Dinsdag 19/11/2019

Review

Bruno Mars had het - verdomme - állemaal

Bruno Mars. Beeld AFP

‘Hair is the first thing. And teeth the second. Hair and teeth. A man got those two things, he's got it all.’ Het is misschien wel het zinnigste wat The Godfather, James Brown ooit heeft gemompeld. Met zijn hagelwitte showbizz-grijns verblindde Bruno Mars de wei van Werchter. Dat z’n haar onder dat honkbalpetje perfect in model zat, daar twijfelen we niet aan. Bruno Mars had het - verdomme - állemaal.

Die tijdmachine van Bruno Mars is al geruime tijd één van de gevaarlijkste wapens van de popmuziek. De verpletterende vuurkracht en buitengewone nauwkeurigheid schieten zelden te kort. Voor Bruno’s laatste plaat, 24K Magic, maakte hij ritjes naar 1974 en 1988. Daar aangekomen plukte hij het één en ander van hitlijsten, haalde het door de polijstmachine, voorzag de boel van een flinke laag glazuur en vulde de etalage van Spotify met z’n eigen vanille-cupcakes.

Is Bruno Mars dan een vuile na-aper? Uiteraard. Hij begon zijn carrière als 6-jarige Elvis-imitator in een hotel op Hawaii. Maar anders dan voornoemde King of Rock ‘n’ Roll spendeert Mars geen tijd aan het geruisloos uitboenen van serienummers en het moedwillig obscuur houden van zijn (zwarte) inspiratiebronnen - een cruciaal feit in het debat over culturele toe-eigening, als u het ons vraagt.

De eerste cupcake die Werchter op mocht peuzelen was ‘Finesse’: onvervalste, naar bodylotion en Labello meurende New Jack Swing, waarin de snare-fill van Bell Biv DeVoe's ‘Poison’ en het timbre van Boyz II Men’s ‘Motownphilly’ waren afgestoft en brutaal aan elkaar werden gelijmd. Het was een prachtige ode aan Teddy Riley. De zegetocht van het daaropvolgende ‘24K Magic’ - een mierzoete gummy beer die een nachtje heeft liggen marineren in Cameo’s electro-funk - viel niet simpelweg toe te schrijven aan de bevrediging van nostalgische verlangens. Het meesterlijke schuilt in het feit dat Mars zowel de oudelui als de kroost (die niet dezelfde heimwee naar dát verleden voelt) evenredig aanspreekt.

‘Perm’ was lang niet het enige, maar wel het meest effectieve eerbetoon aan James Brown en zijn J.B.’s. Blaxploitation in IMAX 3D met een kindvriendelijk West Side Story-jasje is iets waar we normaliter onze neus voor ophouden. Maar verdomme, spul van deze kwaliteit is in geen enkele vintage winkel te vinden. Bruno’s eigen J.B.’s, The Hooligans, bestond uit mannen met discipline van het kaliber dat Joe Jackson zou bewonderen. We kunnen ons vergissen, maar op een gegeven moment meenden we héél subtiel een lijntje van Drake’s ‘The Motto’ te horen. Bruno Mars excelleerde in dat soort nuances. ‘Calling All My Lovelies’ - vijftig procent variété, vijftig procent suikerspin en honderd procent Grammy-waardig cruiseschip entertainment - schakelde moeiteloos tussen r&b en rhythm-and-blues voordat de song werd afgetopt met een fractie van de gitaarsolo van ‘Purple Rain’.

‘Chunky’ was een wulps verzoek, ‘That’s What I Like’ een brutale mep tegen de derrière en ‘Versace On The Floor’ - een song die in het slijmspoor trad van Michael Jackson - speelde zich af in een liefdesnest. De daaropvolgende virtuoze piano-solo - de enige keer dat het momentum van de set een lap tegen z’n voet kreeg - maakte abrupt plaats voor de vette knipoog naar The Police die ‘Locked Out Of Heaven’ heet. Na het slotpleidooi ‘Uptown Funk’ - veertigplussers herkenden The Gap Band’s ‘Oops Upside Your Head’ - twijfelde niemand meer aan het feit dat Bruno Mars de beste bruiloftband-leider van zijn generatie is. We willen niet op de zaken vooruitlopen, maar begin Michael’s kroon voor de zekerheid maar alvast een poetsbeurt te geven.

Op het Werchter-podium presenteerde Bruno Mars zich voornamelijk als vehikel. En dat leek een bewuste keuze. Zijn songs nodigen zelden tot nooit uit tot een analyse van zijn persoonlijke leven. Er wordt nooit iets verwerkt. Hij staat er los van. Buiten het feit dat hij een keer met twee gram cocaïne in Las Vegas werd gesnapt, is Mars haast identiteitsloos. Wellicht concludeerde Mars na twee miljard streams van ‘Uptown Funk’ dat hij niet per se zichzelf hoefde te zijn, hij kan iedereen zijn die hij wil. Wat we wel over hem te weten zijn gekomen: Bruno Mars is een man zonder plan B. Een rasentertainer van de oude stempel.

Naar verluidt is ‘Bohemian Rhapsody’ z’n favoriete nummer. Dat verklaart een hoop. Zijn muziek heeft dezelfde functie als een pretpark. En wie houdt er nou niet van pretparken?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234