Woensdag 29/01/2020

Bruce Springsteen

Bruce Springsteen: Gekweld, gedreven, gewoon

Bruce Springsteen Beeld AP

Jaja, hij is altijd normaal gebleven. Als je honderden takes voor een liedje en stadiontournees op je 67ste normaal vindt, tenminste. Autobiografie Born to Run biedt een fantastische inkijk in de levenswandel van de atypische popheld.

Op 15 december 2012 treden The Rolling Stones op voor 27.000 fans in het Prudential Center in Newark, New Jersey. Het is het achtste concert in de 50 & Counting Tour van de band. Als de band 'Gimme Shelter' inzet, komt Lady Gaga het podium op en daarna zingen meer beroemde gasten een nummer mee: John Mayer ('Going Down'), The Black Keys ('Who Do You Love') en Mick Taylor ('Midnight Rambler').

Dan, tegen het eind van de show, speelt Keith Richards de riff van 'Tumbling Dice' en kondigt Mick een man aan - hij woont hier toch in de buurt, zegt hij, hij kon hier te voet naartoe komen. De man komt het podium op. Het lijkt alsof hij (stevige schoenen, jeans en zwart overhemd met opgerolde mouwen) licht geeft. Hij straalt meer dan alle voorgaande gasten samen. De man is 63, maar je kunt duidelijk zien dat hij zo blij is als een kind, blij en supertrots is hij dat hij een nummertje mag meespelen met zijn helden. Hij maakt een wat hoekige indruk, tegenover de vederlichte elegantie van Jagger, hij zou zo van de steiger kunnen komen. De man zingt een duet met Jagger en doet heel erg zijn best. Zo nu en dan kijkt hij met een vragende blik naar Jagger: gaat het goed? Het gaat goed, uitstekend zelfs.

De man is Bruce Springsteen.

Bruce Springsteen heeft zijn autobiografie geschreven. Het boek komt vandaag uit en heet Born to Run, naar het album waarmee hij in 1975 doorbrak. Ik zeg het maar vast: het boek is geweldig - en ik behoor niet tot de blinde Springsteen-fans die alles wat The Boss doet geweldig vinden. Ik ken niet alle popautobiografieën, maar dit moet een van de beste ooit geschreven zijn.

Springsteen: "Schrijven over jezelf is een raar gedoe. Maar in een project als dit moet de schrijver één ding beloven: dat hij de lezer zijn geest toont." In Born to Run houdt hij zich aan die belofte.

Aan het eind van het boek beschrijft Springsteen een ontmoeting met de Stones, tussen de twee concerten in die de band in Newark geeft. Hij komt de repetitieruimte in New York binnen, hij gaat achter de rechtermicrofoon staan, Jagger begint te zingen ("Women think I'm tasty...") en dan noteert Springsteen: "Ik doe alsof ik hun gelijke ben, maar eenvoudig is dat niet. Vanbinnen deins ik terug als Mick aangeeft dat ik het tweede couplet moet zingen." Aan het eind zegt Jagger: "Dat was geweldig."

Springsteen rijdt naar huis en belt extatisch met zijn oude vriend Steven Van Zandt, muzikant en acteur: hij heeft met de Stones gerepeteerd!

"De volgende avond deden we het voor 20.000 verbijsterde New Jerseyans in Newark. Het was geweldig, maar had niet die mystieke kick van de avond daarvoor, toen ik bij hen inviel, in die kleine ruimte met alleen die vier mannen, the greatest garage band in the world, in mijn kleine stukje rock-'n-rollhemel."

Het klinkt bescheiden, nederig bijna. En het mooie is dat je dat, na vijfhonderd pagina's, ook gelooft. Hier is geen poseur aan het woord die zijn lezers wil laten geloven dat hij altijd eenvoudig is gebleven. Daarvoor is Springsteen in het voorgaande te overtuigend eerlijk geweest.

Hij weet dat hij geen Jagger is, geen Bowie, geen Prince. "Ik heb de kracht, het bereik en de duurzaamheid van een barman, maar nu niet direct veel tonale schoonheid of verfijning." Hij is een hardwerkende, een héél hardwerkende poparbeider, die gedurende duizenden optredens genoeg heeft gezweet "om minstens een van de zeven zeeën te vullen. Ik heb mezelf en mijn band meer dan veertig jaar lang tot de rand en erover gedreven."

Bruce Springsteen met Steven Van Zandt in Zürich. Beeld EPA

De autobiografie is een tricky genre, zeker voor narcisten - wie meent dat zijn leven een autobiografie waard is, behoort al snel tot dat menstype. Springsteen ook, hij schrijft het zelf. En daarmee voldoet hij tegelijkertijd aan de belangrijkste voorwaarde om een autobiografie lezenswaardig te maken: de bereidheid jezelf open en eerlijk onder een vergrootglas te leggen en je zwakheden niet te verdoezelen.

