een podium in een theater."

Van Wesemael: "Als ik mijn broer of een andere goede demonstrateur bezig zie, dan kan ik daar tien keer naar kijken. Dat verveelt me niet. Mensen hebben vaak een verkeerd beeld van marktkramers."

Opbrouck: "Ja, ze gaan door voor bohemiens. Eigenlijk zijn het allemaal een beetje einzelgängers, een soort vrijbuiters ook. Maar het is niet eenvoudig. Er werd van Lenny's vader gezegd dat hij lucht kon verkopen. Dat is dus een fabel. Want dat zeggen alle marktkramers: brol krijgen ze niet verkocht."

Haar vader kon zelfs zand verkopen aan zee.
Van Wesemael: "Zand in zakjes. Mijn ma heeft je dat gezegd, zeker? Maar dat klopt ook. Tegen de slakken. Dat werkt effectief."

En heb je de film al gezien, Wim?
Opbrouck: "Eergisteren, op een computerschermpje bij Lenny thuis, terwijl de baby aan het huilen was. De ideale omstandigheden. (lacht) Ik heb in ieder geval gemerkt dat Lenny de juiste keuzes heeft gemaakt. We hebben bij veel scènes twee versies gedraaid, met verschillende emoties. (tegen Lenny) Ik zag dat je vaak de uitbarstingen niet hebt gebruikt. En dat werkt wel goed."

Van Wesemael: "Wel, ook al doet hij vaak dingen die niet sympathiek zijn, toch blijf je van hem houden. Iemand die dromen heeft en ervoor gaat, wekt altijd sympathie op. En Wim heeft ook wel een aimabele uitstraling."

Opbrouck: "Ik speel ook voor een stukje hoe mijn vader is. Zijn verhaal was gelijklopend. Die kwam uit een gezin waar ze het niet breed hadden. Een andere keuze dan in de fabriek te gaan werken, was er niet. Met avondschool en bijkomende cursussen is hij nog ingenieur geworden. En zo is er een hele generatie, zeker op het platteland, die haar eigen kansen moest creëren. Want in de wereld waarin ze leefden werd verondersteld dat ze bleven wie ze waren."

Van Wesemael : "Ik herken dat. Mijn vader was een marktkramer, maar hij nam me wel mee naar het Museum voor Schone Kunsten. Dat strookt niet meteen met het beeld dat je van een marktkramer hebt."

Beeld kos

Een ander beeld dat je doorbreekt is dat van je partner, Ben Segers, doorgaans een komisch acteur.
Van Wesemael: "Hij vond het leuk om die rol te spelen, en ik vond het heel tof om hem te regisseren. Het is niet dat het moeilijk ging. Acteurs worden vaak voor dezelfde soort rollen gevraagd en ik vond het juist interessant dat ik ook eens een andere Ben kon laten zien."

En jij was wellicht blij dat je de paus nog eens terugzag die zo graag de grond kuste, Wim.
Opbrouck: "Herinner jij je nog zijn komst? Ik zat in Jeugdhuis 't Schuurke, en ik was vooral anti-paus. Ik herinner me die affiches met de afbeelding van Johannes Paulus, met een verbodsteken er doorheen. Dat leefde toen wel heel erg in de jeugdhuizen. In die tijd ging je ofwel naar Dancing Boccaccio of je zat in de jeugdhuizen en ging naar Rock Torhout. Ik ben nooit in een dancing geweest.

"Toen ik de beelden terugzag van de BRT met de helikopter waarin de paus zat, kwam het allemaal terug. De wereld ziet er nu heel anders uit. Alleen de muziek heeft standgehouden. Machiavel en Telex, het klonk echt niet slecht."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234