Zaterdag 14/12/2019

Reportage Reizen

Bute, een vergeten tropisch eiland in Schotland

Rothesay, de hoofdstad van het Schotse eiland Bute. Beeld Getty images

In een niet zo ver verleden was het Schotse eiland Bute een exotische topbestemming. Vandaag zoeken toeristen hun vakantieheil zuidelijker op. Onterecht: Bute blijft prachtig, en de ideale rustplek om aan het feestgedruis te ontkomen.

Bute lijkt wel een tropisch eiland als je de hoofdstad van het Schotse eiland, Rothesay, met de ferry binnenvaart. Boven het gras prijken palmbomen. Het eiland heeft dankzij de golfstroom een mild klimaat, zeker naar Britse normen. Daardoor is het er warmer dan op het vasteland en groeien er exotische bomen en planten.

Het maakt Bute tot een van de bijzonderste plekken van Schotland. Op het langgerekte eilandje van 122 km2 vind je vissersdorpjes met huizen vlak aan de zee. In Rothesay stuit je op markante gebouwen, waaronder een imposant middeleeuws kasteel. Tussen de bebouwing door is er vooral veel groen, waar je lange wandelingen kunt maken over onverharde wegen. Ze voeren je langs baaien, imposante rotspartijen en stranden waar je zeehondjes ziet zwemmen.

De haven van Rothesay, waar ook de ferry aanmeert. Beeld Getty images

Bute biedt het gevoel van een ­tropisch eiland door de palmbomen, gezelligheid in de pubs en een afwisselende natuur. Toch heb je als bezoeker soms het idee dat je de enige toerist bent. En dat is niet zo vreemd. ‘Het vergeten eiland’, wordt Bute in Schotland genoemd.

Dat was vroeger wel anders. De aangename temperatuur, zandstranden en de natuur zorgden er vooral in de 20ste eeuw voor dat Bute zeer in trek was. Vakantiegangers kwamen massaal uit grote steden als Glasgow naar het eiland om te ontspannen. Statige hotels en een fraai bezoekerscentrum van staal en glas werden gebouwd.

Maar vanaf de jaren 70 kwam de klad erin. Zonvakanties werden steeds goedkoper en ook mogelijk voor de grote massa. Bute moest het afleggen tegen ‘echt’ zonnige bestemmingen in Zuid-Europa – nu behoort een ­vakantie in Zuidoost-Azië vaak net zo goed tot de mogelijkheden. De hotels werden steeds leger, pubs sloten de deuren en het massatoerisme ­verdween. Ook het inwoneraantal krimpt al jaren. Dat is goed te zien. Veel panden staan te koop en het onderhoud van een hoop woningen laat te wensen over. Je ziet overal ­afgebladderde verf, ook op statige, oude panden.

Beeld Robert Visscher

DESOLATE NATUUR

Toch is het onbegrijpelijk dat Bute nu zoveel minder toeristen trekt.  Oké, het is er niet zo warm als in Spanje of Thailand. Maar het is nog altijd een aantrekkelijk eiland.

Het indrukwekkendst is de natuur. Op Bute kun je nog lange wandelingen maken, ver van de gebaande paden. Bijvoorbeeld naar St Ninian’s Point aan de westkant van Bute. Zelf mijn weg zoekend tussen rotsen en stenen, wandel ik langs een weidse baai naar een paar vervallen huisjes op een schiereiland. Het is een wandeling die je bij laagtij moet doen, omdat tijdens vloed het puntje van de baai onbereikbaar wordt en grotendeels onder water staat. Omringd door rotsen, water, en zeeleven ervaar ik er een monumentale leegte. Krijsende meeuwen vliegen voorbij en krabben lopen over de stenen, maar verder is het er verlaten. Tussen de vervallen gebouwen op het puntje staat de ruïne van St. Ninian’s Chapel. Waar ooit werd gebeden, ligt nu een dikke laag modder op de vloer.

Palmbomen in Schotland, ze bestaan echt en groeien op Bute. Beeld Getty images

Wandelend op het strand, zie je twee eilanden: Arran en Inchmar­nock. De puntige bergen van Arran, een populaire toeristenbestemming vanwege de heerlijke whisky die er gemaakt wordt, vallen direct op. Het desolate Inchmarnock is veel kleiner en grotendeels vlak. Vroeger stonden er drie boerderijen op, waarvan er nu nog maar een in gebruik is.

Italiaan

Bute is bezaaid met ruïnes die een bezoek waard zijn. In de hoofdstad Rothesay is het statige kasteel te bezoeken. Maar nog veel mooier is een wandeling op de zuidkant van het eiland naar een oud gebedshuis en klooster. Ik loop er over een onverhard, smal wandelpaadje, dat tussen de bomen en heuvels door slingert naar het dakloze kerkje St. Blane. Het ligt naast hoge bomen en is nog ­duidelijk zichtbaar, omdat de muren overeind staan. Om de kerk heen ­steken oude grafstenen uit de grond. Naast het ruisen van de wind hoor ik alleen schapen blaten in de verte.

Beeld Robert Visscher

Wie op zoek is naar warmte en gezelligheid komt ook aan zijn trekken in de pubs, restaurants en winkeltjes van Rothesay. De meest in het oog springende naam hier is Zavaroni, die je ziet terugkeren op meerdere ­panden. In drie Zavaroni-winkels kun je koffie, ijs en fish-and-chips bestellen.

Een Italiaan op Bute? Inderdaad: Cesare Zavaroni groeide begin vorige eeuw op in de buurt van de Italiaanse stad Genua. Op dertienjarige leeftijd liep hij weg van huis omdat hij niet net als zijn vader steenhouwer wilde worden. Via omzwervingen langs Londen en Glasgow belandde hij op Bute. Daar begon hij een winkel in gefrituurde vis met aardappelfrieten – ook op het eiland een gegeerde Britse lekkernij – en een ijssalon, om uiteindelijk te trouwen met een meisje van het eiland. Ook al droogde de­ ­toeristentoestroom zachtjes aan op, de Zavaroni’s bleven op Bute. Ze wonen er nog altijd, en hun ijs wordt nog altijd gemaakt met de apparaten die in de jaren 50 zijn aangeschaft.

Het prachtige victoriaanse mannentoilet. Beeld Alamy Stock Photo

VICTORIAANS GEMAK

Maar het meest opzienbarende gebouw van Bute is geen winkel, kerk of kasteel. Het is, jawel, een Victoriaans toiletgebouw uit 1899. Nooit eerder bezocht ik zo’n mooie publieke wc. Er is een mozaïekvloer die niet zou misstaan in een Romeins badhuis. Boven de urinoirs zitten grote, grotendeels glazen waterreservoirs waar je het water ziet borrelen na het doortrekken. De wc-brillen zijn extra breed en van hout gemaakt.

Alleen het herengedeelte is overigens de moeite waard, het nieuwere damesgedeelte steekt er schril bij af. Want tijdens de bouw eind 19de eeuw werden vrouwen niet geacht zo lang van huis weg te gaan dat ze een toilet moesten bezoeken. Het is misschien een gekke plek om als bezienswaardigheid in de kijker te zetten, maar ­zonder je billen bloot te geven aan dit markante toilet ben je niet echt op Bute geweest.

Praktisch: Bute is goed bereikbaar vanaf de Schotse hoofdstad Glasgow. Er gaat een trein, die aansluit op de veerboot. In ­totaal doe je er dan 90 minuten over om Rothesay te bereiken. De reistijd met de auto is even lang. De veerboot ­vertrekt vanaf Wemyss Bay. Op Bute zijn fietsen te huur en er is busvervoer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234