Springsteens autobiografie geeft een genuanceerder en completer beeld van zijn persoonlijkheid dan bijvoorbeeld de gelauwerde biografie van Peter Ames Carlin, Bruce, uit 2012. Dat boek gaat logischerwijs uit van de popster die hij voor de auteur is. Born to Run begint bij Bruce Springsteen, de eeuwig twijfelende, onzekere arbeidersjongen uit Randolph Street in Freehold, New Jersey. En die gewone Bruce blijft in het boek voortdurend aanwezig - zonder dat een ghostwriter zich met de verwoording heeft bemoeid. Hij heeft er de tijd voor genomen, zeven jaar, hij heeft de hulp ingeroepen van een redacteur, maar zijn boek is echt van hem - wat je merkt aan het moeizame begin.

Born to Run verschaft ons een rijk inzicht wat wereldroem en adoratie met een mens doen. Springsteen komt er keer op keer op terug, ook als de roem hem, vooral na zijn 60ste, in inktzwarte depressies stort en hij zich wanhopig afvraagt of het het allemaal waard is geweest.

Al op het hoogtepunt van zijn roem, na het succes van Born in the USA, als hij rond 1985 met Madonna, Prince en Michael Jackson aan de top van de pop-Olympus verkeert, realiseert hij zich de verschrikkelijke consequenties daarvan, het verlies van elke vorm van privacy: "Ik had het helemaal gehad met die vrolijke draaimolen waar ik op was gesprongen. En ik wist niet of dit mijn leven zou worden, mijn héle leven, overal waar ik ging of stond, dag na dag, land na land, bed na bed, in een sleur van afstompende, betekenisloze aandacht, teweeggebracht door mijn eigen heilige ambities die het normale menselijke verlangen naar leven en liefde doorkruisen."

Het is de aloude paradox van brandende ambitie die, eenmaal verwezenlijkt, zijn zware tol eist: er is geen weg terug. Springsteen is zich er, onmiddellijk nadat hij met Born to Run de jackpot heeft binnengehaald, al van bewust. "We hadden een hit! Ik vond het geweldig, maar was ook buitengewoon bezorgd. Als conceptuele optimist maar persoonlijke pessimist geloofde ik dat met de jackpot ook zijn vreselijke tegenhanger zou verschijnen... Problemen, zoals in voodoo, een zigeunervloek, het boze oog dat op je wordt gericht. En ik had gelijk."

Een soms ziekelijk streven naar perfectie, gecombineerd met oneindige twijfel, vormen de kern van het kunstenaarschap van Bruce Springsteen. Dat blijkt als hij, in 1975, na eindeloze opnamesessies, Born to Run heeft voltooid. De band is al begonnen aan de bijbehorende serie optredens, maar de lp is nog niet uitgebracht. Geluidstechnicus Jimmy Iovine, tegenwoordig een muziekmiljardair, komt met de voltooide master en een acetaatpersing van de plaat naar het hotel waar Springsteen resideert, in Kutztown, Pennsylvania. Ze moeten naar een muziekwinkel om hem te kunnen beluisteren. Iedereen (behalve Iovine ook producer Jon Landau en manager Mike Appel) is enthousiast, de muzikanten staan er met tranen in hun ogen bij, maar Springsteen weet het zeker: het is waardeloos. Hij gooit de mastertape, tot afgrijzen van de aanwezigen, in het zwembad. "Ik kon hem zo niet laten uitbrengen. Het enige wat ik hoorde,was wat er allemaal fout was aan de plaat. De bombastische rock, mijn gekweel als een Jersey-Pavarotti-via-Roy Orbison, dezelfde dingen die de plaat zijn schoonheid, kracht en magie verleenden."

Het lijkt de beoordeling van een Springsteen-hater, maar het is een genadeloze zelfrecensie. Landau, nog altijd Springsteens steun en toeverlaat, weet hem over te halen. "Wat iets groots maakte, kon ook een van de zwakheden zijn, net als bij mensen. Toen liet ik het los."

Het gekmakende proces herhaalt zich tijdens opnamen van de dubbel-lp The River - met het schitterende gelijknamige nummer, waarin hij een standbeeld opricht voor de Amerikaanse working class. Het opnameproces is een "martelende, verdwazende ervaring", dat Springsteen aan de rand van de financiële afgrond brengt, omdat hij de gewenste perfectie maar niet weet te bereiken en de studiokosten de miljoen dollar overschrijden. Na tien jaar als popicoon en miljoenen verkochte platen, heeft hij nog 20.000 dollar.

