Woensdag 28/10/2020

InterviewBruno Vanden Broecke en Valentijn Dhaenens

Bruno Vanden Broecke en Valentijn Dhaenens maken eerste ‘coronavoorstelling’: ‘Iedereen heeft moeten vechten tegen de omstandigheden’

Bruno Vanden Broecke en Valentijn Dhaenens kunnen eindelijk weer spelen, en wel voorstelling waarin de vraagstukken die het coronavirus ons voor de voeten werpt, voor het eerst ook op de planken worden gesteld. Beeld Thomas Sweertvaegher

Na een lege agenda van ruim zes maanden staan acteurs Bruno Vanden Broecke en Valentijn Dhaenens weer op het podium. Met Jonathan, een voorstelling over een robot die terminale mensen verzorgt, houden ze de vinger aan de pols van de actualiteit. ‘Ik dacht dat Valentijn dat goed zou kunnen, een robot spelen.’

Aan het einde van ons gesprek haalt acteur Bruno Vanden Broecke (46) zijn iPhone boven. Hij toont een foto van zijn zoon, die in een woon-zorgcentrum op bezoek gaat bij zijn tanteke. De twee worden gescheiden door een plexiglazen wand. “Twee keer per week mocht zij twintig minuten bezoek krijgen. Maar als je tanteke wat hardhorig is... zij verstond hem niet. Ik zat dan aan de zijkant, dan luisterde ik naar wat zij zei en vertaalde ik dat naar Max, en omgekeerd. Maar tegen dat je dat systeem goed en wel bedacht hebt, zijn die twintig minuten al bijna voorbij. Je wordt letterlijk monddood gemaakt. Maar ik snap het, hoor: die mensen zijn kwetsbaar, en je wil ze niet besmetten.

“Ik ben blij dat de pers daar veel aandacht aan heeft geschonken, aan hoe oude mensen wegkwijnen. Dat zit ook allemaal in het stuk, eigenlijk.” ‘Het stuk’ heet Jonathan: de voorstelling die Vanden Broecke schreef en speelt met Valentijn Dhaenens, twintig jaar nadat ze samen met Clara van den Broek, Mathijs Scheepers, Korneel Hamers en Yves Degryse het theatercollectief SKaGeN oprichtten. De voorstelling waarin de vraagstukken die het coronavirus ons voor de voeten werpt, voor het eerst ook op de planken worden gesteld.

Het idee voor Jonathan ontstond nog lang voor dat virus het dagelijkse leven omgooide en de theaters op slot deed gaan. De naam van het titelpersonage werd geïnspireerd op Jonathan Berte. “Hij is zowat de AI-expert in België”, legt Vanden Broecke uit. “Toen zowel hij als ik onze kinderen moesten inschrijven op de middelbare school en daarvoor aan de schoolpoort moesten kamperen, heb ik een hele nacht met die man gebabbeld, over de wonderen van artificiële intelligentie. Waanzinnig was dat.

“Ik was helemaal gefascineerd: dingen waarvan ik dacht dat ze tot sciencefiction behoorden en pas over honderd jaar mogelijk zouden zijn, kunnen misschien nog tijdens mijn leven gerealiseerd worden. Daar wilde ik een voorstelling rond maken, en dan heb ik aan Valentijn gevraagd of hij een robot wilde spelen. Omdat ik denk dat hij dat heel goed kan, een robot spelen.”

“Maar we waren er heel snel achter dat ik geen robot ging spelen. Dat ik niet moest beginnen oefenen op breakdance-moves”, pikt Dhaenens (43) in. Of, zoals zijn collega het parafraseert: “Geen Daft Punk.”

Zorgrobot

Jonathan is dan ook een speciale robot, een humanoïde, zegt Vanden Broecke. “Hij is een palliatieve zorgrobot.” Met andere woorden: een robot die stervende mensen begeleidt en verzorgt. “Zorgrobots bestaan al: zij kunnen iemand uit een bed een tillen en op de wc of in de douche zetten. Andere robots kunnen troost bieden, als een soort huisdier. Wij hebben nu alle technologie die al bestaat in één robot gepropt. Wij hebben ons ingebeeld dat de familie zou kiezen om in tijden van corona een robot in te schakelen. Die robot krijgt dan alle informatie van de familie, zodat hij zich kan gedragen als een familielid: hij kent de hele familiegeschiedenis, heeft toegang tot alle foto’s en alle Facebook-pagina’s, zodat die een stervende persoon intiem kan begeleiden naar het einde.”

