Donderdag 17/10/2019

Recensie

Brutus op Les Nuits Botanique: moshpits op een bedje van kippenvel ★★★★☆

Beeld Koen Keppens

Nu en dan duikt er eens zo’n band op die niet te vergelijken valt met eender welke andere artiest. Brutus krijgt vaak het label ‘metal’ opgeplakt, maar dat is een beetje een gemakzuchtige benaming die de sound van de Leuvenaars oneer aandoet. De door merg en been snijdende gitaarlijnen van Stijn Vanhoegaerden neigen bijvoorbeeld veel vaker naar postrock of shoegaze dan dat ze aan Metallica doen denken. De drums van Stefanie Mannaerts lijken dan weer rechtstreeks uit de hardcore te komen. Ja, er lijkt nagedacht over Brutus, maar in de praktijk is de rode draad doorheen hun werk toch vooral die ongebreidelde melancholie. Gisteren kwam de band in Botanique voor het eerst hun knappe tweede plaat Nest voorstellen op Belgische bodem.

Het is ondertussen al zo vaak gezegd, maar we kunnen niet anders dan toch nog eens benadrukken hoe geweldig het is wat Mannaerts doet. Niet per se het feit dat ze drumt en zingt tegelijk, maar vooral de manier waarop. Haar ijle stem is er één uit de duizend. Mannaerts’ eerste keelklanken tijdens opener ‘Fire’ deden in de kleine Rotonde meteen naar adem happen. Goede opener, trouwens, die van bij het begin aantoonde hoe dynamisch en ritmisch flexibel het drietal is. Heerlijk hoe de drumster op sfeervolle rustpunten met haar ogen toe intense zanglijnen het publiek in schreeuwde, terwijl haar benen vol gevoel gedijden op de basdrum en hihat - om twee seconden later alles aan gort te rammen. Vooral het grootse ‘War’ was verschroeiend. Het ene deel van de zaal genoot met de ogen toe, het andere al kolkend met de ellebogen in de lucht.

Beeld Koen Keppens

Brutus is echter meer dan enkel rammen en sfeer scheppen: ook melodieus is de band ijzersterk. Oudere songs als ‘Drive’, ‘Horde II’, ‘Justice De Julia II’ bleven moeiteloos staande; het zijn zulke epische melodieën die de muziek van Brutus herkenbaar en, ja, zelfs een beetje catchy maken. U merkt het: op een optreden van Brutus valt meestal bijzonder weinig aan te merken. Zelfs de lichten waren tot in de puntjes verzorgd. De sobere stroboscopen stonden perfect afgestemd op de muziek, en versterkten hem op die manier. Wanneer ze op zeldzame, maar zorgvuldig uitgekozen momenten het hagelwitte doek op de achtergrond verlichtten, voelde dat als een soort van welgekomen zuivering tijdens het donkere, zweterige optreden.

En toch: naar het einde toe verveelde het trio ‘Space’, ‘Distance’ en ‘Techno’ eventjes, alsof we de songs recent al eens hadden gehoord, maar dan in betere versies. Gulle gitarist Vanhoegaerden mocht dan wel in elk lijntje een stukje schoonheid verbergen, maar ook kippenvel heeft een houdbaarheidsdatum. Het was veelzeggend dat de moshpits voor het eerst volledig stilgevallen waren. Maar oké, misschien wou de band zijn publiek gewoon eventjes rust gunnen.

Beeld Koen Keppens

Toen Mannaerts aankondigde dat er nog maar twee songs resteerden, werd het publiek weer wakker – en welke song is een betere wake-upcall dan ‘All Along’? Het lange ‘Sugar Dragon’ was een onverwachte maar goede afsluiter, waarin bassist Peter Mulders – het showbeest van de band – zich liet gaan alsof hij voor een vol Wembleystadion speelde. Mannaerts etaleerde nog een laatste keer haar vocale kwaliteiten, om dan de laatste restjes energie op haar trommels te storten tijdens een intense finale.

Een optreden van Brutus lijkt stilaan een garantie op kwaliteit. Maar toch trekken we, koppig als we zijn, een halve ster af omdat ze een wereldsong als ‘Horde’ schaamteloos aan de kant hebben gelaten. Bastards.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234