Hij is de 30 gepasseerd, heeft nog nooit een nieuwe auto gekocht of een privé-uitgave gedaan van meer dan 10.000 dollar. Hij is een atypische popheld, die tot zijn 22ste geen druppel alcohol heeft gedronken. Hij moet niets hebben van de popromantiek van de vroege dood - bij voorkeur op je 27ste. "De dodencultus van de rock is geliefd en is vastgelegd in boeken en muziek, maar in de praktijk zit er voor een zanger en zijn song weinig in, behalve dan een mooi maar niet geleefd leven, achtergelaten minnaars of minnaressen en kinderen, en een zes spaden diep gat in de grond. Weggaan in een felle glorieuze gloed is bullshit."

Springsteen op het podium samen met Rolling Stones-zanger Mick Jagger. Beeld AFP

Wie alles wil weten over Springsteens afwisselende liefdesleven kan beter bij Carlins biografie terecht dan in de autobiografie - de promiscuïteit van de rock-'n-roll beschrijft hij terughoudend, hij noemt zichzelf 'seriemonogaam'. Daar is het beeld bij uitzondering wellicht niet helemaal in overeenstemming met de werkelijkheid.

Na het verschijnen van The River keert het tij, ook financieel, vooral dankzij de stadionoptredens. Maar ook dat neemt de twijfel niet weg: geld is nooit de belangrijkste drijfveer geweest. Springsteen koopt een villa in Hollywood, maar keert later terug naar New Jersey, naar een huis op tien minuten van de plek waar hij in 1949 werd geboren.

Het podium, dat is de enige plaats waar de arbeiderszoon en de popster in redelijke harmonie bij elkaar komen. Daar lijkt het conflict voor even opgelost. Springsteen beantwoordt de vraag waarom hij, en andere grote namen in de popmuziek als Bob Dylan en The Rolling Stones, altijd weer terugkeren naar de magie van de spotlights, waar de erkenning en de liefde van het publiek voelbaar zijn en er geen gisteren of morgen bestaat. Springsteen verwijst naar Robert De Niro: "Ik hou van toneelspelen omdat je dan andermans leven kunt leiden zonder de consequenties."

Zo is het met hem ook: op het podium kan hij de popicoon Bruce Springsteen zijn, zonder de consequenties. "Ik leidde iedere avond een nieuw leven. Iedere avond ben je een nieuwe man, in een nieuwe stad, met al het leven en alle beloftes die het leven biedt voor je uitgestald."

De zelfreflectie in Born to Run komt niet uit het niets, Springsteen heeft er lang op geoefend: hij is al 25 jaar in therapie. Hij gebruikte jarenlang antidepressiva. Tussen zijn 60ste en 62ste raakt hij niettemin in een diepe depressie die hem soms op de rand van suïcide brengt. Een jaar later slaat de hevige somberheid opnieuw toe. De pillen brengen verlichting, maar Springsteen grijpt het liefst naar zijn "meest vertrouwde vorm van zelfmedicatie: touren".

Tegenover de bescheiden, sociale Springsteen, staat een andere: de man die zijn roem nooit volledig heeft willen delen met de E Street Band, de groep muzikanten met wie hij sinds 1972 samenwerkt. Springsteen weigerde in 1999 om samen met de band te worden opgenomen in de Hall of Fame. Hij is niet de frontman van de E Street Band, die band vormt de fenomenale begeleiding van Bruce Springsteen, soloartiest.

Ook daar is hij overigens eerlijk over: hij is een ondemocratische leider, een muzikale dictator die het wil hebben zoals hij het wil. Een zeurpiet die zijn bandleden tot waanzin drijft en soms na een paar honderd takes nóg niet tevreden is. Vijftien jaar later wordt de E Street Band overigens alsnog toegelaten tot het walhalla.

Wat beklijft, is een fascinerend zelfportret van een gekweld, gedreven, maar innemend mens. Een gewone jongen uit de provincie die ontdekt dat hij een bijzonder talent heeft: mooie liedjes schrijven en ze meeslepend uitvoeren. En die vervolgens zijn leven in dienst stelt van die gave.

Springsteen beschrijft hoe hij wordt uitgenodigd voor de 80ste verjaardag van Frank Sinatra, samen met onder anderen Jack Nicholson - drie jongens uit New Jersey die het hebben gemaakt. Hij hoort dat president Obama fan is. Hij mag spelen in de pauze van de Super Bowl: de trots spat van de pagina's, het is bijna ontroerend.

Je leest het en je weet: een sluimerend minderwaardigheidscomplex is een krachtige motor en laat zich door geen 125 miljoen verkochte albums, noch door de decennialange aanbidding van miljoenen fans verdrijven. Springsteen beschrijft de vernietigende én scheppende kracht van tomeloze ambitie - en dat doet hij prachtig.

De Nederlandse vertaling van Born to Run is verschenen bij uitgeverij Spectrum, telt 528 pagina's en kost 25 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234