Zondag 20/10/2019

Interview

Bronzen Uil-winnares Lenny Peeters: "Ik heb geen zin om te behagen"

Lenny Peeters: 'Als winnaar mag je toch een beetje raar doen?' Beeld Tine Schoemaker

In haar roman Dochter troont Lenny Peeters (43) ons mee naar een onbehaaglijk en rauw universum. Haar sterke debuut leverde haar de Bronzen Uil op. "Ik kon dit verhaal niet schrijven in een feeststemming."

Verbouwereerdheid. Ze kan talloze dimensies aannemen. Maar op het podium van de Gentse Minardschouwburg kon je zaterdagavond de hoogste gradatie ervan waarnemen. Toen debutant Lenny Peeters te horen kreeg dat de Bronzen Uil in haar schoot viel, stuiterde ze op hoge hakken richting het podium. Monstercheque van 7.000 euro en een bronzen beeldje in de handen gedrukt. En dan het dankwoord. Zo hoort dat.

Maar er gebeurde niets. Klapwiekend met de handen en woelend door haar uitwaaierende, zwarte haardos bleef het minutenlang ijselijk stil. Tot de Gentse burgemeester Daniël Termont zich als de perfecte souffleur ontpopte. En Lenny alsnog droog de jury bedankte. Waarna de laureate zich verslikte in een exposé over een tweede adoptiehond, Brazilië en het klimaat.

Lenny Peeters, 'Dochter', Prometheus, 223 p., 19,99 euro. Beeld rv

Ontwapenender zie je een winnaarsspeech zelden. Een performance? Of toch een black-out? “Ach, als winnaar mag je toch wel een beetje raar doen”, lacht ze nu. “Ik had het ook totaal niet verwacht, je hebt tenslotte maar één kans op zes. En alle genomineerden hadden veel lof gevangen. Bovendien kampte ik in de aanloop naar Het Betere Boek plots met ontzaglijke, verlammende stress. Ik had dus niks voorbereid.”

Een paar dagen later heeft Lenny Peeters (43) monter haar woorden teruggevonden. In Bar Leon, pal in haar Borgerhoutse buurt, praat ze weloverwogen en gedecideerd over haar bekroonde boek, dat nu als beste Nederlandstalige debuut van het afgelopen jaar door het leven mag. “Die erkenning betekent natuurlijk veel en geeft ook ademruimte. Maar ik laat er mijn hoofd niet door op hol brengen. Ik werk op mijn eigen tempo.”

Wie met het vorig jaar verschenen Dochter een lieflijk romannetje verwacht, zal zich wel even de ogen uitwrijven. We maken kennis met een autistisch meisje dat leeft in de cocon van haar eigen geest en amper besef heeft van goed en kwaad. “Ze heeft een volstrekt eigen logica”, zegt Peeters. “En daar moet je als lezer in willen meegaan.”

Haar hele leven draait rond de minutieuze zorg voor haar spartelende cavia’s. Maar waarom bevindt de verweesde adolescente zich plots in een politieverhoorkamer en is er sprake van een mes en van bloed? Dochter is een voldragen roman die de lezer meteen op zijn qui-vive zet en grimmige krassen nalaat. “Ontstaan uit een kort verhaal”, zegt Peeters. “Dat zijn voor mij de gedroomde stijloefeningen in de aanloop naar een roman.”

Je werkte ruim negen jaar aan Dochter. Dat lijkt erg lang. Kon je steeds je einddoel voor ogen houden?

Lenny Peeters: “Ik ben een perfectionist. Maar ik ben ook een pitbull. Als ik me ergens in vastbijt, dan laat ik niet meer los. Schrijven was die hele periode mijn enige, echte professionele focus en ambitie. Kijk, ik geef in Antwerpen voltijds les aan anderstalige nieuwkomers en doe dat werk ontzettend graag. Maar schrijven betekent nog véél meer voor mij.

“Ik ben ervan overtuigd dat je in een debuut het allerbeste van jezelf moet stoppen, tot het uiterste moet gaan. Dat heb ik geprobeerd. Ik heb er veel voor opgeofferd. Schrijven gebeurde in de vakanties, ’s nachts of op onbewaakte momenten. Zelfs tijdens de allerlaatste drukproef zat ik nog urenlang minutieuze wijzigingen aan te brengen. Tot ik dacht: nee, er valt echt niets meer te verbeteren. Als ik het boek nu opnieuw ter hand neem, hoef ik mij niet te schamen.”

Het klinkt toch ook alsof schrijven regelmatig een marteling was.

“In zekere zin… Ik schrijf en herschrijf eindeloos. Maar op een bepaald moment – als er een afgewerkte tekst begint op te doemen – kun je beginnen verfijnen. Schrappen en polijsten. Dat is het prettigste stadium. (plots stellig) Ja, ik ben een bedreven schrapper. Ik hou niet van franjes en tierlantijnen. Dat is ook mijn geliefkoosd soort literatuur: Cormac McCarthy’s The Road is in dat opzicht een meesterwerk. Toch moet proza ook suggestief zijn. In Dochter blijft veel ongewis.”

Die kale verteltoon correspondeert natuurlijk met het beperkte taalvermogen van je jonge hoofdpersonage?