Ze vertellen over een foto die ze zagen, van een dementerende vrouw in een rusthuis. “Ze had een soort robotzeehondje, dat reageerde op strelingen”, beschrijft Vanden Broecke. “Op die manier werd die vrouw weer alert, omdat ze een baby’tje slash robotje had waarvoor ze kon zorgen. Een mens kan heel hard verleid worden om menselijke aspecten toe te dichten aan iets wat helemaal niet menselijk is. Je kunt zeggen dat dat bedrog is, omdat het geen echt baby’tje is. Maar doet dat afbreuk aan haar gevoelens? Want die zijn echt.”

Dhaenens: “Het beste aan deze voorstelling zou moeten zijn dat je, door een mens te confronteren met een robot, vragen stelt over wat het betekent om mens te zijn in deze tijden. Over hoe we met onze ouderen omgaan, over hoe we afscheid nemen en over hoe we rouwen.” Net daarom gingen ze ook inspiratie zoeken in de bestseller Homo Deus: A Brief History of Tomorrow van historicus Yuval Noah Harari, en in de documentaire Mother, van Kristof Bilsen, “over rijke Scandinaven, die een dementerende ouder naar Thailand sturen, waar Thaise vrouwen betaald worden om die ouder individueel te verzorgen, alsof het hun kind is”, vat Dhaenens samen. “Vaak laten ze daarvoor hun eigen familie achter. Maar die oude mensen leven dan helemaal op. Het is een beetje een pervers systeem, maar tegelijk denk je ook: wat een hemel voor die dementerende ouderen, die nog een fantastisch einde van hun leven mogen beleven.”

Lege agenda’s

Voor Dhaenens was het niet het vooruitzicht om een robot te spelen dat hem over de streep trok. “Ik was vooral enthousiast om met Bruno een stuk te maken.” Vanden Broecke verliet SKaGeN in 2009. Vandaag zijn de twee acteurs beiden ‘KVS-gezichten’, maar toch is het de eerste keer dat ze met zijn tweeën een voorstelling maken. “Dat heeft vooral met agenda’s te maken, denk ik”, antwoordt Vanden Broecke als we vragen waarom dat zo lang heeft geduurd. Dhaenens: “Dit is gewoon de eerste mogelijkheid die we hebben om samen te werken, denk ik.”

Die agenda’s liepen vanaf maart leeg. Voor Dhaenens vielen voorstellingen in Frankfurt en in Polen weg, net als de opnames van een Nederlandse film – “Dat heb ik in de zomer gelukkig kunnen inhalen” – en een voorstelling bij Frascati in Amsterdam. “Normaal ging ik daar nu voor vier maanden in een voorstelling van Rebekka de Wit spelen – dat is ook afgelast.”

Voor Vanden Broecke werden dertig voorstellingen van het muziektheaterstuk De woordenaar geschrapt. De opnames voor een serie van Tom Lenaerts werden ook gecanceld. “Ik ging heel drukke maanden tegemoet, en opeens stond ik in de woestijn. Maar ik heb wel ontdekt dat ik rap kan schakelen. Ik heb mijn agenda van mijn iPhone genomen en al die data verwijderd. Geen enkel puntje in mijn agenda, dat had ik nog nooit meegemaakt. Dat zorgde voor rust, op een zekere manier. Maar tegelijk leidde het natuurlijk ook tot ongerustheid en onzekerheid.”

Dhaenens en Vanden Broecke: ‘Het beste aan deze voorstelling zou moeten zijn dat je, door een mens te confronteren met een robot, vragen stelt over wat het betekent om mens te zijn in deze tijden. Over hoe we met onze ouderen omgaan, over hoe we afscheid nemen en over hoe we rouwen.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Aanvankelijk was de première van Jonathan pas voorzien voor april: dat de voorstelling nu het seizoen van KVS opent, heeft te maken met de coronacrisis. En met die lege agenda’s. “We kregen telefoon van Michael (De Cock, artistiek leider, EWC)”, herinnert Vanden Broecke zich. “Die zocht naar een coronaproof-voorstelling en vroeg of we onze voorstelling konden vervroegen, en of we tijd hadden om daaraan te werken. Tijd? We hadden zeeën van tijd.”

Dhaenens: “We hadden ook zin om snel te schakelen. Ik had de behoefte om iets te maken over het hier en nu, met het risico dat mensen geen corona meer kunnen ruiken of zien tegen dat we in première gaan - maar ik heb niet de indruk dat dat nu aan de hand is.

“We hebben deze voorstelling ook echt samen bedacht en geschreven. Als we vroeger bij SKaGen samen een voorstelling maakten, met nog vier andere mensen, ging het vaker om stukjes tekst bewerken, en met zijn zessen kwamen daar ook altijd veel discussies bij kijken. Maar ik ken Bruno heel goed. ik weet wat ons bindt, ik weet waar we elkaar kunnen aanvullen. We zijn begonnen met onze eigen openingsspeeches te schrijven, en zo hebben we een dialoog bedacht.”

Vanden Broecke: “Normaal heb je twee maanden om een theatertekst te schrijven. Maar nu hadden we de luxe om iets twee weken te laten liggen en daarna beter te kunnen zien wat de zwakheden van de tekst zijn. We zijn in mei al beginnen te schrijven. Dat is een fantastische manier van werken. Eigenlijk was dit onze quarantaine-activiteit. Dus ik ben heel blij dat Michael ons gebeld heeft. Ik ben eigenlijk heel dankbaar voor deze periode. Dit is het mooiste geschenk dat je in zo’n periode van onzekerheid kunt maken: ik ben dankbaar dat ik werk heb, ik ben dankbaar dat ik iets mag maken, dat ik Valentijn even terug in mijn leven heb. Dat kwam allemaal op een heel schone manier samen.”

Samen in een bubbel

Evident was het wel niet, een voorstelling maken in tijden van social distancing, bubbels en andere coronamaatregelen. “We mochten niet dicht bij elkaar in een ruimte zitten”, legt Dhaenens uit. “Dus we waren genoodzaakt om samen door het park te wandelen, terwijl we filosofeerden over artificiële intelligentie en over wat de toekomst zou kunnen brengen. Een heel ouderwetse manier van werken, eigenlijk.”

Vanden Broecke: “We gingen zelfs samen in het park onze boterhammetjes opeten.”

Dhaenens: “We zijn noodgedwongen samen, met onze twee families, op vakantie geweest: we hebben uiteindelijk samen een bubbel gevormd.”

Dat de voorstelling in openlucht werd bedacht en uitgewerkt, lijkt vandaag niet meer dan toepasselijk. Ze wordt immers ook in openlucht gespeeld, op het achterplein van de KVS. Vanden Broecke: “De voorstelling heeft de vorm van een rouwdienst, die in openlucht wordt gehouden: zodat mensen toch nog een vorm van afscheid kunnen nemen, zonder angst te hebben voor besmetting. Vanuit die frustratie dat je tijdens de coronacrisis niet bij stervenden kon zijn, dat je hen niet kon aanraken, dat je niet bij de begrafenis aanwezig kon zijn. Dat gegeven hebben we in de voorstelling geschreven.”

Dhaenens: “Maar dat betekent ook dat er tijdens onze voorstelling waarschijnlijk auto’s door de straat gaan rijden. En dat de prostituees op de Arduinkaai naast ons staan te tippelen.”

Vanden Broecke: “Tijdens zoiets intiems als een rouwdienst...”

Dhaenens: “Het is het leven dat doorgaat, terwijl wij afscheid proberen te nemen. Het zal voor ons een beetje vechten zijn om de intimiteit en de aandacht van het publiek te bewaren.”

Vanden Broecke: “Vechten tegen de omstandigheden: dat heeft iedereen de laatste tijd moeten doen.”

Tot en met 6 augustus in KVS, Brussel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234