“Het is geschreven vanuit haar perspectief. ‘Dochter’ zegt slechts wat noodzakelijk is. Dus ik moest me ook haar schaarse woordenschat toe-eigenen. Vandaar dat ik haar een particuliere taal gunde, met woorden als ‘bulten’ voor borsten, muizenkus en medicijnbloemen, ‘vanvoren’ en ‘vanachteren‘ die als een mantra terugkeren. Hoe verwoordt een autistisch kind, dat onze codes niet kent, zijn wereld, gedachten en gevoelens? Daar heb ik lang over gedubd. En nee, ik kon dit verhaal niet schrijven in een feeststemming. Ik zocht de eenzaamheid op om haar eenzaamheid aan den lijve te voelen.”

Dochter werpt een onverbloemde blik op de wereld van dat autistisch en zwakbegaafd meisje. Maar op geen enkel moment ga je moraliseren. Meer zelfs: je plot krijgt de voorrang.

“Ik had geen didactisch plan. Ik heb ook geen boodschap te verkondigen over autisme. Dat verhaal zat in mijn hoofd en het moest eruit. Een boodschap kwam misschien pas achteraf: hoe moeilijk het is voor autistische mensen om te overleven in een wereld waarin ze dagelijks worden overspoeld door een overvloed aan prikkels.

“Haar vreemde gedrag – schuifelen met de voeten als ze iets niet weet of het fluisteren van drielettergrepige woorden – is slechts het topje van de ijsberg. Waarom handelen autistische mensen zus of zo? Waarom moeten sommige mensen eerst alles in een kamer aanraken, voor ze verder kunnen?”

Je liet niets aan het toeval over en deed uiterst intense research?

“Ja, en ik kreeg ontzettend veel respect voor de autisten met wie ik sprak. Dat waren heel verrijkende ontmoetingen. Maar daar stopte het niet. Ik volgde een opleiding autismecoach. Ik sprak met rechercheurs, ik liet me verhoren en opsluiten in een cel of liet me fouilleren. Ik sprak met een gerechtelijk labo en met ambulanciers, begrafenisondernemers en sociaal werkers. Met priesters, prostituees en pooiers.

“Oké, je kunt veel opzoeken op internet. Maar dat werkt voor mij niet. Ik moet het proefondervindelijk vaststellen. Ik moet meemaken wat mijn personages doormaken. Pas dan kan ik erover schrijven.”

Lenny Peeters stond bij de uitreiking van de Bronzen Uil minutenlang met haar mond vol tanden: 'Ik was er niet op voorbereid.' Beeld YVES DAS

Vanwaar die interesse voor autisme?

“Dat komt door mijn zoon, die een lichte vorm heeft. Jarenlang vroeg ik me bijvoorbeeld af waarom hij de straat overstak wanneer we aan een bepaald huis kwamen. Tot hij het op een dag zelf kon verwoorden. Het huisnummer, een combinatie van donkerblauwe cijfers op een felwitte achtergrond, deed pijn aan zijn ogen.

“Maar met het basisidee voor mijn boek liep ik al jaren rond. Een meisje dat cavia’s als enige metgezel had en daar op een – voor ons – vreemde manier mee omgaat. Ik wist niet eens waar dat gegeven vandaan kwam. Tot mijn vader me onlangs een oude foto gaf waarop ik volop in de weer was met cavia’s. Pas toen viel mijn frank. Mijn broer en ik waren buitenkinderen, we woonden in de Kempen, omgeven door groen. Ik speelde niet met poppen, maar maakte liever kampjes voor mijn cavia’s.”

In je boek krijgen dieren het hard te verduren. En er zijn een paar morbide scènes, waarbij je moet denken aan Wij van Elvis Peeters of Het smelt van Lize Spit. Is in de roman alles toegelaten?

“Wat mij betreft wel. In literatuur, in fictie kun je heel ver gaan en is veel gepermitteerd. In de wereld van Dochter zijn haar handelingen met de cavia’s daden van liefde en een blijk van verzorging. Sommige lezers vragen me: wil je bewust choqueren? Nee, helemaal niet, ik ben ook niet gebrand op relletjes. Maar ik wil ook niet behagen. Belangrijk is wat er functioneel is voor het verhaal. In de wereld van Dochter bestaat geen goed en kwaad. Literatuur moet de taboes kunnen opentrekken. Maar wel met groot respect voor je personages en je onderwerp.”

Vanwaar altijd weer jouw hang naar het duistere?

“Ik vind mezelf een positief iemand. (lacht) Ik ben niet zwaarmoedig en – doorgaans – blij dat ik leef. Maar in mijn verhalen sluipt dat donkere er als tegenwicht altijd weer in. Wél heb ik een hele tijd – zeg maar jaren – met slapeloosheid gekampt. Toch ging ik door met werken. Schrijven gaf me kracht. Die roman moest en zou er komen. In die periode kon ik niet meer lezen. Ik las slechts nog kleine krantenstukjes of researchartikels. Geen literatuur, mijn hoofd zat vol. Wanneer ik schrijf, ben ik blijkbaar doodsbang dat een ander verhaal me uit mijn tekst rukt.”

En nu de rush naar dat tweede boek. Voel je extra druk?

“Nee, eigenlijk niet. Maar ik ben wel erg bijgelovig. Ik wil niks vertellen over het basisidee voor mijn volgende roman. Aan niemand. Maar ik zit wel al te popelen om het slot neer te schrijven. Ik geniet ontzettend van ontknopingen. Dat op papier zetten is de kers op de taart, regelrechte euforie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234